Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 maart 2026
Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid (Kamerstuk
2010–2011, 22 054, nr. 165) en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011 over verlaging van de
drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen
naar EUR 2.000.000,– (Kamerstuk 2011–2012, 22 054, nr. 181), ontvangt uw Kamer onderstaande informatie over een door Nederland afgegeven vergunning
met een totale waarde van EUR 2.500.000,– voor uitvoer van militair materieel naar
Oekraïne.
Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer
van drones naar Oekraïne. De ontvanger en eindgebruiker is een bedrijf in Oekraïne.
De drones worden ingezet voor ontwikkel-, test- en certificeringsdoeleinden. Het eindgebruik
uit voorliggende transactie heeft geen directe link met inzet door Oekraïne tegen
de huidige Russische agressie en komt daarom ook niet in de leveringenbrieven waarin
uw Kamer regelmatig wordt geïnformeerd over de stand van zake omtrent de Nederlandse
militaire steun aan Oekraïne.1 Bij verdere productontwikkeling en positieve testuitkomsten zouden de drones, mede
dankzij nieuwe kennis voortkomend uit deze aanvraag, in de toekomst wel hiervoor kunnen
worden ingezet. Het Nederlandse bedrijf zal dan nieuwe vergunningaanvragen indienen
met verdere productspecificaties en eindgebruikersverklaringen.
De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt
inzake wapenexport,2 waarbij uitsluitend is getoetst aan criterium 7 (omleidingsrisico) vanwege de particuliere
eindgebruiker. Aangezien er bij particuliere eindgebruikers doorgaans beduidend minder
risico is op inzet bij het begaan van ernstige mensenrechtenschendingen, bijdrage
aan interne conflicten en verstoring van regionale stabiliteit wordt er in dit soort
gevallen alleen aan criterium 7 getoetst.
Deze toetsing, waarvan de essentie hieronder wordt weergegeven, leidde tot het afgeven
van de vergunning op basis van de volgende argumenten:
Omleidingsrisico (criterium 7)
Voor de goederen uit deze transactie is de beoogde inzet aannemelijk, waardoor het
risico op moedwillige omleiding (d.m.v. doorverkoop /doorgeleiding) gering is. Vanwege
het opgegeven eindgebruik (R&D-doeleinden), de afspraken die zijn gemaakt over de
inzet van de goederen, het feit dat de goederen binnen beheer van hetzelfde moederbedrijf
blijven en het belang dat het bedrijf heeft bij het optimaal ontwikkelen van hun producten
is het omleidingsrisico gering.
De goederen worden bovendien niet ingezet bij het front of voor andere gevechtsdoeleinden
waardoor het risico op, al dan niet onbedoelde, omleiding naar Russische troepen zeer
gering is. Gelet op bovengenoemde beperkte risico’s is toetsing aan criterium 7 positief.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen