21 501-20 Europese Raad

Nr. 1610 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2020

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, het verslag aan van de buitengewone Europese Raad van 1 en 2 oktober 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

VERSLAG VAN DE BUITENGEWONE EUROPESE RAAD VAN 1 EN 2 OKTOBER 2020

Op donderdag 1 en vrijdag 2 oktober vond een buitengewone Europese Raad (ER) plaats in Brussel. Deze ER zou oorspronkelijk op 24 en 25 september plaatsvinden.

Extern / Turkije / China

Oostelijke Middellandse Zee en de relatie tussen de EU en Turkije

Zoals overeengekomen tijdens de extra Europese Raad van 19 augustus jl. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1576) sprak de Europese Raad op donderdag 1 oktober uitgebreid over de ontwikkelingen in de Oostelijke Middellandse Zee en de relatie tussen de EU en Turkije.

De leden van de Europese Raad spraken opnieuw hun volledige solidariteit uit met Griekenland en Cyprus. De Europese Raad nam kennis van de inspanningen van Duitsland, de Voorzitter van de Europese Raad en de Hoge Vertegenwoordiger om de spanningen in de Oostelijke Middellandse Zee te helpen de-escaleren.

De spanningen tussen Griekenland en Turkije waren met de terugtrekking van het Turkse seismografisch schip Oruç Reis reeds iets afgenomen. De Europese Raad toonde zich ingenomen met de recente vertrouwenwekkende stappen van Griekenland en Turkije, alsook met de aankondiging dat zij hun rechtstreekse verkennende gesprekken met het oog op de afbakening van het continentaal plat en de exclusieve economische zones van beide landen zullen hervatten.

Anders ligt dat voor de spanningen tussen Cyprus en Turkije. De Europese Raad veroordeelde daarom ten stelligste de schendingen van de soevereine rechten van de Republiek Cyprus, die moeten stoppen. De Europese Raad riep Turkije op zich in de toekomst te onthouden van dergelijke activiteiten, die ingaan tegen het internationaal recht. In lijn met de inzet van het kabinet riep de Europese Raad Turkije op om in dialoog te treden met Cyprus met als doel alle onderlinge maritieme geschillen te beslechten in overeenstemming met het internationaal recht. De Europese Raad sprak tevens zijn verwachting uit dat Turkije net als de EU de spoedige hervatting van de onderhandelingen over een integrale regeling van de Cyprus-kwestie onder VN auspiciën zal steunen.

De Europese Raad besloot vervolgens tot een tweesporen-benadering ten aanzien van Turkije. Indien de constructieve inspanningen om illegale activiteiten ten aanzien van Griekenland en Cyprus te beëindigen worden voortgezet, dan zal de Voorzitter van de Europese Raad, in samenwerking met de voorzitter van de Commissie en met de steun van de Hoge Vertegenwoordiger, een voorstel uitwerken om de relatie tussen de EU en Turkije nieuwe energie te geven. In deze dialoog kunnen de modernisering van de douane-unie en handelsfacilitatie, zogeheten people-to-people contacten, dialogen op hoog niveau en in het bijzonder de voortgezette migratiesamenwerking onder de EU-Turkije verklaring van 2016 aan bod komen. In de bespreking van dit eerste spoor kwam uitdrukkelijk aan de orde dat de zorgen van de EU over de ontwikkelingen in Turkije ten aanzien van de rechtsstaat niet zijn weggenomen en dat deze onderdeel zullen blijven van de dialoog.

Indien Turkije echter nieuwe unilaterale acties of provocaties die het internationaal recht schenden onderneemt, dan zal de EU alle instrumenten gebruiken die haar ter beschikking staan, waaronder sancties, om haar belangen en die van haar lidstaten te verdedigen, zo kwam de Europese Raad overeen. De ontwikkelingen zullen nauw worden gevolgd en zo nodig zal de Europese Raad in december opnieuw over de situatie in de Oostelijke Middellandse Zee spreken en passende besluiten nemen. Het kabinet heeft steeds onderstreept dat in geval van voortdurende Turkse activiteiten aanvullende maatregelen niet worden uitgesloten. Het kabinet wil daarbij ook de effectiviteit van eventuele maatregelen meewegen.

Tenslotte besprak de Europese Raad een voorstel van zijn Voorzitter om tot een multilaterale conferentie over het oostelijke Middellandse Zeegebied te komen waar onderwerpen als maritieme afbakening, veiligheid, energie, migratie en economische samenwerking aan de orde zouden komen. De Hoge Vertegenwoordiger zal gesprekken voeren met alle betrokken partijen over de organisatie en de modaliteiten.

EU-Chinarelatie

De Europese Raad sprak over de brede EU-Chinarelatie. De leden van de Europese Raad waren het erover eens dat EU-eenheid ten aanzien van China cruciaal is. Alleen dan kan de EU daadwerkelijk richting China een speler in plaats van een speelveld zijn.

In lijn met de inzet van het kabinet benadrukte de Europese Raad dat de economische betrekkingen tussen de EU en China weer in evenwicht moeten worden gebracht en op wederkerigheid moeten berusten. Het kabinet wees hierbij tevens op de noodzaak de strategische afhankelijkheid van China te verminderen. In dit verband spraken de leden van de Europese Raad opnieuw uit tegen het einde van dit jaar de onderhandelingen te willen afronden over een ambitieuze brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China, die de bestaande ongelijkheden in markttoegang aanpakt, aan een gelijk speelveld bijdraagt, en wezenlijke afspraken over duurzame ontwikkeling vastlegt.

Eveneens in lijn met de Nederlandse inzet moedigde de Europese Raad China aan meer verantwoordelijkheid te nemen bij de aanpak van mondiale problemen. In het bijzonder wees de Europese Raad op de noodzaak van ambitieuzere actie op klimaatgebied in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en op het gebied van biodiversiteit. De aankondiging van de Chinese president dat China ernaar zal streven om vóór 2060 koolstofneutraal te zijn, is een belangrijke stap in de goede richting en wordt door het kabinet verwelkomd.

De Europese Raad benadrukte zich ernstige zorgen te maken over de mensenrechtensituatie in China, onder meer over de ontwikkelingen in Hongkong. Mede tegen de achtergrond van de motie met Kamerstuk 21 501-20, nr. 1591 Van den Nieuwenhuijzen c.s. over bedrijven wijzen op hun verantwoordelijkheid om zich van productie met behulp van dwangarbeid te onthouden, motie met Kamerstuk 21 501-20, nr. 1596 Sjoerdsma c.s. over een lijst opstellen met te sanctioneren personen en bedrijven en motie met Kamerstuk 21 501-20, nr. 1606 Van der Graaf c.s. over het opzetten van een bewijzenbank waarin bewijzen voor Chinese mensenrechtenschendingen kunnen worden verzameld, drong Nederland erop aan dat de Europese Raad specifiek zijn nadrukkelijke zorgen uit zou spreken over de behandeling van personen die tot minderheden behoren.

China zal tijdens een informele bijeenkomst van Staatshoofden en Regeringsleiders op 16 november in Berlijn opnieuw op de agenda staan.

Wit-Rusland

De Europese Raad sprak tevens over de situatie in Wit-Rusland. De Europese Raad sprak uit de uitslag van de verkiezingen niet te erkennen en veroordeelde het geweld tegen vreedzame demonstranten. Het kabinet is verheugd, mede tegen de achtergrond van motie met Kamerstuk 21 501-20, nr. 1597 Sjoerdsma c.s. over sancties tegen officials in Wit-Rusland, dat de Europese Raad uiteindelijk overeenstemming wist te bereiken over het opleggen van sancties tegen verantwoordelijken voor de verkiezingsfraude en het geweld tegen demonstranten. Wel bracht Nederland onder de aandacht dat besluitvorming over implementatie van sanctiemaatregelen met gekwalificeerde meerderheid overwogen zou moeten worden. De Raad nam op 2 oktober 2020 via schriftelijke procedure het besluit om 40 Wit-Russische verantwoordelijken aan restrictieve maatregelen te onderwerpen, waaronder de Wit-Russische Minister van Binnenlandse Zaken.

De Europese Raad riep de autoriteiten van Wit-Rusland tegelijkertijd op een inclusieve nationale dialoog op gang te brengen. De Europese Raad vroeg tenslotte de Europese Commissie om een alomvattend plan inzake economische steun voor een democratisch Wit-Rusland op te stellen. Het kabinet verwelkomt dit, mede in het licht van de motie van de leden Van den Nieuwenhuijzen en Van Ojik (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1590), die het kabinet oproept te bespreken wat de EU extra kan doen om de vreedzame oppositie in Wit-Rusland te steunen.

Nagorno-Karabach

De Europese Raad sprak kort over de vijandelijkheden in Nagorno-Karabach. Mede dankzij Nederlandse inzet heeft de Europese Raad zich uitgesproken tegen elke externe inmenging in het conflict. De Europese Raad heeft tevens opgeroepen tot een direct staakt-het-vuren en een vreedzame beslechting van het geschil, waarbij geen plaats is voor een militaire oplossing, en stelde dat Azerbeidzjan en Armenië onvoorwaardelijk inhoudelijke onderhandelingen moeten aangaan. De Europese Raad sprak steun uit voor de OVSE Minsk Groep en verzocht de EU Hoge Vertegenwoordiger om verdere EU-steun voor dit proces te onderzoeken.

Mondiaal EU Mensenrechten sanctieregime

Onder verwijzing naar de aankondiging van de Voorzitter van de Europese Commissie dat zij met wetsvoorstellen zou komen voor een mondiaal EU Mensenrechten sanctieregime heeft Nederland het belang dat het hecht aan zo spoedige mogelijke totstandkoming van dit sanctieregime andermaal onderstreept.

Navalny

De Europese Raad sprak over de moordaanslag op Aleksej Navalny en veroordeelde de vergiftiging met een chemisch wapen uit de «Novitsjok»-groep. De Europese Raad riep de Russische autoriteiten op tot volledige samenwerking met de OPCW om een onpartijdig internationaal onderzoek te waarborgen en de verantwoordelijken voor de rechter te brengen. De Europese Raad zal hier op 15 en 16 oktober 2020 op terugkomen.

Covid-19

Op vrijdag 2 oktober spraken de leden van de Europese Raad over de impact van Covid-19 op de samenleving in de Europese lidstaten. Dit onderwerp was niet geagendeerd. Met een toenemend aantal Covid-19-infecties worden de lidstaten wederom op de proef gesteld, waarbij economie en samenleving voor de tweede keer onder zware druk komen te staan. Het virus vergt veel van de weerbaarheid van mensen. Er was onderlinge erkenning voor de uitdagingen die dit stelt. Nederland sprak zich daarbij uit voor sterkere onderlinge coördinatie en het tijdig uitwisselen van data. Afgesproken werd om de inspanningen ten aanzien van onderlinge coördinatie te versterken, mede op basis van het voorzitterschapsvoorstel voor een raadsaanbeveling voor een gecoördineerde benadering ten aanzien van beperkingen van vrij verkeer in antwoord op Covid-19, en samen te werken op het gebied van onder meer vaccins. De Europese Raad zal regelmatig op dit onderwerp terugkomen.

Interne Markt

De Europese Raad sprak, in het licht van de impact van de Covid-19-pandemie, over de kracht, maar ook over de afhankelijkheden van de Europese economie en het belang van een snel herstel van de interne markt. De Raad nam conclusies aan waarin wordt onderstreept dat een sterke economische basis essentieel is voor inclusieve en duurzame groei, het concurrentievermogen van de Unie, werkgelegenheid, welvaart, en Europa’s rol in de wereld. De Raad bevestigde dat een sterke en diepe interne markt aan de basis staat van herstel en groei, en de weerbaarheid van de EU zal vergroten. Dat is belangrijk, want de wereld om ons heen is in beweging, en toegenomen spanningen in het mondiale economische systeem vormen een uitdaging voor ons vermogen om Europese publieke belangen en waarden te waarborgen. Europa moet een speler zijn in de wereld, en niet verworden tot het speelveld voor anderen. De Raad concludeerde dan ook dat wordt gestreefd naar strategische autonomie. Dat laat onverlet dat het uitgangspunt van een open markteconomie gehandhaafd blijft.

