Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-08 nr. 375

21 501-08 Milieuraad

Nr. 375 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 30 juni 2011

Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu1 hebben een aantal fracties de behoefte de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu enkele vragen en opmerkingen voor te leggen inzake de geannoteerde agenda van de informele milieuraad die van10-12 juli a.s. zal plaatsvinden (Kamerstuk 21 501-08, nr. 374).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 29 juni 2011. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Snijder-Hazelhoff

De griffier van de commissie,

Sneep

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Milieuraad die zal plaatsvinden op 11 en 12 juli 2011. De leden van de VVD-fractie hebben nog wel enkele opmerkingen en vragen bij de agenda. Deze zijn verderop in dit verslag verwerkt.

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid hebben met interesse kennisgenomen van de stukken van de agenda voor de informele Milieuraad. Deze leden hebben nog een aantal vragen aan de staatssecretaris ter voorbereiding op de informele Milieuraad. Deze zijn verderop in dit verslag verwerkt.

De leden van de CDA-fractie danken de staatssecretaris voor de toezending van de uitgebreide agenda voor de informele Milieuraad. Zij hebben naar aanleiding daarvan enkele vragen. Deze zijn verderop in dit verslag verwerkt.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Milieuraad en willen graag enkele vragen hierover stellen. Deze zijn verderop in dit verslag verwerkt.

Milieu Actie Programma

De leden van de VVD-fractie lezen dat de staatssecretaris de meerwaarde van het Milieu Actie Programma (MAP) gelegen ziet in haar complementariteit. Ook de leden van de VVD-fractie zijn van mening dat er op Europees niveau één consistent beleid gevoerd moet worden, waarbij onnodige overlap wordt voorkomen. Een daadwerkelijke discussie over de ontwikkeling van een nieuw MAP is volgens deze leden dan ook pas mogelijk wanneer de evaluatie van het 6e MAP is afgerond.

De leden van de CDA-fractie steunen de staatssecretaris in zijn kritische houding ten aanzien van het plan voor een nieuw MAP, vanwege het feit dat er al zoveel beleidsinitiatieven zijn die om intensivering vragen. De CDA-fractie denkt hierbij met name aan vulling van de Ecodesign-richtlijn. Herkent de staatssecretaris dit beeld?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd naar de evaluatie van het zesde MAP en de doorkijk naar 2020 die de voorzitter zal presenteren. Zij juichen het tevens toe dat de Milieuraad, in weerwil van de tegenstand van Nederland, besloten heeft een 7de MAP te willen laten opstellen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien ook dat er op het vlak van milieu meerdere Europese initiatieven lopen, maar zij zien ook dat een MAP juist de mogelijkheden biedt om de samenhang tussen de verschillende initiatieven vast te leggen. Bovendien kunnen er middels een MAP inderdaad ook aanvullende maatregelen genomen worden om de grote milieuproblemen van deze tijd blijvend aan te pakken.

Uit de geannoteerde agenda blijkt dat de staatssecretaris voor een nieuw MAP in wil zetten op, wat zij noemt, de hardnekkige milieuproblemen zoals klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, milieu en gezondheid en duurzaam gebruik van hulpbronnen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren juichen dat toe en hopen op een ambitieuze inzet van de staatssecretaris op deze punten. Juist bij deze grote problemen speelt volgens deze leden natuurlijk bij uitstek de samenhang met andere beleidsterreinen, zoals met name de intensieve landbouw, waaronder uiteraard de intensieve veehouderij. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen dan ook graag weten op welke wijze de staatssecretaris van EL&I betrokken zal worden bij het formuleren van de Nederlandse inzet voor het zevende MAP, en op welke wijze de Kamer hierbij betrokken zal worden.

Deze leden vragen de staatssecretaris van I&M verder om een tijdschema te schetsen van het formuleren van het zevende MAP.

Efficiënt gebruik van hulpbronnen

De leden van de VVD-fractie zien uit naar de publicatie in september van de «Routekaart naar een hulpbronefficiënt Europa». Deze leden hebben al eerder aangegeven dat zij op dit punt grote waarde hecht aan beleidsvrijheid voor lidstaten. Het gaat volgens deze leden om sturen op een norm, niet op een techniek. Individuele lidstaten moeten volgens hen dus maatwerk kunnen leveren en samen met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven de Europese doelstelling kunnen invullen.

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid onderschrijven dat efficiënt gebruik van hulpbronnen essentieel is en zijn het eens met de genoemde instrumenten. Zij vragen de staatssecretaris toe te lichten op welke manier de richtlijn «ecodesign» uitgebreid kan worden en aan wat voor minimumstandaarden voor recycling er wordt gedacht.

Het efficiënt gebruik van hulpbronnen heeft voor de leden van de CDA-fractie hoge prioriteit, zowel op Europees als op nationaal niveau. Een en ander is in eerdere debatten al volop aan de orde geweest. Gaande de behandeling van het initiatief lijkt het initiatief te groeien, lijken er volgens de leden van de CDA-fractie elementen aan te worden toegevoegd. Deze leden vragen of dat beeld juist is en zo ja, of de staatssecretaris een mogelijkheid ziet om op zijn tijd een actualisatie van het voorliggende voorstel met de Kamer te delen. Overigens stemt het de leden van de CDA-fractie zeer tevreden dat het Initiatief Duurzame Handel als voorbeeld wordt gesteld voor een wijze waarop het bedrijfsleven initiatief kan nemen om een hulpbronefficiënt Europa dichterbij te brengen. Welke animo is er bij andere Europese lidstaten, zo vragen deze leden de staatssecretaris, om deze werkvorm ook op Europees vlak een plek te geven? Zij vragen verder of de staatssecretaris het standpunt deelt dat het nog belangrijker is dan het exporteren van het Initiatief, dat deze vorm van multistakeholder initiatieven voor duurzame internationale ketens gepromoot wordt. Is het immers niet deze moderne vorm van «polderen», in een globaliserende wereld waarin zeker op milieugebied sprake is van een governance-«gap», die kansrijk en broodnodig is?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn zeer benieuwd naar de uitwerking van de plannen voor een hulpbronefficiënt Europa, zowel op EU- als op Nederlands niveau. Zij begrijpen het standpunt van de staatssecretaris niet dat het Initiatief Duurzame Handel een bijdrage gaat leveren aan een hulpbronnenefficiënter Europa. Immers, in dit initiatief worden bedrijven met overheidsgeld geholpen om het predicaat «duurzaam» te verkrijgen, zelfs waar zij, in ieder geval in de ogen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren, niet werkelijk duurzaam bezig zijn. In ieder geval is volgens deze leden het initiatief niet gericht op het verminderen van het gebruik van grondstoffen, maar eerder op de wijze van productie van de grondstoffen. Deelt de staatssecretaris die mening? Zo ja, op welke wijze brengt het initiatief dan een efficiënter gebruik van grondstoffen dichterbij? Kan de staatssecretaris dit standpunt wellicht toelichten met behulp van een aantal voorbeelden?

EU klimaatadaptatie

De leden van de VVD-fractie sluiten zich aan bij de visie van de staatssecretaris dat Nederland haar eigen prioriteiten moet kunnen stellen binnen het Witboek klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld bij de bestendigheid van de zeespiegelrijzing of de beschikbaarheid van zoetwater. Het Witboek laat zien hoe belangrijk maatwerk voor de EU-lidstaten is.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien de noodzaak van klimaatadaptatie, en hopen dat de staatssecretaris dan ook bereid is geen projecten meer in te trekken waarbij ruimte wordt gecreëerd voor het opvangen van water, zoals Deltanatuurprojecten. Door vast te houden aan het dogma van het niet willen ontpolderen van landbouwgronden, zet de staatssecretaris naar de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren de droge voeten in Nederland echter op het spel. Zij krijgen graag een nadere toelichting van de belangenafweging die daarbij wordt gemaakt. Ook de recente plannen om het beleid omtrent ruimtelijke ordening te decentraliseren staat volgens de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren niet in verhouding tot de ambitie van de staatssecretaris om ons land aan te passen aan de effecten van klimaatverandering, aangezien het Rijk maar weinig sturingsinstrumenten overhoud om noodzakelijke ingrepen in de ruimtelijke ordening mogelijk te maken. Deelt de staatssecretaris deze zorg?

Voorbereidingen voor COP 17 te Durban

In aanloop van de standpuntbepaling rondom de mogelijke klimaatconferentie in Durban vernemen de leden van de VVD-fractie graag wanneer de concrete uitwerking wordt aangeboden van de in Cancún gemaakte afspraken, zoals het Groen Klimaatfonds.

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid onderschrijven de doelstelling van de staatssecretaris om tijdens de COP 17 in Durban tot een mondiaal klimaatbeleid te komen. Zij stellen dat dit het hoofddoel moet zijn en vragen de staatssecretaris deze visie te onderschrijven.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat een sterke en ambitieuze inzet vanuit de EU de mondiale klimaatonderhandelingen sterk ten goede zou komen. Juist het unilateraal afkondigen van een klimaatreductiedoelstelling van 30% in 2020 zou andere landen het vertrouwen en het gevoel van urgentie kunnen doen teruggeven om zelf ook stappen te maken. Naar de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren is het dus nadrukkelijk niet andersom en moet de EU niet wachten op toezeggingen van andere landen om over de brug te komen met reductiedoelen. Zij moet laten zien waar het heen moet.

Routekaart naar een koolstofarme economie

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid maken zich ernstig zorgen over het veto dat Polen heeft uitgesproken over de Roadmap 2050. Deze leden vragen welke consequenties dat veto heeft voor komende raadsconclusies over dit onderwerp en voor de voortgang van richtlijnen op het gebied van energie-efficiency, emissiehandelssystemen en duurzame energie. Zij vragen tevens wat de staatssecretaris verwacht van de invulling die het Poolse voorzitterschap gaat geven aan het klimaat- en energiedossier. De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid vragen tevens welke actie de staatssecretaris van plan is te ondernemen, zo mogelijk in samenwerking met andere landen, om de noodzakelijke voortgang op het klimaat- en energiedossier te behouden.

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid vragen of de staatssecretaris onderschrijft dat Nederland als hoofddoel heeft om te pleiten voor een ambitieus milieubeleid in Europa en dat daarbij uiteraard een gelijk speelveld en het zo laag mogelijk houden van de administratieve lasten belangrijke voorwaarden zijn.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren verwachten bij de Nederlandse uitwerking van een routekaart naar een koolstofarme economie een stevige inzet en ambitie van de regering zelf, en niet een houding waarin alles aan de burgers en het bedrijfsleven wordt overgelaten. Kan de staatssecretaris dit alvast toezeggen? Hierbij verwachten zij concrete en meetbare doelen met concrete maatregelen. Zoals al vaker gewisseld in de overleggen over de Milieuraad zijn de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vooral ook heel benieuwd of de meest makkelijke en goedkope keuze die we kunnen maken, namelijk minder koolstofintensief eten – je kunt ook lezen: doe rustig aan met vlees, dat is tevens goed voor de gezondheid – in de Nederlandse routekaart terugkomt.

II. REACTIE VAN DE STAATSSECRETARIS

6e MAP

Het Kabinet heeft begrip voor het standpunt van de VVD-fractie; consistent beleid en het vermijden van overlap is inderdaad wezenlijk. Ook ziet het kabinet het belang van de evaluatie van het 6e MAP.

In reactie op de suggestie van de CDA-fractie, kan ik mededelen dat ook ik de Ecodesign Richtlijn een goed voorbeeld vind van effectieve milieuwetgeving op Europees niveau; toepassing ervan op meer producten wordt door Nederland ondersteund.

In reactie op de fractie van de Partij voor de Dieren, over de betrokkenheid van de staatssecretaris van EL&I bij het formuleren van de Nederlandse inzet voor een 7e MAP, kan ik mededelen dat er een zogenaamd interbestuurlijk dossierteam is opgericht. Hierin zijn andere betrokken departementen alsmede andere overheden vertegenwoordigd. Voor de verdere standpunt bepaling zijn bovendien «stakeholders»-bijeenkomsten voorzien. Bij verschijning van de evaluatie zal de Kamer via een BNC-fiche worden geïnformeerd. Voor het uitdragen van het Nederlandse standpunt in Brussel worden langs gebruikelijke weg instructies vastgesteld. Het verdere traject en daarmee de termijn is afhankelijk van de Commissie en het Voorzitterschap.

Efficiënt gebruik van hulpbronnen

De leden van de fractie van de PvdA onderschrijven dat efficiënt gebruik van hulpbronnen essentieel is. Zij zijn het eens met de genoemde instrumenten en stellen vragen over uitbreiding van de Ecodesign Richtlijn en over minimumstandaarden voor recycling.

De Ecodesign Richtlijn is momenteel op twee manieren op energie gericht. De richtlijn heeft namelijk betrekking op energiegerelateerde producten en stelt eisen aan het energieverbruik van producten. Beide elementen kunnen verbreed worden. Dit kan door andere typen producten (bijvoorbeeld zonder stekker) onder de richtlijn te brengen of door naast eisen aan energieverbruik andere eisen te stellen. Deze andere eisen kunnen betrekking hebben op het grondstoffengebruik in producten (hoeveelheid en vooral belasting ervan). Een alternatief is ook nog «design-for-recycling». In 2012 zal de Commissie een besluit nemen over eventuele uitbreiding van de Ecodesign Richtlijn. Het kabinet zal te zijner tijd een standpunt bepalen hierover mede op basis van een «impact assessment».

In de uitwerking van het «flagship» heeft de Commissie als mogelijk instrument minimumstandaarden voor recyclen genoemd. Dit is nog niet concreet gemaakt, maar ik sta er positief tegenover. Nederland kent al een hoog recyclingpercentage, meer Europese harmonisatie op dit terrein zou tot concrete milieuwinst kunnen leiden.

De CDA-fractie vraagt of de Routekaart naar een Hulpbronnenefficiënt Europa gaande de behandeling groeit. In de mededeling van de Europese Commissie over EU2020 Strategie werd (al) aangekondigd dat het «Flagship» Hulpbronnenefficiënt Europa breed zou worden opgezet. De reden voor deze opzet was om de samenhang tussen verschillende onderdelen van het «flagship» te waarborgen alsook verschillende beleidsvelden met elkaar te verbinden. De lijst van de verschillende initiatieven (waaronder verschillende Routekaarten, de Europese Biodiversiteitsstrategie en het Witboek Transport) die in samenhang met dit «flagship» worden gepresenteerd, is eerder bekend gemaakt. Het is verder zo dat, sinds de deadline van de publicatie van de Routekaart is verschoven (van juni naar september), gaandeweg steeds meer bekend wordt over mogelijke instrumenten.

In reactie op de vraag van de CDA-fractie over het Initiatief Duurzame Handel (IDH): er is in toenemende mate animo bij andere Europese lidstaten om met (of zelfs binnen) het IDH samen te werken. Binnen de programma’s van het IDH wordt al samengewerkt met andere donoren, zoals GIZ (Duitsland) en DFID (UK). Ook Danida (Denemarken) en Zwitserland (SECO) hebben interesse in de werkwijze van het IDH. Met hen voert het IDH – gesteund door het ministerie van BZ – al geruime tijd intensieve gesprekken over samenwerking. Met name de Noord Europese lidstaten werken binnen ontwikkelingssamenwerking steeds vaker in publiek private partnerschappen en op basis van de ketenbenadering. Voorts deel ik uw standpunt dat het vooral gaat om de werkwijze: «Multi-stakeholder» initiatieven die gericht zijn op duurzame ketens. Samenwerking tussen de verschillende sectoren in de samenleving (overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijk middenveld) is inderdaad niet langer een luxe, maar noodzakelijk om de duurzaamheids- en ontwikkelingsproblemen waarmee wij worden geconfronteerd het hoofd te bieden. Het is vanuit het oogpunt van effectiviteit en efficiëntie van belang om zoveel mogelijk lessen te delen en samen te werken in Europees verband, om te voorkomen dat elke lidstaat opnieuw het wiel uit moet vinden.

Naar aanleiding van de vraag van de fractie van de Partij van de Dieren: het Initiatief voor Duurzame Handel streeft ernaar om de internationale handelsketens te verduurzamen door zowel vermindering van milieudruk (milieu-impact) als door verbetering van de arbeidsomstandigheden en de inkomenszekerheid van de boeren in de ontwikkelingslanden (people, planet, profit). Het doel is uiteindelijk om de productie van grondstoffen en internationale handelsketens te verduurzamen, dus niet per se het gebruik van grondstoffen zelf te verminderen. Efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen wordt (ook door de Europese Commissie) in een breder kader geschetst:  «meer doen met minder» zonder verdere aantasting van natuurlijk kapitaal. Een goed voorbeeld is het IDH cacaoprogramma, gericht op  verduurzaming van de internationale cacaoketen. IDH investeert samen met bedrijven zoals Mars, Cargill en NGO’s (Solidaridad en WWF)  in zowel betere lonen en arbeidsomstandigheden voor de lokale boeren als in intensivering en verduurzaming van landgebruik. Het resultaat tot nu toe is dat in landen zoals Ghana en Ivoorkust de cacaoproductie kwantitatief en kwalitatief (als duurzaam gecertificeerde cacao) is toegenomen.

EU klimaatadaptatie

De reactie van de leden van de VVD-fractie, dat Nederland haar eigen prioriteiten op het gebied van klimaatadaptatie moet kunnen stellen, zie ik als een uitdrukking van ondersteuning van onze inzet.

De zorgen zoals aangegeven door de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren, over ontpoldering van landbouwgronden en de pannen voor decentralisatie, deel ik niet. In de recent aan uw kamer gestuurde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ziet u dat het rijk samen met de andere overheden werkt aan aanpassing aan klimaatverandering, daarbij prioriteit gevend aan veiligheid en zoetwatervoorziening. Dit is expliciet benoemd als nationaal belang en dus staat het scala van sturingsinstrumentarium in de ruimtelijke ordening ter beschikking. Ook is in die structuurvisie vastgelegd dat ontpoldering mogelijk blijft als dat noodzakelijk is voor de waterveiligheid of internationale afspraken. Met het jaarlijks te samen met de begroting op Prinsjesdag gepresenteerde Deltaprogramma wordt u van de voortgang op de hoogte gehouden.

Voorbereidingen voor COP 17 te Durban

De leden van de VVD-fractie vragen wanneer de concrete uitwerking van de in Cancun gemaakte afspraken zal plaatsvinden. Naar verwachting zullen tijdens de klimaattop in Durban eind 2011 besluiten worden genomen over de uitwerking van de Cancun overeenkomsten. Deze besluiten, o.a. op het terrein van rapportage, adaptatie en technologie, worden voorbereid tijdens ambtelijke onderhandelingsessies. Voor de uitwerking van de spelregels van het Groen Klimaatfonds is in Cancun een zogenoemd Transitie Comité opgericht. Dit comité bespreekt dit jaar de inrichting van het fonds en bereidt besluiten voor Durban voor.

De leden van de PvdA-fractie vragen of het kabinet de visie onderschrijft dat het hoofddoel van Durban is om tot een mondiaal klimaatbeleid te komen. Het kabinet richt zich inderdaad op mondiale klimaatafspraken. Daarbij richt ik mij op het bereiken van haalbare en realistische afspraken, waarmee klimaatwinst wordt geboekt. Het is van belang de benadering van Cancun, met concrete besluiten op deelterreinen, voort te zetten. Het ligt immers niet in de verwachting dat in Durban alle grote economieën bereid zullen zijn zich te verbinden aan een nieuw klimaatverdrag.

De leden van de Partij van de Dieren fractie stellen dat het unilateraal afkondigen door de EU van een 30% reductiedoel in 2020, andere landen het vertrouwen en het gevoel van urgentie zou kunnen doen teruggeven om zelf ook stappen te maken. Nederland houdt vast aan de eerder vastgestelde lijn van de EU.

Routekaart naar een koolstofarme economie

De leden van de PvdA-fractie vragen naar de consequenties van het veto van Polen. Het veto had betrekking op de verwijzing naar een nieuwe 2020 doelstelling in de raadsconclusies over de routekaart 2050. Het ontbreken van raadsconclusies over de routekaart 2050 heeft geen consequenties voor de behandeling van richtlijnen, zoals het recente Commissie voorstel voor een energiebesparingsrichtlijn. De conclusies over de routekaart, die nu de vorm hebben gekregen van voorzitterschapsconclusies, werden gesteund door 26 Lidstaten, waaronder Nederland, en de Commissie. Nederland zal zich, conform de eerder aan uw Kamer meegedeelde positie, blijven inzetten voor een verdere uitwerking van de routekaart en verkenning van maatregelen die nodig zijn op het pad naar een koolstofarme economie in 2050. De agendering van niet-wetgevende dossiers op de raad wordt door het voorzitterschap bepaald, in overleg met de Commissie en het volgende voorzitterschap. Het Poolse voorzitterschap heeft aangegeven het komende half jaar aandacht te besteden aan klimaatadaptatie en de voorbereidingen voor de klimaattop in Durban.

