Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-07 nr. 820

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 820 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 augustus 2011

Binnen de vaste commissie voor Financiën1 hebben enkele fracties de behoefte om over de brief van de minister van Financiën d.d. 13 juli 2011 met het verslag van de vergadering van de Eurogroep en Ecofin Raad van 11 en 12 juli 2011 te Brussel (Kamerstuk 21 501-07, nr. 817 enkele vragen en opmerkingen voor te leggen.

Bij brief van 20 juli 2011 heeft de minister een deel van de vragen beantwoord. De vragen en de daarop gegeven antwoorden, voorzien van een inleiding, zijn hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Dezentjé Hamming-Bluemink

De adjunct-griffier van de commissie,

Giezen

INLEIDING VAN DE MINISTER

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het verslag.

Volgens de leden van de VVD-fractie is de financiële stabiliteit in het eurogebied van groot belang voor Nederland en verdient de huidige schuldencrisis de absolute prioriteit van de regering. De leden van de VVD-fractie erkennen daarbij de noodzaak voor een brede beleidsrespons van de regering om deze stabiliteit te waarborgen. De leden van de VVD-fractie willen graag benadrukken dat de verantwoordelijkheid voor de financiële stabiliteit in de eurozone in eerste instantie bij de eurolanden zelf ligt door het spoedig en geloofwaardig op orde brengen van de openbare financiën, de hoge schuldposities zo snel mogelijk af te bouwen en structurele economische hervormingen door te voeren om economische groei te bevorderen. De leden van de VVD-fractie zien in dat op de korte termijn (al dan niet aanvullende) noodmaatregelen nodig zijn om financiële schokken binnen het eurogebied op te vangen en ruimte te creëren om hervormingen in desbetreffende landen door te voeren – en af te dwingen. De leden van de VVD-fractie wijzen erop dat de maatregelen die nu worden genomen voor de korte termijn, echter ook lange termijn consequenties hebben. Zo lezen deze leden in het verslag dat wordt nagedacht om eerder gestelde voorwaarden aan de noodleningen aan te passen, zoals het verlengen van looptijden en het verlagen van de rente. Ook wordt gekeken naar het flexibiliseren van het European Financial Stability Facility (EFSF). Hoewel de leden van de VVD-fractie de noodzaak op de korte termijn inzien, vragen deze leden de minister een toelichting te geven op wat de gevolgen van dergelijke aanpassingen zijn voor de geloofwaardigheid van Europese beleidsprogramma’s die gericht zijn op de financiële stabiliteit? Hoe wordt deze geloofwaardigheid geborgd?

Kan de minister ook nader ingaan op de gevolgen van het flexibiliseren van het EFSF? Aan de ene kant wordt namelijk gestreefd naar substantiële betrokkenheid van de private sector, terwijl door een mogelijke opkoop van obligaties door het EFSF de hoeveelheid staatsschuld in overheidshanden, of waarvoor overheden garant staan, weer kan toenemen. Hoe ziet de minister dit?

Uit het verslag valt op te maken dat de komende tijd nadere voorstellen worden uitgewerkt die erop gericht zijn de financiële weerbaarheid van het eurogebied te vergroten. Kan de minister toelichten hoe binnen deze voorstellen tevens gewaarborgd wordt dat voldoende prikkels in het systeem blijven bestaan voor landen om hun overheidsfinanciën op orde te houden en economische hervormingen in stand te houden? De leden van de VVD-fractie wijzen in dit kader op het feit dat het stabiliteit- en groeipact (sgp) onvoldoende afdwingbaar is gebleken. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de opbouw van macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied en tot financiële instabiliteit door ontspoorde overheidsfinanciën. Financiële interventies door de Europese Centrale Bank (ECB) en flexibelere inzet van het EFSF – hoewel op de korte termijn verdedigbaar – verkleinen op de lange termijn nog verder de noodzakelijke prikkels in het systeem om te voorkomen dat de huidige problemen zich ooit opnieuw voordoen. De leden van de VVD-fractie vragen de minister om bij de onderhandelingen over eventuele aanvullende steun- en beleidsprogramma’s het bovenstaande in het afwegingskader te betrekken en de Kamer te informeren over hoe de voorstellen zich verhouden tot het eindbeeld van de minister waarin enerzijds een prudent noodmechanisme van toepassing is en anderzijds voldoende prikkels en geloofwaardigheid aanwezig zijn ter voorkoming van de huidige problematiek in de toekomst.

Voorts vragen de leden van de VVD-fractie aan de minister hoe hij bewerkstelligt dat maatregelen die genomen worden voor Griekenland niet leiden tot moral hazard binnen het eurogebied, enerzijds door aan te geven hoe wordt gewaarborgd dat Griekenland alle verplichtingen om te privatiseren en de overheidsfinanciën op orde te brengen nakomt en anderzijds richting landen als Ierland en Portugal dat zij niet kunnen verslappen in de aanpak van hun schuldenproblemen.

Het werkprogramma van het Poolse voorzitterschap achten de leden van de VVD-fractie ambitieus en tegelijkertijd noodzakelijk. Verbeterde economic governance ter voorkoming van macro-economische onevenwichtigheden, versterking van het sgp en minimumeisen aan nationale begrotingsraamwerken zijn voor de leden van de VVD-fractie van belang voor een goede werking van de monetaire unie. Deze leden roepen de regering hierbij op om de eerder geuite wensen en voorwaarden van de Kamer, zoals afdwingbaarheid van begrotingsdiscipline, nadrukkelijk bij de onderhandelingen te blijven betrekken. Ook vragen de leden van de VVD-fractie de regering om ook onder het Poolse voorzitterschap de subsidiariteit- en proportionaliteittoets van de Kamer bij het commissievoorstel voor een geharmoniseerde grondslag voor de vennootschapsbelasting in ogenschouw te blijven nemen.

Ten aanzien van het economic governance pakket vragen de leden van de VVD-fractie wanneer en hoe de Kamer over de invulling van de criteria van het scoreboard – onderdeel van het sixpack – wordt geïnformeerd.

Ten aanzien van de gepubliceerde resultaten van de stresstesten vragen de leden van de VVD-fractie de minister in te gaan op de recente publicatie van de stresstest uitgevoerd door JPMorgan waaruit blijkt dat 20 Europese banken niet door de test komen en € 80 miljard nodig is voor kapitaalversterking van desbetreffende banken. Hoe verhoudt deze test zich tot de test van de Europese Banken Autoriteit (EBA) waarin wordt gesteld dat 8 Europese banken de test niet doorstaan en € 2,5 miljard aan reservekapitaal tekort komen? Wat zeggen deze verschillen over de geloofwaardigheid van de stresstest van de EBA?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het verslag en hebben daarover enkele vragen.

Kan de minister aangeven hoe hoog (in € en in %) de staatschuld en het begrotingstekort van Italië zijn? Wat is economische groei in Italië? Wanneer verwacht u dat Italië voldoet aan de sgp-normen (staatsschuld max. 60% BBP en begrotingstekort max. –3%)? Wat is de rating van Italië op dit moment? Hoe groot is de totale blootstelling van Nederlandse banken en verzekeraars op dit moment in Italië?

Heeft de ECB recent Italiaanse staatsobligaties ingekocht? Zo ja, voor hoeveel? Wat is het totaal aan Italiaanse staatsobligaties dat de ECB in bezit heeft? En voor hoeveel heeft de ECB aan Griekse, Ierse en Portugese staatsobligaties in bezit?

Hoe beoordeelt de minister de uitspraak van eurocommissaris Michel Barnier dat kredietbeoordelaars zich niet zouden moeten uitspreken over eurolanden die een beroep hebben gedaan op het noodfonds voor de euro? Klopt het dat de ECB voornemens is de beste rating van de drie kredietbeoordelaars als uitgangspunt te hanteren? Hoe beoordeelt de minister dit?

Is er gesproken van een (verdere) uitbreiding van het noodfonds? Waarom wordt uitbreiding noodzakelijk geacht? Gaat de minister te allen tijde voorkomen dat het noodfonds verder wordt verhoogd en/of oneigenlijk wordt ingezet?

Waarom worden voorstellen onderzocht omtrent de reikwijdte en flexibilisering van het noodfonds, verlaging van de rente en verlenging van de looptijden? Zijn deze aanpassingen wenselijk? Zo ja, waarom?

Wanneer verwacht de minister een besluit omtrent het tweede financiële steunpakket aan Griekenland? Klopt het dat de kredietbeoordelaars (Moody’s) verwachten dat zowel Portugal als Ierland opnieuw zullen aankloppen voor extra steun en dat op basis daarvan beide landen de junkstatus hebben gekregen? Hoe groot schat de minister die kans?

De drie landen die momenteel steun genieten, te weten Griekenland, Ierland en Portugal, hebben momenteel de junkstatus. Financiële stabiliteit en herstel van het vertrouwen lijken daarmee verder weg dan ooit. Heeft de steunverlening hiermee niet zijn doel gemist? Zo, nee, wanneer is dit dan wel het geval?

