Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 februari 2026
Op 24 september 2025 heeft het Bestuurscollege van Bonaire mij verzocht een vrijstelling
te verlenen van de MER-plicht voor de aanleg, inrichting en ingebruikname van een
nieuw stortcompartiment op het Afvalcentrum Lagun alsmede voor de activiteiten waarvoor
Selibon een aanvraag om milieuvergunning bij het Openbaar Lichaam Bonaire heeft ingediend.
Aanleg van een nieuw stortcompartiment, met bovenafdichting, bodembeschermende voorzieningen
en dat voldoet aan milieuhygiënische eisen, is daarbij nodig om verdere vervuiling
naar het milieu, zowel in de operationele fase van de stortplaats als in de gesloten
fase, voorzien in 2028, zoveel te beperken. Ik heb dan ook veel begrip voor het verzoek
van het Bestuurscollege.
Het verzoek om vrijstelling voor de MER-plicht is een uniek verzoek. Een dergelijk
verzoek kan niet lichtvaardig worden ingewilligd ook al is de noodzaak duidelijk.
De Wet vrom BES biedt er wel ruimte voor. Zover bekend is in Europees Nederland niet
eerder een vrijstelling verleend voor een MER-plicht. Er is dan ook geen jurisprudentie
over de bevoegdheid om aan te refereren. In de uitleg Europese richtsnoeren betreffende
de toepassing van vrijstelling op grond van de Richtlijn 2022/19/EU1, is opgenomen dat de vrijstelling verband moet houden met de onmogelijkheid om aan
alle vereisten van de richtlijn te voldoen zonder het doel van het project in gevaar
te brengen. Het gaat daarbij om «uitzonderlijke gevallen», zoals respons op een civiele
noodsituatie. Voorbeelden van civiele noodsituaties die worden genoemd zijn overstromingen,
aardbevingen, industriële ongevallen, enz.
In het najaar van 2025 was er nog onvoldoende aanleiding om over te gaan tot het verlenen
van deze ongebruikelijke vrijstelling. Ik heb echter gezien de recente branden op
de stortplaats Lagun, het verzoek opnieuw beoordeeld mede aan de hand van deze nieuwe
feiten. Ik acht daardoor onverwijlde spoed voor beide wel noodzakelijk en wil daarom
een oplossing versnellen door vrijstelling van de MER-plicht. Ik ga er daarbij van
uit dat zaken goed in afstemming met omwonenden worden opgepakt. Het nieuwe stortcompartiment
voor het storten van niet gevaarlijke afvalstoffen moet onverwijld worden uitgevoerd
om ook op korte termijn merkbare verbeteringen te bereiken. Het Bestuurscollege heeft
mij op 9 februari jl. in aanvulling op het verzoek per brief bevestigd dat in het
nieuwe stortcompartiment geen asbest zal worden opgeslagen of begraven. Mijn besluit
is dan ook mede naar aanleiding van deze informatie.
Gegeven het debat over Selibon vanmiddag vind ik het passend u voorafgaand te informeren
over het feit dat ik vrijstelling van de MER-plicht zal verlenen. Ik zal het formele
besluit voor de verlening van de vrijstelling voor de MER-plicht voor de aanleg, inrichting
en ingebruikname van het nieuwe stortcompartiment evenals voor de overige activiteiten
waarvoor een aanvraag om een milieuvergunning is ingediend zo spoedig mogelijk aan
het Bestuurscollege van Bonaire versturen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen