Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-20 nr. 550

21 501-20 Europese Raad

Nr. 550 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 juni 2011

Graag bieden wij u hierbij, mede namens de minister-president, het verslag aan van de Europese Raaddie op 23 en 24 juni 2011 te Brussel plaatsvond.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Verslag van de Europese Raad van 23 en 24 juni 2011 te Brussel

De Europese Raad (ER) stond in het teken van de voorstellen om het economisch beleid in de Unie te verbeteren, van de recente ontwikkelingen in de Eurozone, migratievraagstukken, de uitbreiding, het zuidelijk Nabuurschapsbeleid en de situatie in de Arabische wereld, evenals het Midden-Oosten Vredesproces. De vergadering begon met de toespraak van de voorzitter van het Europees Parlement (EP), de heer Jerzy Buzek (zie bijlage).1

Economisch en financieel beleid

Europees Semester

De ER bekrachtigde de landenspecifieke aanbevelingen aan de lidstaten. Nederland heeft vier aanbevelingen, namelijk op de terreinen van consolidatie van de begroting; verhoging van de pensioenleeftijd met het oog op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en hervorming van de lange-termijnzorg; vergroting van de arbeidsparticipatie en; bevordering van investeringen in innovatie. De lidstaten worden uitgenodigd de aanbevelingen in hun nationaal begrotingsbeleid en hun structurele hervormingsmaatregelen mee te nemen. Conform de motie-Schouw (Kamerstuk 21 501-20, nr. 537) zal het kabinet dit najaar in de departementale begrotingsstukken aangeven hoe het omgaat met de aanbevelingen. Voorafgaand aan het volgende Europees Semester zal de ER in december a.s. de thema’s van het Europlus Pact wederom bespreken om mede richting te geven aan het volgende Europese Semester.

De ER stelde ook dat de regeldruk voor het midden- en kleinbedrijf verder moet worden verminderd en micro-ondernemingen waar passend van bepaalde voorschriften moeten worden vrijgesteld of aan een lichter regime moeten worden onderworpen. De Commissie zal de bestaande verplichtingen voor micro-ondernemingen beoordelen en bekijken waarvan deze kunnen worden vrijgesteld. De ER zal in december de resultaten bespreken.

Commissievoorstellen voor versterkte economische beleidscoördinatie

De ER nam nota dat voortgang is geboekt met de behandeling door de Raad en het EP van het zogenaamde «six-pack» – de voorstellen van Eurocommissaris Rehn ter versterking van de economische beleidscoördinatie in de EU. Voor zomer 2011 moet er tot een akkoord over de teksten worden gekomen tussen de Raad en het EP, zo vindt de ER.

Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)

Overeenstemming was al bereikt in de Eurogroep van 19 juni jl. over het ESM-verdrag en de amendering van het EFSF. De ER bekrachtigde dit en riep lidstaten op alle nodige stappen te ondernemen om zeker te stellen dat het ESM-verdrag voor het einde van 2012 is geratificeerd en dat het aangepaste EFSF zo spoedig mogelijk in werking kan treden.

Griekenland

De ER boog zich over de situatie in Griekenland. De ER erkende dat er in het afgelopen jaar al aanzienlijke voortgang is geboekt met het aanpassingsprogramma en riep de nationale Griekse autoriteiten op om door te gaan met de noodzakelijke inspanningen om tot duurzame hervormingen te komen.

Een veelomvattend hervormingsprogramma zoals overeengekomen tussen de Griekse regering en de Commissie, het IMF en de ECB, en de aanname van de belangrijkste wetgeving inzake begrotingsstrategie en privatisering moeten in de komende dagen met spoed worden gefinaliseerd. De bal ligt wat dit laatste betreft op de Griekse speelhelft. Dit vormt de basis waarop in juli a.s. de vijfde tranche onder het huidige programma kan worden uitgekeerd en kan worden gesproken over de parameters voor een nieuw, aanvullend steunprogramma van de Eurolanden en het IMF. Met betrekking tot nieuwe, aanvullende steun onderschreven de staatshoofden en regeringsleiders van de Eurozone de besluiten genomen door de Eurogroep van 20 juni jl. dat hiertoe ook de vrijwillige betrokkenheid van de private sector zal worden nagestreefd in de vorm van het informeel en vrijwillig doorrollen van bestaande opeisbare Griekse schuld om te komen tot een substantiële verlaging van de vereiste jaarlijkse herfinanciering in het kader van het programma.

De staatshoofden en regeringsleiders van de Eurozone riepen de ministers van Financiën op om werkzaamheden op uitstaande onderdelen te voltooien, zodat op basis daarvan begin juli a.s. de noodzakelijke besluiten kunnen worden genomen.

Toetredingsonderhandelingen met Kroatië

Om uitvoering te geven aan de motie-Van Bommel (Kamerstuk 21 501-20, nr. 541) heeft minister Rosenthal uw Kamer vrijdag 24 juni jl. een separate brief over dit onderwerp gestuurd met het verslag van de besluitvorming in de ER. Wij verwijzen naar deze brief.

Servië

In de ER-conclusies wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen in Servië. De ER verwelkomde de overdracht aan het ICTY van Ratko Mladic als een positieve stap voor het internationale recht en voor de Europese perspectieven van Servië. Hiermee wordt echter geen automatisme gecreëerd in het toetredingsproces. Servië zal, net als de andere potentiële kandidaat-lidstaten, aan alle voorwaarden moeten voldoen die de EU heeft gesteld in de verscherpte Uitbreidingsstrategie van 2006.

Asiel en migratie

Minister-president Rutte heeft gewezen op de noodzaak om het wederzijds vertrouwen binnen het Schengensysteem te vergroten. Vertrouwen is namelijk de basisvoorwaarde voor de open grenzen binnen de Schengenruimte. Daarom moet bij de toepassing van de Schengencriteria niet alleen worden gekeken naar de technische criteria maar ook naar de rechtstatelijke aspecten zoals de onafhankelijkheid en effectiviteit van de rechtspraak en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Dit geldt voor alle Schengenlanden. Het gaat hier om een voor Nederland belangrijk punt.

Mede op Nederlands aandringen concludeerde de ER dat de politieke sturing en samenwerking in het Schengengebied verder moeten worden versterkt om het wederzijdse vertrouwen onder de lidstaten te vergroten; de Schengenregels moeten effectief worden toegepast overeenkomstig zowel de gemeenschappelijke technische standaarden als fundamentele beginselen en normen. Het Schengenevaluatiesysteem wordt voor alle lidstaten versterkt en verdiept met aangepaste en uitgebreide criteria die zijn gebaseerd op het EU-acquis waaronder de bovengenoemde rechtstatelijke aspecten.

De ER besloot voorts dat een nieuw, aanvullend mechanisme in de Schengensamenwerking zal worden opgenomen dat kan worden ingezet bij buitengewone omstandigheden die de hele Schengensamenwerking op het spel zetten. Dit mechanisme zal het beginsel van vrij personenverkeer onverlet laten. Het mechanisme omvat als laatste redmiddel de mogelijkheid om een vrijwaringsclausule in te roepen en bij hoge uitzondering in zeer kritische omstandigheden de controles aan de binnengrens tijdelijk weer in te stellen wanneer een lidstaat zijn verplichtingen onder het Schengenregime niet meer kan nakomen. De Commissie wordt gevraagd om in september aan de Raad een voorstel voor een dergelijk mechanisme voor noodgevallen voor te leggen.

Ook moet de bewaking aan de buitengrenzen worden versterkt om de illegale immigratie te bestrijden. Daarom besloot de ER dat optimaal gebruik moet worden gemaakt van alle instrumenten om de bewaking van de buitengrenzen te verzekeren. Het gaat daarbij om Frontex, Eurosur en het agentschap voor ICT op het terrein van de ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht. De grenslanden moeten bij de grensbewaking worden bijgestaan met beschikbare fondsen en met zoveel mogelijk technische bijstand en menskracht die de lidstaten ter beschikking kunnen stellen.

De ER vond het van cruciaal belang dat het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel in 2012 is voltooid en dat het op hoge beschermingsnormen berust, maar ook op billijke en efficiënte procedures die misbruik kunnen voorkomen en waarmee asielverzoeken snel kunnen worden behandeld, zodat het systeem houdbaar blijft.

Arabische regio en Midden-Oosten Vredesproces

Arabische regio

De ER besprak de ontwikkelingen in de Arabische regio, in het bijzonder in Libië, Syrië, Jemen en Bahrein. De ER herhaalde de oproep aan Qadaffi om zijn macht onmiddellijk op te geven en bevestigde zijn steun aan de uitvoering van de VNVR-resoluties 1970 en 1973. De voortdurende onderdrukking en het onacceptabele en schokkende geweld van het Syrische regime tegen de eigen bevolking werden door de ER in de sterkst mogelijke termen veroordeeld. De ER steunt pogingen om overeenstemming te vinden over een VNVR-resolutie over Syrië en herhaalde, onder verwijzing naar zijn grote zorg over de militaire activiteiten nabij de Turkse grens, de oproep tot terughoudendheid. In aanvulling op de sancties tegen 23 personen, onder wie president Assad, die al van kracht waren, heeft de EU sancties getroffen tegen zeven extra personen en vier Syrische bedrijven. De ER drong er bij alle partijen in Jemen op aan het geweld te stoppen en de mensenrechten en het staakt-het-vuren te respecteren. In lijn met het initiatief van de Gulf Cooperation Council moet in Jemen een ordelijke en inclusieve transitie tot stand worden gebracht. De ER verwelkomde de inzet van de Jemenitische vicepresident om deze doelen te bereiken. In het licht van de zorg over de berechting en veroordeling van oppositieleden in Bahrein, werd dit land aangespoord mensenrechten en fundamentele vrijheden volledig te respecteren.

Nabuurschapsbeleid

De ER omarmde de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 juni jl. over de herziening van het Europese Nabuurschapsbeleid. Daarin kwam de EU overeen de landen in de Nabuurregio versterkt te steunen bij democratische transitie, bij versterking van de rechtsstaat en het respect voor mensenrechten en bij inclusieve economische ontwikkeling. Deze steun, nauwere politieke samenwerking en economische integratie zijn echter wel afhankelijk van de voortgang ten aanzien van hervormingen. De ER onderstreepte nog eens dat hervormingsprocessen inclusief en in dialoog moeten worden vormgegeven.

MOVP

De ER was het ermee eens dat de onderhandelingen in het kader van het Midden-Oosten Vredesproces spoedig moeten worden hervat en dat alleen directe onderhandelingen een reële kans kunnen bieden op verbetering van de feitelijke situatie en zo zouden kunnen bijdragen aan het vinden van een duurzame en omvattende oplossing. Minister-president Rutte onderstreepte dat het Kwartet een belangrijke rol toekomt. De ER bevestigde dit en verwelkomde de inspanningen en voorstellen van president Obama, Hoge Vertegenwoordiger Ashton en lidstaten in dit verband. Alle partijen werden opgeroepen af te zien van unilaterale acties die niet bijdragen aan het vinden van een oplossing. De ER eiste de onmiddellijke vrijlating van Gilad Shalit, die inmiddels vijf jaar gevangen gehouden wordt. Ook wees de ER erop dat humanitaire hulp aan de Gazaanse bevolking in overeenstemming met relevante VN-regels moet worden verleend en geen levens in gevaar mag brengen.

Diversen

  • De ER benoemde de heer Mario Draghi tot president van de ECB voor de periode van 1 november 2011 tot 31 oktober 2019.

  • De ER nam de strategie voor de Donauregio aan die de samenwerking tussen de Donaulanden op het gebied van onder andere waterbeheer moet verbeteren.

  • De ER onderschreef tevens het rapport van het voorzitterschap over Roma-inclusie. Nederland zal conform de Raadsconclusies (WSBVC) van 19 mei jl. in de loop van dit jaar aan de Commissie rapporteren over nationale beleidsmaatregelen die (mede) gericht zijn op het verbeteren van de situatie van de Roma in Nederland. Deze informatie zal het kabinet, mede ter uitvoering van de motie Schouw (Kamerstuk 21 501-20, nr. 537), tevens aan uw Kamer sturen.

  • De nationale ODA-doelstellingen werden mede op Nederlands aandringen behandeld. De ER constateerde dat hoewel de EU verreweg de grootste donor ter wereld blijft, de tussentijdse doelstelling voor 2010 voor alle lidstaten tezamen niet behaald is. De achterblijvende lidstaten moeten hun ODA-inspanning verder intensiveren om de doelstelling voor 2015 te kunnen gaan behalen.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.