22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 4385 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2026

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).

Fiche: Versterking van de wereldwijde veerkracht op gezondheidsgebied tegen de achtergrond van geopolitieke veranderingen.

Fiche: Verordening trein ticketverkoop (RTR); herziening Verordening passagiersrechten spoor (herziening RPRR) (Kamerstuk 22 112, nr. 4386).

Fiche: Verordening multimodale boekingen/MDMS (Kamerstuk 22 112, nr. 4387).

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

Fiche: Versterking van de wereldwijde veerkracht op gezondheidsgebied tegen de achtergrond van geopolitieke veranderingen

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad versterking van de wereldwijde veerkracht op gezondheidsgebied tegen de achtergrond van geopolitieke veranderingen

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    13 mei 2026

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM(2026) 197

  • d) EUR-Lex

    https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52026DC0197

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing

    Niet opgesteld

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad Buitenlandse Zaken

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Buitenlandse Zaken in nauwe samenwerking met Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2. Essentie voorstel

In september 2025 kondigde de voorzitter van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de ontwikkeling van een Global Health Resilience Initiatief (GHRI) aan1, waarmee Europa een voortrekkersrol moet gaan spelen op het gebied van mondiale gezondheid nu de wereld op de rand staat van een nieuwe gezondheidscrisis en andere spelers hun inzet afbouwen. De mededeling benadrukt dat internationale financiering een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan verbetering van wereldwijde volksgezondheid, maar steeds vaker wordt ingezet voor geopolitieke en geo-economische belangen.

Bilaterale transactionele benaderingen winnen hierdoor terrein, ten koste van de multilaterale samenwerking die noodzakelijk is voor een effectieve aanpak van grensoverschrijdende bedreigingen. Tegelijktijdig heeft de plotselinge afname van donorfinanciering met 21% in 2025 toegang tot gezondheidsdiensten in fragiele, lage- en middeninkomenslanden sterk onder druk gezet. Dit vormt een risico voor de wereldwijde volksgezondheid. Zwakke lokale gezondheidssystemen vergroten immers de kans dat infectie-uitbraken zich internationaal verspreiden.

Bouwend op bestaande EU-beleidskaders2 richt het GHRI zich op vijf prioriteiten, met negen bijbehorende Flagship Initiatieven. De eerste prioriteit betreft inzet op een effectievere en minder versnipperde mondiale gezondheidsarchitectuur. De Commissie streeft naar een meer gestroomlijnd multilateraal stelsel met een centrale rol voor de Wereldgezondheidsorganisatie (hierna: WHO), prioritering van kwetsbare groepen en versterking van de soevereiniteit van partnerlanden op het vlak van gezondheid. De Commissie zal daarom constructief deelnemen aan het door WHO georganiseerde proces3 dat moet uitmonden in een breed gedragen visie voor hervorming van de mondiale gezondheidsarchitectuur. Daarnaast wordt ingezet op versterkte samenhang van Team Europe inzet (waarbij de lidstaten en de EU gezamenlijk extern optreden).

De tweede prioriteit betreft ondersteuning van landgeleide veerkrachtige gezondheidssystemen die ook in crisissituaties universele toegang tot essentiële diensten kunnen waarborgen, waaronder seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). De Commissie benadrukt het belang van een One Health-benadering4 en het belang voor partnerlanden om voldoende binnenlandse financiering te mobiliseren voor de transitie naar zelfredzaamheid nu internationale financiering sterk afneemt. De Commissie wil deze transitieprocessen via een coherente Team Europe-benadering ondersteunen, met bijzondere aandacht voor fragiele landen, kwetsbare groepen, antimicrobiële resistentie (hierna: AMR) en met het oog op toekomstige toetreding tot de EU, ook Oekraïne en EU nabuurschapslanden.

De derde prioriteit betreft versterking van de capaciteit om mondiale gezondheidsdreigingen en -crises te voorkomen, te beheersen en te adresseren. Naast inzet op vroegtijdige opsporing, beoogt de Commissie de ontwikkeling en opschaling van diagnostiek, therapieën en vaccins te stimuleren via CEPI, de European Vaccine Hub en nieuwe structuren zoals de Global Therapeutics Development Coalition, de European Therapeutics Hub en de European Diagnostics Hub. In samenwerking met de WHO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de Wereldbank, zal ook de ontwikkeling van een global health and resilience tracker worden ondersteunt om financiering voor pandemie-inzet inzichtelijk te maken.

De vierde prioriteit betreft diversificatie van toeleveringsketens en de versterking van de ontwikkeling en productie van essentiële medische producten in partnerlanden op basis van wederzijdse belangen. Toenemende verstoringen van mondiale toeleveringsketens door pandemieën en geopolitieke spanningen onderstrepen volgens de Commissie het belang hiervan voor de veerkracht en strategische autonomie van Europa en partnerlanden. De Commissie zal in dat kader via de Global Gateway Investment Hub5 en de Human Development Accelerator6 (HDX) investeringskapitaal mobiliseren voor lokale en EU-bedrijven die gezamenlijk investeren in de ontwikkeling en productie van gezondheidsproducten in partnerlanden. Daarnaast wordt ingezet op stimulering van de vraag naar medische producten van uiteenlopende fabrikanten via strategische aanbestedingsmechanismen, afnamegaranties en het afbouwen van handelsbelemmeringen.

De vijfde prioriteit betreft versterking van maatschappelijke weerbaarheid door het vertrouwen in wetenschap te bevorderen en door des- en misinformatie te bestrijden, inclusief FIMI.7 De Commissie zet daarbij in op meer monitoring, gepersonaliseerde informatievoorziening en versterking van regelgeving inzake communicatie in partnerlanden. Ook wordt de strijd tegen vervalste geneesmiddelen en geneesmiddelen van lage kwaliteit geïntensiveerd, onder meer om de verdere verspreiding van AMR tegen te gaan. Tenslotte wordt beoogd wetenschappelijke databanken openbaar te maken, met genomische- en biomedische data die essentieel zijn voor onderzoek naar, en ontwikkeling van geneesmiddelen.

3. Nederlandse positie ten aanzien van de mededeling/aanbeveling

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Het coalitieakkoord (2026–2030), de beleidsbrief Volksgezondheid, Welzijn en Sport8 (2026) en de beleidsbrief Buitenlandse Zaken9 (2026) prioriteren inzet op mondiale gezondheid langs de lijnen van de Nederlandse Mondiale Gezondheidsstrategie10 (MGS). Die kent drie pijlers, te weten: (i) versterking van de mondiale gezondheidsarchitectuur en nationale gezondheidssystemen met een focus op versterkte multilaterale samenwerking, een centrale rol voor WHO als coördinerende en normstellende actor, en verbeterde toegang tot SRGR; (ii) verbetering van internationale pandemische paraatheid en minimalisering van grensoverschrijdende gezondheidsdreigingen met speciale aandacht voor wereldwijde toegang tot medicijnen en medische producten, inzet op AMR en inzet op zoönosenbeleid, en tenslotte; (iii) het adresseren van de impact van klimaatverandering op volksgezondheid en vice versa.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet verwelkomt het GHRI als opportuun nu geopolitieke verschuivingen de eerder behaalde gezondheidswinst in het mondiale zuiden en de wereldwijde beheersing van grensoverschrijdende infectieziekten onder druk zetten. Het kabinet onderschrijft de visie van de Commissie dat consolidatie van EU-inzet een belangrijke bijdrage kan leveren aan de mitigatie van deze risico’s, inclusief het risico op een grootschalige infectie-uitbraak die de volksgezondheid, economische stabiliteit en veiligheid van de EU en Nederland kan schaden. Het GHRI vormt een belangrijke stap in het verbinden van ontwikkelingssamenwerking gericht op universele toegang tot basisgezondheidszorg enerzijds, en internationale inzet op pandemische paraatheid anderzijds. Naast het belang voor mondiale gezondheid, biedt het GHRI mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven om internationale afzet te vergroten. Het GHRI biedt Europa bovendien de kans zich te positioneren als betrouwbare, voorspelbare en waardevolle leider op het vlak van mondiale gezondheid. De prioriteiten van het GHRI sluiten goed aan bij de pijlers van de Nederlandse MGS en het kabinet juicht toe dat veel van de kabinetsreactie op de openbare consultatie die de Commissie voorafgaand aan de totstandkoming van de mededeling heeft georganiseerd, is opgenomen in de mededeling. Desalniettemin geeft de mededeling geen inzicht in de looptijd, de voorziene financiering en de budgettaire dekking van dit initiatief.

Daarnaast ontbreekt duidelijkheid over de betrokkenheid van specifieke EU-instellingen bij de uitvoering, en over de mogelijkheden voor lidstaten om implementatie van het initiatief vorm te geven. Het kabinet zal bij de Commissie aandringen op nadere verduidelijking op deze punten.

Het voornemen van de Commissie om toe te werken naar een minder gefragmenteerde, efficiëntere en effectievere mondiale gezondheidsarchitectuur, waarin de WHO haar centrale rol als coördinerende en normstellende autoriteit adequaat kan vervullen, sluit aan bij de inspanningen van het kabinet. Het kabinet steunt ook het voorstel van de Commissie om constructief deel te nemen aan het door de WHO georganiseerde proces om tot een breed gedragen visie op hervorming te komen. Dat geldt ook voor het streven van de Commissie om universele toegang tot basisgezondheidszorg, inclusief SRGR, duurzaam te borgen. Het kabinet deelt de ambitie van de Commissie om binnen hervormingsprocessen in te zetten op versterking van de soevereiniteit van partnerlanden en prioritering van kwetsbare groepen, evenals waarborging van een rechtenbenadering en versterking van samenhang en coördinatie van Europese inspanningen via een Team Europe-benadering.11

Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt van de Commissie dat robuuste, landgeleide gezondheidssystemen de basis vormen van universele gezondheidsdekking. Positief is dat de Commissie evenals het kabinet nadrukkelijk aandacht heeft voor universele toegang tot SRGR, inclusief tijdens crises zoals in Oekraïne. Ook de One Health-benadering sluit aan bij het kabinetsbeleid, evenals inspanningen om binnenlandse financiering voor volksgezondheid in partnerlanden en daarmee hun transitie naar zelfredzaamheid en nationale soevereiniteit te vergroten. Het kabinet benadrukt daarbij dat transitietrajecten realistisch moeten zijn, mede gezien de druk op publieke financiën in fragiele, lage- en middeninkomenslanden. Zelfredzaamheid moet bovendien breder worden opgevat dan louter financiële onafhankelijkheid. Het omvat ook de capaciteit van landen om universele gezondheidsdekking te verwezenlijken, inclusief voor kwetsbare groepen waaronder vrouwen, meisjes en lhbtiq+ personen. Het kabinet zal in de uitwerking van de mededeling dan ook inzetten op de verankering van mensenrechten en non-discriminatoire toegang tot gezondheidsdiensten als onderdeel van wat onder zelfredzaamheid en nationale gezondheidssoevereiniteit wordt verstaan.

Het kabinet deelt de ambitie van de Commissie om mondiale gezondheidsdreigingen en -crises te voorkomen, te beheersen en te adresseren. Het kabinet erkent het belang van innovatie en opschaling van diagnostiek en therapeutica. De mededeling bouwt voort op de EU-strategie voor medische tegenmaatregelen12 (2025) en herbevestigt steun voor de Vaccine Hub en voor de ontwikkeling van een Global Therapeutics Development Coalition, een European Diagnostics Hub en een European Therapeutics Hub. Zoals aangegeven in het BNC-fiche13 met betrekking tot de medische tegenmaatregelenstrategie verwelkomt het kabinet deze initiatieven, maar erkent dat dit nadere uitwerking vergt.

Het voornemen van de Commissie om toeleveringsketens voor essentiële medische producten te diversifiëren en, bij wederzijds belang, de productiecapaciteit in partnerlanden te versterken, sluit aan bij het kabinetsbeleid zoals vastgelegd in de MGS.

Dat geldt ook voor de ambitie om de strategische autonomie van Europa en partnerlanden op dit vlak te versterken. Het kabinet zal inzetten op afstemming over de prioritering van essentiële medische producten, zodat duidelijk wordt welke producten vanuit het oogpunt van strategische autonomie het meest relevant zijn voor de EU en partnerlanden. Daarnaast zet zowel de Commissie en het kabinet in op het verbeteren en versterken van de Europese productiecapaciteit van voornamelijk kritieke geneesmiddelen, zoals via de Verordening Kritieke Geneesmiddelen. De MGS en dit beleid zijn complementair aan elkaar, waardoor een nauwkeurige balans tussen beide noodzakelijk is.

Het kabinet steunt ook de inzet op versterkte samenwerking tussen Europese en lokale publieke en private partijen bij de ontwikkeling en productie van medische producten in partnerlanden. Via de mogelijkheden die de mededeling biedt, zoals de Team Europe Initiatives, de Global Gateway Investment Hub en innovatieve financiële instrumenten (bijv. Human Development Accelerator) zal het kabinet zich inspannen om de positie van Nederlandse bedrijven binnen internationale waardeketens verder te versterken, bouwend op de bestaande levering van circa EUR 200–300 miljoen elk jaar aan multilaterale organisaties14 door Nederlandse bedrijven.

De inzet op de ontwikkeling van medische producten sluit aan bij de investeringen van het kabinet in Product Development Partnerships (PDPs) en CEPI, waarin partners uit Europa en het mondiale zuiden succesvol15 samenwerken. Om de vraag naar lokaal gefabriceerde producten te stimuleren, beoogt de Commissie in te zetten op strategische aanbestedingsmechanismen en afnamegaranties. Het kabinet ziet op dit vlak veel potentie, waarbij het kabinet eraan hecht dat relevante internationale handelsstandaarden in acht worden genomen, ontwikkelingsimpact en impact op mondiale gezondheid meegewogen wordt, en toegang tot de EU-markt voor bedrijven uit gelijkgezinde of partnerlanden van de EU behouden blijft.

Het kabinet waardeert het voornemen van de Commissie om des- en misinformatie op het terrein van volksgezondheid te bestrijden. In de context van mondiale gezondheid richt bestaand kabinetsbeleid zich primair op het verbeteren van de beschikbaarheid en toegang tot betrouwbare informatie over SRGR. Bouwend op de Strategie Effectieve Aanpak van Desinformatie16, zijn nationale inspanningen gericht op publieke communicatie en vertrouwen in gezondheidsinformatie, onder meer via het Ministerie van VWS, het RIVM en GGD’s. Het kabinet acht versterkte internationale samenwerking in de bestrijding van mis- en desinformatie van belang, bouwend op bestaande kaders zoals WHO’s infodemic management benadering17, de EU Digital Services Act18 en de Europese Code of Practice on Disinformation19. Het kabinet verwelkomt dat de mededeling daarnaast inzet op versterking van wetenschappelijke kennisdeling, regelgeving inzake communicatie en op doelgroepen toegesneden informatievoorziening. Waar de mededeling voornamelijk gericht is op digitale informatiestromen, zal het kabinet in de verdere uitwerking van deze prioriteit ook aandacht vragen voor het bestrijden van des- en misinformatie via formeel en informeel onderwijs. Verder zal het kabinet de Commissie ook vragen welke concrete actie ondernomen zal worden om de strijd tegen vervalste geneesmiddelen en geneesmiddelen van lage kwaliteit te intensiveren. Ook zal het kabinet verheldering vragen bij de Commissie of dit alleen betrekking heeft op de EU of wereldwijd.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De mededeling zal naar verwachting breed worden verwelkomd door een meerderheid van de lidstaten, met name gelijkgezinde landen die traditioneel actief zijn op het terrein van mondiale gezondheid. Naar verwachting kan de strategie op steun rekenen van het Europees Parlement.

4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

a) Bevoegdheid

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op de bescherming en verbetering van de volksgezondheid. Op het terrein van bescherming en verbetering van de volksgezondheid is sprake van een aanvullende bevoegdheid van de EU (artikel 6, sub a Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU)). De mededeling heeft ook betrekking op het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB). De mededeling betreft namelijk het agenderen van het gezondheidsbeleid bij internationale organisaties en stakeholders. Op het terrein van het GBVB is de EU bevoegd beleid te bepalen en te voeren (artikel 2, lid 4 VWEU). De lidstaten zijn op dit terrein bevoegd om extern naast de Unie op te treden voor zover dat het optreden van de Unie niet doorkruist.

b) Subsidiariteit

De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit is positief. De strategie heeft tot doel bij te dragen aan een betere gezondheid voor iedereen, in een wereld die geopolitiek aan het veranderen is. Aangezien gezondheidsuitdagingen in toenemende mate grensoverschrijdend zijn, is het van belang op EU-niveau krachten te bundelen. Verbeterde coördinatie en samenwerking op EU-niveau m.b.t. mondiale gezondheidsvraagstukken stelt Nederland in staat op meer coherente en doelgerichte wijze bij te dragen aan het verbeteren van de volksgezondheid wereldwijd. De EU heeft een centrale rol waar het gaat om het versterken van internationale samenwerking op gezondheidsvlak binnen de EU en ontwikkelt zich tot een steeds grotere speler op het gebied van mondiale gezondheid. Zo speelt de EU een belangrijke rol binnen VN-gezondheidsorganisaties (WHO, UNFPA, UNICEF, UNAIDS) en grote multilaterale fondsen (incl. het Global Fund, Gavi, het Pandemic Fund) en neemt het deel aan discussies en onderhandelingen binnen fora als de G7, de G20 en de Wereldbank. Op het gebied van mondiale gezondheid kan Nederland als EU-lidstaat meer bereiken door diplomatieke en/of operationele inspanning af te stemmen met EU partners en door het geopolitieke gewicht van de EU te benutten.

Een groot deel van de Nederlandse inzet op het gebied van mondiale gezondheid vindt daarom plaats in EU-verband. Om die redenen is optreden op het niveau van de Unie gerechtvaardigd.

c) Proportionaliteit

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel bij te dragen aan een betere gezondheid voor iedereen, in een wereld die geopolitiek aan het veranderen is. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de weerbaarheid van het mondiale gezondheidsstelsel wordt vergroot. Zo worden via de vijf prioriteiten en bijbehorende initiatieven bijvoorbeeld de capaciteit om mondiale gezondheidsdreigingen en -crises te voorkomen en beheersen versterkt en de maatschappelijke weerbaarheid wordt vergroot door des- en misinformatie tegen te gaan. Versterkte internationale samenwerking en coördinatie stelt het kabinet verder in staat om huidige en toekomstige mondiale gezondheidsuitdagingen beter te adresseren.

Het voorgestelde optreden gaat niet verder dan noodzakelijk. De mededeling richt zich namelijk (onder andere) op het ondersteunen van de zelfredzaamheid van partnerlanden op het vlak van volksgezondheid en versterking van de capaciteit om mondiale gezondheidsdreigingen en -crises te voorkomen en te beheersen. Lidstaten krijgen ook voldoende ruimte om binnen een meer gestroomlijnd en multilateraal stelsel te acteren op het gebied van mondiale gezondheid, bijvoorbeeld via een Team Europe benadering. De mededeling biedt echter geen inzicht in de looptijd, de voorziene financiering en de budgettaire dekking van dit initiatief. Daarnaast ontbreekt duidelijkheid over de betrokkenheid van specifieke EU-diensten bij de uitvoering van het initiatief en over de mogelijkheden voor lidstaten om implementatie van het initiatief vorm te geven. Het kabinet zal bij de Commissie aandringen op nadere verduidelijking op deze punten.

d) Financiële gevolgen

Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels van de budgetdiscipline. De ambities van deze strategie vereisen wereldwijd belangrijke politieke en financiële toezeggingen. Effectieve financiering is daarom een belangrijk onderdeel van de strategie. De financiële bijdrage van de EU zal naar verwachting voornamelijk afkomstig zijn van de Neighbourhood, Development and International Cooperation instrument (NDICI)–Global Europe20 en EU4Health21-begrotingen. Het kabinet zal de Commissie vragen aan te geven wat het financieel beslag van de toekomstige voorstellen zal zijn.

e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

Er is geen sprake van extra verplichte regelgeving. In de mededeling vormt mondiale gezondheid een essentiële pijler van het externe beleid van de EU, een kritieke sector in geopolitiek opzicht en centraal in de open strategische autonomie van de EU. Mede met behulp van deze aanpak probeert de Commissie ervoor te zorgen dat open strategische autonomie werkelijkheid wordt. Dit kan het kabinet mede helpen om de risico’s van strategische afhankelijkheden te verminderen en onze publieke belangen beter te borgen, ook op het terrein van volksgezondheid.

In geopolitieke zin, is het GHRI een reactie van de Commissie op de dalende internationale financiering voor mondiale gezondheid en de teruglopende betrokkenheid van sommige belangrijke donoren bij multilaterale samenwerking die in combinatie eerder behaalde gezondheidswinst en beheersing van grensoverschrijdende infectieziekten onder druk zetten. Wereldwijd neemt daardoor het risico op grootschalige uitbraken van infectieziekten toe, met mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid, economische stabiliteit en veiligheid van de EU en Nederland. Middels het GHRI beoogt de Commissie de EU te positioneren als betrouwbare en voorspelbare leider op het gebied van mondiale gezondheid. Het initiatief biedt de Unie daarmee een kans om op een belangrijk thema als mondiale gezondheid, de relaties met partnerlanden in het mondiale zuiden te versterken.


X Noot
4

Een One Health-benadering erkent en adresseert de verbondenheid van menselijke, dierlijke en ecologische gezondheid

X Noot
7

Foreign Information Manipulation and Interference; Buitenlandse informatie-manipulatie en inmenging.

X Noot
11

Zie Kamerstuk 36 180, nr. 25 (Nederlandse Mondiale Gezondheidsstrategie 2023–2030): We kunnen en willen het ook niet alleen doen. Hierbij zullen we nog meer gebruik maken van de slagkracht van de EU en strategischer kijken hoe we synergie kunnen bereiken met de inzet van andere landen, zowel bilateraal als multilateraal.

X Noot
12

COM(2025) 529

X Noot
14

Voor aankoop door WHO, UNFPA, UNICEF en UNAIDS, zie: VN website over aanbestedingen per land

X Noot
15

Via deze PDPs is bijvoorbeeld in 2026 een baanbrekend geneesmiddel tegen slaapziekte ontwikkeld. In 2025 werd in Oeganda en met steun van WHO een kandidaatvaccin, dat via een PDP was ontwikkeld, ingezet om een uitbraak van de Sudan-variant van het Ebolavirus te beheersen.

X Noot
16

Kamerstuk 30 821, nr. 173

X Noot
20

Kamerstuk 22 112, nr. 2682

Naar boven