Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-33 nr. 648

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 648 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2017

Bijgaand stuur ik uw Kamer het verslag van de informele Energieraad die op 18 mei 2017 onder Maltees voorzitterschap plaatsvond te Malta.

Na een introductie door het voorzitterschap en door Eurocommissaris Cañete (klimaat en energie) wisselde de Raad van gedachten over enkele belangrijke aspecten van de Europese wetsvoorstellen op het gebied van energie-efficiëntie. Het voorzitterschap vroeg lidstaten specifiek te reageren op de vraag hoe voldoende flexibiliteit voor lidstaten aangebracht kan worden in artikel 7 van de herziening van de richtlijn energie-efficiëntie (EED)1 waarin wordt voorgesteld om de energiebesparingsverplichting voor lidstaten van 1,5% per jaar te continueren. Ook lag een vraag voor over het stimuleren van energieprestatiecontracten om investeringen in energie-efficiëntie in de publieke sector te vergroten. Nederland heeft uitgesproken zich in te zetten voor een Energie Unie met voldoende ambitie die tevens ruimte biedt voor lidstaten om de energietransitie kosteneffectief in te richten. In artikel 7 van de EED zou wat Nederland betreft meer flexibiliteit aangebracht kunnen worden door meer typen maatregelen mee te tellen voor de energiebesparingsverplichting van 1,5% per jaar.

Vervolgens vond een sessie plaats over de decarbonisatie van eilanden en het European Energy Islands Forum, een initiatief ter stimulering van hernieuwbare energie op eilanden van lidstaten zonder aansluiting op de nationale elektriciteits-en/of gasnetwerken. Dit werd gevolgd door de lancering van het forum en een officiële ondertekening van een politieke verklaring. Deze verklaring werd niet door Nederland ondertekend gezien de demissionaire status van het kabinet en het ontbreken van directe relevantie voor Nederland.

Aansluitend op de informele Energieraad vond een informele high level meeting on Energy Efficiency in the Mediterranean plaats, waaraan ook verschillende landen uit de Mediterraanse Unie, evenals diverse organisaties en bedrijven deelnamen. De focus lag op het uitwisselen van ideeën ter stimulering van energie-efficiëntie in onder meer het toerisme.

Uw Kamer heeft op 19 april jl. verzocht om conceptreacties op de consultaties «Consultation on the list of proposed projects of common interest in energy infrastructure – additional projects in oil and smart grids» en «Consultation on the list of proposed Projects of Common Interest in energy infrastructure» te ontvangen. Er zal niet op deze consultaties gereageerd worden.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

BIJLAGE 1: VERSLAG INFORMELE ENERGIERAAD 18 mei 2017

EU Energy Efficiency Framework for 2030

Gedachtewisseling

De Raad wisselde van gedachten over de stand van zaken en de belangrijkste aspecten van de voorstellen aangaande energie-efficiëntie uit het Winterpakket Energie Unie 2016. Het betrof voornamelijk de herziening van de richtlijn energie-efficiëntie (EED)2 en in mindere mate de richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD)3.

Het voorzitterschap vroeg lidstaten specifiek te reageren op de vraag hoe voldoende flexibiliteit aangebracht kan worden in artikel 7 van de herziening van de EED waarin wordt voorgesteld om de energiebesparingsverplichting voor lidstaten van 1,5% per jaar te continueren. Eurocommissaris Cañete vroeg lidstaten tevens in te gaan op het voorstel voor een bindend energie-efficiëntiedoel op EU-niveau van 30% in 2030. De gedachtewisseling liet zien dat de meningen van lidstaten op beide punten verdeeld blijven.

Een aantal lidstaten blijft voorstander van een indicatieve Europese energie-efficiëntiedoelstelling van 27% in 2030 in plaats van het voorgestelde bindende EU-doel van 30%. Een aantal lidstaten wil tevens meer flexibiliteit in de invulling van de besparingsverplichting van 1,5% per jaar. Tevens zijn er lidstaten die pleiten voor een verlaging van deze verplichting naar 1,4% en enkele lidstaten die zich verzetten tegen de continuering van de besparingsverplichting. Andere lidstaten steunen de Commissievoorstellen voor het bindende EU-doel van 30% energiebesparing in 2030 en de besparingsverplichting voor lidstaten van 1,5% per jaar. Eurocommissaris Cañete gaf nog eens aan dat in de ER-conclusies van 2014 reeds de mogelijkheid van een ophoging van het doel voor energiebesparing naar 30% genoemd werd en dat hiervoor nu het juiste moment is aangebroken.