Welke nadere voorstellen van de private sector zijn gedaan om vrijwillig bij te dragen aan de financiering van de tweede bail-out? Wat betekent een credit event of een downgrade naar «selective default» voor de kapitaalpositie van de ECB en de financiële sector (m.n. Griekse banken). Gelden Griekse staatsobligaties nog als onderpand voor de ECB bij «selective default»

Welke oplossingen worden onderzocht door de Eurogroup Working Group (EWG) om besmettingsrisico’s te voorkomen? Wie hebben er zitting in de EWG?

Hoe beoordeelt de minister het plan om de Grieken hun eigen schuld te laten opkopen met EFSF gelden? Is hier ook over gesproken en/of wordt dit onderzocht?

Nederland heeft voor een aanvullende financiering aan Griekenland onder meer de volgende voorwaarden gesteld: een geloofwaardige, onomkeerbare, ambitieuze privatisering en een substantiële bijdrage van de financiële sector. Wanneer wordt voldoende aan deze voorwaarden voldaan? In hoeverre zijn dit harde voorwaarden vooraf?

Banken in de gevarenzone moeten via private weg hun kapitaal versterken. Als dit niet lukt zal er publiek geld bij moeten? Wanneer is sprake van deze back stop? Moeten banken wederom met publiek geld worden gered door hun risicovol gedrag? In hoeverre kunnen spaargelden worden geringfenced van een probleembank? Zijn voorwaarden voor overheidssteun geformuleerd? Hoe worden banken ondersteund van landen met onvoldoende toegang tot de kapitaalmarkt (zoals Griekenland, Portugal en Ierland)?

Is de minister het met de leden van de PVV-fractie eens dat met het noodfonds en gekozen beleid een heilloze weg wordt bewandeld en besmetting eerder is aangewakkerd dan voorkomen?

Gaat de minister er in Brussel voor pleiten dat landen uit de euro gezet moeten kunnen worden? Zo nee, waarom niet? Is de minister het met de leden van de PVV-fractie eens dat Griekenland beter de drachme kan herinvoeren en via monetair beleid (devaluatie en rente) de economie en export kan stimuleren?

Wanneer is voor de minister de grens bereikt en ziet hij in dat meer garanties en meer leningen water naar de zee dragen is?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag. Deze leden willen hun grote zorg uiten over de onrust op de financiële markten in Europa tijdens deze «rustige» zomermaanden. Marktspelers maken een hypernerveuze indruk. Er wordt heftig gereageerd op indicatoren waar onder normale(re) omstandigheden niet zo heftig op gereageerd zou worden. Er blijft tot op heden onzekerheid over een volgend steunpakket aan Griekenland. Ook zijn er onduidelijkheden over de budgettaire situatie in Italië en mogelijk ook in andere eurolanden. Beleggers zijn bang voor besmettingsgevaar. Voor de leden van de CDA-fractie heeft het nu prioriteit dat de rust op de markten wordt hersteld. Het vertrouwen moet terugkeren. De leden van de CDA-fractie staan achter de euro. Het is van het grootste belang dat de financiële stabiliteit in de eurozone wordt versterkt. Kan de minister aangeven hoe hier momenteel door Nederland aan wordt bijgedragen? Op welke wijze kan de rust het beste hersteld worden? In het verslag wordt gesteld dat de situatie in Italië volstrekt onvergelijkbaar is met die van de programmalanden. Kan dit nader worden onderbouwd? Waarom reageren de markten dan toch zo sterk als deze situatie niet vergelijkbaar zou zijn?

EWG

Tijdens de meeting is er een Eurogroup Workinggroup (EWG) ingesteld. Op welke wijze wordt de Kamer geïnformeerd over de voorstellen die door de EWG worden gedaan? In het verslag staat: «Nederland zal de voorstellen van de EWG beoordelen op de weerbaarheid voor het eurogebied tegen besmettingsgevaar». Wat wordt hiermee bedoeld en welke criteria worden daarbij dan gehanteerd?

EFSF

Ook de reikwijdte van het EFSF kan onderwerp van de oplossing zijn, zo valt in het verslag te lezen. Wat wordt daarmee bedoeld? Heeft dit betrekking op de hoogte of ook op criteria voor de uitvoering van het fonds? In dit verband wordt ook flexibilisering van het EFSF genoemd. Kan de minister aangeven wat onder flexibilisering wordt verstaan?

Kan de minister aangeven wat de mogelijke financiële consequenties zijn voor Nederland als criteria en dergelijke aangepast worden van het EFSF?

Voor de leden van de fractie van het CDA is aanpassing van het EFSF uitsluitend aan de orde als dit in het belang is van de Nederlandse belastingbetaler. Deze leden vragen dan ook de minister deze belangen helder en duidelijk in te brengen in de EWG alsook te communiceren met het Nederlandse parlement.

Economic governance

In het verslag wordt ook aangegeven dat de minister uitziet naar een snelle besluitvorming inzake de «economic governance» in het Europees Parlement. Wat is de mening van de minister over hetgeen nu voorligt? Is dit voldoende of moeten er nog extra maatregelen of verscherpingen aangebracht worden, gelet op de ontwikkelingen die zich de afgelopen weken hebben voorgedaan?

Ook vragen de leden van de CDA-fractie welk eindmodel de regering voor ogen heeft wat betreft de economic governance. In hoeverre is daarbij sprake van souvereiniteitsoverdrachten?

Griekenland

Ook de situatie in Griekenland blijft de leden van de CDA-fractie zorg baren. In het verslag van de Eurogroep wordt gesproken over een bredere beleidsreactie om de schuldhoudbaarheid kracht bij te zetten. Wat wordt hier precies mee bedoeld? Hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd?

Op 2 juli 2011 is overgaan tot uitkering van de vijfde tranche in het hulpprogramma Griekenland. Gezien de onduidelijkheid over de schuldhoudbaarheid vragen de leden van CDA-fractie wat de positie is van het IMF. Hoe beoordeelt het IMF de schuldhoudbaarheid? Zijn er additionele voorwaarden verbonden aan de uitkering van de vijfde tranche?

De minister stelt in het verslag dat er sterke committering is gevraagd van de Griekse regering inzake begrotingsconsolidatie, groeiversterkende structurele maatregelen en een grootschalig privatiseringsprogramma. Wat is er nu exact afgesproken? Wat wordt verstaan onder het verstevigen van het monitoringsmechanisme? Wanneer wordt de nominatie van de board van het privatiseringsagentschap geconcretiseerd? Wat is de positie van het IMF in dit privatiseringsagentschap? En wat is de taakomschrijving van dit privatiseringsagentschap? De leden van de CDA-fractie zouden graag duidelijkheid hebben over de bevoegdheden, de bedragen en de precieze tijdslijnen.

Het parlement in Nederland heeft zich uitdrukkelijk uitgesproken over een substantiële bijdrage van de private sector. De ECB heeft in de meeting van 11 en 12 juli 2011 laten op tekenen dat met een bijdrage van de private sector een credit event cq. een downgrade van de Griekse rating (selective default) zou moeten worden vermeden. De EWG heeft in dit verband een breed mandaat gekregen waar ook ruimte is voor voorstellen die een «selective default» niet uitsluiten. Ook de minister sluit niet uit dat een bijdrage van de private sector gezien wordt als een credit event/selective default. Hoe moet in dit verband het statement van de ECB worden geïnterpreteerd?

Rol van rating agencies

De leden van de CDA-fractie maken zich zorgen over de rol van de rating agencies. Waar zij in het verleden nog wel eens achter de muziek aanliepen, spelen zij nu voortdurend de eerste viool. Het is de vraag of dit wenselijk is. Te snelle oordelen kunnen leiden tot een self fulfilling prophecy. Dit wakkert de onrust aan. De leden van de CDA-fractie vinden dit onwenselijk, hoewel voor hen de onafhankelijkheid van de rating agencies buiten kijf staat. Kan de minister aangeven wat aan deze rol van credit agencies kan en zou moeten worden gedaan?

Stresstesten

Inmiddels zijn de uitkomsten van de stresstesten bekend. Een tweetal banken in Griekenland bevindt zich in de gevarenzone alsook andere Europese banken. In hoeverre is bijvoorbeeld Griekenland zelf in staat tot het verlenen van eventuele extra kapitaalinjecties? Hoe worden deze problemen opgelost? Kan de minister ook ingaan op een mogelijke private bijdrage aan het oplossen van de lange termijn schuldhoudbaarheid in combinatie met de soliditeit van de Europese bankensector?

Club van Parijs

De leden van de CDA-fractie hebben eveneens kennisgenomen van de brief over de Club van Parijs en de uitwerking van de motie Blanksma c.s. Deze leden hebben deze vragen gesteld omdat de preferente status van de eurolanden ten aanzien van Griekenland, Ierland en Portugal in gevaar zou komen. Het is goed dat de minister nog eens de precieze werking van de Club van Parijs uiteenzet. Deze leden begrijpen dat de eurolanden binnen het ESM wel een preferente status hebben gekregen ten opzichte de private schuldeisers, behalve voor de huidige programmalanden Griekenlanden, Ierland en Portugal. Indien noodzakelijk kan er bovendien worden teruggevallen op de Club van Parijs. Waarom wilden de andere landen de huidige programmalanden dan geen preferente status bieden? Kan de minister bevestigen dat hiermee de kwaliteit van onze schuldpositie gelijk is aan een preferente status vanwege de werking van de Club van Parijs?

