Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 Februari 2013
Tijdens het Algemeen Overleg over de Raad voor het Concurrentievermogen van 10 en
11 december 2012 (Kamerstuk 21 501-30, nr. 300) heb ik u toegezegd per brief nader in te gaan op een eventuele uitzonderingsclausule
in hoofdstuk 9 (rapportage over betalingen aan regeringen) van het ontwerp voor een
nieuwe Europese jaarrekeningrichtlijn.1 Dit hoofdstuk, waarover in Brussel onderhandeld wordt, introduceert een rapportageplicht
voor grote ondernemingen uit de mijnbouw- en houtkapsectoren over hun betalingen aan
de overheden van de landen waarin zij opereren. Met deze brief doe ik die toezegging
gestand. Ik stuur deze brief mede namens de ministers van Veiligheid en Justitie en
voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Hoofdstuk 9 van het richtlijnontwerp: rapportage over betalingen aan regeringen
In 2010 namen de Verenigde Staten de zogeheten Dodd-Frank Act aan. In paragraaf 1504
van de Dodd-Frank Act is een rapportageplicht geïntroduceerd voor beursgenoteerde
olie-, gas- en mijnbouwbedrijven. Deze bedrijven dienen te rapporteren over de betalingen
die zij doen aan de overheden van gastlanden waarin zij actief zijn.
In navolging daarvan wordt in Brussel gewerkt aan een soortgelijke rapportageplicht.
Doel van hoofdstuk 9 van de EU-jaarrekeningrichtlijn is bij te dragen aan transparantie.
Door de richtlijn komt informatie beschikbaar voor de lokale bevolking om inzicht
te krijgen in de aanwending van de opbrengsten uit de grondstoffenexploitatie. Dit
is ook een doel van het Extractive Industry Transparency Initiative (EITI),2 een initiatief dat de EU met haar rapportageplicht hoopt te stimuleren.
Nederlandse inzet
Het kabinet acht internationale regels voor transparantie in de grondstoffensector
als middel voor corruptiebestrijding van belang. Met het oog op het internationale
gelijke speelveld voor het bedrijfsleven vindt het kabinet daarnaast dat een Europese
rapportageplicht zoveel mogelijk in lijn dient te zijn met verplichtingen in de Amerikaanse
wetgeving. De administratieve lasten van grote Europese ondernemingen die in deze
sector internationaal actief zijn en ook een Amerikaanse beursnotering hebben, worden
zo beperkt.
De rapportageplicht zal gelden voor Europese ondernemingen, ongeacht waar zij hun
activiteiten met betrekking tot grondstofwinning ontplooien en ongeacht het nationaal
recht van of contractuele afspraken met de landen waarin zij actief zijn. Daarmee
heeft de rapportageplicht extraterritoriale werking. Een praktisch probleem als gevolg
hiervan kan zich voordoen wanneer de Europese en Amerikaanse rapportageplichten botsen
met de wetgeving van een ander land indien dit land openbaarmaking van betalingen
verbiedt. Dan leidt naleving van de ene wet tot schending van de andere en vice versa.
In die gevallen zou een uitzonderingsclausule kunnen voorkomen dat ondernemingen zich
geconfronteerd zien met rechtsonzekerheid. De vraag van uw Kamer is of een uitzonderingsclausule
in de richtlijn wenselijk zou zijn.
In antwoord daarop dient te worden onderkend dat de Amerikaanse Dodd-Frank Act geen
uitzonderingsbepaling kent. De meeste grote ondernemingen in deze sector hebben naast
een Europese ook een Amerikaanse beursnotering, zodat zij in Amerika reeds worden
geconfronteerd met de rapportageverplichtingen zonder uitzonderingsclausule. Daar
komt bij dat een uitzonderingsclausule regimes de mogelijkheid zou geven om met een
verbod op rapportage of met geheimhoudingsverplichtingen te ontkomen aan Europese
transparantiebepalingen.
Gezien het voorgaande acht het kabinet een uitzonderingsclausule niet wenselijk. Het
kabinet kiest daarmee voor een aansluiting bij de Dodd-Frank regelgeving, zodat er
een internationaal gelijk speelveld is voor transparantievereisten. Hiermee wordt
de balans gevonden tussen de voordelen van transparantie voor de lokale bevolking
en de lasten voor het bedrijfsleven van rapporteren.
De minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp