22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1420 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Verordening Europese statistiek

Fiche 2: Mededeling Groei voor Griekenland (Kamerstuk 22 112, nr. 1421)

Fiche 3: Mededeling Een strategie voor elektronisch aanbesteden (Kamerstuk 22 112, nr. 1422)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche: Verordening Europese statistiek

1. Algemene gegevens

Titel Voorstel: Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek.

Datum Commissiedocument: 17 april 2012

Nr. Commissiedocument: COM (2012) 167

Prelex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=201508

Nr. Impact-assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: Niet van toepassing

Behandelingstraject Raad: Naar verwachting Ecofin Raad

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie/Centraal Bureau voor de Statistiek

Rechtsbasis, stemwijze Raad, rol Europees Parlement en comitologie

  • a) Rechtsbasis artikel 338, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

  • b) Stemwijze Raad en rol Europees Parlement:

    Gewone besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid Raad, medebeslissingsrecht Europees Parlement.

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen:

    Het voorstel voorziet in artikel 12, lid 2 in gedelegeerde handelingen door de Commissie.

    De Commissie krijgt de bevoegdheid om voor een periode van vijf jaar gedelegeerde handelingen vast te stellen. Het gaat hierbij om het vaststellen van specifieke kwaliteitsvereisten, zoals streefwaarden en minimumnormen voor de productie van statistieken.

    Het voorstel voorziet ook in uitvoeringshandelingen. De Commissie krijgt de bevoegdheid om op basis van artikel 23 door middel van de onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast te stellen. Het gaat hierbij om de regelingen, voorschriften en voorwaarden voor toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden op het niveau van de Unie. In dit geval wordt de Commissie bijgestaan door het Comité voor het Europees Statistisch Systeem.

2. Samenvatting BNC-fiche

Korte inhoud voorstel

Deze voorgestelde maatregelen zijn het vervolg op de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad; naar een robuust kwaliteitsbeheer voor de Europese statistiek1 in het kader van de verdere versterking van de governance van het Europees Statistisch Systeem. Deze maatregelen werden gesteund door de Raad (Ecofin) in juni 20112. Verder refereert de Commissie aan het belang van kwalitatief hoogwaardige en onafhankelijke statistieken ten aanzien van de statistische implicaties zoals reeds vastgelegd in de wetgeving (six-pack) voor een sterker economisch bestuur in de Eurozone en de Europese Unie.

Met het onderhavige voorstel beoogt de Commissie het bestaande juridisch kader3 voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, te herzien. Het belangrijkste doel van de herziening is de governance in het Europees Statistisch Systeem verder te versterken omdat er recentelijk tekortkomingen zijn aangetroffen ten aanzien van de professionele onafhankelijkheid. De professionele onafhankelijkheid van de Nationale Statistische Instanties (NSI’s), en in het bijzonder de Hoofden van deze instanties staan in het voorstel centraal, omdat de onafhankelijkheid van deze personen bij de uitoefening van hun taak een belangrijke voorwaarde is voor de onafhankelijkheid van de Nationale Statistische Instanties, naar Nederlandse best practice. Om de administratieve lasten en de kosten voor het bedrijfsleven en voor de statistische instanties te verminderen, stelt de Commissie verder voor dat de NSI’s, uitsluitend ten behoeve van statistische doeleinden, kosteloos toegang krijgen tot en gebruik kunnen maken van gegevens uit registraties. Tevens worden de lidstaten op basis van de verordening verplicht soft-law instrumenten te ondertekenen en te implementeren4. Daarnaast stelt de Commissie voor dat zij de bevoegdheid krijgt om gedelegeerde handelingen vast te stellen op grond van artikel 290 VWEU en uitvoeringshandelingen op grond van artikel 291 VWEU.

Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Nederland acht artikel 338, eerste lid, VWEU de juiste rechtsbasis voor dit voorstel. Het betreft hier een gedeelde bevoegdheid. Nederland beoordeelt de subsidiariteit positief. Nederland beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel in de huidige vorm negatief.

Nederlandse positie

Nederland verwelkomt het voorstel. Het voorstel sluit wat betreft de versterking van de governance grotendeels aan bij de visie van het Kabinet op de toekomst van de Economische en Monetaire Unie5.

Nederland beschouwt de voorliggende verordening als een belangrijke maatregel ter verbetering van de onafhankelijkheid van de NSI’s – conform de Nederlandse best practice. Nederland staat echter afwijzend tegenover het onderdeel van het voorstel om in de verordening vast te leggen dat de lidstaten verplicht worden een juridisch niet bindend instrument – vertrouwensverbintenissen – te ondertekenen. Volgens Nederland kan dit alleen op vrijwillige basis. Aandachtspunt is verder de positie van Eurostat als statistische dienst van de Europese Unie. De verordening bevat een aantal maatregelen ter versterking van de onafhankelijkheid van de NSI’s en hun directeuren generaal; deze zijn echter niet van toepassing op Eurostat. Naar het oordeel van het Kabinet zijn de huidige voorstellen ten aanzien van de onafhankelijkheid van Eurostat onvoldoende.