In de term sheet van het ESM wordt het mogelijke preferentiële karakter slechts vermeld in paragraaf 10/11 van de preambule en niet in de gedetailleerde verdragstekst. Kan de minister aangeven op welke wijze de soevereine landen hieraan rechten kunnen ontlenen bij het uitlenen van geld?

Situatie in de VS

Tot slot wijzen de leden van de CDA-fractie op de problematische situatie in de VS ten aanzien van de schuldhoudbaarheid. Er zijn credit rating agencies die overwegen om de VS te «downgraden». Dat is een historisch volstrekt ongekende situatie. Dit draagt bovendien bij aan de onrust op de markten. Op welke wijze wordt hier binnen de Eurogroep mee om gegaan?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben nog een hoop onbeantwoorde vragen met betrekking tot de huidige Europese schuldencrisis en in het bijzonder over Griekenland. Deze leden missen een financiële onderbouwing voor het veronderstelde besmettingsgevaar. Is er uit de stresstest meer duidelijkheid gekomen over de mate waarin financiële instellingen zouden worden geraakt door een sanering van de Griekse staatsschuld? Ook is er nog altijd onduidelijkheid over de exposure van Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen op Griekse staatobligaties. Tot nog toe zijn daar steeds verouderde gegevens over geleverd, terwijl het bekend is dat veel financiële instellingen hun positie hebben afgebouwd. Wat zijn de meest recente beschikbare gegevens over de exposure van Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen op Griekse staatobligaties? Hoeveel Griekse staatsobligaties hebben de pensioenfondsen en hoeveel is afgedekt met credit default swaps? In de beantwoording op schriftelijke vragen van de SP-fractie beroept de minister zich op toezichtvertrouwelijkheid voor het niet geven van de informatie over de pensioenfondsen. Waarom beroept de minister zich daar op, terwijl er alleen werd gevraagd naar geaggregeerde getallen voor alle pensioenfondsen?

Kan er iets worden gezegd over de snelheid waarmee de private sector zich terugtrekt uit Griekse staatsobligaties? Verwacht de minister ook een bijdrage aan de oplossing van de financiële instellingen die recentelijk hun positie hebben afgebouwd in de Griekse staatsschuld?

Hoe is de minister inmiddels tot de conclusie gekomen dat een vrijwillige bijdrage van de banken niet reëel is? Wat is er gebeurd dat hem zijn standpunt heeft doen wijzigen? Betekent het standpunt van de minister dat de private sector desnoods onder druk moet meewerken aan een Grieks reddingsplan, dat hij niet zal instemmen met een akkoord over steun aan Griekenland als banken niet meebetalen? Stelt de minister een (gedeeltelijke) schuldherstructurering als voorwaarde voor hulp aan Griekenland? Krijgt de Tweede Kamer nog voor het algemeen overleg dat is gepland op donderdag 21 juli 2011 te horen waar de bijdrage van de banken precies uit bestaat? Kan er daarbij precies worden vermeld welke concessies er aan de obligatiehouders worden gedaan in de vorm van eventuele sweeteners en bij wie de risico’s uiteindelijk komen te liggen?

In welke landen heeft overleg plaatsgevonden tussen regering en private sector over een substantiële bijdrage? Welke uitkomsten zijn er bekend? Er wordt ook gestudeerd op het verder flexibiliseren van de leningsvoorwaarden van het ESM zodat er mogelijk ook Grieks schuldpapier mee zou kunnen worden opgekocht. Is er dan geen sprake in feite van eurobonds? Wordt daarmee de EU niet een transferunie? In hoeverre wordt daarover donderdag gesproken en wat is de Nederlandse positie in deze?

Wat is de consequentie van het feit dat de preferente crediteurenstatus wel is opgenomen in het ESM-verdrag, maar dat er een uitzondering is gemaakt voor de steun die volgt op de huidige programma’s aan Griekenland, Ierland en Portugal? Heeft het ESM geen preferente crediteurenstatus bij steun aan die landen? Komt bij een toekomstige schuldenherstructurering voor de andere landen eerst het IMF aan de beurt, dan het ESM en dan de andere crediteuren? Hoe is dat voor Griekenland, Ierland en Portugal? Krijgt het ESM daar voorrang op de private crediteuren? Kan de minister duidelijk de volgorde aangeven waarin nu zal worden uitbetaald?

De minister schrijft dat door het ontbreken van «reverse comparability of treatment» een eventuele herstructurering van de private schuld geenszins een herstructurering van het Nederlandse aandeel in de schuld betekent. Zien het IMF en de andere leden van de Club van Parijs dat ook zo? Is dat scenario volgens hem puur theoretisch of houdt de minister het ook voor mogelijk dat een eventuele toekomstige herstructurering van Griekse, Ierse of Portugese staatsschulden alleen betrekking heeft op de private schulden en niet op de bilaterale en multilaterale schulden?

Welke invloed heeft het beleid van de ECB dat zij bij een default geen staatsobligaties in onderpand neemt, op de beslissing wel of niet te komen tot een herstructurering van de schulden? Welke definitie van een «default» wordt hier gehanteerd? Vaart de ECB hier blind op de inschatting van de kredietbeoordelaars? Welke andere mogelijkheden zijn er voorzien om de Griekse banken overeind te houden? Is de mogelijkheid besproken waarbij een gecontroleerd faillissement van de Griekse banken gepaard zal gaan met een doorstart onder andere eigenaren? Kan er een overzicht worden gegeven van de huidige eigenaren van de belangrijkste Griekse banken?

Ten slotte verzoeken de leden van de SP-fractie de Kamer nog voor het algemeen overleg dat is gepland op donderdag 21 juli 2011 de antwoorden te sturen op de door de SP gestelde vragen over de «International Swaps and Derivatives Association».

Vragen en opmerkingen van de fractie van D66

De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van het verslag en hebben hierover de volgende vragen.

In het verslag wordt gesproken over «reikwijdte van het EFSF en de mogelijkheden om het EFSF te flexibiliseren». Waar wordt aan gedacht en wat zijn de voor- en nadelen van deze opties?

In het verslag wordt gesproken over het verder versterken van de governance. De onderhandelingen met het Europees Parlement lopen op dit moment. Op het punt van «automatismen» is nog geen overeenstemming bereikt. Welke voorstellen van het Europees Parlement over automatische sancties liggen op tafel?

Wordt er nog verder nagedacht over het verder versterken van de «governance» op Europees niveau, ook in relatie tot de uitspraken van de heer Trichet van vorige week? Zie ook de volgende link: http://85.112.25.68:6081/fd/economie-politiek/2011/07/10/trichet-pleit-voor-europese-minister-van-financin.

In het verslag wordt gesproken over een «vrijwillige vorm van betrokkenheid van de private sector». De rating agencies zien dit niet als vrijwilligheid en koersen af op een «rating event». In het verslag wordt opgemerkt dat er wellicht toch overeenstemming kan worden bereikt met de banken over een vorm van private sector betrokkenheid. Hoe kan worden voorkomen dat de «rating events» een eigen dynamiek gaan losmaken en uiteindelijk mogelijk gaan leiden tot een «credit event»?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben kennisgenomen van het verslag en hebben hierover de volgende vragen.

Kan geconstateerd worden dat de ECB en de Eurogroep niet op één lijn zitten wat betreft de oplossing voor de Griekse crisis, gelet op de onenigheid over de betrokkenheid van de private sector en de kans op een selective default? Wat betekent deze onenigheid voor de scenario’s die nu uitgewerkt worden? Wordt de mening van de ECB in deze niet relevant geacht? Wordt er bij de definitieve keuze voor het scenario derhalve geen instemming van de ECB gevraagd?

Waarom is een selective default nu opeens wel acceptabel voor de minister, terwijl hier eerder sterk voor gewaarschuwd werd?

Lopen er nog steeds gesprekken met de private sector over haar betrokkenheid bij de oplossing van de Griekse crisis? Zo ja, wat is de stand van zaken van deze gesprekken?

De Eurogroep stelt dat de «houdbaarheid van de Griekse schuld ondersteund dient te worden». Betekent dit dat er dus niet gesproken wordt over het terugkopen van obligaties door de Grieken, waarbij er feitelijk een haircut plaatsvindt en de schuld dus per definitie niet houdbaar is?

Onderkent de minister dat – indien obligaties worden teruggekocht – er sprake is van een gedeeltelijke herstructurering?

Is en blijft betrokkenheid van het IMF een voorwaarde voor deelname van Nederland aan te nemen vervolgstappen ten aanzien van Griekenland? Met andere woorden: zal de minister niet instemmen met welk scenario dan ook, als het IMF hier niet in participeert?

Liggen er ook voorstellen op tafel om het noodfonds te verhogen? Zo ja, tot welk niveau?

