Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201222343 nr. 279

22 343 Handhaving milieuwetgeving

25 834 Problematiek rondom asbest

Nr. 279 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 februari 2012

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu, die resteerden na het AO Risicobeleid d.d. 2 februari 2012 (asbest, toezicht, zwembaden), ingezonden bij brief van 8 februari 2012.

1

In antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Jansen (SP) d.d. 6 september 2011 (Aanhangsel Handelingen II 2011/12, nr. 289) over de sanering van de scholen de Boemerang en De Ploegschaar in Zaanstad, die zó slecht is uitgevoerd, dat hij overgedaan moest worden, gaf u aan dat er een strafrechtelijk onderzoek is gestart tegen het bedrijf. Wat was de uitkomst van dit onderzoek? Als het onderzoek nog loopt, kunt u de Kamer dan te zijner tijd informeren over de uitkomst van dit onderzoek en de conclusies die u daaraan verbindt?

Het strafrechtelijk onderzoek is nog gaande. Er is derhalve nog geen vervolgingsbeslissing genomen. Op dit moment kunnen geen nadere mededelingen over het onderzoek worden gedaan. U zult t.z.t. over de uitkomsten geïnformeerd worden.

2

Wat is precies de status van de 43 scholen waar asbest geïnventariseerd is, een acuut risico is vastgesteld, maar (nog) geen sanering is uitgevoerd?

De enquête is, zoals ik uw Kamer al heb meegedeeld, door ruim de helft van de scholen ingevuld geretourneerd. Over de andere helft kan ik derhalve geen uitspraken doen. Uit de enquête blijkt dat bij 483 van de scholen die gereageerd hebben asbest is aangetroffen waarbij geadviseerd is om direct (een deel van) het aangetroffen asbest te verwijderen. Tegelijkertijd blijkt uit de enquête dat uit 440 schoolgebouwen daadwerkelijk asbest verwijderd is. In dat laatste getal zijn ook scholen begrepen die niet behoren tot de categorie die het advies heeft gekregen om direct asbest te verwijderen.

Wat betreft de precieze cijfers over de locaties met een advies voor verwijdering vermeldt het rapport met de enquêteresultaten1 het volgende:

«In 281 gevallen is op basis van het advies uit het inventarisatierapport al het asbest verwijderd. In 144 locaties is een gedeelte van het asbest verwijderd. In 58 gevallen is nog geen asbest verwijderd. Hiervan geven 43 locaties aan al het asbest (of een deel daarvan) binnen een jaar te verwijderen. In de overige 15 gevallen wordt voorlopig geen asbest verwijderd.» 2

Er waren dus, op het moment dat de enquête werd afgenomen, onder de respondenten 58 schoollocaties waar het asbest nog niet was verwijderd, terwijl dat wel is geadviseerd. Hiervan hebben 15 schoollocaties aangegeven dat al het asbest binnen 1 jaar verwijderd wordt en 28 schoollocaties hebben aangegeven dat een deel van het asbest binnen 1 jaar verwijderd wordt.

Deze 43 schoollocaties die aangaven dat ze het asbest gaan verwijderen, gaven als voornaamste reden dat het asbesthoudende materiaal was verweerd, gebroken of beschadigd.

Er zijn 15 schoollocaties die in de enquête hebben aangegeven dat het asbest voorlopig niet verwijderd wordt. Er is niet gevraagd op welke termijn het asbest wel verwijderd wordt. In deze 15 gevallen is het asbest aangetroffen in de technische ruimten, in ventilatiekanalen, schoorsteen, in dakranden of als dakbedekking, in de afgesloten kruipruimte of in de buitenberging of schuur. Eén schoollocatie staat op de nominatie voor sloop.

De verantwoordelijkheid voor het inventariseren en saneren van asbest in scholen ligt bij de schoolbesturen. Zij hebben zicht op de feitelijke situatie en zijn in staat te beoordelen of per locatie de juiste maatregelen zijn getroffen. De betrokken bewindslieden, naast mijzelf ook de ministers van OCenW en SZW, appelleren steeds aan de eigen verantwoordelijkheid van betrokkenen. Wij stimuleren en ondersteunen deze verantwoordelijkheid middels de aanpak zoals met uw Kamer besproken op 2 februari jl. Om de informatievoorziening te verbeteren is het Landelijk asbestvolgsysteem in ontwikkeling. Voor mij is echter het enkele vermoeden dat er onder die 58 scholen een aantal kan zijn waar een acuut te saneren situatie onaangepakt blijft, voldoende reden de betreffende gemeenten daarvan op de hoogte te stellen. In die gevallen zou immers sprake zijn van het overtreden van regels die op gemeentelijk niveau gehandhaafd dienen te worden. Daarnaast attendeer ik de Inspectie Leefomgeving en Transport hierop, zodat zonodig middels interbestuurlijk toezicht wordt ingegrepen.

3

Wat gebeurt er als een corporatie zich niet houdt aan de procedures zoals beschreven in het handboek? Wat is hierbij uw verantwoordelijkheid?

Het Handboek Asbest van Aedes is een hulpmiddel voor corporaties om op een juiste manier met asbest om te gaan. Het handboek gaat uit van de wettelijke kaders en geeft praktische handvatten. Het niet volgen van een procedure uit het handboek levert op zich geen overtreding op, als daarmee niet tevens wet- of regelgeving wordt overtreden. Als wel sprake is van overtreding van wet- en regelgeving is het aan het betreffende bevoegd gezag om tot handhaving over te gaan.

4

In antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Jansen (SP) d.d. 19 augustus 2011 (Aanhangsel Handelingen II 2011/12, nr. 252) over de aansprakelijkheid van Eternit voor de kosten van asbestsanering gaf u onder meer aan dat u de landsadvocaat nader onderzoek zou laten doen in het licht van de uitspraak. Wat heeft dat onderzoek opgeleverd?

Dit onderzoek loopt nog. Zodra de resultaten bekend zijn zal ik uw Kamer inlichten.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J. J. Atsma


X Noot
1

Onderzoek asbest in scholen, AgenstschapNL, Bijlage bij Brief d.d. 26 januari 2012, TK 22 343, nr. 277.

X Noot
2

Onderzoek asbest in scholen, citaat uit paragraaf 3.4, pagina 15.