De interne markt moet zo snel mogelijk weer ongestoord gaan functioneren. De lessen van de Covid-19 crisis moeten worden opgevolgd; fragmentatie moet worden tegengegaan en obstakels worden geslecht. De Raad riep in dat verband op tot strikte uitvoering en handhaving van de interne marktregels, in overeenstemming met de Single Market Enforcement Action Plan van de Commissie; het wegnemen van resterende barrières, vooral op het terrein van diensten, en de verzekering dat het mededingingsraamwerk is ingesteld op de uitdagingen van de groene en digitale transities als ook op de mondiale context. Zo zou de mogelijkheid om regels aan te nemen ten aanzien van de rol en verantwoordelijkheden van online platforms moeten worden bekeken. In dat verband kijkt de Raad uit naar de uitkomsten van de evaluatie van de mededingingsregels die de Commissie momenteel uitvoert – de eerste resultaten worden in 2021 verwacht. In lijn met het witboek buitenlandse subsidies, roept de Raad de Commissie op verdere instrumenten te ontwikkelen om de verstorende effecten van buitenlandse subsidies op het Europese gelijke speelveld tegen te gaan. In ditzelfde kader verwijst de Raad naar «een nieuw systeem van mondiaal economisch bestuur». Conform de toezegging aan uw Kamer om hier in dit verslag op terug te komen kan aangegeven worden dat de Europese Raad hiermee de Europese ambitie bevestigt om het mondiale, multilaterale handelssysteem te versterken, met daarin een centrale rol voor de WTO. Dit sluit ook aan bij de inzet van het kabinet, zoals ook recent met uw Kamer gedeeld via de kabinetsinzet in de herziening van het EU-handelsbeleid.

MFK/Herstelinstrument

In relatie tot het herstelinstrument om de gevolgen van Covid-19 voor onze economieën en samenlevingen tegen te gaan, riepen enkele lidstaten op tot snelle ratificatie van het Eigenmiddelenbesluit. Nederland heeft in dit verband nogmaals benadrukt dat het gevonden compromis tijdens de ER van juli 2020 (EUCO 10/20) intact moet blijven. Dat betekent dat een sterke hervormingsvoorwaarde moet zijn opgenomen in de uitwerking van het Recovery and Resilience Fund (RRF) op basis van de landspecifieke aanbevelingen, dat er een sterke, effectieve koppeling tussen de ontvangst van EU-middelen uit het MFK en het herstelinstrument en de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen moet komen en dat het totale plafond voor het MFK 2021–2027 gelijk moet blijven aan het overeengekomen bedrag in juli 2020. Enkele lidstaten steunden dit pleidooi.

Digitale transformatie

Europa moet (digitaal) leiderschap tonen in de digitale transformatie, gebaseerd op Europese waarden. De Raad onderstreepte dat de digitale transitie bijdraagt aan een versterkt Europees concurrentievermogen en moet worden versneld. De Raad bevestigde dat tenminste 20% van de fondsen uit de Recovery and Resilience Facility ten goede moet komen aan de digitale transitie, inclusief voor het mkb. Deze fondsen zouden onder andere moeten bijdragen aan de Europese ontwikkeling van de volgende generatie digitale technologieën, waaronder kwantum, blockchain en mensgerichte AI, maar ook aan de versnelling van de uitrol van netwerkinfrastructuur, waaronder 5G. Om digitaal soeverein te kunnen zijn, moet de EU een waarachtige digitale interne markt bouwen, haar eigen regels kunnen definiëren, autonome technologische beslissingen kunnen nemen en strategische digitale capaciteit en infrastructuur kunnen ontwikkelen en uitrollen. Daarbij is het belangrijk dat onze waarden, fundamentele rechten en veiligheid worden gewaarborgd – dat draagt bij aan de aantrekkingskracht van het Europese model. De Raad kijkt uit naar het voorstel van de Commissie voor een Digital Services Act voor het eind van dit jaar en vraagt de Commissie om in maart 2021 een digitaal kompas te presenteren met de Europese digitale ambities voor 2030.

Relatie EU–VK

De voorzitter van de Europese Commissie informeerde de leden van de Europese Raad over de stand van zaken bij de implementatie van het terugtrekkingsakkoord. Het VK heeft de passages uit het wetsvoorstel de Internal Market Bill die strijdig zijn met het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland niet ingetrokken of aangepast voor de door de Commissie gestelde deadline van 30 september jl. De Commissie heeft het Verenigd Koninkrijk op 1 oktober jl. een aanmaningsbrief gestuurd wegens het niet nakomen van zijn in het terugtrekkingsakkoord vastgestelde verplichtingen. Dit was de eerste stap in de inbreukprocedure. Tevens gaf de voorzitter van de Europese Commissie een korte update van de stand van zaken van de onderhandelingen met het VK. Zoals bekend liggen de posities op een aantal fundamentele onderwerpen nog ver uit elkaar, met name de waarborgen voor een gelijk speelveld, visserij en de governance van het akkoord. Hierover zal verder worden gesproken tijdens de Europese Raad van 15 en 16 oktober.

Naar boven