Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 december 2017
In deze brief ga ik in op het verzoek van uw vaste Kamercommissie van Infrastructuur
en Waterstaat van 8 november om aan te geven in hoeverre het Toekomstbeeld OV (bijlage
bij Kamerstuk 23 645, nr. 640) wijzigingen behoeft in het kader van het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34). Daarnaast informeer ik u graag over de uitkomsten van de Landelijke OV en Spoortafel
van 23 november.
Toekomstbeeld OV en regeerakkoord
De kracht van het Toekomstbeeld OV is dat het een visie is die wordt gedragen door
alle betrokken partijen uit de sector. Ik constateer dat de genoemde trends, zoals
verstedelijking en digitalisering die in het Toekomstbeeld OV beschreven staan, onverminderd
doorzetten. Ten aanzien van uw vraag over de relatie met het regeerakkoord stel ik
vast dat de ambities en maatregelen uit het regeerakkoord in lijn zijn met het Toekomstbeeld
OV. Ik wil dan ook snel aan de slag met partijen om verder invulling te geven aan
het Toekomstbeeld OV.
Zo kunnen we gezamenlijk richting geven aan de inrichting van het OV voor de periode
2030–2040 en op basis daarvan voor de korte en de middellange termijn de juiste keuzes
maken. Bij de uitwerking van het OV-netwerk gaan we bezien hoe we snellere verbindingen
tussen economische kerngebieden kunnen combineren met het versterken van regionale
en stedelijke OV-bereikbaarheid en het inpassen van het goederenvervoer per spoor.
Tegelijkertijd werken we gezamenlijk uit wat nodig is om verder te verduurzamen en
te innoveren, de toepassing van vraaggestuurde mobiliteit te kunnen uitbreiden en
toekomstbestendige knooppunten te creëren. Ten slotte worden de daaruit voortkomende
vraagstukken met betrekking tot de governance en financiering eveneens opgepakt.
Ik zal uw Kamer op gezette tijden over de voortgang van de uitwerking van het Toekomstbeeld
OV informeren en ga hierover ook graag verder met u in gesprek.
Landelijke OV en Spoortafel
Aan de Landelijke OV en Spoortafel heb ik kennis gemaakt met de bestuurders van de
regio’s en de sector. We hebben stilgestaan bij het Toekomstbeeld OV en de accenten
daarbij uit het regeerakkoord. Partijen hebben onderschreven zeer positief te staan
ten opzichte van het Toekomstbeeld OV en willen hier graag voortvarend mee aan de
slag. Vervolgens is op een aantal onderwerpen nader ingegaan die ik hierna kort toelicht.
Tijdens de Landelijke OV en spoortafel hebben we gesproken over de noodzaak de OV-verbindingen
tussen de belangrijkste stedelijke gebieden te versterken om het toenemend aantal
reizigers in de toekomst te kunnen accommoderen. Hiermee dragen we ook bij aan de
duurzaamheidsdoelstellingen. De decentrale overheden leveren graag hun bijdrage in
de vorm van co-financiering. Tegelijkertijd moeten we ook gezamenlijk voorzien in
kwalitatief hoogwaardig regionaal en stedelijk OV. De sprinters vervullen een belangrijke
rol in het dagelijkse woon-werkverkeer. Ook hebben we gesproken over dunbevolkte gebieden
waarin andere type bereikbaarheidsopgaven aan de orde zijn. De verschillende regionale
initiatieven gericht op ontwikkeling van vraaggestuurde mobiliteitsconcepten en Mobility as a Service zijn welkome aanvullingen in het mobiliteitslandschap. Ik wil dat daar meer dan voldoende
ruimte voor bestaat. Eenzelfde prioriteit hecht ik aan de verduurzaming van onze mobiliteit
omdat ik ervan overtuigd ben dat het OV en spoor, evenals de fiets daarbij een belangrijke
rol spelen.
Tot slot heb ik samen met de regionale partners en vervoerders oog voor het belang
van het verder ontwikkelen van grensoverschrijdend personen- en goederenvervoer op
de grote assen naar de ons omringende landen. Voor het grensoverschrijdend personenvervoer
wil ik samen met hen werken aan slimme verbeteringen zoals ticketing, naadloze aansluitingen
en geavanceerde reisadvisering. Vanuit de spoorgoederensector wordt gewerkt aan een
ambitieus masterplan om het aandeel van het spoorgoederenvervoer te vergroten en het
wegverkeer te ontlasten. Ook hier liggen kansen voor meer vervoer en minder uitstoot.
Ik voer hierover graag het gesprek met de sector en ik wil graag met hen bekijken
hoe we dit initiatief kunnen koppelen aan het Toekomstbeeld OV.
In al deze opgaven staat voor mij het oplossend vermogen van maatregelen centraal,
waarbij gekeken wordt naar alle modaliteiten, duurzame oplossingen en innovaties.
We moeten meer redeneren vanuit mobiliteit in plaats vanuit modaliteiten, temeer het
onderscheid tussen klassiek OV en eigen (auto)voertuigen steeds kleiner wordt als
gevolg van de opkomst van bijvoorbeeld deelautoconcepten, leasefietsen en Mobility as a Service. Dit is dan ook niet voor niets het eerste vertrekpunt van het Toekomstbeeld OV. Daarnaast
hecht ik waarde aan de ingeslagen weg om, bereikbaarheid en (regionale) ruimtelijke
ordening in samenhang bezien.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer