22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1421 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Verordening Europese statistiek (Kamerstuk 22 112, nr. 1420)

Fiche 2: Mededeling Groei voor Griekenland

Fiche 3: Mededeling Een strategie voor elektronisch aanbesteden

(Kamerstuk 22 112, nr. 1422)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche: mededeling Groei voor Griekenland

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Mededeling van de Commissie aan het EP, de Raad, de ECB, het EESC, het Comité van de Regio’s en de EIB over Groei voor Griekenland

Datum Commissiedocument: 18 april 2012

Nr. Commissiedocument: COM (2102) 183

Pre-lex:

http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=201520

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: n.v.t.

Behandelingstraject Raad: Ecofin Raad

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Financiën

2. Essentie voorstel

Doel van deze mededeling is om de positieve effecten te laten zien van implementatie van het tweede economische aanpassingsprogramma op de fundamentele voorwaarden voor groei, investeringen en sociale vernieuwing in Griekenland.

In de mededeling wordt ingegaan op de gevolgen van de crisis, op de lopende financiële steun uit de EU-begroting en op de wijze waarop EU-beleid groei en werkgelegenheid in Griekenland kan helpen bevorderen. De mededeling bouwt inhoudelijk voort op het tweede economische aanpassingsprogramma en is bedoeld om punten te identificeren waarop Griekenland snel resultaat kan boeken.

Naast het uitgangspunt dat herstel van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en van de concurrentiepositie voorwaarden zijn voor het slagen van een groeiagenda, worden daarbij de volgende clusters van maatregelen en initiatieven opgesomd:

  • (i) Stimuleren van het Griekse bedrijfsleven: gebruik van EU-middelen voor MKB (recent is afgesproken om € 4 mld. vanuit structuurfondsen in te zetten voor het MKB, naast € 1 miljard voor een MKB-garantiefonds), leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) voor het MKB en steun vanuit structuurfondsen voor ondernemersopleidingen. Ook zou het concurrentievermogen gestimuleerd kunnen worden door het verbeteren van overheidsprocedures, zoals snellere verstrekking van vergunningen en aanbestedingen, verkorting van douaneformaliteiten en het verkorten van het traject voor het opstarten van nieuwe bedrijven. Daarnaast zou vrije concurrentie in prijsvorming bevorderd moeten worden, waardoor de marktwerking wordt verbeterd, en zijn aanpassingen nodig in het systeem van collectieve loonvorming en verlaging van de sociale bijdragen in de arbeidskosten. Verder dienen banken te worden geherkapitaliseerd om de liquiditeitsstroom naar het Griekse bedrijfsleven weer op gang te brengen. Tot slot is het nodig om essentiële infrastructuur zoals energie en transport te moderniseren en te privatiseren.

    Daarbij zou het risicodelingsinstrument voor programmalanden1 behulpzaam kunnen zijn: de betreffende lidstaten kunnen dan een deel van hun structuurfondsgeld inzetten als bankgarantie voor de EIB of andere organen met een publieke taak, waardoor meer leningen beschikbaar komen voor grote infrastructuurprojecten en productieve investeringen. Dit instrument is onlangs goedgekeurd door de Raad.

  • (ii) beperken van sociale gevolgen van de crisis en modernisering van de arbeidsmarkt: de middelen die Griekenland vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) ontvangt zouden beter benut kunnen worden, bijvoorbeeld voor herscholing, stages en ondernemerschap voor jongeren en korte contracten voor kansarme groepen. Ook zou de kwaliteit van het lagere beroepsonderwijs verbeterd moeten worden. Verder zouden sociale programma’s meer gericht moeten worden op bescherming van kwetsbare groepen, en zouden bij pensioenverlagingen de laagste pensioenen moeten worden ontzien.

  • (iii) modernisering van de Griekse overheidsadministratie: om efficiënter en effectiever te werken is het nodig om een duidelijke taakverdeling af te spreken tussen verschillende overheidsorganen. Ook is het nodig om 1 centraal punt aan te wijzen waar het hervormingsproces wordt gecoördineerd. Via het Europees Sociaal Fonds worden administratieve hervormingen financieel ondersteund. Verder moet het belastingstelsel worden herzien, met minder uitzonderingen en mogelijkheden voor ontduiking en betere naleving. Het Gerechtelijk apparaat moet worden hervormd, met eenvoudigere en snellere procedures en alternatieve manieren van geschilbeslechting. In de zorgsector zou de administratie verbeterd moeten worden om effectiever en goedkoper te werken. Verder is het van belang dat Griekenland de pensioen-hervorming voltooit, om de houdbaarheid van het pensioenstelsel te verbeteren.

Voor zover EU-financiering nodig is, kan dit volgens de mededeling geschieden door bestaande fondsen beter in te zetten. Hoewel er geen gebrek is aan EU-middelen voor de ondersteuning van projecten in Griekenland, worden de mogelijkheden van de structuurfondsen om groei te bevorderen nog niet volop benut. Dat komt o.m. door administratieve knelpunten. Daarom wordt ook bezien hoe de administratieve procedures aan Griekse zijde kunnen worden verminderd, zodat EU-middelen sneller kunnen worden besteed.

Er was reeds afgesproken dat € 4 miljard van de Griekse structuurfondsmiddelen beschikbaar zal worden gesteld als steun voor het MKB, ondermeer als werkkapitaal en garanties voor leningen aan MKB-bedrijven. Ook kijkt de Commissie samen met Griekenland welke acties de meeste prioriteit zouden moeten krijgen bij de besteding van EU-middelen, zoals bestrijding van jeugdwerkloosheid.

Verder wordt via de Task Force Griekenland, die in juli 2011 is opgericht, technische bijstand van lidstaten en internationale organisaties aangeboden aan de Griekse overheid. Dit kan ondermeer worden ingezet voor het hervormen van de overheid en het belastingsysteem en bij het verbeteren van het ondernemersklimaat.

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

De Nederlandse grondhouding t.a.v. de bevoegdheid van de EU, de subsidiariteit en proportionaliteit is positief. Voor zover de mededeling betrekking heeft op de inzet van Europese middelen, instituties of expertise, is de EU bevoegd en de voorstellen lijken in verhouding tot het te bereiken doel.

Ook voor de voorstellen die betrekking hebben op de acties die de Griekse overheid zou moeten nemen is de Nederlandse grondhouding positief, aangezien deze voorstellen in lijn zijn met de voorwaarden die zijn vastgelegd in het Memorandum of Understanding (MoU) dat is afgesloten met Griekenland in het kader van het tweede economische aanpassingsprogramma.

De voorstellen vergroten de kans op een succesvolle implementatie van het Griekse aanpassingsprogramma en op een verbetering van de economische situatie in Griekenland; dit is in het belang van de gehele eurozone en de gehele EU.

Financiële gevolgen: Voor zover EU-financiering nodig is, kan dit volgens de mededeling geschieden door bestaande fondsen beter in te zetten. Voor Griekenland is in de periode 2007–2013 ruim € 20 miljard beschikbaar aan structuur- en cohesiefondsen, maar ongeveer de helft van deze middelen heeft nog niet tot betaling geleid. Wanneer deze fondsen alsnog tot uitbetaling komen, leidt dit niet tot extra «vastleggingskredieten», maar mogelijk wel tot extra betalingskredieten in de EU-begrotingen voor 2012 t/m 2015. Het precieze bedrag is moeilijk in te schatten (de Commissie verstrekt geen ramingen van betalingen per lidstaat), maar omdat het een initiatief voor één enkele lidstaat betreft, is het effect daarvan waarschijnlijk beperkt.

De voorstellen hebben geen gevolgen voor Nederland op het terrein van regeldruk en administratieve lasten.

4. Nederlandse positie over de mededeling

De mededeling biedt een nuttig overzicht van lopende acties op EU-niveau om de Griekse economie te hervormen en initiatieven die de Griekse overheid op korte termijn kan nemen om de concurrentiepositie te verbeteren. Nederland onderschrijft in grote lijnen de bevindingen in de mededeling.

Zoals ook in de brief aan de Kamer van 20 maart 2012 is gemeld (Kamerstuk 21 501-07-893), over het tweede economische aanpassingsprogramma voor Griekenland, vraagt het nieuwe programma veel van Griekenland en grijpt het op verschillende manieren diep in op de Griekse economie. Daarom is het volgens Nederland van groot belang dat er aandacht is voor structurele, op groei gerichte hervormingen en een overkoepelende groeistrategie, onder andere door maatregelen via structuurfondsen en de EIB, zodanig dat deze effectiever het groei- en concurrentievermogen van de Griekse economie versterken. Wel blijft het zaak dat Griekenland zelf het voortouw neemt om tot de noodzakelijke hervormingen te komen.

Ook blijft het uiteraard van belang dat de EU-middelen effectief en efficiënt worden besteed, inclusief deugdelijk financieel beheer: het verhogen van het bestedingstempo moet geen doel op zich worden.


X Noot
1

Voor een toelichting zie BNC-fiche 2212, nr. 1267 over Commissievoorstel COM(2011) 655: wijziging verordening risicodelende instrumenten mbt. financiële stabiliteit.

Naar boven