23 908 (R 1519) Voornemen tot het sluiten van uitvoeringsverdragen

AR/ Nr. 106 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 22 januari 2013.

De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 21 februari 2013.

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 januari 2013

Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, en met het oog op artikel 7, onderdeel b, van die Rijkswet, heb ik de eer u mede te delen dat de regering het voornemen heeft om over te gaan tot het sluiten van de volgende uitvoeringsverdragen:

  • 1. Wijziging van een aantal reglementen behorende bij de op 20 maart 1958 te Genève tot stand gekomen VN-ECE-Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorrijtuigen (Trb. 1959, 83). Een overzicht terzake is gegeven in de bijlage bij deze brief.

  • 2. Aanvaarding van een aantal nieuwe reglementen behorende bij de op 20 maart 1958 te Genève tot stand gekomen VN-ECE-Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijde erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorrijtuigen (Trb. 1959, 83). Zie de bijlage bij deze brief.

  • 3. Wijziging van twee Global Technical Regulation (GTR) behorende bij de op 25 juni 1998 te Genève tot stand gekomen ECE-Overeenkomst betreffende de vaststelling van mondiale technische reglementen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen (Trb. 2001, 78). Deze wijzigingen zijn eveneens opgenomen in de bijlage bij deze brief.1

Wat het Koninkrijk betreft, zullen de voornoemde uitvoeringsverdragen alleen voor het Europese deel van Nederland gelden.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven