23 432 De situatie in het Midden-Oosten

Nr. 331 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2012

Hierbij bied ik u de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 1 maart 2012 inzake afspraken van de Nederlandse regering met de Israëlische regering over versterking van de betrekkingen tussen beide landen.

Het regeerakkoord stelt dat Nederland verder wil investeren in de band met de staat Israël. Zoals ook vermeld in antwoorden op vragen van het lid Peters van 8 november 2010 (aanhangsel 926, vergaderjaar 2010–2011) bestrijken de bilaterale betrekkingen tussen Nederland en Israël een breed palet aan onderwerpen. Een deel van deze betrekkingen vindt plaats op het intergouvernementele vlak, bijvoorbeeld op basis van een MoU uit 1993 over innovatie of op basis van het in 2011 getekende bilateraal samenwerkingsprogramma op defensiegebied. Een groot deel vindt ook plaats op het maatschappelijke vlak, bijvoorbeeld door intensieve samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen.

Om op meer structurele wijze een politieke impuls te geven aan verdere samenwerking op diverse terreinen tussen Israël en Nederland is besloten tot het oprichten van de Nederlands-Israëlische Samenwerkingsraad. In dit verband wordt deelname van bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijk middenveld voorzien. De eerste Samenwerkingsraad zal op 7 juni 2012 in Israël plaatsvinden. Momenteel vinden de besprekingen plaats met de Israëlische regering over de precieze invulling van de agenda van 7 juni. Beide kanten hebben kenbaar gemaakt met elkaar te willen spreken over mogelijke verdere samenwerking op het gebied van onderwijs, agro-food en water. Naast Minister-president Rutte, die de Nederlandse delegatie zal leiden, zullen ook vicepremier Verhagen en ikzelf aan de Samenwerkingsraad deelnemen.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

Naar boven