22 343 Handhaving milieuwetgeving

28 663 Milieubeleid

Nr. 453 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2026

Met deze brief wordt de Kamer, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV), geïnformeerd over de voortgang van de versterking van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu (VTH-stelsel milieu). Deze brief belicht drie onderwerpen rond de aanpak van milieucriminaliteit: de politiemilieutaak, de oplevering van het «Onderzoek naar toepassing Wet Bibob bij milieuvergunningen» en de toezegging over het verkennend onderzoek naar een landelijk expertisecentrum milieucriminaliteit.1 Vervolgens gaat deze brief in op het provinciaal onderzoek naar het interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht, de voortgang van het Wetsvoorstel versterking VTH-stelsel milieu en de eindbeoordeling robuuste omgevingsdiensten. Tot slot informeert deze brief u over de stand van zaken van het Programma Digitalisering VTH. De genoemde toezegging wordt met deze brief als afgedaan beschouwd.

Politiemilieutaak

De politie zet sinds 2022 in op verbeteringen binnen de milieuopsporing. In het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) zijn afspraken gemaakt, zoals over het op orde brengen van de capaciteit bij politie voor de opsporing van milieucriminaliteit. Deze afspraken zijn verankerd in de landelijke strategie van de politie op de aanpak van milieucriminaliteit (Politiemilieutaak 2.0). In 2025 evalueerden de politie en het Openbaar Ministerie (OM) deze landelijke strategie. Hieruit kwam naar voren dat de samenwerking tussen politie en OM is verbeterd en het weglekken van capaciteit uit de milieurechercheteams afneemt. Wel blijkt dat stevige verbetering nodig is om de structurele bezetting en de intelligencepositie van de milieurechercheteams op orde te krijgen. De politie is daarom in 2026 gestart met een verbetertraject waarin zij inzet op meer landelijke regie in de organisatie en uitvoering van de aanpak van milieucriminaliteit.

Voor de vervolgstappen is het van belang dat de versterking van de politiemilieutaak wordt afgestemd en goed aansluit op het VTH-stelsel milieu. Deze ontwikkeling wordt, mede door het Ministerie van JenV, nauwlettend in de gaten gehouden.

Oplevering «Onderzoek naar toepassing Wet Bibob bij milieuvergunningen»

Met deze brief ontvangt de Kamer het onderzoeksrapport «Onderzoek naar toepassing Wet Bibob bij milieuvergunningen» (bijlage 1). Deze rapportage is in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) uitgevoerd en bevat een onderzoek naar de wijze waarop de Wet Bibob wordt ingezet bij het verlenen van milieuvergunningen. Hoewel de wet al geruime tijd op milieuvergunningen kan worden toegepast, blijkt uit signalen uit de praktijk dat de toepassing ervan achterblijft ten opzichte van andere terreinen en dat mogelijk niet altijd optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de wet biedt. Onderzocht is of er effectiever gebruik zou kunnen worden gemaakt van de Wet Bibob in de aanpak van milieucriminaliteit. In algemene zin concludeert het onderzoek dat de toepassing van de Wet Bibob bij milieuvergunningen relatief beperkt is bij gemeenten, terwijl provincies de wet structureler op dit terrein inzetten. Ook concludeert het rapport dat er in beginsel ruimte bestaat voor een meer structurele en beleidsmatig verankerde toepassing van het instrument door rijkspartijen. Het kabinet verkent samen met betrokken partners hoe vorm te geven aan de opvolging van het onderzoek. De Kamer zal hierover nader worden geïnformeerd, naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027.

Verkennend onderzoek landelijk expertisecentrum aanpak milieucriminaliteit

Naar aanleiding van het onderzoeksrapport «Onderzoek Landelijk Expertisecentrum Milieucriminaliteit» is in de Kamerbrief van juli 2025 toegezegd dat de Kamer nader geïnformeerd wordt over de opvolging van dit onderzoek.2 Een van de uitkomsten uit het onderzoek was dat er geen apart instituut moet komen, maar dat een landelijk expertisecentrum (LEC) ingericht moet worden binnen bestaande structuren of organisaties. In het algemeen geeft het onderzoek aan dat ingezet moet worden op het beter delen van informatie, kennis en expertise in de VTH-keten en formuleert hiervoor drie scenario’s.

Het eerste scenario richt zich op de Strategische Milieukamer (SMK). In dit scenario wordt het LEC ingericht bij het stafbureau van de SMK. In die hoedanigheid vormen de experts van het LEC een schakelfunctie. Zij zorgen voor één landelijke plek waar ontwikkelingen, knelpunten en geleerde lessen met betrekking tot de aanpak van milieucriminaliteit bij elkaar komen. Deze schakelfunctie brengt gezaghebbende kennis en expertise over milieucriminaliteit op landelijk niveau samen. Het tweede scenario richt zich meer op de uitvoering. Het doel van dit scenario is om kennis, informatie en expertise in de uitvoering te versterken bij de bestaande organisaties (de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)). Dit kan bijvoorbeeld gaan om informatiedeling in specifieke casussen of om het delen van ervaringen met complexe problematiek. Het derde scenario betreft de aansluiting van een LEC bij de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC) en het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC) en het genereren van meer aandacht voor milieucriminaliteit daarbinnen. Het doel van dit scenario is het stimuleren van informatie- en kennisdeling op regionaal niveau, zoals bijvoorbeeld het toevoegen van milieucriminaliteit als landelijk thema voor de RIEC’s.

Het Ministerie van IenW verkent met de betrokken partners of het expertisecentrum bij wijze van experiment binnen de SMK kan worden opgezet (scenario 1) om zodoende ervaring op te doen met hoe het expertisecentrum het beste van toegevoegde waarde kan zijn. Op dit moment wordt het staf- en expertisebureau van de SMK vormgegeven ter ondersteuning van de wettelijke taken van de SMK. De inrichting van het LEC sluit aan bij het op te richten bureau door hier ook de experts van het LEC onder te brengen.

Provinciaal onderzoek interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht

De interprovinciale vakgroep interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht (IBT-O) heeft met subsidie vanuit het Ministerie van IenW onderzoek laten verrichten naar de mogelijkheden om provinciaal interbestuurlijk toezicht op omgevingsrecht (IBT) te versterken. Het onderzoek, dat is uitgevoerd door Arena Consulting, is afgelopen maart in de bestuurlijke adviescommissie van het Interprovinciaal Overleg (IPO) besproken en vastgesteld (bijlage 2).

In het rapport onderkennen provincies dat de uitvoering van IBT nu knelpunten kent. Zo zijn er verschillen tussen provincies in de aanpak van het toezicht. Sommige provincies zien hun rol als kritische vriend, anderen meer als juridische handhaver. Daarnaast verschillen oordeelsvorming en interventies in mate van onderbouwing: van heldere toetsingsmethodiek en structurele leerinterventies tot een meer impliciete en minder gestandaardiseerde praktijk. Deze verschillen kunnen leiden tot rechtsonzekerheid bij gemeenten en een ongelijke druk tussen gemeenten voor de mate waarin zij door hun provincie gecontroleerd worden. De provincies spreken daarom de wens uit om te werken aan uniformering, zodat een versterkt IBT-O binnen de bestaande wettelijke kaders kan bijdragen aan slagvaardiger, effectiever en maatschappelijk relevant toezicht.

Het rapport biedt bouwstenen, scenario’s en handvatten voor de verdere ontwikkeling en versterking van het IBT door provincies, maar vraagt nog om nadere uitwerking in bestuurlijk gedragen en concreet uitvoerbare acties. Een interprovinciale vakgroep van het IBT-O begeleidt de verdere uitwerking. Deze vakgroep gaat dit jaar aan de slag met het opstellen van een basis voor een gezamenlijk toetsingskader en beoordelingscriteria voor IBT-O en brengt de benodigde personele capaciteit in kaart. In het najaar van 2026 zal over de concrete uitwerking besluitvorming door de provincies plaatsvinden. Vervolgens zal de beoogde implementatie van de kaders en criteria plaatsvinden.

Het IBT-O is een zeer belangrijk onderdeel van het VTH-stelsel milieu. Het verticale toezicht van provincies op gemeenten levert een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaak. Samen met de ILT wordt er gewerkt aan de versterking van het IBT-O van het Rijk op de provincies. Hiervoor is er nauw contact met de provincies. Door samen op te trekken in de versterking van IBT-O, kan de uitvoering van het verticale toezicht stelselbreed wordt versterkt.

Voortgang Wetsvoorstel versterking VTH-stelsel milieu

Met de Kamerbrief van 19 december jl. heeft mijn ambtsvoorganger u geïnformeerd over de voortgang van het Wetsvoorstel versterking VTH-stelsel milieu.3 Op dat moment was het wetsvoorstel in openbare internetconsultatie en werden de regeldruktoets door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) en de HUF-toets (Handhaafbaarheid, Uitvoerbaarheid en Fraudebestendigheid) door de ILT uitgevoerd. Op dit moment worden de inbreng in de internetconsultatie en de toetsen verwerkt in het wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting. Deze inbreng en toetsen leiden naar verwachting tot aanpassing van het wetsvoorstel op een aantal onderdelen. Het is niet haalbaar om dit gewijzigde wetsvoorstel in het tweede kwartaal van 2026 aan te bieden aan de Raad van State voor advies. Naar verwachting gebeurt dat in de tweede helft van dit jaar.

Eindbeoordeling robuuste omgevingsdiensten

Interbestuurlijk is afgesproken dat alle omgevingsdiensten op 1 april 2026 robuust zijn.4 Uiterlijk 30 april 2026 hebben alle omgevingsdiensten hun eindrapportage ingediend. In deze eindrapportage doen de omgevingsdiensten verslag van de voortgang tot het robuust worden over de periode van 1 juni 2025 tot 1 april 2026. Het Ministerie van IenW zal aan de hand van deze eindrapportages en bijgeleverde informatie beoordelen of de omgevingsdiensten op 1 april 2026 robuust zijn.5 Gelet op het aantal omgevingsdiensten, de hoeveelheid aangeleverde informatie en de betrachte zorgvuldigheid in het traject (inclusief een hoor en wederhoor) is het de verwachting uw Kamer in oktober te kunnen informeren over de eindbeoordeling.

Stand van zaken Programma Digitalisering VTH

Bij brief van 15 april 2025 bent u geïnformeerd dat het eerder vastgestelde toekomstbeeld voor de informatievoorziening binnen het VTH-stelsel nader wordt uitgewerkt.6 In eerdere brieven is toegelicht dat het een complexe opgave is, zoals ook blijkt uit de signalen die de Evaluatiecommissie Omgevingswet bij u heeft gebracht7 en de Monitor Werking Omgevingswet.8 De digitalisering van het VTH-stelsel is een gezamenlijke opgave van alle stelselpartners. Binnen het Programma Digitalisering VTH werken het Rijk, medeoverheden en Omgevingsdienst NL gezamenlijk aan de versterking van de informatievoorziening. Omgevingsdienst NL en de omgevingsdiensten vervullen daarbij een belangrijke inhoudelijke, verbindende en uitvoerende rol door landelijke digitaliseringsprojecten en informatieproducten mede te ontwikkelen en de implementatie daarvan voor te bereiden, terwijl gezamenlijk wordt gewerkt aan een toekomstbestendige informatievoorziening ter ondersteuning van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ik ben dan ook verheugd dat op 21 mei jl. tussen het Ministerie van IenW, het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), het IPO, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL akkoord is bereikt op het doel, de reikwijdte en de samenwerking van het Programma Digitalisering VTH. Hoofddoel is de beschikbaarheid van een adequate informatievoorziening die de samenwerking binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving ondersteunt ter versterking van de bijdrage van VTH aan de leefomgeving. De vijf digitaliseringsprojecten die in 2024 zijn gestart vanuit het IBP VTH, leveren daartoe de eerste fundamenten. Om het programma te ondersteunen en expertise bij de omgevingsdiensten te gebruiken, wordt een subsidie verleend aan Omgevingsdienst NL.

Over de verdeling van de implementatiekosten als het gaat om de VTH-digitaliseringsopgave bij medeoverheden en omgevingsdiensten worden nog nadere afspraken gemaakt. Als basis hiervoor wordt deze zomer een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uitgevoerd. Over de uitkomsten zal uw Kamer geïnformeerd worden.

Met deze brief is de Kamer geïnformeerd over de recente ontwikkelingen in de versterking van het VTH-stelsel milieu. De genoemde toezegging is hiermee afgedaan. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het continue proces van de verdere versterking van het VTH-stelsel milieu en een goede uitvoering van taken die raken aan het milieu en de leefomgeving.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram


X Noot
1

Kamerstukken 22 343 en 22 663, nr. 429

X Noot
2

Kamerstukken 22 343 en 22 663, nr. 429

X Noot
3

Kamerstuk 22 343 en 28 663, nr. 436

X Noot
4

Stcrt. 2025, nr. 5488: Samenwerkingsafspraken versterking VTH-stelsel

X Noot
5

Kamerstuk 22 343 en 28 663, nr. 431

X Noot
6

Kamerstuk 22 343 en 28 663, nr. 419

Naar boven