Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201123645 nr. 420

23 645 Openbaar vervoer

Nr. 420 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 april 2011

Inleiding

Tijdens een Algemeen Overleg heb ik op 16 en 17 maart 2011 met de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu onder meer gesproken over toiletten in de OV-keten.

De commissie hecht zeer aan een toilet in elke trein en aan de uitvoering van de moties Roemer en Bashir terzake. Ik heb toegezegd schriftelijk te bevestigen hoe ik hieraan uitvoering wil geven, rekening houdend met het feit dat ik geen financiële bijdrage wil verlenen voor het inbouwen van toiletten. Daarbij ga ik ook in op verschillende alternatieve oplossingen. Dit alles zal ik in het vervolg van deze brief doen.

Uitvoering moties Roemer en Bashir

De motie Roemer1 vraagt mij ervoor te zorgen dat de treinen uiterlijk in 2030 over een toilet beschikken. De motie Bashir2 vraagt mij in de nieuwe concessie voor het hoofdrailnet een toilet in iedere trein verplicht te stellen. De nieuwe concessie zal in beginsel lopen van 2015 tot 2025. Om uitvoering te geven aan beide moties zal ik in deze concessie de volgende voorschriften opnemen:

  • 1. Per 2015 moet een toilet aanwezig zijn in elke Intercity. Dit is overigens zonder verplichting nu al het geval. Met dit voorschrift wordt dat in de nieuwe concessie geborgd.

  • 2. Per 2015 mogen uitsluitend treinen met toilet besteld worden. Overigens heeft NS al toegezegd vanaf nu uitsluitend treinen met toilet te zullen bestellen. Met dit voorschrift wordt dat in de nieuwe concessie geborgd.

  • 3. Per 2015 moet in elke stoptrein waarin meer dan een derde van de reizigers langer dan 30 minuten reist, een toilet aanwezig zijn. De vervoerder moet hiermee dus rekening houden bij de inzet van het materieel dat nog geen toilet heeft.

  • 4. Per 2025 moet in alle treinen (dus Intercity’s en stoptreinen, incl. de nieuwe Sprinters) een toilet aanwezig zijn. Dan moet dus in alle nieuwe Sprinters zonder toilet alsnog een toilet zijn ingebouwd.3 Ik wil de concessiehouder die de nieuwe concessie verleend krijgt een ingroeiperiode gunnen om deze omvangrijke operatie af te ronden. Per 2025 zullen alle treinen voorzien zijn van een toilet. Dit is vijf jaar eerder dan de motie Roemer vraagt. Uiteraard hoop ik dat de nieuwe concessiehouder kiest voor een snelle ombouwperiode en een en ander zo spoedig mogelijk wordt gerealiseerd, maar dat is onder andere afhankelijk van maakbaarheid en kosten.

  • 5. Uiterlijk begin 2015 moet de concessiehouder mij een plan doen toekomen waaruit blijkt volgens welke fasering voorschift 4 zal worden uitgevoerd.

Bovenstaande voorschriften gelden alleen voor het hoofdrailnet. Voor de gedecentraliseerde treindiensten ben ik geen concessieverlener. Het is de verantwoordelijkheid van de (nieuwe) concessiehouder om te voldoen aan de voorschriften in de nieuwe concessie voor het hoofdrailnet. De kosten zijn dus ook voor rekening van de concessiehouder. Ik verwacht dat de nieuwe concessiehouder deze kosten aan de orde zal stellen tijdens de gesprekken over de nieuwe concessie en de bijbehorende concessieprijs. Als dit het geval is, zal ik uiteraard om een adequate onderbouwing vragen en deze kritisch toetsen.

Alternatieve oplossingen

In de discussies over toiletten in de OV-keten zijn diverse alternatieven aan de orde geweest, onder meer voor het alsnog door de leverancier inbouwen van toiletten in de nieuwe Sprinters. Conform mijn toezegging in het Algemeen Overleg ga ik kort op deze alternatieven in.

  • Toiletten op stations

    Op basis van een verkenning door ProRail heb ik voorgesteld om op veertig stations een toilet te laten bouwen. In het belang van de reiziger houd ik, naast de hierboven genoemde voorschriften met betrekking tot toiletten in de treinen, vast aan de bouw van toiletten op stations. Ik zal ProRail hiertoe opdracht geven.

  • Toiletten inbouwen na afloop garantieperiode

    De nieuwe Sprinters kennen een garantieperiode van vijf jaar. Deze garantie vervalt als derden wijzigingen aanbrengen in de constructie van de treinen. NS wil (terecht) de garantie niet in gevaar brengen. Vanuit de commissie werd gesuggereerd dat het na de garantieperiode mogelijk zou kunnen zijn om goedkoper toiletten te laten inbouwen. Mijn besluit inzake de moties Roemer en Bashir biedt hiervoor ruimte. Het is verder aan de concessiehouder om goede afspraken te maken over de inbouw en over de financiële condities.

  • Nieuwe treinen bij aanschaf, bestaande geleidelijk aanpassen

    Tijdens een Algemeen Overleg op 24 november 2010 (kamerstuk 29 984, nr. 249) stelde de heer Aptroot voor om de concessiehouder te verplichten om nieuwe treinen bij aanschaf meteen te voorzien van toiletten en bestaand materieel geleidelijk aan te passen. Mijn besluit inzake de moties Roemer en Bashir volgt dit voorstel.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Kamerstuk 25 847, nr. 65.

X Noot
2

Kamerstuk 32 500 XII, nr. 24.

X Noot
3

Het betreft 131 Sprinters zonder toilet: 69 Sprinters met 4 compartimenten en 62 Sprinters met 6 compartimenten. Sprinters met 4 compartimenten zouden 1 toilet dat toe­gan­ke­lijk is voor gehandicapten krijgen, Sprinters met 6 compartimenten krijgen 1 regulier toilet en 1 voor gehandicapten toegankelijk toilet.