Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201522054 nr. 264

22 054 Wapenexportbeleid

Nr. 264 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 september 2015

Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid (Kamerstuk 22 054, nr. 165) en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011 over verlaging van de drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen naar € 2.000.000,- (Kamerstuk 22 054, nr. 181), ontvangt uw Kamer onderstaande informatie over een door Nederland afgegeven vergunning ter waarde van € 2.998.750,00 voor uitvoer van militair materieel naar Oman.

Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer naar Oman van een trainingssysteem met toebehoren ter bediening van een communicatiesysteem. De marine van Oman is de eindgebruiker van dit systeem. Het volledige communicatiesysteem zal worden geïnstalleerd op in aanbouw zijnde patrouilleschepen voor de Koninklijke marine van Oman door Singapore Technologies Marine te Singapore.

De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport1. Deze toetsing, waarvan de essentie ten aanzien van de meest relevante criteria hieronder wordt weergegeven, leidde tot het afgeven van de vergunning op basis van de volgende argumenten:

– Mensenrechten (criterium 2)

De mensenrechtensituatie in Oman kent de nodige aandachtspunten, vooral op het gebied van de vrijheid van vereniging en vergadering en de vrijheid van meningsuiting. De eindgebruiker, de Koninklijke marine van Oman, is echter niet betrokken bij de geconstateerde punten van zorg. Bovendien lenen de onderhavige goederen zich niet voor mensenrechtenschendingen in Oman.

– Interne conflicten (criterium 3)

Er zijn geen scherpe tegenstellingen tussen de verschillende etnische en religieuze groepen in Oman. Daarnaast was de Koninklijke marine van Oman niet betrokken bij de interne schermutselingen die plaatsvonden ten tijde van de Arabische lente in 2011. De uitvoer van de onderhavige goederen zal niet bijdragen aan mogelijk hernieuwde interne spanningen.

– Regionale stabiliteit (criterium 4)

In de Golf-regio voert Oman zijn eigen koers en streeft een goede verstandhouding na met alle landen in de regio. Oman is een actief lid van de Gulf Cooperation Council (GCC), dat zich onder meer inzet voor het versterken van de regionale stabiliteit. Onderhavige transactie zal de regionale stabiliteit dan ook niet negatief beïnvloeden.

– Omleidingsrisico (criterium 7)

Gezien de eindgebruiker (de Koninklijke marine van Oman) bestaat geen aanleiding tot zorg betreffende het omleidingsrisico.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


X Noot
1

GS 2008/944 van 8 december 2008