22 343 Handhaving milieuwetgeving

Nr. 277 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 januari 2012

Uw Kamer heeft mij gevraagd om te rapporteren over de voortgang van de asbestinventarisaties in scholen. Ik bied uw Kamer hierbij de rapportage «Onderzoek asbest in scholen» aan.1 Dit rapport geeft de resultaten van de enquête die het startpunt vormde van de aanpak asbest in scholen. Afgelopen april heeft uw Kamer de wens geuit dat alle schoolgebouwen vóór juli 2012 op asbest zijn geïnventariseerd2. In deze brief geef ik uw Kamer achtereenvolgens een overzicht van de aanpak, de enquêteresultaten en de vervolgacties.

Aanpak

In mei vorig jaar heb ik, samen met de VNG, PO-Raad en VO-raad, alle scholen uit het basis- en voortgezet onderwijs, alle schoolbesturen en alle gemeenten van Nederland benaderd en verzocht om hun schoolgebouwen op asbest te inventariseren.

Om scholen en gemeenten hierbij te ondersteunen heeft de rijksoverheid via AgentschapNL/ Kenniscentrum Infomil:

  • een website3 gelanceerd met specifieke informatie. De website geeft voorbeelden om een asbestinventarisatie aan te vragen en beslisdiagrammen om een inventarisatierapport te beoordelen en om de urgentie te bepalen waarmee tot sanering moet worden overgegaan. Daarom is een voorbeeld voor een standaard asbestbeheersplan opgenomen.

  • een Helpdesk ingericht waar scholen terecht kunnen met hun vragen. Er zijn door scholen en gemeenten ruim 560 vragen gesteld, vooral over de enquête, de kosten en de verplichting tot inventarisatie.

  • scholen uitgenodigd om hun inventarisatierapport te laten beoordelen. Als het rapport niet voldoet aan de eisen van de SC5404, wordt contact opgenomen met het inventarisatiebureau en de school.

Resultaten enquête

Om een eerste indruk te krijgen van de huidige asbestsituatie in scholen is aan de locatiebeheerders van alle 9 168 schoolgebouwen gevraagd om vóór 31 oktober 2011 een vragenformulier in te vullen via internet.1 Ruim de helft van de scholen (5 100 locaties) heeft daaraan gehoor gegeven.

Uit de enquête blijkt dat 79% van de scholen die de vragenlijst hebben geretourneerd een bouwjaar heeft van vóór 1994 (4 020 scholen). Van deze scholen zegt 40% (1 603 scholen) dat ooit een asbestinventarisatie is uitgevoerd en bijna de helft van deze inventarisaties (715 scholen) was recent (minder dan twee jaar geleden).

Bij 81% van de geïnventariseerde scholen is asbest aangetroffen (1 296 scholen). In 37% van deze gevallen werd geadviseerd om direct (een deel van) het aangetroffen asbest te verwijderen (483 scholen). In totaal is uit 440 van de geïnventariseerde schoolgebouwen (34%) daadwerkelijk asbest verwijderd. Voor welk deel (per locatie) kan niet uit de enquêteresultaten worden afgeleid.

Resultaten voortgang inventarisatie: onvoldoende capaciteit

Volledig inzicht in de feitelijke situatie is er pas zodra daadwerkelijk alle scholen op asbest zijn geïnventariseerd. We hadden daarvoor een jaar uitgetrokken: de deadline die uw Kamer en mij voor ogen stond was juli 2012.

Monitoring van de snelheid van inventariseren is lastig, omdat ik geen inzage kan hebben in alle asbestinventarisaties. Door informatie met name via de Helpdesk en de enquête weten we dat veel scholen en gemeenten naar aanleiding van de brief direct aan de slag zijn gegaan en inmiddels een asbestinventarisatierapport hebben. Tegelijk stel ik vast dat niet alle scholen actie ondernemen.

Een signaal dat mij via vastgoedeigenaren en de inventarisatiesector bereikt, is dat de gecertificeerde inventarisatiebureaus aan de grenzen van hun capaciteit zitten. Het inventariseren kan niet sneller, omdat de reguliere werkzaamheden, die bestaan uit verplichte inventarisaties voorafgaand aan verbouwing of slopen, gewoon doorlopen. Capaciteitsuitbreiding kost tijd vanwege het inwerken en opleiden van nieuwe mensen.

Concluderend moet ik vaststellen dat belangrijke stappen zijn gezet om de scholen asbestveilig te maken, maar dat het niet lukt om in juli 2012 alle scholen van vóór 1994 op asbest geïnventariseerd te hebben.

Einddoel: asbest verwijderd op elke school

Het einddoel ligt verder dan het inventariseren van alle scholen op asbest. Met alleen een inventarisatie is het asbestprobleem immers niet opgelost. Op basis van het asbestinventarisatierapport moet dan ook direct beslist worden over het verwijderingspad: vroeger of later moet het asbest worden verwijderd.

Indien het asbest op een verkeerde plaats zit, moet het direct worden verwijderd. Als er renovatieplannen zijn, moet het asbest daaraan voorafgaand worden verwijderd. In geval het asbest op een plaats zit waar het geen gezondheidsrisico vormt (de vezels zitten hechtgebonden in niet beschadigd, niet verweerd bouwmateriaal), dan kan een zogenaamd asbestbeheersplan worden gemaakt. In het asbestbeheersplan geeft de gebouweigenaar aan waar het asbest aanwezig is, hoe werknemers en andere gebruikers van het gebouw op de aanwezigheid van asbest gewezen worden, hoe jaarlijks eventuele slijtage en verwering van het asbest gemonitord wordt en wanneer het asbest zal worden gesaneerd. Er dient bovendien een calamiteitenplan te zijn.

De «Asbestvrijverklaring» bestaat niet

Naar aanleiding van de beraadslaging over asbest in (school)gebouwen heeft uw Kamer de gewijzigde motie De Mos/ Paulus Jansen6 aangenomen. De motie verzoekt de regering er voor te zorgen dat voortaan een «asbestvrijverklaring« alleen nog wordt afgegeven voor gebouwen die ook echt helemaal asbestvrij zijn.

Ik kan niet genoeg benadrukken dat «de asbestvrijverklaring» niet bestaat. Een dergelijke garantie zou alleen gegeven kunnen worden voor nieuwbouw. Het asbest kan in bestaande gebouwen immers op een onbekende plaats in de constructie zijn verwerkt.

In de nieuwe certificatieschema’s die op 13 oktober 2011 in de Staatscourant zijn gepubliceerd en op 1 februari a.s. in werking treden zijn eisen opgenomen voor een nieuw type asbestinventarisatie, de zogenoemde Type G asbestinventarisatie. Bij deze asbestinventarisatie wordt behalve de volledige inventarisatie van alle direct waarneembare asbest in een gebouw ook een inschatting gemaakt van de risico’s bij normaal gebruik. Eigenaren of beheerders van gebouwen kunnen opdracht geven tot een type G asbestinventarisatie, met als voordeel dat een gecertificeerd inventarisatiebedrijf de inventarisatie uitvoert volgens een voorgeschreven protocol. Op die manier wordt invulling gegeven aan de strekking van de motie.

Vervolgacties en monitoring

VNG, PO-raad en VO-raad sporen hun leden aan om over te gaan tot asbestinventarisatie. Daar zal het feitelijk moeten gebeuren. Op rijksniveau blijf ik het daar maximaal haalbare doen door gedurende 2012, via AgentschapNL/ Kenniscentrum Infomil, de scholen te blijven ondersteunen met de Helpdesk en de website en met de kwaliteitsbeoordeling van asbestinventarisaties.

Met de aanpak in het afgelopen half jaar is een beweging in gang gezet. Het is nu zaak dat eigenaren van schoolgebouwen doorpakken. Omdat de tussenstand mij nog onvoldoende tevreden stelt, vind ik het belangrijk om op rijksniveau de voortgang nadrukkelijker te bewaken. Monitoring is echter nog lastig, omdat ik op dit moment geen inzage heb in de resultaten van de inventarisaties. Dat verandert door de invoering van het Landelijk Asbestvolgsysteem medio 2012. Conform het nieuwe certificatieschema voor inventariseerders (SC540) zijn inventarisatiebureaus verplicht om hun inventarisaties in te voeren in het Landelijk Asbestvolgsysteem. Zodra het Landelijk Asbestvolgsysteem operationeel is, kan automatisch gevolgd worden welke locaties zijn geïnventariseerd. Ik heb opdracht gegeven om deze locaties letterlijk op de kaart te zetten.

Transparantie door een Asbestkaart voor scholen

Op 26 januari presenteer ik de Atlas Leefomgeving. Dit is een digitale kaart van Nederland waarin Rijk en lokale overheden gezamenlijk milieu-informatie over de leefomgeving (luchtkwaliteit, geluid en groen) ontsluiten via kaarten op Internet. Om uw Kamer en ook ouders en leerkrachten inzage te verschaffen in de voortgang van de inventarisaties in scholen, heb ik opdracht gegeven voor het maken van een zogenaamde Asbestkaart die via de Atlas Leefomgeving is op te vragen.

Op de Asbestkaart zijn alle schoolgebouwen gemarkeerd. Met kleuren wordt aangegeven of het gebouw al dan niet asbestverdacht is en of er een asbestinventarisatie plaatsvond. Ouders en leerkrachten kunnen daarmee zelf vaststellen of de school zijn verantwoordelijkheid neemt. Voor inzage in het inventarisatierapport of nadere informatie over de specifieke asbestsituatie en het beheersplan moeten zij contact opnemen met de schooldirectie.

De eerste Asbestkaart is gebaseerd op de enquêteresultaten (momentopname van 31 oktober 2011). Vanaf het moment dat het Landelijk Asbestvolgsysteem operationeel is en gekoppeld wordt aan de Atlas Leefomgeving, naar verwachting tweede helft 2012, wordt direct zichtbaar op de kaart wanneer een schoolgebouw door een gecertificeerd bedrijf is geïnventariseerd.

Ik verwacht dat via de Asbestkaart ook ouders en werknemers van de individuele scholen aanspreken en aansporen tot het doen van een inventarisatie. Met deze transparantie verwacht ik de ingezette beweging tot het doen van een asbestinventarisatie verder te versnellen. Bovendien zal de Asbestkaart het asbestbewustzijn vergroten bij ouders, leerkrachten, onderhoudspersoneel en gebouweigenaren.

Concluderend

De beoogde deadline om in juli 2012 alle scholen op asbest geïnventariseerd te hebben, kan in praktijk niet worden gehaald. Maar er is een beweging in gang gezet tot het inventariseren van schoolgebouwen. Met de invoering van het Landelijk Asbestvolgsysteem en de Asbestkaart kan vanaf medio 2012 de voortgang van de asbestinventarisaties worden gevolgd en wordt de druk op de inventarisaties zodoende verhoogd.

Het is voor mij niet acceptabel als er eigenaren van schoolgebouwen zouden zijn die niet inventariseren en niet vastleggen welke beheersmaatregelen worden genomen en welk verwijderingspad ze toepassen. Als ik over een jaar de indruk heb dat er nog scholen zijn die geen aanstalten hebben gemaakt tot het doen van een inventarisatie, ben ik voornemens om alsnog over te gaan tot een verplichte asbestinventarisatie voor scholen. Ik zal uw Kamer over een jaar rapporteren over de voortgang die blijkt uit het Asbestvolgsysteem.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J. J. Atsma


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Motie Koşer Kaya en Van Veldhoven, 16 februari 2011, TK 22 343, nr. 251.

X Noot
4

Staatscourant 2011 nr. 22513, 22 december 2011, Bijlage 1.

X Noot
6

Motie De Mos/Jansen, 17 februari 2011, TK 22 343, nr. 254.

Naar boven