De leden van de PvdA-fractie vragen of Nederland als hoofddoel heeft om te pleiten voor een ambitieus milieubeleid in Europa en of daarbij een gelijkspeelveld en het zo laag mogelijk houden van de administratieve lasten belangrijke voorwaarden zijn. Het belang van deze twee voorwaarden kan ik inderdaad onderschrijven. Aangezien er bij een ambitieus Europees milieubeleid, en in het bijzonder het Europese klimaatbeleid, uiteraard sprake moet zijn van een gelijk speelveld, zetten wij ons hiervoor in, zowel in de mondiale klimaatonderhandelingen als bij het verder uitwerken van maatregelen in het kader van de Europese en Nederlandse routekaarten op weg naar een koolstofarme economie.

De leden van de Partij van de Dieren fractie vragen bij de Nederlandse uitwerking van een routekaart naar een koolstofarme economie om een stevige inzet en ambitie van de regering zelf, en niet een houding waarin alles aan de burgers en het bedrijfsleven wordt overgelaten. Hierbij verwachten zij concrete en meetbare doelen met concrete maatregelen. Zoals aangekondigd in de brief van 29 juni, waarin ik de kabinetsaanpak van het klimaatbeleid op weg naar 2020 schets (Kamerstuk 32 813 van 8 juni 2011) zal ik in de Routekaart Klimaat 2050 per sector verkennen welke specifieke uitdagingen en kansen voor Nederland samenhangen met een transitie naar een klimaatneutrale economie, zodat de lange termijn vraagstukken tastbaarder worden voor zowel overheid als bedrijfsleven. De Routekaart 2050 is dus met name een inzichtgevend document en is in die zin niet gericht op het realiseren van nieuwe doelstellingen of instrumenten.

De leden van de Partij van de Dieren fractie vragen ook of het onderwerp «minder koolstofintensief eten» in de Nederlandse routekaart terugkomt. Dit is geen prioritair aandachtspunt.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dijksma, S.A.M. (PvdA), Gent, W. van (GL), Snijder-Hazelhoff, J.F. (VVD), voorzitter, Slob, A. (CU), Aptroot, Ch.B. (VVD), Samsom, D.M. (PvdA), Jansen, P.F.C. (SP), Koppejan, A.J. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Ouwehand, E. (PvdD), Rouwe, S. de (CDA), Bashir, F. (SP), Mos, R. de (PVV), Tongeren, L. van (GL), Monasch, J.S. (PvdA), Dekken, T.R. van (PvdA), Dijkgraaf, E. (SGP), Veldhoven, S. van (D66), Koolmees, W. (D66), ondervoorzitter, Jong, L.W.E. de (PVV), Huizing, M.E. (VVD), Leegte, R.W. (VVD) en Werf, M.C.I. van der (CDA).

Plv. leden: Groot, V.A. (PvdA), Braakhuis, B.A.M. (GL), Houwers, J. (VVD), Wiegman-van Meppelen Scheppink, E.E. (CU), Lucas, A.W. (VVD), Smeets, P.E. (PvdA), Gerven, H.P.J. van (SP), Haverkamp, M.C. (CDA), Bontes, L. (PVV), Thieme, M.L. (PvdD), Bochove, B.J. van (CDA), Ulenbelt, P. (SP), Agema, M. (PVV), Grashoff, H.J. (GL), Plasterk, R.H.A. (PvdA), Jacobi, L. (PvdA), Staaij, C.G. van der (SGP), Ham, B. van der (D66), Verhoeven, K. (D66), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Boer, B.G. de (VVD), Lodders, W.J.H. (VVD) en Koopmans, G.P.J. (CDA).