Mogelijke compromissen die werden voorgesteld door lidstaten zijn een indicatief in plaats van een bindend EU-doel van 30% in 2030 en een meer flexibele invulling van de besparingsverplichting van 1,5% per jaar. Net als Nederland zoeken diverse lidstaten de oplossing tevens in de bredere context van de governance van de Energie Unie. Nederland heeft benadrukt zich in te zetten voor een Energie Unie met voldoende ambitie die tevens ruimte biedt voor lidstaten om de energietransitie kosteneffectief in te richten. In artikel 7 van de EED zou wat Nederland betreft meer flexibiliteit aangebracht kunnen worden door meer typen maatregelen mee te tellen richting de besparingsverplichting van 1,5% per jaar. Het voorzitterschap gaf hierbij twee voorbeelden die Nederland kan steunen: het meetellen van volledig nieuwe energiebesparingsmaatregelen die voortvloeien uit succesvol energiebesparingsbeleid dat voor 2020 is ingevoerd en het meetellen van kleine hernieuwbare energie-installaties op of rondom gebouwen. Nederland heeft zich gezien de demissionaire status van het kabinet en zoals aangegeven in de beantwoording van de schriftelijke vragen van uw Kamer bij de informele Energieraad (Kamerstuk 21 501-33. nr. 636) niet uitgelaten over de aard en hoogte van het energie-efficiëntiedoel op EU-niveau.

Lidstaten gingen tijdens de gedachtewisseling niet specifiek in op de richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD) maar adresseerden wel de vraag van het voorzitterschap of energieprestatiecontracten een geschikt middel zijn voor het behalen van energie-efficiëntieverbeteringen in de publieke sector en zo ja of meer flexibiliteit in de accountingregels gewenst is. Lidstaten blijken aan te lopen tegen het probleem dat energieprestatiecontracten in de publieke sector gevolgen hebben voor de overheidsschuld aangezien deze meegenomen dienen te worden als lening. Diverse Zuid-Europese lidstaten gaven aan hierop reeds voorstellen gedaan te hebben en daar verder aan te willen werken. Nederland heeft aangegeven hier positief tegenover te staan: in Nederland lijkt nog niet op grote schaal gebruik te worden gemaakt van energieprestatiecontracten in de publieke sector maar de overheid is wel geïnteresseerd in de kansen en belemmeringen bij gebruik van deze diensten.

Het Maltese voorzitterschap streeft ernaar om in de Energieraad van 26 juni 2017 een Algemene Oriëntatie (een voorlopig standpunt van de Raad) vast te stellen over de richtlijn energie-efficiëntie en de richtlijn energieprestatie van gebouwen. Geconcludeerd werd dat lidstaten zullen moeten werken aan het vinden van compromissen binnen de EED en dat dit mogelijk op politiek niveau moet gebeuren. Het voorzitterschap gaf daarbij de volgende overwegingen mee aan de lidstaten: dat meer flexibiliteit voor veel lidstaten belangrijk is vanwege kosteneffectiviteit en veranderende nationale omstandigheden, dat specifiek bij de besparingsverplichting van 1,5% per jaar meer typen maatregelen meegerekend zouden kunnen worden en dat de ER-conclusies in 2014 reeds de mogelijke ophoging van het doel voor energiebesparing in 2030 naar 30% noemden. Geconcludeerd werd tot slot dat verder gewerkt zal worden aan het stimuleren van energiebesparingscontracten.

Politieke verklaring over de decarbonisatie van Europese eilanden

Presentaties, gedachtewisseling, lancering en tekenmoment

De informele Raad wisselde vervolgens van gedachten over het initiatief van de Commissie, gesteund door het Maltees voorzitterschap, voor decarbonisatie van eilanden binnen de Europese Unie. Het gaat om eilanden van lidstaten die geen aansluiting hebben op het elektriciteits-en of gasnetwerk van de lidstaten en dus geheel zelf in elektriciteitsproductie moeten voorzien. Diverse presentaties illustreerden uitdagingen en oplossingen. Na afloop werd door middel van een politieke verklaring het European Energy Islands Forum gelanceerd, als platform om de energietransitie op de eilanden vorm te geven. De verklaring werd door diverse belanghebbende en belangstellende lidstaten ondertekend. Nederland staat positief tegenover dit initiatief maar heeft de politieke verklaring gezien de demissionaire status van het kabinet niet ondertekend. Nederland is bovendien geen belanghebbende: de eilanden van Nederland vallen niet onder de gebruikte definitie aangezien er geen verschil is tussen de eilanden en het vaste land met betrekking tot aansluiting op het net.


X Noot
1

COM(2016) 761.

X Noot
2

COM(2016) 761.

X Noot
3

COM(2016) 765.