21 860
Weer samen naar school

27 728
Wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden financiering)

nr. 85
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2005

Hierbij zend ik u het antwoord op de vraag van het lid Lambrechts, gesteld tijdens het Algemeen Overleg van 27 januari 2005 over evaluatie van de samenhangende zorgtrajecten in het onderwijs: hoe kan het dat het aantal ambulant begeleide kinderen teruggelopen is van 10 000 naar 7500?

De CG-raad vergelijkt in haar brief het aantal ambulant begeleide leerlingen op 16 januari 2001 met het aantal leerlingen dat een rugzak-indicatie heeft medio 2004. Deze vergelijking is niet zuiver. In het aantal ambulant begeleide leerlingen van 2001 zitten ook leerlingen die terugplaatsings ambulante begeleiding krijgen. Leerlingen met terugplaatsingsbegeleiding moeten op het peilmoment 2003 en 2004 opgeteld worden bij het aantal rugzakleerlingen om een goede vergelijking te krijgen. Inmiddels is het aantal rugzakindicaties sterk gestegen. In december 2004 betrof het ca. 11 500 gemelde indicaties. Een zuivere vergelijking geeft het volgende beeld.

Aantal ambulant begeleide leerlingen op 1 oktober

onderwijssoort1-10-20001-10-20011-10-20021-10-20031-10-2004
po6 7457 5368 2858 6339 367
vo2 4593 0523 3733 8454 034
Totaal9 20410 58811 65812 47813 401

Aantal ambulant begeleide leerlingen op 16 januari

onderwijssoort16-1-200116-1-200216-1-200316-1-2004
po6 9067 7868 5908 983
vo2 4673 0823 3993 908
Totaal9 37310 86811 98912 891

Ik hoop hiermee de vraag voldoende beantwoord te hebben.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven

Naar boven