22 181
De situatie in voormalig Joegoslavië

nr. 225
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 december 1998

Ten vervolge op onze eerdere brieven (laatstelijk 20 november) informeren wij u over de algemene situatie in Kosovo, de stand van zaken met betrekking tot de «Extraction Force», de Kosovo Verification Mission (KVM), met name de veiligheidsprocedures en de onderlinge coördinatie en afstemming, alsmede over het besluit dat de Regering heeft genomen met betrekking tot uitzending van Nederlandse vrijwilligers en militairen.

Algemeen

Het akkoord Holbrooke-Milosovic en de daaraan intussen gegeven uitvoering heeft bijgedragen aan een aanmerkelijke verbetering van de humanitaire situatie in Kosovo. Volgens gegevens van UNHCR zijn ongeveer 65 000 personen teruggekeerd naar hun woonplaats. Daar waar de KDOM (en de zich thans ontplooiende KVM) aanwezig is, vindt de meeste terugkeer plaats. Veel vluchtelingen treffen bij terugkeer echter hun woning in verwoeste staat aan. In zo goed als alle dorpen is sprake van vernieling. Er zijn volgens UNHCR 175 000 ontheemden in Kosovo en ongeveer 60 000 vluchtelingen in de regio. UNHCR verwacht dat een groot aantal van hen zal proberen naar West-Europa door te reizen. Er verblijven geen ontheemden meer in de open lucht. Mevrouw Ogata heeft opgeroepen om door te gaan met het scheppen van veilige omstandigheden, zodat de vluchtelingen naar huis kunnen terugkeren. Naar haar mening is daarom van groot belang dat de KVM snel wordt ontplooid.

Het akkoord is daarnaast gericht op een politieke oplossing voor dit gebied. Deze oplossing zal zowel gebaseerd moeten zijn op de territoriale integriteit van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) als een vergaande mate van autonomie voor de Kosovo-Albanezen. De onderhandelingen hierover met de partijen worden gevoerd door VS-bemiddelaar Hill en EU-gezant Petritsch, op basis van het door de Contactgroep en de EU goedgekeurde voorstel voor een interimregeling van drie jaar met een vergaande mate van zelfbestuur voor de Kosovo-Albanezen. De bemiddeling door Hill en Petritsch loopt langzaam ten einde. Het is de bedoeling dat de partijen zo snel mogelijk direct met elkaar gaan onderhandelen.

Tijdens de gesprekken in Washington van eerste ondertekenaar met zijn Amerikaanse ambtgenoot is van Amerikaanse zijde nogmaals gewezen op het belang van een snelle ontplooiing van de verificateurs. Er is naar Amerikaanse opvatting sprake van een begin van normalisatie, maar het gevaar van een geweldsspiraal is nog niet geweken. Het is daarom zaak nu de verificatiemissie van de grond te krijgen, de lokale politie op te zetten en energiek de voorbereidingen van de beoogde verkiezingen ter hand te nemen. Voor het welslagen van de missie van de bemiddelaars Hill en Petritsch is de aanwezigheid van de verificateurs een extra impuls. De aanwezigheid van verificateurs zal de Albanezen doen inzien dat het meedoen aan onderhandelingen bijdraagt aan een veiliger omgeving. Ook voor de VS, die met ongeveer 200 personen zal deelnemen aan de KVM, staat de veiligheid van de verificateurs centraal.

Kosovo Verification Mission (KVM)

De opbouw van de KVM verloopt voorspoedig. Het operatie-centrum in Pristina is thans op 24-uurs basis operationeel. Deels gebruik makend van bestaande KDOM-presentie waren per 3 december jl. 515 internationale stafleden in het veld aanwezig. Inmiddels hebben 34 landen toegezegd deel te nemen. De planning voorziet in een uitbreiding met 250 man per week. De KVM zal naar verwachting eind januari 1999 op volle sterkte zijn. Uiteindelijk komen er 180 verificatieteams, elk bestaande uit enkele verificateurs, een tolk en een chauffeur. Het opleidingscentrum («induction centre») in Brezovica is eveneens begonnen met de opleidingen. Hier krijgen de verificateurs een cursus, die naast de verificatietaken vooral is toegespitst op de veiligheidssituatie en het hanteren van de veiligheidsprocedures.

Op 20 november is het Concept of Operations van de OVSE gereed gekomen. Dit concept stoelt op NAVO-procedures en zal voortdurend worden getoetst aan de feitelijke omstandigheden in het veld. Het veiligheidsplan vormt een essentieel onderdeel van het Concept of Operations. De volgende elementen dienen hier vermeld:

– Bij selectie wordt veel aandacht besteed aan kennis en ervaring in eerdere missies. Bij de training van het personeel in het «induction centre» staan veiligheid en kennis van de veiligheidsprocedures centraal.

– Moderne communicatiemiddelen staan garant voor optimale bereikbaarheid van het OVSE-personeel.

– De Noorse bestaffing van het KVM-hoofdkwartier in Pristina staat garant voor een optimale communicatie met de NAVO.

– Er worden hoge eisen gesteld aan accommodatie, bescherming d.m.v. gepantserde personenvoertuigen (188 in totaal) en individuele bescherming in de vorm van scherfwerende vesten en helmen. Bovendien zijn veiligheidsexperts ingedeeld in de organisatie voor het continu verzamelen en analyseren van gegevens op veiligheidsgebied. Elke informatie inzake dreiging zal onmiddellijk worden gedeeld met de NAVO.

– Alle verificatierapporten en analyses van de OVSE-missie worden gedeeld met de NAVO. De NAVO zal gegevens verstrekken die middels luchtverificatie worden ontvangen, alsmede alle informatie die van nut kan zijn voor de KVM, speciaal betreffende de veiligheid van en eventuele bedreigingen jegens de KVM. Er vindt op diverse niveaus afstemming en overleg plaats tussen de KVM en de NAVO. Ten behoeve van de samenwerking met de KVM heeft de NAVO het Kosovo Verification and Coordination Center« (KVCC) opgericht, gevestigd in Skopje.

– Er is een vijftal alarmscenario's uitgewerkt, elk met vast omschreven procedures hoe te handelen. Elk niveau in de organisatie van de KVM kan zelfstandig een verhoogde alarm fase afkondigen. Indien de mogelijkheden van de KVM om de veiligheid van het personeel te handhaven, uitgeput zijn en de FRJ niet bereid is of in staat adequate assistentie te verlenen kan de hulp van de NAVO «extraction force» worden ingeroepen door HoM Walker.

Het veiligheidsplan maakt een gedegen indruk. In alle aspecten van de activiteiten van de KVM wordt maximale aandacht gegeven aan de veiligheid van het verificatiepersoneel.

Zoals aangekondigd in onze brief van 20 november is nadere besluitvorming over Nederlandse deelname aan de KVM en de EF noodzakelijk. De Regering acht nu het tijdstip gekomen om een besluit te nemen over daadwerkelijke uitzending.

Nederlandse deelname aan de Kosovo Verification Mission

De KVM-missie is zich thans aan het ontplooien. De aanwezigheid van de ongeveer de 2000 missieleden zal een belangrijke factor zijn voor het herstel van stabiliteit, de terugkeer van de vluchtelingen naar hun huizen, en uiteindelijk het welslagen van het politieke proces in Kosovo. Een duurzame politieke oplossing is ook voor Nederland van groot belang. De rechtsgrond wordt gevormd door de in VR-resolutie 1203 bekrachtigde overeenkomst tussen de OVSE en FRJ, alsmede Resolutie 1203. De missie wordt door de participatie van 34 landen, waaronder alle EU- en NAVO-landen, alsmede de Russische Federatie, internationaal breed gesteund. Voor Nederland staat de veiligheid van de missieleden centraal. Er blijven risico's bestaan. Niettemin zijn naar de mening van de Regering zo intensief, professioneel en gedegen als mogelijk maatregelen voorbereid teneinde veiligheidsproblemen maximaal het hoofd te kunnen bieden. Over de laatste stand van zaken met betrekking tot de veiligheidsvoorzieningen is Uw kamer op 2 december jl. vertrouwelijk geïnformeerd.

Na een zorgvuldige afweging van de risico's en de getroffen veiligheidsmaatregelen heeft de Regering besloten om met een groep van ongeveer 30 personen aan de verificatiemissie in Kosovo deel te nemen. Met de OVSE heeft overleg plaatsgevonden over aantal en samenstelling. Deze personen zullen worden uitgezonden op basis van vrijwilligheid. 25 potentiële kandidaten zijn door de Hoofdafdeling Personele Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken extern geselecteerd. Daarnaast zal een vijftal diplomaten aan de KVM deelnemen. Het voornemen bestaat deze personen in januari uit te zenden. Voordien zal deze groep ter voorbereiding in Nederland een vooral op de veiligheid toegespitste cursus van het Ministerie van Defensie volgen. Ook zal worden deelgenomen aan de inleidende cursus van de OVSE. De tijdelijke detachering van een militair als personeelsdeskundige bij het Secretariaat te Wenen zal voorshands worden gecontinueerd. Deelname geldt voor één jaar, met de mogelijkheid van verlenging. Over eventuele verlenging zal een nieuw besluit worden genomen. De kosten zullen voor Nederland op jaarbasis naar schatting f 20 miljoen bedragen, dat is inclusief de verplichte bijdrage aan de OVSE van naar schatting f 16 miljoen. Financiering van de uitzending van de Nederlandse deelnemers aan de KVM zal plaatsvinden via HGIS Vredesoperaties.

«Extraction Force» (EF)

De «Extraction Force» is opgericht om de KVM in bepaalde situaties bijstand te verlenen bij de evacuatie van verificateurs in moeilijkheden. Het kan hierbij gaan om het afvoeren van gewonden, het ondersteunend optreden bij gijzelingen, het redden van verificateurs uit mijnenvelden, het evacueren van één of enkele verificateurs of grootschaliger evacuatie. Hierover zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen de OVSE en de NAVO: goede verbindingen en heldere procedures maken optreden met een korte reactietijd mogelijk.

De «Extraction Force» die zal worden ontplooid vanaf medio december, wordt gelegerd bij Skopje (FYROM). Op 3 december jl. heeft de FYROM meegedeeld met de stationering akkoord te gaan. De «Extraction Force» staat onder NAVO-commando (SACEUR/CINCSOUTH), waarbij Frankrijk als «lead nation» optreedt. De EF, die zal bestaan uit 1500 tot 2000 militairen, wordt in beginsel samengesteld uit eenheden van Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Door het aantal deelnemende landen te beperken wordt de noodzakelijke onderlinge afstemming bevorderd en is de effectiviteit bij inzet optimaal. Hoewel de VS niet participeren in de EF, zijn Amerikaanse militairen werkzaam in het hoofdkwartier van de EF, waarmee de afstemming met de VS en de toegang tot Amerikaanse inlichtingen is verzekerd.

De Nederlandse deelname aan de «Extraction Force»

Op basis van het operatieplan dat de afgelopen weken is uitgewerkt, heeft de Regering besloten in te stemmen met het verzoek van de NAVO deel te nemen aan de EF voor de duur van een jaar. Bij voortzetting van de EF vergt verdere Nederlandse deelneming daaraan een nieuw kabinetsbesluit. Een belangrijke overweging bij dit besluit is het cruciale belang van deze missie voor de veiligheid van de KVM-verificateurs geweest. Nederland zal met verschillende eenheden bijdragen. De eerste vier maanden wordt, evenals door de andere deelnemende landen, een geniecompagnie (ongeveer 70 militairen geleverd, die worden ingezet bij het opbouwen van de kampementen en de daarbij behorende infrastructuur. Voorts levert Nederland op rotatiebasis (zesmaandelijks) met het Verenigd Koninkrijk een luchtmobiele infanteriecompagnie van ongeveer 200 militairen, uitgerust met pantservoertuigen van het type YPR 25 mm. Deze compagnie zal in juni 1999 de Britse compagnie die als eerste wordt ingezet, aflossen. Gedurende de gehele operatieperiode biedt Nederland drie transporthelikopters aan, die afwisselend met de Britse en de Nederlandse compagnie zullen opereren. Het helikopterdetachement bestaat uit ongeveer 50 militairen. Ook gaat Nederland gedurende de gehele periode twintig staffuncties vervullen in het hoofdkwartier van de EF; vijf militairen hebben ondersteunende functies. Hiermee verzekert Nederland zich van voldoende medezeggenschap en coördinatie in het hoofdkwartier. Tenslotte stuurt Nederland, op verzoek van «lead nation» Frankrijk, drie ambulances, bemand door zeven militairen. In totaal zal de omvang van de Nederlandse bijdrage variëren van 80 tot 280 militairen. Financiering van de uitzending zal plaatsvinden via HGIS Vredesoperaties. De kosten van de EF bedragen voor Nederland zo'n 25 miljoen gulden.

Met de deelneming aan de EF onderstreept Nederland het belang dat het hecht aan het bevorderen van de stabiliteit en de vrede op de Balkan. Ook toont Nederland zich solidair met de NAVO-inspanningen ten aanzien van Kosovo. Voorts past de deelneming in de Nederlandse wens de internationale rechtsorde te bevorderen. Deze overwegingen zijn in overeenstemming met het Toetsingskader. Dat geldt ook voor de juridische basis van de EF. Deze berust op VR-resolutie 1203, de overeenkomsten tussen de NAVO en de FRJ, en de OVSE en de FRJ, alsmede de instemming op 3 december door Macedonië met de stationering van de EF in Macedonië.Het betreft een NAVO-operatie, waardoor multinationaliteit en een heldere commandostructuur, conform het Toetsingskader, zijn verzekerd. De EF beschikt over voldoende middelen om de gestelde taken te kunnen uitvoeren. Bij inzet van de EF kunnen acties van plaatselijke Servische groeperingen of van het UÇK niet worden uitgesloten, maar de veiligheidsrisico's worden beperkt door de gedegen voorbereiding en de goede uitrusting van de eenheden.

De Nederlandse deelname aan de NAVO-luchtverificatiemissie

De NAVO Kosovo Verificatiemissie (NKVM) houdt vanuit de lucht toezicht op de naleving van Veiligheidsraadresolutie 1199. De door de NKVM verkregen verificatiegegevens worden verzameld en bestudeerd in het KVCC. Met de KVM zijn goede afspraken gemaakt over de onderlinge coördinatie en afstemming. Aan de NKVM wordt deelgenomen door België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Portugal, het VK en de VS. De NAVO en de FRJ hebben, in verband met de veiligheid van de NKVM, onder meer afspraken gemaakt over de-activering van de Servische luchtafweer en over een vliegverbod voor Servische gevechtsvliegtuigen tijdens de NAVO-verificatievluchten. De naleving van deze afspraken wordt gecontroleerd door «air defence liaison teams», waarvan Servische en NAVO-officieren deel uitmaken. In het geval van een ongeluk kan een «search and rescue» operatie worden uitgevoerd.

Zoals reeds gesteld in de brief van 10 november jl. heeft de Regering besloten dat Nederland een P3C Orion maritiem patrouillevliegtuig ter beschikking zal stellen van de NKVM. De Orion wordt ingezet vanaf 11 januari 1999. Voorafgaand aan de inzet van de Orion wordt de waarnemingsapparatuur aangepast en worden zelfbeschermingsmiddelen aangebracht. Met het oog op de voortzettingscapaciteit worden drie Orions aangepast. De modificatiekosten van de drie Orions bedragen f 10 miljoen, die ten laste worden gebracht van de Defensiebegroting. De rechtstreeks met de operatie verbonden kosten, begroot op f 2 miljoen, worden gefinancierd met HGIS-gelden.

De inzet van de Orion is in overeenstemming met het Toetsingskader. De NKVM levert een belangrijke bijdrage aan de controle op de naleving van VR-Resolutie 1199. Voorts is de NKVM, evenals de «Extraction Force», multinationaal en heeft een heldere commandostructuur (het betreft immers een NAVO-operatie). Ook de NKVM berust op een degelijke juridische basis. Aan de operatie zijn, wegens de veiligheidsafspraken en -voorzieningen, beperkte risico's verbonden.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. van Aartsen

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave

Naar boven