Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201722112 nr. 2313

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2313 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 februari 2017

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 4 fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling hervormingsaanbevelingen gereglementeerde beroepen;

Fiche: Richtlijnhandhaving notificatieverplichting onder de dienstenrichtlijn; (Kamerstuk 22 112, nr. 2314)

Fiche: Richtlijn proportionaliteitstoets gereglementeerde beroepen; (Kamerstuk 22 112, nr. 2315)

Fiche: Richtlijn en verordening Europese e-kaart voor diensten. (Kamerstuk 22 112, nr. 2316)

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: Mededeling hervormingsaanbevelingen gereglementeerde beroepen

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s inzake aanbevelingen voor hervorming van de reglementering van professionele dienstverlening

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    10 januari 2017

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM(2016) 820

  • d) EUR-Lex

    http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1485943520762&uri=CELEX:52016DC0820

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

    SWD(2016) 436

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad voor Concurrentievermogen

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Economische Zaken

2. Essentie voorstel

Deze mededeling is een onderdeel van het dienstenpakket, een pakket met vier wetgevende voorstellen en een mededeling ter implementatie van de interne marktstrategie.1 Deze strategie heeft de Commissie in oktober 2015 gepresenteerd om optimale randvoorwaarden voor een versterkte interne markt te scheppen.

Deze mededeling bevat aanbevelingen aan de lidstaten voor hervormingen van de reglementering van professionele dienstverlening. Het begint met het feit dat reglementering zorgt voor obstakels in het functioneren van de interne markt en dat het de potentiële groei en het scheppen van banen in de EU-economieën vertraagt. Het doel van deze mededeling is niet alleen om een lidstaat te helpen bij het opheffen van specifieke ongerechtvaardigde substantiële beperkingen, maar ook om bewustwording en verandering teweeg te brengen wat betreft de inzichten in reglementering bij lidstaten. De hervormingsaanbevelingen in deze mededeling richten zich op een breed scala van voorschriften en doen dit door middel van een vergelijkende analyse van het werk dat is uitgevoerd tijdens de afgelopen drie jaar in de wederzijdse evaluatie gereglementeerde beroepen met lidstaten. De aanbevelingen beogen lidstaten te ondersteunen door een regelgevingsklimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor groei, innovatie en het scheppen van banen. Zij zijn niet beperkt tot gevallen van inbreuk op het EU-recht, ook al vormen sommige van de bedoelde voorschriften mogelijk een dergelijk inbreuk.

De mededeling schetst de politieke, juridische en economische context en licht een aantal redenen toe waarom doorlichting van de mate van reglementering op beroepen en professionele dienstverlening van belang is. Daarna gaat het verder met het op een rij zetten van de mogelijkheden om het reglementeringsklimaat te verbeteren voor een aantal economisch belangrijke groepen van professionele diensten, te weten: zakelijke dienstverlening, bouw, vastgoed en toerisme. Hervormingsaanbevelingen zijn voor elke lidstaat apart geformuleerd per beroep (architect, ingenieur, boekhouders/belastingadviseur, advocaat, octrooi-/merkengemachtigde, vastgoedmakelaar en toeristische gids) en daarbij is rekening gehouden met het specifieke reglementeringsklimaat dat daar van toepassing is. Gezien de verschillende reglementerende benaderingen is er niet voor elke lidstaat dezelfde noodzaak om de reglementering te herzien en te wijzigen.

De Commissie zal de uitvoering van de aanbevelingen in deze mededeling samen met de lidstaten monitoren, en waar passend maatregelen voorstellen om de resterende belemmeringen aan te pakken. Dit kan handhavingsmaatregelen omvatten waar het gaat om eventuele inbreuken op het EU-recht, of wetgevingsvoorstellen om resterende belastende vereisten aan te pakken. De aanbevelingen opgenomen in deze mededeling zijn complementair aan de landen specifieke aanbevelingen die voortvloeien uit het Europees Semester. Voor Nederland zijn in deze mededeling geen specifieke aanbevelingen opgenomen.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Nederland, als sterk internationaal georiënteerde economie, heeft zich altijd voorstander getoond van een diepere en eerlijkere interne markt in Europa. Voor het kabinet is het versterken van de interne markt daarom een prioriteit. Volgens het kabinet ligt er met name op het gebied van diensten nog een groot onbenut economisch potentieel. Op Europees niveau wenst Nederland dan ook een ambitieuze aanpak voor de verdere versterking van de interne markt.

Gegeven het belang van passend overheidsingrijpen heeft het Nederlandse kabinet reeds een kader ontwikkeld dat dient als handvat om de proportionaliteit van nieuwe beroepsreglementering te bepalen en huidige beroepsreglementering te evalueren. Dit kader is ingebed in het Integraal Afwegingskader (IAK) zodat beleidsmakers kunnen bepalen op welke wijze reglementering effectief vormgegeven kan worden. Het IAK biedt beleidsmakers en wetgevingsjuristen de normen waaraan goed beleid en goede regelgeving moeten voldoen. Deze normen zijn vastgesteld door het kabinet. De dossierhouders zijn zelf verantwoordelijk voor een adequate beantwoording van de IAK-vragen in de toelichting bij voorgesteld beleid en regelgeving. Het IAK is niet juridisch verplicht, maar een Rijks brede beleidsafspraak, voortvloeiend uit de werk- en groeibrief van het huidige kabinet.

Het Nederlands beleid in Europa richt zich op het stimuleren van de opvolging en naleving van Commissie-aanbevelingen op het terrein van gereglementeerde beroepen. Met zijn open economie heeft Nederland er baat bij als andere lidstaten op een proportionele en de minst restrictieve manier hun stelsel zouden inrichten.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het dienstenpakket past goed in het Nederlandse beleid ten aanzien van de interne markt. Zo pleit Nederland al langer voor betere regelgeving waarbij alleen proportionele, noodzakelijke en non-discriminatoire regels worden vastgesteld op grond van dwingende reden van algemeen belang. De samenhang van de verschillende voorstellen is volgens Nederland de kracht van het gehele pakket. Nederland steunt de Commissie dan ook in haar inzet.

Voor wat betreft deze mededeling is Nederland positief. Het kabinet hecht belang aan het delen van best practices tussen de lidstaten en het blijven monitoren van gereglementeerde beroepen door de Commissie en de lidstaten om te toetsen of de regulering terecht of onterecht is en hervormingen worden geïmplementeerd. Tegelijkertijd wordt in de mededeling ook terecht opgemerkt dat dit beleidsterrein een bevoegdheid is van lidstaten zelf en er ook goede redenen zijn om bepaalde beroepen te reglementeren.

Nederland kan de Commissie steunen in haar voornemen om waar passend maatregelen voor te stellen om de resterende belemmeringen aan te pakken. Het kabinet zet zich in voor het verminderen van belemmeringen in de interne markt omdat dit het vrij verkeer van diensten inperkt en ook de nodige economische groei niet bevordert. Een van de speerpunten van het kabinet ten aanzien van de interne markt is betere handhaving en naleving van de bestaande internemarktregels. Niet alleen betekent dat dat lidstaten de reeds afgesproken regels, zoals de dienstenrichtlijn of de richtlijn erkenning beroepskwalificaties, beter moeten naleven, maar ook dat aanbevelingen die de Europese economische groei ten goede kunnen komen ook opgevolgd dienen te worden. Dit laatste is ook de kerninzet van Nederland op de landen specifieke aanbevelingen van het Europees Semester. Toepassing van handhavingsmaatregelen die binnen het bereik zijn van de Commissie wordt door Nederland gesteund.

Wat volgens Nederland ontbreekt in deze mededeling is een concreet voorstel hoe de monitoring van deze aanbevelingen in de toekomst vormgegeven en vastgehouden kan worden. Daarbij wordt ook de complementariteit aan het Europees Semester en de wijze waarop de exercitie in deze mededeling de landen specifieke aanbevelingen onder het Semester zouden ondersteunen slechts minimaal toelicht. Nederland zal zich inzetten voor het creëren van een structurele monitoringsexercitie waarbij de juiste gremia zullen moeten worden aangeboord.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De meeste lidstaten hebben zich in de eerste besprekingen positief geuit over de mededeling. Dit zit hem voornamelijk in het feit dat het een mededeling betreft en er dus nog geen bindende maatregelen worden voorgesteld.

4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten

a) Bevoegdheid

Nederland heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de bevoegdheid. Op basis van artikel 4 lid 2 sub a VWEU is er een gedeelde bevoegdheid voor de EU en lidstaten om op te treden op het terrein van de interne markt. Het staat de Europese Commissie vrij om mededelingen op het gebied van de interne markt uit te vaardigen.

b) Subsidiariteit

De grondhouding van het kabinet ten aanzien van subsidiariteit is positief. Nederland is van mening dat om de interne markt voor diensten te verdiepen, optreden en aanbevelingen op EU-niveau van de CIE aan de lidstaten noodzakelijk is.

c) Proportionaliteit

De grondhouding van het kabinet ten aanzien van proportionaliteit is positief. Het doel van deze mededeling is niet alleen om een lidstaat te helpen bij het opheffen van specifieke ongerechtvaardigde substantiële beperkingen, maar ook om bewustwording en verandering teweeg te brengen wat betreft de inzichten in reglementering bij lidstaten. De mededeling met de daarin opgenomen aanbeveling is daarom ook een goed instrument om het doel te bereiken. De vorm van het optreden, nl. een mededeling, laat grote vrijheid aan de lidstaten of en hoe zij de aanbevelingen opgenomen in de mededeling willen overnemen.

d) Financiële gevolgen

Geen.

e) Gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

De administratieve en uitvoeringslasten zullen hoger worden in het geval dat de lidstaten de aanbevelingen overnemen en implementeren. Er zijn geen administratieve lasten voorzien voor bedrijven, aangezien de aanbevelingen zijn gericht aan de lidstaten.


X Noot
1

Kamerstuk 22 112, nr. 2029.