Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201022112 nr. 1047

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1047 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 augustus 2010

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 11 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):

  • 1. Richtlijn betreffende Europees onderzoeksbevel in strafzaken (22 112, nr. 1044)

  • 2. Besluit over financiële wijziging ten behoeve van ITER (22 112, nr. 1045)

  • 3. Mededeling inzake het gebruik van beveiligingsscanners in EU-luchthavens (22 112, nr. 1046)

  • 4. Mededeling inzake algemeen Europees internationaal investeringsbeleid

  • 5. Mededeling Europa als nr. 1 toeristische bestemming (22 112, nr. 1048)

  • 6. Mededeling overdraagbare spongiforme encefalopathieën, TSE’s (22 112, nr. 1049)

  • 7. Mededeling Europese Verkeersveiligheidsruimte voor de periode 2011–2020 (22 112, nr. 1050)

  • 8. Verordening tot wijziging verordening inzake kredietbeoordelaars (22 112, nr. 1051)

  • 9. Verordening EU octrooi vertaalregelingen (22 112, nr. 1052)

  • 10. Verordening overgangsregeling bilaterale investeringsovereenkomsten (22 112, nr. 1053)

  • 11. Mogelijkheid tot verbieden of beperken van teelt van ggo’s op eigen grondgebied (32 472 / 22 112, nr. 2)

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

Fiche : Mededeling inzake algemeen Europees internationaal investeringsbeleid

1. Algemene gegevens

Datum Commissiedocument

7 juli 2010.

Nr. Commissiedocument

COM(2010)343 definitief.

Prelex

http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosID=199506.

Nr. impact-assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

niet opgesteld.

Behandelingstraject Raad

Raad van Buitenlandse Zaken; staat geagendeerd voor 10 september 2010.

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Economische Zaken.

2. Essentie voorstel

Deze Mededeling geeft een eerste overzicht over de manier waarop de Commissie het nieuwe Europese investeringsbeleid vorm wil geven. Uitgangspunt is dat toekomstige EU investeringsbeschermingsovereenkomsten (IBO’s) een toegevoegde economische waarde moeten hebben voor de EU als geheel. De Commissie heeft een aantal strategische landen uitgekozen, zoals Canada, India, Singapore, China, Rusland en de Mercosurlanden1 waarmee de EU momenteel over een vrijhandelsakkoord onderhandelt of binnenkort zal onderhandelen. De Commissie wil in deze nieuwe vrijhandelsakkoorden bepaalde investeringsaspecten uit deze mededeling opnemen. De toekomstige EU IBO’s zullen grotendeels gebaseerd zijn op de basisprincipes van de bestaande IBO’s van de lidstaten, maar ook rekening houden met bijvoorbeeld de bescherming van het milieu en arbeidsomstandigheden. De OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, die momenteel bijgewerkt worden, vormen volgens de Commissie een belangrijk instrumentarium om een evenwicht te bereiken tussen de rechten en verantwoordelijkheden van investeerders. Op het gebied van geschillenbeslechting acht de Commissie het wenselijk om de bestaande mechanismen te verbeteren. De Commissie wil zich hierbij vooral richten op meer transparantie, meer consistentie in de uitspraken van internationale arbitrage tribunalen door semipermanente arbiters en mogelijke toetreding tot het ICSID-verdrag (International Centre for Settlement of Investment Disputes, Wereldbank).

De Commissie heeft naast bovengenoemde Mededeling ook een voorstel gedaan tot een Verordening voor overgangsregelingen voor bilaterale investeringsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen (Commissie voorstel COM(2010) 344). Dit voorstel wordt in een apart BNC-fiche behandeld.

3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?

De Commissie baseert de bevoegdheid voor een Europees investeringsbeleid op Art. 207, lid 2 EU-Werkingsverdrag. Deze bepaling regelt de gemeenschappelijke handelspolitiek van de EU. Er is hier sprake van een exclusieve bevoegdheid van de EU. Zoals in het BNC fiche met betrekking tot Commissie voorstel COM(2010) 344 tevens is opgenomen, is het twijfelachtig of de EU daadwerkelijk exclusieve bevoegdheid heeft op alle onderdelen die normaliter in een IBO geregeld worden. Volgens Nederland vallen verschillende aspecten rond onteigening en nadeelcompensatie, geschillenbeslechting en internationale vertegenwoordiging en aansprakelijkheid binnen de bevoegdheid van de lidstaten.

De mededeling zelf bevat geen concrete maatregelen ten aanzien van wet- en regelgeving. Maar de mededeling verwijst naar het voorstel van de verordening COM(2010)344 met betrekking tot een transitieregime voor bestaande IBO’s. Volgens de Commissie vormen de mededeling en het voorstel tezamen de eerste stappen naar Europees internationaal investeringsbeleid.

De Commissie stelt wel voor om in lopende onderhandelingen met betrekking tot vrijhandelsakkoorden met Canada, India, Singapore en de Mercusor het mandaat te verruimen zodat ook een investeringshoofdstuk toegevoegd kan worden.

Daarnaast wil de Commissie voor toekomstige EU IBO’s een betere balans bereiken tussen de rechten en plichten van investeerders en de bestaande geschillenbeslechtingmechanismen ten aanzien van transparantie, consistentie van arbitrage uitspraken verbeteren. Ook een mogelijke toetreding van de EU tot het ICSID-verdrag behoort tot de volgende stappen.

Uit de mededeling blijkt dat de Commissie namens de EU in rechte zal optreden, indien er geschillen ontstaan met onderdanen of ondernemingen van een derde land dat partij is bij een EU IBO. In de mededeling stelt de Commissie dat zij bij de verdere ontwikkeling van een Europees investeringsbeleid deze aansprakelijkheid, en met name de kwestie van financiële compensatie, zal proberen te regelen. De Commissie zal hierbij trachten gebruik te maken van beschikbare instrumenten, maar indien noodzakelijk nieuwe wetgeving voorstellen.

Het voorlopige oordeel over de subsidiariteit en proportionaliteit is dan ook positief voor zover het om de investeringsaspecten gaat die binnen de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen. De andere aspecten die buiten de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen blijven competentie van de lidstaten. De mededeling geeft een vertrekpunt weer voor de nadere invulling van de bevoegdheid van de EU. Dit biedt de lidstaten de mogelijkheid om op basis van deze Mededeling actief met de Commissie mee te denken en op die manier nauw betrokken te zijn bij het nader vorm geven van het toekomstige Europese investeringsbeleid.

a) Consequenties EG-begroting

De Commissie doet geen mededeling over dit punt. Nederland acht het van belang dat de eventuele kosten hiervoor binnen de huidige financiële plafonds worden opgevangen.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

Hoewel Nederland niet zelf aan tafel zit bij het afsluiten van de EU IBO’s is er wel capaciteit nodig om de Nederlandse belangen in het opstellen van de IBO’s op een juiste manier te waarborgen.

Mocht de EU zoals voorgesteld daadwerkelijk namens de lidstaten in het kader van een EU IBO bij een geschil met onderdanen of ondernemingen uit een derde land in rechte optreden, dan moeten op nationaal niveau de interne procedures voor aansprakelijkheid, nadeelcompensatie en verhaalrecht, maar ook eventuele voor niet-financiële aspecten die samenhangen met de naleving van een bepaling uit een EU IBO, bezien worden.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland steunt de aanpak van de Commissie om zich te concentreren op enkele strategische handelspartners. De verwachting is dat landen zoals China, Singapore, India, Rusland, maar ook de Mercosur landen op korte termijn zullen blijven groeien en derhalve kansen bieden voor het Nederlandse bedrijfsleven. Wel is het noodzakelijk om periodiek te bezien welke andere landen ook van strategisch of economisch belang kunnen zijn.

Nederland steunt de aanpak van de Commissie om zich ten aanzien van toekomstige EU IBO's niet alleen op de rechten van investeerders te richten maar ook op de plichten. Vanzelfsprekend moeten Nederlandse investeerders zich aan de Nederlandse, Europese en lokale wetgeving houden. Nederland is actief bij de herziening van de OESO-richtsnoeren betrokken en steunt de idee van de Commissie om in EU IBO's naar deze richtlijnen te verwijzen. Uiteindelijk wordt, rekening houdend met de OESO-richtlijnen, gestreefd naar een situatie waar de ontwikkeling van het betrokken land optimaal gediend is bij buitenlandse investeringen, en Europese bedrijven gelijke of betere kansen hebben als andere buitenlandse bedrijven.

Nederland steunt het standpunt van de Commissie dat in toekomstige EU IBO’s regelingen getroffen moeten worden voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten. Bij haar benadering wenst de EU zich te baseren op de beste praktijken van de lidstaten om mechanismen te ontwikkelen die voldoen aan de hoogste eisen.

Nederland steunt de aanpak van de Commissie om de bestaande mechanismen voor geschillenbeslechting, voor zover nodig, te verbeteren. De voorgestelde vergroting van de transparantie van de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten kan wenselijk zijn, maar moet wel afgewogen worden tegen de belangen van de betrokkenen partijen om een geschil snel en effectief te beslechten. Ook de inzet van de Commissie om te komen tot meer consistentie bij arbitrage uitspraken kan wenselijk zijn. Het is de vraag of dit mogelijk zal zijn binnen de bestaande mechanismen.

Voor Nederland is het in elk geval van belang dat er duidelijke afspraken komen tussen de Commissie en de lidstaten met betrekking tot de voorgestelde internationale vertegenwoordiging van lidstaten door de EU.

Kortom, de Mededeling bevat uitgangspunten welke door Nederland gesteund kunnen worden, maar een aantal andere belangrijke punten zullen moeten worden gewaarborgd bij de verdere uitwerking van het toekomstige Europese investeringsbeleid en de toekomstige EU IBO’s. Derhalve zal Nederland binnen het Trade Policy Committee een actieve bijdrage leveren aan het verdere ontwikkelen van het Europese investeringsbeleid.


XNoot
1

Economisch samenwerkingsverband waarin de Zuid-Amerikaanse landen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay zich hebben verenigd. Bolivia, Chili, Colombia, Ecuador, Peru en Venezuela zijn geassocieerde leden.