Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201122343 nr. 258

22 343 Handhaving milieuwetgeving

Nr. 258 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 17 juni 2011

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over de brief van 16 maart 2011 inzake de reactie op de motie Poppe/Boelhouwer (Kamerstuk 22 343, nr. 246) betreffende gegaste containers (Kamerstuk 22 343, nr. 255).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 16 juni 2011. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Snijder-Hazelhoff

De griffier van de commissie,

Sneep

1

Waarom spreekt u van beheersing van risico's in plaats van voorkomen van risico's?

In Rotterdam komen ongeveer vijf miljoen containers per jaar binnen. Deze zijn afkomstig uit tientallen havens, van duizenden exporteurs en tienduizenden individuele leveranciers. Het is onmogelijk te garanderen dat elke container veilig is. Maar die risico’s moeten wel zoveel mogelijk worden teruggedrongen door afspraken tussen ontvangende bedrijven en exporteurs. Dat betekent dat werkgevers maatregelen moeten nemen om de resterende risico's zodanig te beheersen dat er geen gevaarlijke situaties ontstaan bij het openen van de containers. Dit laatste is ook de inzet van de inspanningen van werkgevers en werknemers gezamenlijk in het Platform Gassen in Containers.

Een situatie zonder uitdampende containers is niet reëel omdat ondanks alle voorzorgen containers onverwacht toch gegast kunnen zijn of omdat in sommige gevallen de lading van de container toch gassen afgeeft.

2

Kunt u aangeven wat volgens u het duidelijke effect van de aandacht voor dit onderwerp, waarop u wijst in uw brief, volgens u is?

Het effect van de aandacht van de overheid voor de gevaren van geïmporteerde containers is dat bij het bedrijfsleven en werknemers een toegenomen bewustzijn is van de risico’s. Bedrijven werken nu samen met gasmeetbedrijven en de FNV aan betere methoden voor het meten en ontgassen van containers. Enkele voorbeelden van resultaten van het Platform Gassen in Containers zijn:

  • Er wordt door het Platform gewerkt aan de totstandkoming van een protocol voor het behandelen van containers. Dit protocol is bijna gereed.

  • Er wordt gewerkt aan een Nederlands technische afspraak (NTA norm) voor opleidingseisen en opleidingen voor gasmeetkundigen, het bemeten van containers, de wijze van ontgassen van containers.

  • Met het Nederlands Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) is een meldpunt ingericht.

  • Er wordt gewerkt aan het inrichten van een database met informatie over gevonden gassen.

Voorbeelden van individuele bedrijven die maatregelen hebben genomen zijn:

  • Een aantal bedrijven heeft met succes afspraken gemaakt met leveranciers om de problematiek bij de bron op te lossen.

  • Een aantal bedrijven heeft inmiddels een aantal meetploegen opgestart die volledig bezig zijn met het permanent meten van alle binnenkomende containers. Eventuele risico's worden hierdoor flink teruggedrongen en op deze wijze zijn bij die bedrijven circa 50 000 containers gemeten.

  • De operatie Tegengas heeft er voor gezorgd dat importeurs van noten hun inkomende ladingen bemeten.

Diverse bedrijven hebben concrete initiatieven genomen om gassingen overbodig te maken of het onbedoeld vrijkomen van schadelijke gassen te beperken zoals het vervangen van houten pallets door kunststof pallets, het terugdringen van lijmen met schadelijke oplosmiddelen of verandering van grondstoffen of zelfs producten.

Los hiervan heeft de Arbeidsinspectie geconstateerd dat het aantal bedrijven dat op een zorgvuldige manier te werk gaat bij het openen van containers is gestegen van 2% in de jaren 2002/2003 tot 40% in 20102.

3

Welk percentage van de containers, die in Nederlandse havens binnenkomen, is nog gegast? Hoe verhoudt zich dit tot het percentage gegaste containers in de havens van Hamburg en Antwerpen?

Het exacte antwoord op deze vraag kan voor de Nederlandse situatie niet gegeven worden. Gegevens over aantallen containers die al dan niet gegast zijn worden niet systematisch bijgehouden. De actie Tegengas geeft wel een indruk, al dient daarbij te worden opgemerkt dat de containers die zijn geselecteerd voor de actie Tegengas, geen representatief beeld geven van de totale containerstroom. Uit de actie Tegengas komt het beeld dat circa twee procent van de containers actief gegast is.

Uit informatie van de Duitse Arbeidsinspectie blijkt dat circa twee procent van de containers die in de haven van Hamburg binnenkomen actief gegast is. Daarbij moet worden opgemerkt dat niet bekend is hoe dit in Hamburg precies is vastgesteld. Er is bij de Inspectiediensten geen informatie over de situatie in Antwerpen bekend.

4

Welk percentage van die gegaste containers is nog onnodig gegast? Hoe verhoudt zich dit tot de resultaten van de metingen in de havens van Hamburg en Antwerpen?

Er is mij geen informatie bekend over de aantallen containers die onnodig gegast worden. Aangezien uit de rapportages van de actie Tegengas 2009 en 20103 blijkt dat circa 2% van de containers actief gegast is, zal het aantal onnodig gegaste containers minder dan circa 2% bedragen.

5

Hoeveel exporteurs, die via Nederlandse havens transporteren, hebben aantoonbaar verandering aangebracht in het aantal gassingen en de wijze van gassing? Hoe verhoudt zich dat tot de resultaten in Hamburg en Antwerpen?

Uit de analyse van RIVM blijkt dat het aantal actief gegaste containers een dalende trend lijkt te laten zien. Er zijn bij de Inspecties geen gegevens over meerdere jaren bekend uit Hamburg of Antwerpen zodat er geen vergelijking mogelijk is met die havens.

6

Op welke wijze is wet- en regelgeving dusdanig aangepast, dat containers die in de haven worden tegengehouden, waarvan de lading niet meer gasvrij te verklaren is, niet meer kunnen worden ingevoerd?

Zoals in de rapportages van de acties Tegengas is aangegeven is de operatie Tegengas uitgevoerd op basis van de bestaande wet- en regelgeving. Vooral de zorgplicht van de Wet milieubeheer is daarbij gebruikt als grond voor het tegenhouden van containers die te veel gas bevatten. Op grond van de eisen in de Warenwet kon in één geval een ladingbelanghebbende een gedeelte van een containerlading niet op de markt brengen. Deze heeft vervolgens besloten om dit deel van de lading te laten vernietigen.

7

Waarom zal worden gewerkt met een nieuw op te stellen protocol en wordt geen gebruik gemaakt van de richtlijn meten en gasvrij verklaren van ladingen in schepen en containers waarmee de VROM-Inspectie tot aan de actie Tegengas zo succesvol toezicht hield en handhavend optrad?

Het bedrijfsleven is zelf verantwoordelijk voor het op de juiste wijze meten van containers en zo nodig veilig ontgassen, teneinde invulling te geven aan de verplichtingen die volgen uit het arbeidsomstandighedenbesluit. Door het bedrijfsleven zelf een protocol te laten ontwikkelen wordt bewerkstelligd dat de werkwijze optimaal aansluit op de bedrijfsprocessen. Bovendien heeft het opstellen van een nieuw protocol het voordeel dat alle technologische ontwikkelingen en nieuwe inzichten daarin worden meegenomen. De ervaringen met de Richtlijn van de VROM-Inspectie uit 2007 is daarbij door het bedrijfsleven benut.

8

Kunt u aangeven hoeveel containers er in 2010 zijn gecontroleerd en op basis van welke methode deze zijn geselecteerd?

In 2010 zijn in het kader van de actie Tegengas 1 007 containers in de Rotterdamse haven gecontroleerd. Daarnaast zijn containers gecontroleerd in het kader van bijvoorbeeld de reguliere douanecontroles. Ook bedrijven controleren zelf grote aantallen containers op de aanwezigheid van schadelijke gassen. Er bestaan geen statistieken waaruit blijkt hoeveel containers met te veel gas door bedrijven zelf worden aangetroffen.

In het kader van de actie Tegengas zijn twee selectiemethoden toegepast. Een selectie op basis van goederensoorten en landen van herkomst (834 containers) en een aselecte steekproef (173 containers).

Daarnaast heeft de Arbeidsinspectie in 2010 inspecties verricht bij 392 bedrijven in ons land waar containers worden ontvangen om te worden gelost (zie voetnoot bij antwoord op vraag 2).

9

Hoeveel meldingen van werknemers die gezondheidsklachten hebben als gevolg van blootstelling aan gas uit containers zijn de afgelopen twee jaar binnengekomen? Hoe verhoudt zich dit tot het aantal meldingen in Antwerpen en Hamburg?

De Arbeidsinspectie heeft de afgelopen 2,5 jaar (sinds 1 januari 2009) in totaal 23 meldingen ontvangen waarbij sprake was van het vermoeden van mogelijke blootstelling van werknemers aan gassen en/of dampen uit containers. Daarbij ging het om 16 klachten en 7 ongevallen (al dan niet meldingsplichtig). De klachten zijn ingediend door (ex)werknemers en collega-inspectiediensten (waaronder brandweer en/of politie).

De Duitse arbeidsinspectie heeft aangegeven dat bij hen geen gevallen bekend zijn van werknemers die in de haven van Hamburg gezondheidsklachten hebben gekregen als gevolg van blootstelling aan gassen in containers.

De Inspectiediensten hebben geen gegevens vanuit de haven van Antwerpen ontvangen.

10

Kunt u aangeven hoe na het aannemen van de tweede motie Poppe/Boelhouwer uit 2010 de actie Tegengas is aangepast aan de wens van de Kamer?

De selectiemethode die werd toegepast na het aannemen van de eerste motie, was al gericht op het vinden van een zo hoog mogelijk percentage containers met een te hoge concentratie gevaarlijke gassen. De selectie was echter ook gericht op goederen die relevant zijn voor de consument. Daarbij was ook de gedachte dat voor het bereiken van het gewenste effect bij het bedrijfsleven een vrij breed spectrum aan goederensoorten nodig was. In die zin was een bijstelling van de selectiemethode niet noodzakelijk.

In de brief van 16 april 20104 is ook ingegaan op het tweede aspect van de motie, het niet vrijgeven van een container voor er een definitieve gasvrijverklaring is, waarbij werd aangegeven dat een definitieve gasvrijverklaring niet mogelijk is.

11

Hoeveel van de in 2010 gecontroleerde containers waren gegast? Hoeveel daarvan bevatte bewust toegediende gassen en hoeveel daarvan uitgedampte gassen?

In 2010 werden in het kader van de actie Tegengas 115 containers aangetroffen met concentraties gas boven de signaleringswaarde, waarvan 7 bewust of actief gegast waren en 108 containers waar sprake was van uitdampende lading. Deze getallen zijn exclusief de containers waarin uitsluitend formaldehyde werd aangetroffen.

12

Kunt u aangeven welke maatregelen er genomen dienen te worden door werkgevers en werknemers voorafgaand aan het openen van containers? Aan welke voorschriften moeten zij zich houden?

Werknemers moeten zich houden aan de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in artikel 3.5g lid 1 en 2 van het arbeidsomstandighedenbesluit. De tekst van dit artikel luidt:

Artikel 3.5g. Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie

1. Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op een plaats of in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, betreedt de werknemer die plaats of ruimte niet voordat uit een onderzoek is gebleken dat het gevaar niet aanwezig is.

2. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de werknemers die plaats of die ruimte zonder de gevaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen betreden.

Als uit het (voor)onderzoek – zoals bedoeld in artikel 3.5g – blijkt dat in de container zich gassen/dampen bevinden in een concentratie die hoger is dan de grenswaarde voor de betreffende stof(fen), moet de container mechanisch of op natuurlijke wijze worden geventileerd.

13

Als een container niet gasvrij verklaard kan worden, vormt deze dan per definitie een gevaar voor de volksgezondheid van werknemers en consumenten en een belasting voor het milieu?

Als de werkgever zich houdt aan het gestelde in artikel 3.5g en doeltreffende maatregelen heeft genomen om zijn werknemers te beschermen, bestaat er geen gevaar. Met uitzondering van de ozonlaag aantastende stof methylbromide zijn er geen milieueffecten te verwachten van de stoffen die in de containers worden aangetroffen.

Als de eigenaar van de containergoederen zich ervan heeft vergewist dat het product of de producten bij het aanbieden aan de consument in de detailhandel de concentratie van de aangetroffen gevaarlijke stof(fen) zodanig laag is dat deze geen risico oplevert voor de gezondheid van de consument, bestaat er ook op dat punt geen gevaar.

Het bedrijfsleven is ervoor verantwoordelijk dat de producten die het op de markt brengt, veilig zijn.

14

Dient een container die niet gasvrij te verklaren is, conform de wil van de kamer, gestuit en vernietigd dan wel teruggestuurd te worden? Zo ja, waarom gebeurt dat dan niet?

De doelstelling van de actie Tegengas was dat het bedrijfsleven zorgt voor een situatie waarin de containerstroom veilig is. Zoals ook in de rapportages van de actie Tegengas 2009 en 2010 is aangegeven, kon in totaal in vier gevallen de lading of de container niet gasvrij worden gemaakt (dat wil zeggen dat binnen een periode van enkele maanden gedurende enkele dagen de concentraties beneden de signaleringswaarden voor toxische gassen bleven). In die gevallen is de lading teruggestuurd of (deels) vernietigd.

15

Op basis van welke lessen uit het verleden in dit dossier baseert u de veronderstelling dat het bedrijfsleven, met een economisch belang bij de te importeren goederen, haar verantwoordelijkheid neemt en altijd de juiste afweging zal maken als het gaat om risico’s ten aanzien van volksgezondheid en milieu?

In de acties Tegengas van 2009 en 2010 was slechts 1 van de 24 actief gegaste containers op de juiste wijze voorzien van waarschuwingen. Dit toont aan dat exporteurs niet altijd de risico’s voor werknemers in de ontvangende landen laten prevaleren.

Aan de andere kant blijkt uit de inspectieprojecten die de Arbeidsinspectie uitvoert dat het aantal bedrijven in Nederland dat containers op een veilige manier opent, gestaag toeneemt.

Ik heb er vertrouwen in dat het grootste deel van het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid neemt of zal nemen, al zal toezicht, voornamelijk op naleving van het arbeidsomstandighedenbesluit en veiligheid van consumentengoederen, nodig blijven. Zie hiertoe eveneens mijn antwoord op vraag 21.

De ervaring leert dat verbetering van naleving daarnaast vooral wordt bereikt door via voorlichting of andere stimulerende acties het grootste deel over de streep te trekken en via handhavend optreden het resterende deel daartoe te bewegen.

16a

Als het niet de rol van de Rijksoverheid is om een gasvrijverklaring af te geven, is het dan wel de rol van de overheid om toezicht te houden op het naleven van die verplichting door het bedrijfsleven?

Er bestaat geen verplichting voor het gasvrijverklaren van containers. Wel is er een verplichting zodanig maatregelen te nemen dat containers of hun inhoud geen gevaren opleveren voor de werknemers, het milieu of consumenten. Zie ook vraag 12.

16b

Als uit het toezicht blijkt dat bedrijven zich niet aan die verplichting houden, hoe wordt dan gegarandeerd dat de containers niet doorgelaten worden totdat ze geen gevaar meer vormen?

Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op de vorige vraag, is er geen sprake van een dergelijk verplichting. In de antwoorden op vraag 12 en 15 ben ik al ingegaan op de wettelijke verplichtingen en hoe de overheid toeziet op de naleving daarvan.

In het kader van de actie Tegengas zijn bedrijven verplicht om de container te ontgassen en zijn de ontvangende bedrijven zoveel als mogelijk bezocht voor de container werd doorgelaten, zodat de Arbeidsinspectie of de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit zich er van kon vergewissen dat een bedrijf de juiste maatregelen treft bij het openen van containers en het op de markt brengen van de goederen uit de container.

16c

Wie bepaalt in dat laatste geval dan of ze al dan niet gasvrij te verklaren zijn?

In het kader van de actie Tegengas zijn containers vastgehouden om ervoor zorg te dragen dat gedurende enkele dagen de concentraties gassen in de container niet boven de signaleringswaarde kwam. Het verantwoordelijke bedrijf diende een gasvrijverklaring aan te leveren om aan te tonen dat de container gasvrij was gemaakt.

17

Gelet op de activiteiten van het Platform Gassen in Containers en van individuele bedrijven, mag verwacht worden dat in de nabije toekomst een duidelijke verbetering van de situatie rond gegaste containers zal optreden. Welk doel is precies gesteld?

Het Platform houdt zich bezig met het verbeteren van de kwaliteit van de situatie in de containerketen. Het heeft zich ten doel gesteld te komen tot protocollen voor arbodiensten, een advies voor het organiseren van een RI&E, opleidingseisen, gasvrijverklaring en normtijden voor het ontluchten, alsook een meldpunt. Deze doelen worden in 2011 gerealiseerd.

Een belangrijk doel is om al in het land van herkomst te voorkomen dat containers worden gegast, dat producten worden verscheept terwijl ze nog onvoldoende uitgedampt zijn of dat stoffen worden toegepast in producten die schadelijke effecten kunnen veroorzaken bij uitdampen (bv. schadelijke oplosmiddelen in lijmen). Samen met inkopers van bedrijven die dit inmiddels adequaat hebben geregeld worden daartoe standaardcontracten opgesteld.

Het Platform spant zich in om de resultaten van hun activiteiten, zoals de protocollen en adviezen bij zoveel mogelijk bedrijven onder de aandacht te brengen als best practice. Het is aan de individuele bedrijven om dit in te voeren.

18

Is een situatie zonder uitdampende containers reëel? Waarom wel/niet?

Zie antwoord op vraag 1.

19

Welke rol speelt de VROM-Inspectie in de door u voorgestelde voortzetting van de controles in de haven? Hoe wordt invulling gegeven aan de aan de Kamer toegezegde leidende rol van deze inspectie in het toezicht en de handhaving op gegaste containers?

De VROM-Inspectie heeft conform de toezeggingen aan uw Kamer, een coördinerende en uitvoerende rol gehad in de actie Tegengas.

Nu deze actie is afgerond, heeft de VROM-Inspectie geen coördinerende taken meer rondom de import van containers.

20

Hoe verhouden de trends in de resultaten van Nederlandse meetcampagnes zich tot de trends die waargenomen zijn in de havens van Hamburg en Antwerpen?

Er zijn mij geen trendonderzoeken uit Hamburg en Antwerpen bekend. Het RIVM onderzoek naar de vergelijking van meetcampagnes laat zien dat het aantal gegaste containers in Hamburg in dezelfde orde van grootte is als in Nederland wordt gemeten. De Duitse Arbeidsinspectie geeft aan dat het aantal gassingen laag is en dat er geen trend waarneembaar is dat er minder gegast wordt.

21

Welke zijn precies de handhavingsafspraken die in de geest van de motie Poppe/Boelhouwer zijn gemaakt?

In mijn brief van 16 maart 20115 ben ik ingegaan op de wijze waarop de handhaving na het afronden van de actie Tegengas is geregeld. De bestaande informatie-uitwisselingstructuur wordt voortgezet. Dit betekent onder meer dat als de diensten in de haven, de Douane en de IVW, bij hun reguliere controles een container aantreffen met concentraties boven de interventiewaarden, zij de beschikbare gegevens hierover doorgeven aan de Arbeidsinspectie en de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit.

De Arbeidsinspectie gebruikt deze informatie waar nodig en mogelijk voor haar inspectiedoeleinden. De reguliere inspectieactiviteiten van de Arbeidsinspectie – die gericht zijn op bedrijven in ons land die containers lossen – worden voortgezet in 2011.

