Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201222112 nr. 1406

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1406 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 april 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 10 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Mededeling hernieuwd partnerschap EU en Stille Oceaangebied (Kamerstuk 22 112, nr. 1402)

Fiche 2: Verordening scheepsrecycling (Kamerstuk 22 112, nr. 1403)

Fiche 3: Besluit toetreden of ratificeren Verdrag van Hong Kong (scheepsrecycling) (Kamerstuk 22 112, nr. 1404)

Fiche 4: Verordening reciprociteit bij overheidsopdrachten (Kamerstuk 22 112, nr. 1405)

Fiche 5: Mededeling betreffende de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied

Fiche 6: Wijziging richtlijn Havenstaatcontrole (Kamerstuk 22 112, nr. 1407)

Fiche 7: Richtlijn verantwoordelijkheden vlaggenstaat bij handhaving richtlijn maritieme arbeid (Kamerstuk 22 112, nr. 1408)

Fiche 8: Herziening van de batterijenrichtlijn (Kamerstuk 22 112, nr. 1409)

Fiche 9: Wijziging richtlijn verpakkingen en verpakkingsafval (Kamerstuk 22 112, nr. 1410)

Fiche 10: Richtlijn radioactieve stoffen in drinkwater (Kamerstuk 22 112, nr. 1411)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche: Mededeling betreffende de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het comité van de regio’s betreffende de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied.

Datum Commissiedocument: 23 maart 2012

Nr. Commissiedocument: COM(2012) 128

Pre-lex

http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=en&DosId=201458

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: Niet opgesteld.

Behandelingstraject Raad: Bespreking in Raad Algemene Zaken voorzien, nog niet bekend wanneer.

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Buitenlandse Zaken.

2. Essentie voorstel

De EU-strategie voor het Oostzeegebied beoogt een meer effectieve coördinatie van de acties van de lidstaten, regio's en gemeenten, de EU, pan-Baltische organisaties, financieringsinstellingen en niet-gouvernementele organisaties voor een doeltreffendere ontwikkeling van de regio. De strategie omvat ook de regionale uitvoering van het geïntegreerd maritiem beleid. De strategie betreft een op verzoek van de RAZ van 15 november 2011 uitgevoerde herziening van de EU-strategie voor het Oostzeegebied die eerder in juni 2009 door de Europese Commissie is opgesteld. Over de eerdere mededeling COM (2009) 248 is in 2009 reeds een fiche opgesteld. Aan de herziene strategie liggen de volgende algemene doelstellingen ten grondslag:

  • De zee redden. De Oostzee is een van de meest vervuilde zeeën ter wereld, waardoor de levenskwaliteit van de 80 miljoen omwonenden wordt bedreigd. Versterkte inspanningen door een meer gecoördineerde aanpak kunnen bijdragen aan een verbeterd milieu. De algemene milieudoelstelling voor de Oostzee is het bereiken van een goede milieutoestand tegen 2020, zoals voorgeschreven door de kaderrichtlijn mariene strategie, en een gunstige staat van instandhouding uit hoofde van de habitatsrichtlijn overeenkomstig de biodiversiteitsstrategie van de EU. Het gaat hierbij om een stringentere uitvoering van de relevante EU-wetgeving die van essentieel belang is voor het redden van de zee.

  • De regio verbinden. Veel gebieden van het oostelijke Oostzeegebied, Noord-Finland en Zweden behoren tot de slechtst toegankelijke gebieden in heel Europa, door lange afstanden, moeilijke klimaatomstandigheden en een lage infrastructuurdichtheid. Deze slechte bereikbaarheid is niet alleen duur en energie-inefficiënt, maar vormt ook een obstakel voor de interne markt en de territoriale samenhang. De strategie schept een hernieuwd kader voor het verschaffen van territoriale oplossingen die slim, duurzaam en inclusief zijn.

  • De welvaart vergroten. De economische vooruitzichten voor de Oostzeeregio zijn verslechterd door verminderd concurrentievermogen en gebrek aan samenwerking. Een goed functionerende interne markt is van cruciaal belang, aangezien de meeste handel in de macroregio plaatsvindt. De strategie biedt een hernieuwd kader voor het nemen van maatregelen om terug te keren tot economische groei in lijn met de doelstellingen van Europa 2020, door meer nadruk te leggen op groei en banen en betere informatievoorziening aan beleidsmakers. Een groter politiek engagement is nodig voor de snelle omzetting van de wetgeving om te zorgen voor een goed functionerende interne markt.

De herziene strategie doet hiertoe de volgende voorstellen:

  • Verbetering van de strategische aandachtspunten, door formulering van de drie hierboven genoemde algemene doelstellingen, met bijbehorende indicatoren en streefcijfers.

  • Afstemming van beleid en financiering. Het is van belang om doeltreffend gebruik te maken van de nationale en EU-begrotingsmiddelen. Om het effect van de macroregionale financiering te optimaliseren, moeten de lidstaten en andere fondsenverstrekkers zorgen voor een (her-)prioritering in lijn met de doelstellingen van de strategie, rekening houdend met het actieplan en de doelen die op het niveau van de strategie en de prioritaire gebieden zijn vastgesteld.

  • Verduidelijking van de verantwoordelijkheden van verschillende actoren. De experimentele aard van de strategie en de ondersteuning door een zeer brede gemeenschap van belanghebbenden, waaronder lokale en regionale autoriteiten, nationale ministeries, diensten van de Commissie, internationale financieringsinstellingen, vertegenwoordigers van de privésector en ngo's, vereist een open maar doeltreffende governancestructuur. Het is daarom van belang om duidelijkheid te scheppen over de rollen en verantwoordelijkheden van de belangrijkste instanties die bij de uitvoering van de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied zijn betrokken.

  • Betere communicatie. Er is een betere bewustmaking nodig van het belang van de aanpak van de strategie en de resultaten die zij oplevert, via een zo breed mogelijk scala van actoren en communicatiekanalen. Door de nadruk te leggen op de algemene doelstellingen, gekoppeld aan bekendgemaakte indicatoren en streefdoelen, als hieronder beschreven, zal ook duidelijk worden gemaakt waarover de strategie gaat.

De herziene strategie voorziet niet in nieuwe wet- of regelgeving of nieuwe financiering, maar formuleert indicatoren en streefcijfers als ijkpunt voor de meting van de vooruitgang op de genoemde algemene doelstellingen.

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

Bevoegdheidsvaststelling:

Dit is niet aan de orde, omdat er geen sprake is concrete wet- of regelgeving.

Subsidiariteit:

Het Nederlands oordeel over de subsidiariteit luidt positief. Het gaat hier om grensoverschrijdende problematiek, die op EU-niveau effectiever en efficiënter kan worden opgepakt dan door de lidstaten afzonderlijk.

Proportionaliteit:

Het Nederlands oordeel over de proportionaliteit luidt positief. De Commissie beperkt zich in haar voorstellen tot het formuleren van indicatoren en streefcijfers, en doet daarmee niets af aan de eigen verantwoordelijkheid van betrokken uitvoerende instanties.

Financiële consequenties

Voor de huidige periode, tot en met 2013, zijn er geen financiële gevolgen. De mededeling bouwt voort op bestaande maatregelen met gebruikmaking van bestaande instrumenten, zoals structuurfondsen.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland verwelkomt de mededeling. Effectieve coördinatie van de vele verschillende uitvoerende instanties leidt tot een duurzame ontwikkeling van de Oostzee-regio, die niet alleen in het belang is van de betrokken landen en regio’s zelf, maar door verbeterd milieubeheer, transportnetwerken en economische ontwikkeling in het belang is van de gehele EU.

Wel merkt Nederland op, dat in de strategie aandacht ontbreekt voor de cultuurhistorische aspecten en de bescherming daarvan, die onderdeel horen te zijn van een integraal maritiem beleid, inclusief de dreiging van beschadiging of roof van cultureel erfgoed onder water. Nederland zal dan ook inzetten op meer aandacht vragen voor dit aspect in de Oostzeestrategie.

Overigens mag uit deze positieve opstelling niet worden afgeleid dat NL een voorstander zou zijn van een eventuele soortgelijke strategie voor de Noordzee-regio, evenmin als voor een eventuele richtlijn voor grensoverschrijdende ruimtelijke ordening op zee in algemene zin.