Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201522112 nr. 1986

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1986 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2015

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 11 juni 2015 inzake Behandelvoorstel Betere Regelgeving.

Met de subsidiariteitsexercitie en de actieve agenda van focus, balans en legitimiteit is Nederland erin geslaagd onder EU-lidstaten en de EU-instellingen grote belangstelling te genereren voor EU-brede agendering van dit onderwerp. Het belang van het subsidiariteitsprincipe wordt nu in de Raad breed onderschreven. Zo is in de Strategische Agenda (SA), die tijdens de Europese Raad van juni 2014 voor het eerst werd vastgesteld, een expliciete verwijzing opgenomen naar het subsidiariteitsbeginsel en het belang van betrokkenheid van nationale parlementen. Zie daarvoor ook het verslag van de Europese Raad 26–27 juni 2014, dat uw Kamer op 30 juni 2014 toeging (Kamerstuk 21 501-20, nr. 897). Ook de toegenomen aandacht voor legitimiteit en verbinding kan voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan het Nederlandse subsidiariteitsinitiatief en de actieve inzet van Nederland op het Europese toneel (zie ook Kamerstuk 34 166, nr. 1).

Subsidiariteit en proportionaliteit zijn in toenemende mate verweven in het DNA van het EU-wetgevingsproces en de cluster-organisatie van de nieuwe Europese Commissie. Het terugdringen van onnodige EU-inmenging en regeldruk staat nu in Brussel hoog op de agenda. Commissaris Timmermans heeft bovendien een speciaal mandaat gekregen gericht op betere regelgeving. Een andere positieve ontwikkeling, waarover uw Kamer eerder werd geïnformeerd (Kamerstuk 22 112, nr. 1940), is de betrokkenheid van de Raad, en daarmee van uw Kamer via de reguliere voorbereiding van Raden, bij de totstandkoming van het Commissiewerkprogramma. De uitkomsten van de subsidiariteitsexercitie en de Strategische Agenda zijn door het kabinet nadrukkelijk benut bij het leveren van input op en het beoordelen van het Commissiewerkprogramma voor 2015, inclusief het overzicht van (wetgevende) Commissievoorstellen die aangehouden of teruggetrokken zouden kunnen worden.

Het verder inbedden van de bredere onderliggende principes van de subsidiariteitsexercitie spelen ook een hoofdrol in het in uw brief onder referte genoemde voorstel voor Betere Regelgeving en het Inter Institutioneel akkoord Betere Regelgeving (IIA), waarover uw Kamer onlangs BNC-fiches heeft ontvangen. Daarin is aangegeven dat het kabinet zich reeds geruime tijd inzet voor een Europese wetgevingsagenda waarin de focus ligt op die beleidsterreinen waar de meerwaarde van actie op Europees niveau een duidelijk gegeven is, in lijn met de bepalingen en principes als het subsidiariteits-, evenredigheid- en attributiebeginsel, zoals vastgelegd in de EU-verdragen (zie onder andere Kamerbrief inzake uitkomsten subsidiariteitsexercitie, Kamerstuk 33 551 / 22 112, nummer F d.d. 21 juni 2013). De tijdens de Europese Raad van juni 2014 vastgestelde Strategische Agenda en het EU-brede draagvlak voor een inzet op een betere focus, balans en legitimiteit binnen de EU zijn dan ook in belangrijke mate voortgekomen uit het Nederlandse subsidiariteitsinitiatief.

Kortom, de subsidiariteitsexercitie is succesvol geweest en heeft zijn functie vervuld. De Nederlandse principes zijn overgenomen in de EU-besluitvormingsprocedures. Gezamenlijk hebben de EU lidstaten in de Europese Raad door middel van de Strategische Agenda focus gekregen en de collectieve prioriteiten vastgelegd die een belangrijk kompas vormen voor de jaarlijkse discussie met de Commissie over het werkprogramma. Nederland zet zich tijdens verdere besprekingen in langs de met uw Kamer afgesproken lijnen.

Uw Kamer wordt over de bredere EU-subsidiariteitsagenda en de Nederlandse inzet in dat kader geïnformeerd in de Staat van de Unie, de appreciatie van het Commissie Werkprogramma, in Geannoteerde Agenda’s en in verslagen van Raden. Ook zal het Kabinet uw Kamer nauw blijven betrekken bij verdere follow-up die nog altijd gaande is, zoals de herziening van het IIA Beter Wetgeven en de Better Regulation Agenda. Ook indien horizontale ontwikkelingen gerelateerd aan individuele dossiers daartoe aanleiding geven komt het kabinet uiteraard bij u terug.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders