Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 april 2026
Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid (Kamerstuk
2010–2011, 22 054, nr. 165) en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011 over verlaging van de
drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen
naar € 2.000.000,– (Kamerstuk 2011–2012, 22 054, nr. 181), ontvangt uw Kamer onderstaande informatie over een door Nederland afgegeven vergunning
ter waarde van € 2.850.000,– voor de uitvoer van militair materieel naar Indonesië.
Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer
van een communicatiesysteem, inclusief bijbehorende programmatuur en logistiek, naar
Indonesië via Italië. Het communicatiesysteem wordt geïntegreerd aan boord van twee
patrouilleschepen van de marine van Indonesië.
De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt
inzake wapenexport (EUGS).1 Deze toetsing, waarvan de essentie ten aanzien van de meest relevante criteria hieronder
wordt weergegeven, leidde tot het afgeven van de vergunning op basis van de volgende
argumenten:
Mensenrechten en schendingen van het humanitair oorlogsrecht (Criterium 2 EUGS)
De bescherming van mensenrechten is in Indonesië grondwettelijk vastgelegd; naleving
is op verschillende terreinen een punt van zorg. Bijvoorbeeld in de Papoea-provincies
waar naast intimidatie, willekeurige arrestaties en detentie van de inheemse bevolking,
ook slachtoffers vallen door geweld gebruikt door lokale gewapende groepen. Er bestaat
berichtgeving dat op land opererende onderdelen van de Indonesische marine, de eindgebruiker
van de uit te voeren goederen, betrokken zouden zijn geweest bij mensenrechtenschendingen
in de Papoea-provincies, zoals illegale uithuiszettingen en geweldsincidenten.2
Hoewel dit zorgelijke berichten zijn, leent het uit te voeren goed (communicatiesysteem
voor maritiem gebruik) zich niet voor inzet bij de genoemde punten van zorg in de
Papoea-provincies die zich op land zouden hebben voorgedaan. Er bestaat hiermee geen
duidelijk risico dat de te leveren goederen zullen worden ingezet voor binnenlandse
onderdrukking, dan wel ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht.
Toetsing aan criterium 2 is positief.
Handhaving regionale stabiliteit (CR 4)
Toetsing aan criterium 4 is negatief indien er een duidelijk risico bestaat dat de
te leveren militaire goederen ingezet zullen worden voor agressie jegens een ander
land of het met kracht bijzetten van territoriale aanspraken.
Indonesië heeft een aantal lopende grensgeschillen met verschillende buurlanden. Deze
geschillen worden via diplomatieke kanalen en/of internationaalrechtelijke mechanismen
opgelost. Van escalatie is geen sprake.
China betwist een deel van de Indonesische Exclusieve Economische Zone bij de Natuna-eilanden,
maar niet het Indonesische eigendom van deze eilanden. De patrouilleschepen waarop
het communicatiesysteem geïntegreerd zal worden dienen door hun aanwezigheid in de
territoriale wateren mogelijke vijanden af te schrikken om zodoende de veiligheid
van deze wateren en daarmee de gehele archipel te waarborgen. Risico op offensieve
inzet tegen buurlanden is gering, gezien de diplomatieke en vreedzame opstelling van
Indonesië.
Gelet op het bovenstaande bestaat er geen duidelijk risico dat de huidige transactie
bijdraagt aan agressie jegens een ander land of het met kracht bijzetten van territoriale
aanspraken. Toetsing aan criterium 4 is positief.
Ten aanzien van de overige zes criteria gelden geen bijzonderheden, ook deze zijn
positief getoetst.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen