Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-32 nr. 622

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 622 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2012

Tijdens het Algemeen Overleg van 6 juni jl. ter voorbereiding van de Visserij Raad van 12 juni jl. en het daarop volgend VAO heb ik aangegeven dat ik mijn positie over het aan de Raad voorliggende onderhandelingsmandaat voor het afsluiten van een nieuw visserij protocol met de Salomonseilanden zal bepalen nadat de (concept-)evaluatie bekend is. U treft hierbij aan het samenvattend rapport over de evaluatie van het huidige protocol tussen de EU en de Salomonseilanden. De eindevaluatie is nog niet beschikbaar gesteld door de Commissie. Het onderhandelingsmandaat heb ik af laten voeren van de agenda van afgelopen dinsdag 12 juni en ligt nu als A punt voor aan de Raad van 21 juni 2012. Dit samenvattend rapport is niet openbaar en wordt u daarom vertrouwelijk ter inzage gelegd.1

Dit samenvattend evaluatie rapport constateert dat het huidige protocol coherent is met afspraken in het kader van de Western and Central Pacific Fisheries Committee (WCPFC). Het mandaat legt een expliciet verband met het beheer in de Regionale Visserijbeheer Organisatie. Binnen het WCPFC wordt gewerkt aan maatregelen om het beheer van tonijn te verbeteren met name ten aanzien van geelvin en grootoog tonijn. De evaluatie geeft aan dat in de westelijke Centrale Pacific ten aanzien van skipjack tonijn er geen sprake is van overbevissing, dat geelvin tonijn volledig is geëxploiteerd met een kans van 50% op overbevissing en dat de vangsten van grootoog tonijn 7% boven het MSY niveau liggen. Uit dit samenvattend rapport blijkt dat de tonijnvangsten in de wateren van de Salomonseilanden ongeveer 7% van de totale tonijn vangsten in de Westelijke Pacific uitmaken. Ook blijkt dat de tonijnvangsten van vloot van de Salomonseilanden voor 85 % uit skipjack tonijn bestaan. Op basis van het huidige EU protocol is met vier EU vaartuigen een minimale hoeveelheid tonijn gevist. In de evaluatie wordt een actieve deelname van de EU in de WCPFC aanbevolen om daarmee een verantwoorde en duurzame visserij te bewerkstellingen. De inzet van de EU is gericht op een duurzaam beheer van tonijn door de WCPFC. Ik heb u daarover geïnformeerd in mijn brief (TK 21 501-32, nr. 583) van 20 april jl. De evaluatie constateert dat van de jaarlijkse financiële bijdrage van 400 000 euro aan de Salomonseilanden 50% bestemd is voor steun locale visserijbeleid.

In het licht van het voorafgaande en met het oog op de strategische aanwezigheid van de EU in het betrokken gebied ben ik voornemens in te stemmen met het onderhandelingsmandaat. Uiteraard zal ik ten aanzien van het onderhandelingsresultaat mijn positie opnieuw bepalen, mede op basis van de werkelijke afspraken over het tonijnbeheer zoals ik eerder aangegeven heb (TK 21 501-32, nr. 583).

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker


X Noot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.