De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit heeft, om een risicoafweging ten behoeve van het wel of niet nemen van een vervolgactie te kunnen maken, ook concrete meetgegevens nodig. Deze kunnen op dit moment nog niet worden doorgegeven omdat de Douane geen eigenaar is van deze gegevens en ze daarom niet zonder meer kan doorgeven. Naar verwachting wordt dit probleem op korte termijn opgelost waarna ook de nVWA deze informatie waar nodig kan gebruiken voor haar inspectiedoeleinden.

22

Onderkent u dat u de doelen van de actie Tegengas wel erg vrij interpreteert, gezien het door de Kamer beoogde doel van de door de Kamer aangenomen motie van de leden Poppe en Boelhouwer om een schokeffect naar landen van herkomst teweeg te brengen, zodat overmatig en onnodig gassen wordt voorkomen, en gegaste containers in de haven legen te houden en wet- en regelgeving aan te scherpen, zodat containers die als gevolg van gassingen een gevaar voor volksgezondheid en milieu vormen, in de haven tegengehouden, teruggestuurd dan wel vernietigd kunnen worden?

De doelen van de motie worden door mij volledig onderschreven. Exporteurs van containers werken veelal in opdracht van Nederlandse importeurs. Op de circa 2000 containers die ons land in 2009 en 2010 zijn gecontroleerd in het kader van de actie Tegengas zijn vier containers aangetroffen die niet ontgast konden worden.

Het beoogde schokeffect is via de actie Tegengas gerealiseerd door actie te ondernemen richting de Nederlandse ladingbelanghebbenden die invloed kunnen uitoefenen op de exporteurs van de containers.

Zoals ook werd verwacht zijn de percentages uitdampende containers in de haven nog niet direct teruggelopen, maar het aantal bedrijven dat hun containers veilig ontgast is wel sterk toegenomen. Aangezien bedrijven die kosten eenvoudig kunnen besparen door maatregelen in de keten te nemen zal ook het aantal containers dat gegast of uitdampend in onze havens arriveert minder worden.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dijksma, S.A.M. (PvdA), Gent, W. van (GL), Snijder-Hazelhoff, J.F. (VVD), voorzitter, Slob, A. (CU), Aptroot, Ch.B. (VVD), Samsom, D.M. (PvdA), Jansen, P.F.C. (SP), Koppejan, A.J. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Ouwehand, E. (PvdD), Rouwe, S. de (CDA), Bashir, F. (SP), Mos, R. de (PVV), Tongeren, L. van (GL), Monasch, J.S. (PvdA), Dekken, T.R. van (PvdA), Dijkgraaf, E. (SGP), Veldhoven, S. van (D66), Koolmees, W. (D66), ondervoorzitter, Jong, L.W.E. de (PVV), Huizing, M.E. (VVD), Leegte, R.W. (VVD) en Werf, M.C.I. van der (CDA).

Plv. leden: Groot, V.A. (PvdA), Braakhuis, B.A.M. (GL), Houwers, J. (VVD), Wiegman-van Meppelen Scheppink, E.E. (CU), Lucas-Smeerdijk, A.W. (VVD), Smeets, P.E. (PvdA), Gerven, H.P.J. van (SP), Haverkamp, M.C. (CDA), Bontes, L. (PVV), Thieme, M.L. (PvdD), Bochove, B.J. van (CDA), Ulenbelt, P. (SP), Agema, M. (PVV), Grashoff, H.J. (GL), Plasterk, R.H.A. (PvdA), Jacobi, L. (PvdA), Staaij, C.G. van der (SGP), Ham, B. van der (D66), Verhoeven, K. (D66), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Boer, B.G. de (VVD), Lodders, W.J.H. (VVD) en Koopmans, G.P.J. (CDA).

X Noot
2

Factsheet «Gassen in importcontainers 2010» (Inspectieproject A972), www.arbeidsinspectie.nl (onder publicaties).

X Noot
3

Brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, TK 22 343, nr. 255, 16 maart 2011 en Brief van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieu, TK 22 343, nr. 242, 12 februari 2010,

X Noot
4

22 343, nr. 245 Brief van de minister van VROM aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, 16 april 2010.

X Noot
5

Brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, TK 22 343, nr. 255, 16 maart 2011