21 501-28 Defensieraad

Nr. 68 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2011

Op 24-25 februari jl. kwamen de EU ministers van Defensie bijeen in Boedapest.

Atalanta

Zowel Hoge Vertegenwoordiger Ashton als Operatiecommandant admiraal Howes wezen erop dat er een wezenlijke verandering heeft plaatsgevonden in de piraterij voor de kust van Somalië: het gebied waarin piraten opereren wordt steeds groter, onder meer omdat piraten nu vanaf moederschepen (gekaapte commerciële schepen) opereren, zodat ze nu ook in tijden van de moesson hun activiteiten voortzetten, en er wordt meer geweld gebruikt. De piraterij was volgens de commandant een majeur probleem geworden, dat in toenemende mate ook de economieën van Kenia en Tanzania ondermijnde.

In reactie hierop heb ik de commandant gesteund in een zo actief mogelijke aanpak, niet alleen van moederschepen, maar ook voor anker liggende of aangemeerde schepen van de piraten. Ook zouden operaties vanaf zee overwogen kunnen worden om, voordat piraten kunnen uitvaren, hun logistieke installaties uit te schakelen. Ook verwelkomde ik voorstellen ten aanzien van het ontzetten van gekaapte schepen en het bevrijden van gijzelaars. Ik heb verder gewezen op het belang van toepassing van de Best Management Practices (BMPs). Ten slotte heb ik mijn collega’s aangekondigd dat ik aan het onderzoeken ben onder welke voorwaarden nationale beveiligingsteams (Vessel Protection Detachments) kunnen worden ingezet op bepaalde categorieën schepen die onder Nederlandse vlag varen.

Mijn Britse, Franse en Belgische collega’s steunden mijn oproep tot een meer actieve aanpak. Andere ministers wezen op het belang van regionale capaciteitsopbouw en bepleitten de noodzaak om te bezien of de geweldsinstructie danwel het internationale recht aanpassing behoefden. Sommige lidstaten waren nog niet zover dat zij tot robuustere actie wilden overgaan en beklemtoonden het belang van een geïntegreerde benadering, waaronder capaciteitsopbouw en verbetering van de mogelijkheden tot vervolging en detentie.

Commandant Howes wees erop dat VPD’s een geschikt instrument zijn om piraten af te schrikken, hoewel er wel complicaties (capaciteitsprobleem) en risico’s (escalatieprobleem) aan vastzitten. Hij was bereid tot het uitwerken van verschillende opties, waaronder de aanpak van moederschepen, teneinde besluitvorming daarover voor te bereiden.

Althea

Ten aanzien van operatie Althea zei de HV dat de troepenmacht de bevolking in Bosnië-Herzegovina vooralsnog een gevoel van geruststelling gaf, maar dat op termijn zou moeten worden gekeken naar het mandaat in het licht van de kleiner wordende troepenmacht. Ik heb duidelijk gemaakt dat Nederland na november 2011 niet meer aan het executieve deel van de missie zou deelnemen. Er lag een grote taak voor de internationale gemeenschap in Bosnië-Herzegovina, maar die was niet langer militair. Andere ministers drongen aan op duidelijkheid over de operatie en eventuele aanpassing van het mandaat. De HV concludeerde dat de realiteit was dat het aantal troepen in Althea afnam en dat er een weldoordacht besluit genomen zou moeten worden over het mandaat.

Weimar-initiatief

De Duitse staatssecretaris Schmidt herinnerde aan het Weimar-initiatief van zijn land, Frankrijk en Polen. In het bijzonder onderstreepte hij het belang van de vorming van een civiel-militaire plannings- en aansturingscapaciteit in Brussel; die zou wezenlijk kunnen bijdragen tot een geïntegreerde benadering van EU-operaties. Het initiatief werd door de ministers verwelkomd, al werd er daarbij wel op gewezen dat het moet leiden tot rationalisering van de bestaande structuren en niet tot het creëren van nieuwe instituties.

Capaciteiten

HV Ashton bepleitte nieuwe initiatieven om de capaciteitenontwikkeling voortvarend ter hand te nemen. De onlangs aangetreden Chief Executive van het Europees Defensie Agentschap, Claude-France Arnould, kondigde aan de synergie tussen de in de hoofdsteden beschikbare expertise en de multidisciplinaire aanpak van het EDA te willen versterken. Er was volgens haar al veel bereikt op het gebied van defensiesamenwerking («pooling and sharing»), zoals de opleiding en training van helikopterpersoneel, het in Afghanistan functionerende forensisch counter IED laboratorium, de logistieke ondersteuning en een informatiecel voor satellietcommunicatie. Op genoemde terreinen kon de samenwerking versterkt worden. Om nieuwe mogelijkheden te inventariseren moest een informele vertrouwelijke procedure worden gebruikt, die zou kunnen leiden tot concrete projecten. In dat proces diende nauw te worden samengewerkt met het EU Militair Comité. Arnould onderstreepte verder dat het EDA nauw moet samenwerken met de Europese Commissie, vooral op het gebied van onderzoek en technologie, de ruimte, European Sky en cyber. Voorts noemde zij de noodzaak tot afstemming van de EDA-activiteiten met de NAVO, in het bijzonder Allied Command Transformation en de International Staff.

Er was veel steun van de ministers om de mogelijkheden voor defensiesamenwerking zo snel mogelijk te onderzoeken. In dat verband werd in het bijzonder gewezen op de paradox van de onvoorspelbare en risicovolle internationale omgeving in combinatie met de ingrijpende reducties van de defensiebudgetten. Internationale defensiesamenwerking moest een deel van het antwoord daarop zijn. Er was consensus dat vooral samenwerking op gebied van opleiding, training en logistiek veelbelovend was. Niet alle landen hoefden aan alle projecten deel te nemen, en de lidstaten konden ook besluiten bepaalde capaciteiten nationaal te ontwikkelen. Naast het werk van het EU Militair Comité was er ook veel steun voor het idee van een «Wise Pen Team», een groep van experts, die op vertrouwelijke wijze de mogelijkheden en nationale overwegingen kon inventariseren en met praktische voorstellen zou kunnen komen.

HV Ashton concludeerde dat snel voortgang moest worden gemaakt om het momentum voor defensiesamenwerking te behouden. Ashton kondigde aan op korte termijn de hoofdsteden te zullen consulteren over een informele manier om opties uit te werken, waaronder de vorming van een Wise Pen Team.

EU-NAVO

SG NAVO Rasmussen bepleitte het belang van defensiesamenwerking en blijvende investeringen in technologie, omdat er anders een kloof zou gaan ontstaan tussen de VS en Europa. Wat betreft de samenwerking tussen de NAVO en de EU bleek opnieuw, tijdens een openhartige discussie, dat de politieke tegenstelling die ten grondslag ligt aan de blokkades tussen beide organisaties nog niet is weggenomen. De wens tot betrokkenheid van Turkije bij het Europees Defensie Agentschap en EU operaties, zoals in het verleden was toegezegd, stuitte uiteindelijk op het bezwaar dat Turkije Cyprus niet erkent. Niettemin zouden de HV en SG Rasmussen blijven zoeken naar mogelijkheden om ondanks deze situatie de onderlinge samenwerking te verbeteren.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen

Naar boven