22 181
De situatie in voormalig Joegoslavië

nr. 151
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN DEFENSIE EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 12 april 1996

Met deze brief willen wij U inlichten over het kabinetsbesluit een bescheiden militaire bijdrage – in totaal zes staffunctionarissen – te leveren aan de VN-vredesmacht in Oost-Slavonië, de «United Nations Transitional Administration for Eastern Slavonia, Baranja and Western Sirmium» (Untaes). De VN heeft hierom op 1 april jl. formeel verzocht.

De beslissing de VN-operatie in Oost-Slavonië te ondersteunen, is genomen in nauw overleg met de Belgische regering. België heeft vanaf het begin van het conflict in het voormalige Joegoslavië een belangrijk deel van de VN-vredesmacht in Kroatië geleverd. Het belang van de Belgische deelneming aan Untaes blijkt onder meer uit het feit dat de VN België heeft gevraagd de militaire commandant van de operatie te leveren. België heeft deze opdracht op 25 februari jl. aanvaard, nadat het zich ervan had vergewist dat aan een aantal belangrijke voorwaarden was voldaan: het mandaat van de vredesoperatie moest uitvoerbaar zijn, in noodsituaties moest Untaes op steun van Ifor kunnen rekenen, en een voldoende aantal troepen moest zijn aangeboden.

Evenals België acht de Nederlandse regering het van groot belang dat Untaes er in slaagt de vreedzame herintegratie van Oost-Slavonië in Kroatië te bevorderen. Dit komt de stabiliteit en de veiligheid ten goede niet alleen van Kroatië maar van de hele regio. Zo zouden vijandelijkheden in Oost-Slavonië de uitvoering van de Dayton-overeenkomst in Bosnië-Herzegowina ernstig in gevaar kunnen brengen. Ook zou een probleem kunnen ontstaan voor de bevoorrading van Ifor die grotendeels via Kroatië verloopt.

Taken en middelen van Untaes

Voor een uiteenzetting van het mandaat van Untaes en het op 12 november jl. gesloten «Basic Agreement» tussen Kroatië en de Kroatische Serviërs over de herintegratie van Oost-Slavonië verwijzen wij naar de brief over het voormalige Joegoslavië, die de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking, alsmede de staatssecretaris van Justitie, op 20 februari jl. aan Uw Kamer hebben aangeboden (Kamerstuk 22 181, nr. 147).

Wat betreft de ontplooiing van het militaire gedeelte van deze VN-operatie, is inmiddels nagenoeg voorzien in de 5 000 militairen die de Veiligheidsraad in Resolutie 1037 had goedgekeurd. Het hoofdkwartier, dat in Vukovar wordt gevestigd, zal onder bevel staan van de Belgische generaal-majoor Jozef Schoups. Hem staat een staf ter beschikking van ongeveer 150 militairen, voor het merendeel Belgen, alsmede een «Movement Control Unit» van ongeveer 50 man. In het veld wordt een Belgisch bataljon van ruim 600 militairen gelegerd en een Russisch bataljon van ruim 900 militairen. Argentinië heeft inmiddels toegezegd een verkenningseenheid van ongeveer 70 militairen ter beschikking te stellen. Beide bataljons zullen worden ondersteund door Jordaanse en Pakistaanse eenheden die beschikken over tanks en artillerie, en door een Oekraïense tankcompagnie. Voorts zullen een Slowaaks geniebataljon, twee Oekraïense helikoptereenheden en een medische eenheid van ongeveer 110 man deel uitmaken van Untaes. Een aantal eenheden bevindt zich al in Kroatië. Waarschijnlijk zal Untaes in mei volledig operationeel zijn.

Voor de civiele implementatie van het «Basic Agreement» door Untaes zijn inmiddels de eerste stappen gezet. Het betreft onder meer vertrouwenwekkende maatregelen die samen met UNHCR worden genomen om de Kroatische regering en de Kroatisch-Servische leiders in Oost-Slavonië tot overleg te bewegen en de betrekkingen tussen de Federale Republiek Joegoslavië en Kroatië te normaliseren. Inmiddels zijn in zogenoemde gemengde commissies besprekingen gevoerd over de snelweg tussen Zagreb en Belgrado, telefoonverbindingen, treinverkeer, rivierhavens en vliegvelden.

Nederlandse bijdrage aan Untaes

Gezien de omvangrijke bijdrage die Nederland al aan Ifor levert, zijn de mogelijkheden tot deelneming aan Untaes beperkt. Daarom heeft het kabinet, na overleg met de Belgische regering, besloten tot de volgende – beperkte, maar waardevolle – militaire bijdrage ten behoeve van de VN-operatie in Oost-Slavonië:

– twee officieren voor een Untaes-liaisonteam bij het hoofdkwartier van Ifor in Sarajewo;

– twee officieren en twee onderofficieren bij de «intell cell» van Untaes-commandant Schoups in Vukovar. Zij zullen deel uitmaken van diens staf en inlichtingenwerk verrichten.

Ook kan de commandant van Ifor het F-27 vliegtuig dat Nederland Ifor ter beschikking heeft gesteld voor de evacuatie van patiënten en gewonden, inzetten ten behoeve van Untaes. Deze F-27 is gestationeerd op de Navo-vliegbasis in Rimini (Italië).

De Nederlandse militairen worden aangeboden voor de initiële duur van het Untaes-mandaat (tot 15 januari 1997) overeenkomstig Veiligheidsraadsresolutie 1037. De additionele kosten die gepaard gaan met de uitzending van de zes genoemde militairen bedragen f 250 000 op jaarbasis.

Steun van Ifor aan Untaes

Zoals gezegd, zijn de Ifor-operatie en de wederopbouw van Bosnië nauw verbonden met de Untaes-operatie en de vreedzame herintegratie van Oost-Slavonië in Kroatië. In verband hiermee heeft de Navo-Raad op 26 januari jl. besloten dat Ifor desgevraagd steun zal verlenen aan een onverhoopte noodgedwongen evacuatie van Untaes. Op 16 januari had de Navo-Raad al besloten de VN-vredesoperatie desgevraagd luchtsteun («Close Air Support») te verlenen. Ook Nederlandse F-16 gevechtsvliegtuigen die aan Ifor deelnemen, kunnen bij deze luchtsteun worden betrokken.

Het besluit van de Navo-Raad was een logisch gevolg van de bijstand die eerder was toegezegd voor een mogelijke noodgedwongen terugtrekking van de voorganger van Untaes, de «United Nations Confidence Restoration Operation in Croatia» (Uncro), waarvan het mandaat op 15 januari jl. afliep. In de Dayton-overeenkomst en Veiligheidsraadsresolutie 1037 is de mogelijkheid van steun aan een evacuatie van Untaes bevestigd. Een terugtrekkingsoperatie van Untaes zou overigens een grote inspanning van Ifor vragen. De Navo-Raad wordt daarom voortdurend op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in Oost-Slavonië. De Secretaris-Generaal van de Navo heeft bovendien toegezegd dat de Navo-Raad zal worden geconsulteerd vóór een onverhoopte ondersteuningsoperatie ten behoeve van Untaes. De eventuele gevolgen van een dergelijke operatie voor Ifor-eenheden, waaronder de Nederlandse eenheden, zullen dan worden bezien.

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O van Mierlo

Naar boven