Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 22112 nr. JG |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 22112 nr. JG |
Vastgesteld 21 december 2023
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 en voor Europese Zaken hebben kennisgenomen van de brief2 van de Minister van Buitenlandse Zaken van 1 november 2023, in reactie op de brief van de commissie van 27 september 2023 inzake Europese voorstellen voor een EU-positie binnen internationale organisaties. De leden van de fractie van Volt hadden naar aanleiding hiervan nog een aantal nadere vragen. Het lid van de fractie van OPNL sluit zich bij deze vragen aan.
Naar aanleiding hiervan is op 14 november 2023 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister heeft op 18 december 2023 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, Van Luijk
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 14 november 2023
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en voor Europese Zaken (EUZA) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief3 van 1 november 2023, in reactie op de brief van de commissie van 27 september 2023 inzake Europese voorstellen voor een EU-positie binnen internationale organisaties. De leden van de fractie van Volt hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal nadere vragen. Het lid van de fractie van OPNL sluit zich bij deze vragen aan.
De leden van de Volt-fractie constateren dat uw beantwoording de feitelijke juridische situatie van de toepassing van artikel 218, lid 9 (VWEU) weergeeft. Het antwoord gaat naar hun mening echter onvoldoende in op de politieke keuzes die in het verleden zijn gemaakt door de regering in haar positiebepaling binnen de Raad van Ministers. Deze leden refereren bijvoorbeeld aan een casus uit 2012 bij de vaststelling van een mandaat voor de onderhandelingen binnen de «International Telecommunications Union» aangaande de herziening van de «International Telecommunications Regulations». Nederland heeft daarbij actief bijgedragen aan het schrappen van de Commissie als extern vertegenwoordiger.
Bent u het met de leden van de Volt-fractie eens dat ook waar de Europese Unie geen lid is van de organisatie, of lid is met beperkte rechten, het toch mogelijk is, of kan zijn, voor de Commissie om de EU te vertegenwoordigen? Te denken valt bijvoorbeeld aan arrangementen waar de Commissie binnen een delegatie van een lidstaat (het voorzitterschap) wordt opgenomen. Is de Nederlandse regering bereid in de toekomst mee te werken aan dergelijke praktische arrangementen? Ziet u een mogelijkheid om inspiratie te halen uit arrangementen zoals die in de handelspolitiek gelden, bijvoorbeeld binnen de internationale organisaties die zich met exportcontroles en non-proliferatie bezighouden?
Ook op de vraag over het stemmen antwoordt u in juridische zin, maar niet in politieke zin. De vraag ging niet over bestaande stemregels, maar over de politieke ambitie van de regering in de externe vertegenwoordiging van de EU. De EU kan vragen om één stem en één lidmaatschap, zoals vaak wordt voorgesteld door de Europese Commissie, of de EU kan het lidmaatschap van de lidstaten behouden zoals het is, maar wel met één mond spreken (zie boven) en gezamenlijk stemmen. Waar ligt de ambitie van de regering over de verdere ontwikkeling van de EU als externe actor in internationale organisaties?
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking en voor Europese Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Koen Petersen
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, E.B. van Apeldoorn
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2023
Uw vaste Kamercommissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking en voor Europese Zaken stelden bij brief 14 november 2023 nadere vragen over Europese Voorstellen voor een EU-positie binnen internationale organisaties. In onderhavig brief ontvangt uw Kamer de antwoorden op deze vragen.
Uw vragen hebben betrekking op de positie die de EU inneemt in internationale organisaties. In essentie wenst u te vernemen welke politieke keuzen in het verleden zijn gemaakt en welke politieke ambities het kabinet heeft ten aanzien van de externe vertegenwoordiging van de EU in internationale organisaties. Tegen deze achtergrond stelt u enkele nadere vragen die hieronder zijn weergegeven.
Kan de Commissie de EU vertegenwoordigen ook waar de EU geen lid is van de organisatie of lid is met beperkte rechten?
Voor de vraag of de Commissie de EU kan vertegenwoordigen, zijn de regels van de betreffende internationale organisatie bepalend. Sommige internationale organisaties staan alleen lidmaatschap van staten toe, of staan toe dat organisaties lid worden van, of deelnemen aan de werkzaamheden, maar alleen onder bepaalde (beperkende) voorwaarden. Als de EU geen partij is bij het oprichtingsverdrag van een internationale organisatie, of slechts beperkte rechten heeft, kan de Commissie de EU niet vertegenwoordigen of is de Commissie daarin beperkt. In die gevallen zullen de lidstaten die wel partij zijn, het door de Raad vastgestelde EU-standpunt uitdragen.
Is de Nederlandse regering bereid mee te werken aan praktische arrangementen zoals het opnemen van de Commissie in een delegatie van een lidstaat (voorzitter)?
Het kabinet ziet geen meerwaarde in het opnemen van een vertegenwoordiger van de Commissie in een delegatie van een lidstaat in gevallen waarin de EU geen partij is bij het oprichtingsverdrag van een internationale organisatie. Wanneer het gaat om onderwerpen die vallen onder een (exclusieve) EU-bevoegdheid, zullen de lidstaten die wel partij zijn, het vooraf door de Raad vastgestelde EU-standpunt uitdragen. Voor afstemming en coördinatie tussen de EU en de lidstaten is het niet nodig dat een vertegenwoordiger van de Commissie deel uitmaakt van de delegatie van een lidstaat. Dit overleg kan plaatsvinden en de Commissie kan daar een bijdrage aan leveren, zonder dat de Commissie formeel lid is van een delegatie van een lidstaat.
Kan de regering inspiratie halen uit arrangementen zoals die gelden in de handelspolitiek, bijvoorbeeld binnen internationale organisaties die zich met exportcontroles en non-proliferatie bezighouden?
Wat betreft de externe vertegenwoordiging van de EU op het terrein van exportcontrole en non-proliferatie gelden er geen bijzondere voorzieningen of afspraken. De EU is in de meeste multilaterale exportcontroleregimes niet vertegenwoordigd. Dit houdt verband met het feit dat het werkveld van deze regimes voor een groot deel onder de nationale bevoegdheid van de lidstaten valt (nationale veiligheid) en ook met het feit dat de meeste regimes enkel open staan voor deelname door staten. Het kabinet is niet bekend met een bijzondere rol voor de Commissie in deze regimes. Het kabinet steunt in algemene zin samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten in de context van multilaterale exportregimes.
Waar ligt de ambitie van de regering over het verder ontwikkelen van de EU als externe actor in internationale organisaties?
De internationale organisaties waarin de EU of de lidstaten afzonderlijk actief zijn, zijn talrijk en beslaan een breed spectrum aan beleidsterreinen. Het kabinet heeft geen signalen dat de externe vertegenwoordiging van de EU in deze internationale organisaties te wensen over zou laten. In sommige gevallen wordt zelfs meerwaarde gezien in deelname door de afzonderlijke EU-lidstaten naast deelname door (alleen) de EU. Bijvoorbeeld omdat 27 afzonderlijke stemmen van deelnemende EU-lidstaten te verkiezen zijn boven één stem van de EU. Het kabinet blijft zich inzetten voor goede afstemming en besluitvorming in de Raad over door, of in het belang van, de EU in te nemen standpunten in internationale organisaties. Ook hecht het kabinet aan zoveel mogelijk samenwerking tussen EU-lidstaten in de context van internationale organisaties.
De Minister van Buitenlandse Zaken, H.G.J. Bruins Slot
Samenstelling:
Oplaat (BBB), Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Goossen (BBB), Van Gasteren (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Petersen (VVD) (voorzitter), Vogels (VVD), Van Ballekom (VVD), Van Toorenburg (CDA), Prins (CDA), Belhirch (D66), Moonen (D66), Vacant (PVV), Koffeman (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Huizinga-Heringa (CU) (1e ondervoorzitter), Dessing (FVD) (2e ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot(OPNL)
Samenstelling:
Oplaat (BBB), Walenkamp (BBB), Panman (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van den Berg (VVD), Vogels (VVD), van Toorenburg (CDA), Bovens (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Vacant (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Nanninga (JA21), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Huizinga (CU), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-JG.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.