Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-20 nr. 1443

21 501-20 Europese Raad

Nr. 1443 MOTIE VAN DE LEDEN BISSCHOP EN LEIJTEN

Voorgesteld 25 april 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel artikel 1 van het Verdrag betreffende de Europese Unie als de preambule van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de zinsnede «een steeds hechter verbond» («ever closer union») tussen de volken van Europa bevatten;

overwegende dat mede op basis van deze zinsnede de Europese integratie steeds verder is verdiept, versterkt en versneld, mede door de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie;

overwegende dat talloze burgers binnen de Europese Unie zich niet thuisvoelen in een EU als een steeds hechter verbond tussen de volkeren omdat dit kan bijdragen aan een onnodige en onwenselijke inperking van de soevereiniteit van lidstaten;

overwegende dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit voor meer ruimte voor variatie binnen de EU;

voorts overwegende dat de EU het Verenigd Koninkrijk in de aanloop naar het brexitreferendum op 23 juni 2016 heeft toegezegd dat het Verenigd Koninkrijk niet langer deel hoeft te nemen aan verdere politieke integratie;

tot slot overwegende dat ook de voorzitter van de Europese Raad, de heer Tusk, de EU meermaals heeft opgeroepen haar utopische dromen van steeds hechtere integratie op te geven;

verzoekt de regering, de Raad zo gauw de gelegenheid zich voordoet een ontwerp tot herziening van de Verdragen voor te leggen strekkende tot het schrappen van de zinsnede «een steeds hechter verbond» uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bisschop

Leijten.