3. Samenvatting voorstel

Inhoud voorstel

Het onderhavige voorstel voorziet in een herziening van verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek. Het voornaamste doel is de statistische governance binnen het Europees Statistische Systeem verder te versterken. In dit kader is de onafhankelijkheid van de nationale instituten voor de statistiek en van Eurostat van essentieel belang. Het onderhavige voorstel legt verder de nadruk op de positie van de Hoofden van NSI’s (directeuren generaal) van deze instituten. De verordening regelt dat de directeuren generaal van de NSI’s op transparante wijze en alleen op grond van professionele criteria worden benoemd. De verordening schrijft verder voor dat deze functionarissen binnen het nationale statistisch systeem beslissingsbevoegdheid hebben ten aanzien van statistische processen, statistische methoden, statistische normen en procedures evenals over de inhoud en het tijdstip van statistische berichten en publicaties voor alle Europese statistieken. Daarnaast schrijft de verordening voor dat het NSI op nationaal niveau een coördinerende taak heeft. Deze coördinerende taak heeft betrekking op alle andere nationale instanties6 die belast zijn met de productie van Europese statistieken. Vervolgens verplicht de verordening de lidstaten, vertegenwoordigd door hun regeringen op het hoogste politieke niveau, een vertrouwensverbintenis voor de statistiek te tekenen, waardoor de lidstaten zich tegelijkertijd verplichten de Europese praktijkcode voor de statistiek volledig te implementeren.

Om de administratieve lasten en kosten voor de samenstelling van Europese statistieken te verminderen, schrijft de verordening voor dat de Commissie (Eurostat) en de Nationale Statistische Instituten (NSI’s) binnen hun respectievelijke bevoegdheden, en voor zover noodzakelijk voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, gebruik kunnen maken van bestaande registraties. In dit kader worden eveneens maatregelen voorgesteld dat, voor zover nodig de Commissie (Eurostat) op EU-niveau en de NSI’s op nationaal niveau betrokken worden bij het ontwerp, de ontwikkeling en de beëindiging van registraties.

Vervolgens wordt voorgesteld om de Commissie bevoegdheden te geven om op basis van artikel 290 VWEU, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de uitwerking van specifieke kwaliteitseisen, en op basis van artikel 291 VWEU uitvoeringshandelingen vast te stellen ten aanzien van voorschriften en voorwaarden voor de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor statistische en wetenschappelijke doeleinden op het niveau van de Unie.

Impact assessment Commissie

Er is geen Impact assessment door de Commissie opgesteld.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert haar voorstel op artikel 338, eerste lid 1, VWEU. Op grond van dit artikel nemen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen aan voor de opstelling van statistieken wanneer dat voor de vervulling van de taken van de Unie nodig is. Volgens Nederland is dat de juiste rechtsgrondslag.

b) Functionele toets:

  • Subsidiariteit: positief

    Het kabinet onderschrijft het oordeel van de Commissie ten aanzien van de subsidiariteit.

    Het doel van de verordening, namelijk het vaststellen van een herziening van het bestaande juridisch kader voor geharmoniseerde en vergelijkbare Europese statistieken, kan het beste op Europees niveau worden bereikt.

  • Proportionaliteit: negatief

    Op basis van het proportionaliteitsbeginsel dient de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder te gaan dan noodzakelijk om de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken. Nederland staat afwijzend tegenover het onderdeel van het voorstel dat de lidstaten in een wetgevingshandeling verplicht worden om soft-law instrumenten te ondertekenen en te implementeren. Volgens Nederland kan dit alleen op vrijwillige basis. Tevens vindt Nederland dat het voorstel onvoldoende waarborg biedt voor de versterking van de onafhankelijkheid van Eurostat.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen:

De verordening bevat voorstellen om de Commissie bevoegdheden te geven om gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de uitwerking van specifieke kwaliteitseisen. Nederland plaatst kanttekeningen bij dit voorstel. Wat Nederland betreft gaat het hier om technische uitvoeringsmaatregelen, die naar het oordeel van Nederland beter kunnen worden vastgesteld in uitvoeringshandelingen. Nederland kan instemmen met de door de Commissie voorgestelde uitvoeringshandelingen, aangezien het een technische uitwerking van niet-essentiële delen van de verordening betreft, waarbij de Commissie goed het initiatief kan nemen.

5. Implicaties financieel

a) Consequenties EU-begroting

n.v.t.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

De verordening heeft naar verwachting geen financiële consequenties voor Nederland, omdat de voorgestelde maatregelen goed aansluiten bij de bestaande Nederlandse praktijk, zoals geregeld in de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek van 20 november 2003.

Mogelijk kunnen wel kosten verbonden zijn aan de uitvoeringshandelingen, omdat de gevolgen van de uitvoeringshandelingen zouden kunnen afwijken van de bestaande Nederlandse praktijk. De omvang hiervan is op voorhand echter niet te kwantificeren. Voor wat betreft de eventuele toekomstige financiële gevolgen geldt, dat deze dienen te worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels voor de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Geen

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

Een belangrijk doel van de verordening is om op Europees niveau een wetgevingskader op te stellen zodat voor de samenstelling van Europese statistieken uitgebreider gebruik kan worden gemaakt van bestaande registers en administratieve bronnen. Hierdoor zullen naar verwachting in de toekomst de kosten voor het verzamelen van gegevens en de administratieve lasten voor bedrijven en personen in de Europese Unie verder worden gereduceerd. Omdat in Nederland reeds de wettelijke toegang tot en het gebruik van registerdata zijn geregeld en veel gebruik wordt gemaakt van aanwezige overheidsregisters, zullen de voorgestelde maatregelen voor Nederland niet tot een significante reductie in de administratieve lasten leiden.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silentium positivo)

n.v.t.

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen en kaderbesluiten), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Deze verordening treedt in werking op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Voor Nederland is dat haalbaar.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

n.v.t.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

De voorgestelde maatregelen sluiten goed aan op de bestaande Nederlandse praktijk, zoals geregeld in de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen

9. Nederlandse positie

Nederland verwelkomt het voorstel en is op de meeste onderdelen positief, maar op enkele onderdelen negatief. Nederland kan het voorstel steunen ten aanzien van de voorgestelde maatregelen in het kader van de versterking van de onafhankelijkheid van de Nationale Statistische Instituten (NSI’s) en de Hoofden van de NSI’s. Hiermee wordt op Europees niveau invulling gegeven aan de Nederlandse bestaande praktijk. Daarnaast steunt Nederland het voorstel ten aanzien van het verder gebruik van bestaande registers en administratieve bronnen voor de samenstelling van de Europese statistieken. Wel dient naar het oordeel van Nederland in de wetstekst te worden verduidelijkt dat het in dit kader dient te gaan om registraties die worden bijgehouden in verband met de uitvoering van een wettelijke taak. Hiermee wordt gehandeld in lijn met de Nederlandse bestaande praktijk.

Nederland stemt niet in met het onderdeel van het voorstel dat de lidstaten in een wetgevingshandeling verplicht worden om soft-law instrumenten te ondertekenen en te implementeren. Dit kan volgens Nederland alleen op vrijwillige basis. Daarom zal Nederland in samenwerking met gelijkgezinde lidstaten er op aandringen dat het voorstel op dat onderdeel wordt aangepast.

Nederland vindt dat de Commissie met dit voorstel onvoldoende maatregelen neemt om de professionele onafhankelijkheid van het Europees bureau voor de statistiek (Eurostat) te versterken. Nederland acht het van essentieel belang dat de onafhankelijkheid van Eurostat wordt versterkt. Naar het oordeel van Nederland dienen voor Eurostat dezelfde bepalingen te gelden als voor de Nationale Statistische Instituten. Zo dient het Hoofd van Eurostat (directeur generaal) op het niveau van de Unie dezelfde bevoegdheden en verantwoordelijkheden te krijgen als de Hoofden van NSI’s (directeuren generaal) op lidstaat niveau. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld de benoemingswijze. Daarom zal Nederland in samenwerking met gelijkgezinde lidstaten zich maximaal inzetten dat in het voorstel deze omissie hersteld wordt.

De Raad (Ecofin) heeft op 30 november 20112 in haar conclusies over EU-statistieken eveneens verzocht de onafhankelijkheid van Eurostat te versterken.


X Noot
1

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie; Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 22 112, nr. 1176.

X Noot
3

Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek.

X Noot
4

De Engelstalige tekst is hierin duidelijker dan de Nederlandstalige tekst: Member States shall take all necessary measures to implement the Code of Practice in order to maintain confidence in their statistics. To this effect, each Member State, represented by its government, shall Sign and implement a «Commitment on Confidence in Statistics» whereby specific policy commitments are made to implement the Code.

X Noot
5

Brief van de Ministers van Algemene Zaken, van Financiën, van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken; Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-07, nr. 839.

X Noot
6

Bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank (DNB). Tussen het CBS en DNB bestaat al sinds 2006 een samenwerkingsovereenkomst.

Naar boven