Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-28 nr. 198

21 501-28 Defensieraad

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 198 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 april 2020

Inleiding

Hierbij bericht ik uw Kamer over een ingelaste videoteleconferentie (VTC) met de EU Ministers van Defensie inzake het COVID-19 virus. Tot deze VTC, die nadrukkelijk bedoeld is als een informele gedachtewisseling tussen de Ministers, is op 1 april jl. door de Hoge Vertegenwoordiger besloten en de vergadering zal op 6 april aanstaande plaatsvinden. Hieronder wordt nader ingegaan op de onderwerpen die geagendeerd zijn en de Nederlandse inzet daaromtrent.

Geagendeerde onderwerpen en Nederlandse inzet

De vergadering zal gericht zijn op een bespreking van de militaire aspecten van de impact van het virus. De Ministers zullen daarbij ingaan op de militaire ondersteuning die nationaal wordt verleend door de Ministeries van Defensie van de verschillende lidstaten en op hoe de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) en de EU Militaire Staf (EUMS) de inzet van de EU-lidstaten kunnen ondersteunen. Voorts zullen de Ministers bespreken wat de impact van het COVID-19 virus is op de missies en operaties die plaatsvinden in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Tot slot zal er kort worden gesproken over de strategische implicaties van de uitbraak van het virus op het terrein van Veiligheid en Defensie, waarbij het zal gaan om een eerste bespreking ten aanzien van de mogelijke beleidsmatige gevolgen voor de middellange en lange termijn. Het zwaartepunt zal evenwel bij de eerste twee onderwerpen liggen.

Nederlandse inzet

Nederland zal kort toelichten welke activiteiten door het Ministerie van Defensie in relatie tot het virus worden ontplooid. Voor wat betreft de impact van het virus op de GVDB-missies en -operaties zal worden aangegeven dat voorop dient te staan dat de gezondheid van al diegenen die betrokken zijn bij de EU-missies en operaties wordt geborgd. Tegelijkertijd wordt uiteraard veel belang gehecht aan de voortzetting van de missies en operaties en worden de ontwikkelingen daaromtrent aldus nauwgezet gevolgd. Vooralsnog lijken de GVDB-missies en -operaties de mandaten te kunnen blijven vervullen. De Nederlandse inzet in GVDB-missies kan op dit moment dus nog worden voortgezet als voorheen met inachtneming van het bovenstaande.

Voorts zal worden aangegeven dat Nederland het zeer wenselijk acht om in het kader van de COVID-19 crisis informatie uit te wisselen en waar mogelijk voor wat betreft de militaire aspecten van deze crisis van elkaar te leren en elkaar te helpen. Nederland zal daarbij aandacht vragen voor het belang van een goede afstemming tussen de activiteiten die in EU-kader worden ontplooid en de activiteiten die in NAVO-verband plaatsvinden.

Tot slot zal Nederland een vooruitblik naar de strategische impact van het virus op het GVDB-terrein verwelkomen en aansturen op een nadere discussie op basis van een meer uitgewerkte analyse op een later moment.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten