Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-20 nr. 639

21 501-20 Europese Raad

Nr. 639 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN LANDBOUW EN INNOVATIE EN FINANCIËN EN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juni 2012

Op woensdag 30 mei jl. publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de Nationale Hervormingsprogramma’s (onder de Europa 2020 strategie) en de Stabiliteits- en Convergentieprogramma’s (onder het Stabiliteits- en Groeipact, SGP) die de lidstaten in april bij de Europese Commissie hebben ingeleverd. In deze brief geeft het kabinet, conform het verzoek van de vaste Kamercommissie voor Europese Zaken op 8 mei jl., een appreciatie van het voorstel voor landenspecifieke aanbevelingen gericht aan Nederland.

Het voorstel voor landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie zal in de komende maand besproken worden in diverse Europese gremia. Uiteindelijk zullen de ECOFIN-Raad, de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid de landenspecifieke aanbevelingen vaststellen, waarna ze door de Europese Raad van juni zullen worden bekrachtigd. De Tweede Kamer wordt op gebruikelijke wijze betrokken bij de voorbereiding van de vakraden en de Europese Raad.

De Europese Commissie stelt voor Nederland vijf aanbevelingen voor. Deze aanbevelingen liggen op het terrein van begrotingsconsolidatie, maatregelen rond vergrijzing, vergroten van de arbeidsparticipatie, versterken van innovatie en hervorming van de huizenmarkt. Het kabinet kan zich in het algemeen goed vinden in de aanbevelingen van de Europese Commissie. De aanbevelingen sluiten voor een groot deel aan bij het beleid van het demissionaire kabinet en de begroting voor 2013.

Het algemene beeld is dat de Europese Commissie EU breed ambitieuze aanbevelingen voorstelt voor de versterking van nationale economieën. De Europese Commissie levert hiermee een bijdrage aan het realiseren van nationale structurele hervormingen, die op korte en lange termijn een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel, het duurzaam versterken van de economie, het voorkomen en terugdringen van macro economische onevenwichtigheden en het vergroten van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën in de EU. Het kabinet heeft herhaaldelijk opgeroepen tot dergelijk streng toezicht van de Europese Commissie binnen het Europees Semester.

De huidige Europese schuldencrisis toont de grote economische en financiële verwevenheid tussen lidstaten aan. Hierdoor is duidelijk geworden dat deelname aan de EU en aan de Eurozone over en weer verantwoordelijkheden met zich mee brengt; onderlinge verbondenheid maakt onderlinge coördinatie van economisch beleid en budgettaire discipline noodzakelijk. Van vrijblijvendheid kan geen sprake zijn, hiervoor zijn de potentiële negatieve consequenties te groot gebleken.

De aanbevelingen die de Commissie voorstelt dienen ertoe de economische en budgettaire resultaten van lidstaten te verbeteren, met afdwingmechanismen die om te beginnen gebaseerd zijn op een systeem van peer pressure. Lidstaten hebben ten algemene ruimte om de aanbevelingen op maatregelniveau verder in te vullen, en dienen rekening te houden met de aanbevelingen bij het opstellen van hun nationale begrotingen. Slechts in die situaties waarbij lidstaten onvoldoende actie ondernemen om hun uit de hand lopende overheidsfinanciën en of ernstige macro-economische onevenwichtigheden te corrigeren kan dit uiteindelijk leiden tot sancties. Dat zal, alsdan, via de buitensporige tekortprocedure lopen of via de macro-economische onevenwichtigheden procedure.

Landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland

De Europese Commissie doet een voorstel voor een vijftal landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland. Deze liggen op het terrein van begrotingsconsolidatie, maatregelen rond vergrijzing, vergroten van de arbeidsparticipatie, versterken van innovatie en hervorming van de huizenmarkt. Deze onderwerpen zijn grotendeels in lijn met de focus van de aanbevelingen van vorig jaar. Nieuw is de aanbeveling over het hervormen van de huizenmarkt. Hieronder zal per aanbeveling op het voorstel van de Europese Commissie worden ingegaan.

Voorstel voor aanbevelingen voor Nederland

BEVEELT AAN dat Nederland in de periode 2012–2013 actie onderneemt om:

  • 1. Te zorgen voor vooruitgang bij de tijdige en duurzame correctie van het buitensporige tekort. Hiertoe de begrotingsstrategie voor 2012 volledig uit te voeren zoals gepland. De maatregelen te specificeren die nodig zijn om de begroting 2013 uit te voeren teneinde de structurele aanpassingsinspanning die is uiteengezet in de aanbevelingen van de Raad in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten te verwezenlijken. Er daarna voor te zorgen dat de structurele aanpassingsinspanning toereikend is om voldoende vooruitgang te boeken bij het verwezenlijken van de middellangetermijndoelstelling (MTD), wat onder meer inhoudt dat de uitgavenbenchmark wordt gehaald, en te waarborgen dat voldoende vooruitgang wordt geboekt bij het voldoen aan de benchmark voor de schuldreductie, waarbij de uitgaven op gebieden die rechtstreeks van belang voor de groei zijn, zoals onderzoek en innovatie en onderwijs en scholing, worden gevrijwaard. Hiertoe na de vorming van een nieuwe regering een geactualiseerde versie van het stabiliteitsprogramma 2012 met concrete doelstellingen en maatregelen voor de periode na 2013 in te dienen.

  • 2. Maatregelen te nemen om de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen en deze aan de levensverwachting te koppelen, en ter ondersteuning hiervan arbeidsmarktmaatregelen te treffen, terwijl de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn wordt verbeterd. De tweede pensioenpijler aan de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd aan te passen en daarbij een passende intra- en intergenerationele verdeling van kosten en risico's te waarborgen. De geplande hervorming van de langdurige zorg ten uitvoer te leggen en deze met verdere maatregelen aan te vullen, met het oog op de verouderende bevolking.

  • 3. De arbeidsparticipatie te vergroten, met name voor ouderen, vrouwen, mensen met een handicap en migranten, onder meer door de negatieve fiscale prikkels om te werken voor verdieners van een tweede inkomen verder te verminderen, de arbeidsmarktmobiliteit te bevorderen en rigiditeiten aan te pakken.

  • 4. Innovatie, investeringen in particuliere O&O en nauwere banden tussen de wetenschapswereld en het bedrijfsleven te stimuleren, alsook industriële vernieuwing te bevorderen door middel van passende prikkels in het kader van het bedrijfslevenbeleid, en daarbij de toegankelijkheid voor niet tot de topsectoren behorende ondernemingen te waarborgen en het fundamenteel onderzoek veilig te stellen.

  • 5. De woningmarkt onder meer door de volgende maatregelen geleidelijk te hervormen: i) wijziging van de gunstige fiscale behandeling van eigenwoningbezit, onder meer door een geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, en/of door een systeem voor toerekening van de huurwaarde, ii) totstandbrenging van een meer marktgericht prijsstelsel op de huurwoningenmarkt en iii) aanpassing van de huren voor sociale woningen aan het inkomen van huishoudens.

De eerste aanbeveling om het buitensporig overheidstekort spoedig en duurzaam terug te dringen, wordt onderschreven door het kabinet. Nederland moet aan de eisen in de buitensporigtekort-procedure van het Stabiliteits- en Groeipact voldoen, door tijdig het buitensporig begrotingstekort te corrigeren, waarna de nieuwe regering ervoor zal moeten zorgen dat Nederland ook in de jaren daarna aan de regels blijft voldoen. Het kabinet ziet deze aanbeveling als een aanmoediging om door te gaan op de ingeslagen weg. Met het gesloten begrotingsakkoord wordt het begrotingstekort in 2013 teruggebracht naar 3% van het BBP en zet daarmee in op een verbetering in de richting van de middellange-termijndoelstelling (MTO). Hiermee wordt koers gezet richting gezonde overheidsfinanciën en een stevige basis gelegd voor het versterken van de economische groei. De notie dat de begroting voor 2013 nog onvoldoende is gespecificeerd, vergt actualisatie. De Kamer is op 25 mei jl. (Kamerstuk 33 280, nr. 1) per brief geïnformeerd over het begrotingsakkoord voor 2013 en de uitwerking van het begrotingsakkoord. Dit zal aan de orde gesteld worden bij de vaststelling van de aanbevelingen door de Raad. In de aanbevelingen en de onderliggende rapportage heeft de Europese Commissie de uitwerking van het begrotingsakkoord in de Voorjaarsnota nog niet kunnen verwerken.

De tweede aanbeveling met betrekking tot maatregelen rond vergrijzing wordt verwelkomd door het kabinet. In het Stabiliteitsprogramma en het Nationaal Hervormingsprogramma is reeds aangegeven dat de AOW-leeftijd stapsgewijs zal worden verhoogd naar 67 jaar in 2024 en vervolgens zal worden gekoppeld aan de levensverwachting. Bovendien wordt de pensioenrichtleeftijd voor aanvullende pensioenen vanaf 2014 verhoogd naar 67 jaar. Daarnaast neemt het kabinet stappen voor de verhoging van arbeidsparticipatie van ouderen. Zo heeft het kabinet afspraken gemaakt met werkgevers en werknemers om maatregelen te nemen die langer en gezond doorwerken bevorderen, waarbij vitaliteit, mobiliteit en goede ondersteuning in de loopbaan essentieel zijn. Daarnaast zijn er financiële voordelen in het leven geroepen voor werkgevers die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen. Op het terrein van de langdurige zorg heeft het kabinet een hervormingstraject in gang gezet met als eindperspectief een zorgstelsel van hoge kwaliteit voor de meest kwetsbaren. Hierbij is het bijvoorbeeld de intentie van het kabinet om de intramurale zorg te beperken, waardoor de zorgbehoefte van mensen met beperkingen op lokaal niveau kan worden ingevuld. Naar aanleiding van het aanvullend akkoord zullen additionele maatregelen worden genomen om de stijgende AWBZ-kosten te beperken.

De derde aanbeveling richt zich op het verhogen van de arbeidsparticipatie en wordt onderschreven door het kabinet. Het arbeidsmarktbeleid van het kabinet richt zich immers op het bevorderen van de werkgelegenheid en het stimuleren van arbeidsparticipatie door het verder activerend maken van de sociale zekerheid en door werk lonender te laten zijn. Zo wordt de dubbele heffingskorting voor kostwinnersgezinnen geleidelijk afgebouwd om een baan aantrekkelijker te maken voor niet werkende partners en voorziet het begrotingsakkoord in de hervorming van de WW en het ontslagrecht, waarmee ondermeer de arbeidsmobiliteit op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt versterkt, de verschillen tussen werknemers met vaste en niet-vaste contracten worden verkleind en er één eenduidig ontslagstelsel wordt geïntroduceerd. Naast het bevorderen van de arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen, pleit de Europese Commissie voor het bevorderen van de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking. Het kabinet onderschrijft deze oproep. We kunnen het ons niet veroorloven om mensen die kunnen werken, aan de kant te laten staan. Daartoe heeft het kabinet een voorstel ingediend bij de Tweede Kamer.

De vierde aanbeveling over het belang van het versterken van innovatie wordt onderschreven door het kabinet. Net als de Europese Commissie omarmt het kabinet het belang van innovatie en investeringen in R&D en onderstreept het de aanbeveling van de Europese Commissie om de juiste prikkels te geven voor het bevorderen van innovatie, private R&D-investeringen, nauwere samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven en industriële vernieuwing in het kader van het topsectorenbeleid. De Europese Commissie benadrukt het belang de toegankelijkheid tot het innovatiebeleid voor bedrijven die niet onder de strikte definitie van de topsectoren vallen te waarborgen en het fundamenteel onderzoek in stand te houden. Het kabinet heeft hier aandacht voor.

Voor ongebonden onderzoek en gebieden buiten de topsectoren blijft ruimte. Op dit moment is ongeveer 90% van de publieke middelen voor fundamenteel onderzoek niet vooraf gestuurd naar topsectoren. Daarnaast is het bedrijfslevenbeleid integraal van aanpak en grijpt aan over de volle breedte van het overheidsbeleid. Zo breidt het onder meer de ruimte voor innovatie door ondernemers uit via extra generieke lastenverlichting (Research en Development Aftrek: gericht op niet-loonkosten van R&D) en het vergroot het de beschikbaarheid van risicokapitaal via het innovatiefonds MKB+. Deze maatregelen zijn voor elk bedrijf toegankelijk.

De vijfde aanbeveling over de noodzaak tot hervorming van de woningmarkt wordt beschouwd als ondersteuning van het begrotingsakkoord. Hierin is afgesproken dat voor nieuwe hypotheken vanaf 2013 alleen het recht op renteaftrek bestaat indien de hypotheek volledig en ten minste volgens een annuïtair schema in 30 jaar wordt afgelost. Bovendien wordt het maximaal leenbedrag geleidelijk beperkt tot 100% van de woningwaarde. De overdrachtsbelasting wordt permanent verlaagd tot 2%. Op de huurmarkt mogen, in navolging van de extra huurverhoging voor inkomens boven de 43 000 euro, de huren van inkomens tussen de 33 000 en 43 000 euro met inflatie plus 1% worden verhoogd. Deze stappen resulteren in een evenwichtiger woningmarkt met minder financiële risico’s.

De minister van Economische Zaken Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

De minister van Financiën, J. C. de Jager

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H. G. J. Kamp

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen