Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister president en de Staatssecretaris Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp, de geannoteerde agenda aan voor de informele Europese
Raad van 12 februari 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Geannoteerde Agenda informele Europese Raad van 12 februari 2026
Op donderdag 12 februari a.s. vindt een informele bijeenkomst van de Europese Raad
(ER) plaats, een informal Leaders» retreat in Alden Biesen. Deze informele ER zal spreken over geo-economie en de implicaties
van de huidige geopolitieke situatie op het Europees concurrentievermogen. Er zijn
geen besluiten of conclusies voorzien. De sessie dient ter voorbereiding van de formele
ER op 19 en 20 maart.
De inzet van het kabinet tijdens de ER zal in lijn zijn met de Kamerbrief «EU-concurrentievermogen»
en de Kamerbrief «EU als geopolitieke speler».1 Het kabinet zal pleiten voor doelgerichte versterking en inzet van de economische
kracht van de EU om een strategische economische speler te worden. Het kabinet zet
daarbij in op een sterke interne markt waaronder een sterke kapitaalmarktunie. Voortbouwend
op het momentum van het recent ondertekende EU-Mercosur akkoord en de afronding van
de onderhandelingen over een handelsakkoord met India, steunt Nederland daarnaast
een ambitieus EU handelsbeleid. Onderdeel van de versterking van de interne markt
is het verminderen van regeldruk. Het kabinet zal daarbij aandacht vragen voor het
voorkomen van nieuwe regeldruk bij wetgevingsvoorstellen, inclusief beter inzicht
in de totale toe- of afname van regeldruk. Tevens zal het kabinet oproepen tot gerichte
investeringen in Europees innovatie- en digitaal technologisch leiderschap, om bedrijven
te laten groeien en behouden in Europa. Ook zal het kabinet aandacht vragen voor het
belang van verduurzaming als motor voor economische groei. Deze prioriteiten moeten
worden vertaald in en ondersteund door een coherent Europees economisch buitenlandbeleid,
gebaseerd op economische veiligheid, handel en partnerschappen. Het is hierbij van
belang dat de versterking van de weerbaarheid en (economische) veiligheid, het behoud
van open handel en een mondiaal gelijk speelveld, leveringszekerheid van kritieke
grondstoffen en producten, toegang tot hoogwaardige sleuteltechnologieën en het mitigeren
van risico’s van ongewenste risicovolle strategische afhankelijkheden op een gebalanceerde
wijze bij elkaar worden gebracht.
Er is binnen de ER brede overeenstemming over de urgentie van het versterken van het
EU-concurrentievermogen en economische weerbaarheid en veiligheid. Tegelijkertijd
bestaan er tussen de lidstaten verschillende opvattingen over de onderliggende instrumenten
die hiervoor ingezet moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van financiering, industriebeleid
en handel.
Een dag voor de informele ER, op 11 februari a.s., neemt de Minister-President op
uitnodiging van vertegenwoordigers van de Europese industrie deel aan een high-level
bijeenkomst in Antwerpen, waaraan naar verwachting ook EU-voorzitter Ursula Von der
Leyen en andere regeringsleiders zullen deelnemen. Tijdens deze bijeenkomst zullen
EU-leiders en industriestakeholders van gedachten wisselen over de industriële prioriteiten
van de EU, voortbouwend op de Antwerpen Verklaring uit 2024.2