22 343 Handhaving milieuwetgeving

Nr. 245 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2010

Tijdens het VAO Handhaving en gegaste containers op 8 april 2010 (AO van 18 februari 2010 (kamerstuk 22 343, nr. 243) dienden de leden Poppe en Boelhouwer een motie in (22 343, nr. 244) inzake gegaste containers.

In de motie verzoeken de leden Poppe en Boelhouwer een selectiemethode toe te passen waardoor de pakkans zo groot mogelijk wordt en containers niet vrij te geven voordat sprake is van een definitieve gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen.

Tijdens het debat heb ik aangegeven het eerste deel van de motie over de pakkans als een ondersteuning van het beleid te zien. Voorts heb ik aangegeven het tweede deel van de motie over de gasvrijverklaring ook als ondersteuning van het beleid te beschouwen indien het woord definitief afwezig is omdat er nooit sprake kan zijn van definitief gasvrij.

Tijdens het debat over de strekking van de motie heb ik toegezegd spoedig met een schriftelijke reactie te komen op de motie die ik u bij deze doe toekomen.

Selectiemethode

Tijdens het VAO heb ik aangegeven dat de gehanteerde selectiemethode gericht is op het zo groot mogelijk maken van de pakkans. De vraag werd gesteld of dit ook geldt voor de 500 containers die door de Douane en de 150 containers die door de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) worden geselecteerd.

Tijdens het AO van 18 februari 2010 had ik al toegezegd om nader aan te geven welke selectiemethoden hebben geleid tot het aantreffen van zeventien gegaste containers in 2009. In het onderstaande zal ik beide zaken verduidelijken.

In 2009 is gewerkt met een gasprofiel (selectie op basis van type lading en land van herkomst) op basis waarvan containers werden geselecteerd voor controle door een van de inspectiediensten in de haven.

Alle 735 containers die de Douane in 2009 voor deze actie selecteerde, voldeden aan het gasprofiel. Van 450 van deze 735 containers gold bovendien dat deze ook voldeden aan het risicoprofiel dat de Douane heeft opgesteld voor de controle op Douaneregelgeving (fiscaal en niet-fiscaal). Ook alle 256 containers die de VROM-Inspectie controleerde voldeden aan het gasprofiel. Totaal zijn daarmee 991 containers geselecteerd op basis van het gasprofiel.

De IVW controleerde 62 containers die voldeden aan het gevaarlijke stoffenprofiel. Dit profiel is gericht op de kans dat een hoge concentratie gevaarlijk gas ontstaat door lekkage in verpakkingen van gevaarlijke stoffen.

In onderstaand overzicht zijn de gehanteerde selectieprofielen met resultaten weergegeven. Hieruit blijkt dat ook bij het gevaarlijke-stoffenprofiel een actief gegaste container is aangetroffen.

Profiel

Aantal containers

Actief gegast

Uitdampende lading, boven de grenswaarde

Totaal actief gegast en uitdampende lading

Gasprofiel (VROM-Inspectie)

256

11

15

26

Gasprofiel (Douane)

735

5

50

55

Gevaarlijke-stoffenprofiel (IVW)

62

1

24

25

Totaal

1053

17

89

106 (10%)

Ik constateer dan ook, dat ook de containers die door de douane gecontroleerd zijn, geselecteerd zijn op basis van het gasprofiel. Vandaar mijn constatering dat al in 2009 gestreefd werd naar een zo groot mogelijke pakkans.

Uiteraard zal deze werkwijze in 2010 worden voortgezet zodat ik meen te kunnen constateren dat de motie het bestaande beleid ondersteunt.

Definitieve gasvrijverklaring

In de motie wordt tevens verzocht om containers niet vrij te geven voordat er sprake is van een definitieve gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen. Tijdens het VAO heb ik aangegeven dat er geen sprake kan zijn van een definitieve gasvrijverklaring. Na het ontgassen en het sluiten van de container blijft er namelijk nog een kans bestaan dat bijvoorbeeld door uitdamping van gevaarlijke gassen uit de producten naderhand weer een hoge concentratie in de container kan ontstaan. Een gasvrijverklaring heeft daarom een beperkte houdbaarheid.

De heer Poppe deed de suggestie een onderscheid te maken in gasvrijverklaringen voor containers waarin gasvormige bestrijdingsmiddelen aanwezig waren en gasvrijverklaringen voor containers met uitdampende lading.

In het algemeen geldt dat het gasvrij maken en het opstellen van een gasvrijverklaring een verantwoordelijkheid is voor het bedrijfsleven. Dit gebeurt dagelijks voor grote aantallen containers. Momenteel is hiervoor geen standaard methode beschikbaar en werkt het Platform dat bestaat uit vakbond en bedrijfsleven, onder andere aan het opstellen en implementeren van een protocol om te komen tot een eenduidige werkwijze voor het gasvrij maken en verklaren van containers. Een gasvrij verklaring betekent niet dat een container definitief gasvrij is. Het definiëren van een gasvrijverklaring voor bestrijdingsmiddelen zou een extra element toevoegen aan de thans gebruikelijke werkwijzen bij het gasvrij maken van containers.

Een tweede aspect is dat het in de praktijk niet in alle gevallen mogelijk is om eenduidig vast te stellen of er sprake is van een gegaste container of dat er sprake is van een container met een lading die stoffen uitdampt zonder dat er sprake is van een gassing met bestrijdingsmiddelen. Sommige gassen kunnen namelijk in beide situaties voorkomen. Een ander aspect is dat een bestrijdingsmiddelgas kan worden aangetroffen dat afkomstig is van een eerder gebruik van de container of het verpakkingsmateriaal en daaruit is uitgedampt.

Daarom wordt naast het soort gas ook gekeken naar kenmerken die erop wijzen of een container actief is gegast, zoals afgeplakte ventilatieroosters.

Er kan met andere woorden niet altijd met zekerheid gesteld worden of een container giftige stoffen als bestrijdingsmiddel zijn gebruikt.

Ik kom hiermee tot mijn eindconclusie dat een definitieve gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen naast een andere gasvrijverklaring die niet definitief is, niet ten goede komt aan de wens om eenduidig te zijn. Het bedrijfsleven, werkgevers en werknemers kunnen beter geconfronteerd worden met een gasvrijverklaring waarbij de begeleidende boodschap is dat dit slechts tijdelijk is en dat daarom te allen tijde verstandig en voorzichtig met de container en de lading om moet worden gegaan dan dat er meerdere gasvrijverklaringen zijn met verschillende betekenissen.

Bij handhaving van het begrip «definitieve» in de ingediende motie kan ik dit onderdeel niet beschouwen als een ondersteuning van het beleid dat gericht is op het veilig en verantwoord omgaan met gegaste containers.

Op dit aspect ontraad ik dan ook de motie.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. C. Huizinga-Heringa

Naar boven