Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 21501-33 nr. G |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 21501-33 nr. G |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 februari 2022
Een aantal Nederlandse projecten neemt deel aan het proces om tot Important Projects of Common European Interest (IPCEI) te komen op het gebied van waterstof. De Tweede Kamer is over de deelnemende projecten per brief van 24 juni 2021 geïnformeerd1.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in IPCEI-verband inzet op een sterke rol voor groene waterstof in de concurrentiepositie van Europa ten opzichte van andere werelddelen. Voor dit doeleinde is het IPCEI-instrument een belangrijke steunmaatregel voor het realiseren van nieuwe grootschalige waterstofprojecten in Nederland. Het IPCEI-proces faciliteert onder andere het vormen van Europese waardeketens. Met de IPCEI-deelname beoogt het kabinet een impuls te geven aan de ontwikkeling van de bredere waterstofmarkt en de daarvoor benodigde technologieën. Dit als toevoeging aan het generieke instrumentarium dat alleen ondersteuning biedt aan waterstofproductie en infrastructuur en minder op de productie en opschaling van de technologieën die nodig zijn voor ontwikkeling en toepassing van waterstof in de rest van de waterstofketen.
In de Rijksbegroting voor 2022 heeft het kabinet 35 miljoen euro gereserveerd voor ondersteuning van de Nederlandse projecten in de eerste ronde van de IPCEI waterstof (genaamd IPCEI Technologie). De Nederlandse projecten uit deze golf richten zich op de ontwikkeling van brandstofcellen en voertuigen op waterstof. Zodoende wordt ook de innovatieve toepassing van waterstof in de mobiliteit gestimuleerd. De deadline voor het indienen van projecten bij de Europese Commissie om in aanmerking te komen voor IPCEI-status (notificatie) zal naar verwachting voorjaar 2022 zijn. Als Nederland niet voor het notificatiemoment een definitief besluit neemt over welke projecten subsidie zullen krijgen, lopen de Nederlandse projecten het risico geen onderdeel meer te kunnen uitmaken van het IPCEI-traject. Dit zou de positie van de projecten ten opzichte van projecten uit andere lidstaten schaden. Daarom vind ik het noodzakelijk dat het kabinet al op korte termijn een beslissing kan maken over de te selecteren projecten en daarmee verplichtingen aangaat voor de in de Rijksbegroting gereserveerde 35 miljoen euro.
De subsidieregeling waarmee de definitieve selectie zal worden gemaakt, zal binnen enkele dagen na verzending van deze brief worden geopend.
Om deze reden kan niet gewacht worden tot de 1e suppletoire begroting voor budgettaire verwerking en autorisatie van het parlement voor deze uitgaven en worden deze middelen overgeheveld middels een incidentele suppletoire begroting. Deze brief bevat de aankondiging van het beroep dat het kabinet doet op artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 in het kader van de snel volgende openstelling van de subsidieregeling voor de IPCEI waterstof na het verwerken van de incidentele suppletoire begroting. Daarnaast vindt u bijgevoegd een uitleg met betrekking tot de gemaakte beleidskeuzes ten aanzien van deze subsidieregeling conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016.2
Subsidieregeling
Op dit moment zijn projecten met duurzame waterstoftechnologie nog niet commercieel haalbaar. Om de onrendabele top van de projecten te dichten is overheidssubsidie noodzakelijk. Door de eenmalige ondersteuning van de beoogde projecten middels het IPCEI-traject volgt een snellere en effectievere ontwikkeling van de waterstofmarkt dan in het scenario waarin de projecten niet tot stand komen. Het verlenen van steun leidt er enerzijds toe dat de technologische ontwikkeling van waterstoftoepassingen goedkoper wordt en dus in de toekomst een lagere subsidiebehoefte heeft, anderzijds wordt de vraag naar waterstoftechnologie in gang gezet. De precieze verdeling van de gereserveerde subsidiemiddelen is nog afhankelijk van de definitieve subsidieaanvraag van de betrokken bedrijven en de daarop volgende definitieve selectie van de beoogde projecten. Sinds 23 december jl. is er een IPCEI-subsidiemodule3 opengesteld in de Regeling nationale EZK- en LNV subsidies die de criteria bepaalt waaraan Nederlandse IPCEI-projecten moeten voldoen om subsidie te kunnen ontvangen. Deze module zal worden gewijzigd zodat ook waterstofprojecten volgens dit bestaande instrument in aanmerking kunnen komen voor subsidie afkomstig uit het gereserveerde bedrag van 35 miljoen euro.
Budgettair beslag
De budgettaire gevolgen worden in de vierde incidentele suppletoire begroting inzake IPCEI waterstof aan uw Kamer voorgelegd. Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswetten heeft geautoriseerd. Het is in dit geval echter niet in het belang van het Rijk om uitvoering van het beleid dat ten grondslag ligt aan de begrotingswetten uit te stellen. Verplichtingen en uitgaven zoals vermeld in deze brief zullen naar verwachting vanaf april 2022 worden aangegaan c.q. gedaan. In geval het kabinet al verplichtingen aangaat en uitgaven doet voor de autorisatie van de Staten-Generaal, dan beroept het kabinet zich op artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
De Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-33-G.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.