Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 mei 2017
Op 10 januari jl. heeft de Europese Commissie het dienstenpakket uitgebracht, met
daarin drie voorstellen (over de proportionaliteitstoets, notificatieverplichting
en een e-kaart) en een mededeling (over gereglementeerde beroepen) om de interne markt
voor diensten te versterken. Uw Kamer heeft hierover op 24 februari jl. BNC-fiches
ontvangen.1
Met deze brief wil ik u informeren over de voortgang die sindsdien in de onderhandelingen
over de diverse voorstellen is bereikt, mede met het oog op de Raad voor Concurrentievermogen
van 29 mei aanstaande.
Nederland is altijd voorstander geweest van een diepere en eerlijkere interne markt
in Europa en een verbeterde werking van de interne markt voor diensten. Dit is ook
een speerpunt geweest tijdens het Nederlandse EU-Voorzitterschap in de eerste helft
van 2016.
Nederland steunt dan ook in beginsel de inzet van de Europese Commissie bij het uitbrengen
van deze voorstellen. Zoals in de BNC-fiches is weergegeven, had Nederland bij de
inhoud van de voorstellen echter ook de nodige kanttekeningen.
Proportionaliteitstoets gereglementeerde beroepen
Doel van dit voorstel is het voorkomen van disproportionele nationale maatregelen
bij de reglementering van beroepen door invoering van een gemeenschappelijke Europese
proportionaliteitstoets. De toets geldt bij invoering en bij herziening van vereisten
met betrekking tot de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep
in de zin van de richtlijn erkenning beroepskwalificaties (2005/36/EG, zie verder
het BNC-fiche2).
De Raad is dicht bij het bereiken van een algemene oriëntatie (Raadspositie) op dit
voorstel in het Coreper van 10 mei, welke dan waarschijnlijk bekrachtigd zal worden
op de Raad voor Concurrentievermogen van 29 mei. Na bekrachtiging zal de Raad met
het Europees Parlement onderhandelen over de definitieve tekst.
Nederland kan met het huidige compromis tussen lidstaten instemmen, dat in lijn is
met de Nederlandse inzet zoals geformuleerd in het BNC-fiche. Het akkoord sluit aan
bij de Nederlandse toetsingspraktijk met onder andere de toepassing van het Integraal
Afwegingskader (IAK), waar de proportionaliteitstoets onderdeel van is, en de toetsing
van wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur door de Afdeling advisering
van de Raad van State.
Daarnaast hoeven lidstaten geen toets toe te passen bij wijzigingen die geen impact
hebben op de toegang en uitoefening van een bestaand gereglementeerd beroep en behouden
lidstaten flexibiliteit in de wijze waarop zij belanghebbenden informeren over voorgenomen
wijzigingen. Ook zal de meldplicht van de resultaten van de toets geen vertragende
werking hebben op de invoering van nieuwe regulering.
Notificatieverplichting onder de dienstenrichtlijn
Het voorstel wil de reeds bestaande notificatieverplichting verduidelijken en versterken.
De onderhandelingen hierover verlopen redelijk voorspoedig. Aan een aantal belangrijke
Nederlandse zorgen over het voorstel is hierbij al tegemoet gekomen, onder meer door
de toevoeging van een spoedprocedure voor maatregelen waarvan de inwerkingtreding
op zeer korte termijn essentieel is voor het borgen van publieke belangen zoals openbare
veiligheid. Nederland blijft zich ervoor inzetten dat een uiteindelijk compromis tegemoet
zal komen aan de belangrijkste zorgen die door Nederland in het BNC-fiche zijn opgenomen.
Indien de onderhandelingen voorspoedig blijven verlopen, zal het voorstel geagendeerd
worden op de Raad voor Concurrentievermogen van 29 mei, met als doel een algemene
oriëntatie te bereiken.
Europese e-kaart voor diensten
De twee wetgevende voorstellen ter introductie van een e-kaart voor diensten bevinden
zich nog in een prille fase van onderhandeling. De voorstellen beogen het voor dienstverrichters
eenvoudiger te maken hun diensten in andere lidstaten aan te bieden, door de administratieve
verplichtingen te vereenvoudigen. Lidstaten gebruiken de raadswerkgroepen om hun vragen
rond de teksten onder de aandacht te brengen, met name als het gaat om de uitvoeringslasten
voor overheden in verhouding tot de baten voor het bedrijfsleven.
Nederland onderzoekt de mogelijkheden om, in nauwe samenwerking met gelijkgestemde
lidstaten en in lijn met het BNC-fiche, de impact van de e-kaart te vergroten zonder
dat dit tot buitensporige uitvoeringslasten leidt.
De onderhandelingen over de e-kaart zullen onder het komende Estse Voorzitterschap
voortgezet worden.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp