Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4397 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4397 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Met deze brief reageert het kabinet op de op 3 maart jl. aangenomen motie van het lid Flach c.s. Deze motie verzoekt het kabinet te overleggen met betrokken sectoren en de Europese Commissie over knelpunten met betrekking tot het verifiëren van werkelijke emissiewaarden binnen het CBAM en te bezien wat nationaal op korte termijn gedaan kan worden om onnodige CBAM-kosten te vermijden.1
Het kabinet heeft de afgelopen maanden contact gehad met vertegenwoordigers van betrokken sectoren, onder andere in de metaal- en metaalverwerkingsindustrie. Als productie-installaties er niet in slagen hun emissieverslag te laten verifiëren moeten importeurs gebruik maken van standaardwaarden. Importeurs maken zich zorgen omdat standaardwaarden vaak aanzienlijk hoger liggen dan geverifieerde werkelijke gegevens. Dit creëert bij importeurs onzekerheid over welke prijs zij moeten doorrekenen aan hun klanten.
Het kabinet deelt de zorgen over de onduidelijkheid rondom de verificatiecapaciteit en de daarmee gepaard gaande onzekerheid over de hoogte van de CBAM-verplichtingen voor importeurs. Het kabinet ziet de mogelijkheid om aangifte te doen op basis van werkelijke waarden als een cruciaal onderdeel van het CBAM en ziet daarom het belang van voldoende accreditatie- en verificatiecapaciteit.
Het CBAM is een klimaatinstrument van de Europese Unie (EU) en is volledig in werking sinds 1 januari 2026. Het CBAM-mechanisme houdt in dat importeurs die CBAM-goederen invoeren naar de EU betalen voor de CO2-uitstoot die is vrijgekomen bij de productie van die goederen. Het CBAM geldt voor producten in de sectoren staal, aluminium, elektriciteit, kunstmest, waterstof en cement. Het CBAM voorkomt koolstoflekkage: het verplaatsen van productie van binnen de EU naar derde landen waar bedrijven minder betalen over hun CO2-uitstoot. Het kabinet is voorstander van een sterk en goed werkend CBAM. Door het CBAM ontstaat een gelijk speelveld voor producten in Europa geproduceerd worden en geïmporteerde producten. Dit is goed voor het concurrentievermogen van de in Nederland gevestigde industrie.
Importeurs betalen voor de CO2-uitstoot door aangifte te doen van de emissies die vrijgekomen zijn bij de productie en CBAM-certificaten te kopen en in te leveren. De eerste deadline voor de aangifte is eind september 2027. Importeurs kunnen op twee manieren aangifte doen van de emissies: op basis van de werkelijke gegevens of op basis van de standaardwaarden. Bij een aangifte op basis van werkelijke gegevens is een geverifieerd emissieverslag van de productie-installatie nodig. Het emissieverslag moet zijn geverifieerd door een geaccrediteerde CBAM-verificateur. Bij gebruik van standaardwaarden is geen verificatie vereist. Het tempo van accreditatie en verificatie wordt bepaald door nationale accreditatie-instanties in de EU en potentieel geïnteresseerde (commerciële) verificateurs. In Nederland is de Raad voor Accreditatie (RvA) bevoegd om verificateurs te accrediteren. De verificatie van emissieverslagen is niet iets nieuws. Onder het EU ETS, bijvoorbeeld, verifiëren geaccrediteerde verificateurs jaarlijks de emissieverslagen van Europese installaties. Verificatie en accreditatie specifiek in het kader van het CBAM is wel nieuw.
Het is op dit moment nog niet goed mogelijk om te voorzien of er tijdig voldoende geaccrediteerde CBAM-verificateurs beschikbaar zullen zijn om in de verificatiebehoefte van productie-installaties te voldoen. Hoeveel verificatiecapaciteit er uiteindelijk wereldwijd beschikbaar zal zijn, hangt af van het totaal aantal aanvragen in de EU-lidstaten, en of deze aanvragen voor het eind van het jaar leiden tot het verlenen van accreditatie. Op dit moment zijn van de 24 nationale accreditatie-instanties die toegezegd hebben CBAM-verificateurs te gaan accrediteren, zeven gereed om accreditatie-aanvragen te ontvangen. Zeven nationale accreditatie-instanties gaan ook verificateurs van buiten de EU accrediteren, hiervan zijn er drie gereed om aanvragen te ontvangen.
Het kabinet zet zich zowel op nationaal als op Europees niveau in voor de beschikbaarheid van voldoende geaccrediteerde verificateurs. Nationaal wordt, in contact met de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en de RvA, actief gevolgd hoe de accreditatie van verificateurs verloopt. Op dit moment staat het accreditatieproces in de beginfase. De RvA heeft aangegeven dat negen instellingen een aanvraag hebben ingediend om te worden geaccrediteerd als CBAM-verificateur. De inzet is erop gericht het accreditatieproces van deze instellingen voor het einde van dit jaar te doorlopen, waarna deze instellingen vervolgens verificaties over emissieverslagen kunnen uitvoeren. Daarnaast heeft de RvA contact met circa dertig andere instellingen uit binnen- en buitenland die eveneens interesse hebben. Deze instellingen worden later dit jaar in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor accreditatie in te dienen.
Naast de nationale inspanningen heeft het kabinet in Europees verband meermaals mondeling als ook schriftelijk haar zorgen geuit bij de Europese Commissie (Commissie). De Commissie werkt op dit moment samen met de koepelorganisatie van nationale accreditatie-instanties (European Accreditation) aan een gezamenlijke aanpak binnen de EU. Het kabinet heeft er bij de Commissie op aangedrongen om snel met meer duidelijkheid te komen over het tempo van accreditatie en verificatie, en wat importeurs kunnen verwachten. Marktpartijen moeten voldoende tijd hebben om aan CBAM-verplichtingen te kunnen voldoen.
In de herziening van de CBAM-verordening2 wordt een deel van het probleem geadresseerd. In de Raadspositie die bereikt is tijdens de Ecofin van 12 juni is de verplichting voor importeurs om voldoende CBAM-certificaten aan te houden verlicht. Het voorstel is dat importeurs in de eerste helft van 2027 het aantal CBAM-certificaten kunnen baseren op werkelijke emissiewaarden, ook als die nog niet geverifieerd zijn. Bedrijven die wel al werkelijke emissiewaarden in beeld hebben, maar waarbij het verificatieproces nog niet is afgerond hoeven hierdoor niet onnodig veel CBAM-certificaten aan te houden. Dit voorkomt een onnodig liquiditeitsbeslag bij deze bedrijven. Het kabinet steunt dit voorstel.
Ondertussen kijkt het kabinet ook naar oplossingen voor de langere termijn.
Zoals ik u al eerder informeerde, heeft het kabinet via een non paper gepleit voor het gebruik van mondiale standaardwaarden voor specifieke downstreamgoederen.3 Dit moet het gebruik van standaardwaarden een reële optie maken voor deze downstreamgoederen. Dit vermindert de werklast van het aantonen, verifiëren en door de uitvoering controleren van werkelijke gegevens. Hierdoor wordt de extra vraag naar verificatiecapaciteit als gevolg van de voorgestelde CBAM-uitbreiding gedempt. Het voorstel is inmiddels opgenomen in de Raadspositie die bereikt is tijdens de Ecofin van 12 juni. Deze wijziging zou pas vanaf 1 januari 2028 van toepassing zijn.
Daarnaast staat in het herzieningsvoorstel dat accreditatieinstellingen in landen buiten de EU kunnen accrediteren. Nederland steunt deze mogelijkheid. Dit zou echter op zijn vroegst pas eind 2027 tot extra verificateurs leiden.
Het kabinet blijft zich in de toekomst Europees en nationaal inzetten zodat zo veel mogelijk importeurs gebruik kunnen maken van werkelijke gegevens ten behoeve van de aangifte in 2027.
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-4397.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.