Deelt de minister de mening van eurocommissaris Rehn, dat de rente op Ierse leningen omlaag moet en de looptijd van de leningen moet worden verlengd?

Steunt de minister de oproep van bondskanselier Merkel om een Europese rating agency op te zetten? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de oproep van de minister zelf om het IMF een grotere rol te geven in de beoordeling van de kredietwaardigheid van landen?

Inleiding van de minister

Uw Kamer heeft mij naar aanleiding van een VSO op maandag 18 juli een aantal vragen gesteld, onder meer over mijn verslag van de vergadering van de Eurogroep en Ecofin Raad van 11 en 12 juli j.l.

In de bijlage bij deze brief beantwoord ik de vragen over die onderwerpen die van belang zijn voor de discussie over stabiliteit in de eurozone en die mogelijk ook bij de Eurotop van donderdag 21 juli a.s aan de orde komen. Dit is niet de verwoording van de Nederlandse inzet voor deze Eurotop. Aangezien het hoogambtelijk overleg in voorbereiding op de Eurotop is uitgesteld naar donderdagochtend, is de voorbereiding van de Nederlandse inzet nog gaande. Ik ga ervan uit dat ik gedurende het overleg met uw kamer de Nederlandse visie verder uiteen kan zetten.

De antwoorden op de overige vragen uit het verslag van een schriftelijk overleg worden u op een later tijdstip, doch zo spoedig mogelijk, toegezonden.

II. Reactie van de minister

EFSF

Verschillende fracties verzochten om nadere informatie over de discussie die wordt gevoerd naar aanleiding van het besluit in de vorige Eurogroep dat de eurolanden zullen kijken naar de reikwijdte van het EFSF en de mogelijkheden om EFSF te flexibiliseren. Hiermee werd onder meer bedoeld dat uitgezocht wordt of het wenselijk is dat EFSF op nieuwe manieren ingezet kan worden, met als doel de weerbaarheid van het eurogebied tegen besmettingsrisico’s te versterken.

Nederland heeft in het verleden vraagtekens gezet en condities geplaatsts ten aanzien van een flexibilisering van het EFSF. Destijds was er onder meer sprake van dat EFSF schuld op de secundaire markt zou kunnen opkopen, hetgeen Nederland via het programmaland zelf wilde laten lopen, en dat EFSF landen preventief toegang zou kunnen geven tot een kredietlijn, zoals ook het IMF kan doen; Nederland wenste daar bepaalde voorwaarden aan te stellen. Zoals bekend is het EFSF een faciliteit die uitsluitend aan overheden die in nood verkeren, en onder de juiste conditionaliteit, leningen kan verstrekken. EFSF leningen zijn geen eurobonds.

De afgelopen dagen is wederom over dit soort voorstellen gesproken. Er zijn door de Commissie geen voorstellen gedaan over ophoging van het EFSF, noch over een aanpassing van het ESM. Daarvoor zou vanzelfsprekend expliciete instemming van de Kamer nodig zijn. Nederland erkent echter dat een flexibilisering van het EFSF, als onderdeel van een veelomvattende beleidsrespons om de stabiliteit in het eurogebied te waarborgen, nodig kan zijn. Voor Nederland zijn hierbij altijd twee zaken essentieel. Ten eerste moet er altijd sprake zijn van beleidsconditionaliteit. Dat is essentieel om perverse prikkels tegen te gaan, en om te voorkomen dat EFSF op een oneigenlijke manier wordt ingezet. Landen moeten weten dat EFSF steun niet aantrekkelijk is, zodat zij alles doen om een steunaanvraag te voorkomen. Het is daarom niet aanvaardbaar dat EFSF steun zou verlenen zonder beleidscondities. Ten tweede moet het IMF betrokken zijn bij interventies van EFSF. Wanneer er een programma wordt opgezet, moet het IMF hieraan een bijdrage leveren.

Bilaterale leningen Griekenland

De afgelopen dagen is ook gesproken over een verlenging van de looptijden van leningen en het verlagen van de rente. Ook hierover werd door de fracties een aantal vragen gesteld. Wat Nederland betreft kunnen dergelijke stappen in de context van het Griekse programma overwogen worden, maar alleen in aanvulling op een substantiële bijdrage van de private sector aan het pakket. Ook de private sector moet bijdragen aan het oplossen van de Griekse schuldenproblematiek.

Een langere looptijd van leningen zou betekenen dat het uitgeleende geld later afgelost wordt; de hoofdsom blijft dan dus langer in de EMU schuld zitten. Met een looptijdverlenging in het EFSF wordt ook de looptijd van de uitstaande garanties van de eurolanden op EFSF langer. Wat Nederland betreft maakt een langere looptijd het beleidstoezicht na het programma, wanneer de leningen nog niet afgelost zijn, belangrijker. Voor de renteontvangsten geldt dat deze ten gunste komen van de saldi van de deelnemende eurolanden. Ik hecht eraan dat een renteverlaging in het kader van een brede aanpak met de private sector wordt bekeken.

Nederlandse voorwaarden aanvullend pakket Griekenland; privatiseringsagentschap

Nederland is heel consequent geweest in de voorwaarden die het heeft verbonden aan een aanvullend pakket voor Griekenland. Zo moet er sprake zijn van een uitermate streng beleidsprogramma met geloofwaardige, onomkeerbare en ambitieuze privatisering, volledige betrokkenheid van het IMF en een substantiële bijdrage van de private sector. Ook is het een harde Nederlandse eis dat het IMF wederom nauw betrokken moet zijn bij een aanvullend pakket voor Griekenland, zowel qua financiering als qua expertise.

Op dit moment is er duidelijkheid over een aantal van de Nederlandse eisen. De Trojka (IMF, Europese Commissie en ECB) heeft met de Griekse regering overeenstemming bereikt over een zeer ambitieus pakket met consolidatiemaatregelen en groeiversterkende structurele hervormingen. Ik informeerde u reeds per brief over dit pakket (kenmerk BFB 2011–1256M). In deze brief geef ik ook nadere informatie over het privatiseringsagentschap dat in Griekenland is opgezet. Inmiddels kan ik u daarover aanvullende informatie geven, in reactie op vragen van verschillende fracties.

Het Griekse parlement heeft het programma van privatiseringen goedgekeurd, en heeft wetgeving aangenomen om een privaatrechtelijke entiteit op te richten waarin de te privatiseren activa zullen worden ondergebracht voordat zij verkocht worden. Dit was een vereiste voor uitkering van de vijfde leningentranche. Het privatiseringsagentschap heeft ten doel tot en met 2015 50mrd euro aan Grieks staatsbezit te privatiseren, en maakt dit proces onomkeerbaar.

De Trojka heeft met de Griekse regering een tijdspad afgesproken voor de privatisering van staatseigendommen. De verdeling tot en met 2015 zal als volgt zijn: 3mrd in 2011, 7,5mrd in 2012, 11mrd in 2013, 13,5mrd in 2014 en 15mrd in 2015. Er zijn kwantitatieve opbrengstencriteria voor elke driemaandelijkse review. Dat betekent dus dat er zeer regelmatige monitoring plaats zal vinden. In een annex bij deze brief treft u een nader gespecificeerd privatiseringsagenda aan2, afkomstig uit het meest recente voortgangsrapport van het IMF (dit rapport is in zijn geheel te vinden op www.imf.org/external/pubs/ft/scr/2011/cr11175.pdf).

Heel strikt vastgelegd is dat de opbrengsten van de privatiseringen uitsluitend gebruikt mogen worden ter verlaging van de Griekse staatsschuld. Deze opbrengsten kunnen dus op geen enkele manier in de plaats komen van consolidatie van de overheidsfinanciën en reductie van het tekort.

Het agentschap wordt geleid door een Board of Directors, waarin directeuren worden benoemd met internationaal erkende expertise. De Europese Commissie en de eurolanden zullen ieder een directeur aandragen die de status van observer krijgt in de Board. Daarnaast kan een Advisory Board worden opgericht met technische experts. De leden die zitting krijgen in de Board zullen in de komende weken worden benoemd.

Het IMF is nauw betrokken geweest bij het opstellen van de privatiseringsagenda. Het IMF oordeelt dat het programma zeer ambitieus is in internationale en historische context, maar dat het agentschap een goede structuur kent die het in staat moet stellen om, los van politieke invloed, het proces uit te voeren.

Betrokkenheid private sector

Verschillende fracties vragen naar de stand van de discussie rond involvering van de private sector. De exposure van de private sector op Griekse staatsobligaties loopt terug wanneer de obligaties die op dit moment in handen zijn van private partijen, aflopen en deze partijen de aflopende obligaties niet doorrollen, of opnieuw investeren in Griekse staatsobligaties. Tot en met medio 2014 loopt zo’n 60 miljard euro aan exposure die wordt gehouden door private investeerders, af. Als deze aflopende obligaties niet worden doorgerold of opnieuw worden geïnvesteerd in Griekse staatsobligaties, dan daalt de private exposure met dit bedrag.

Nederland heeft consequent duidelijk gemaakt dat een substantiële betrokkenheid van de private sector (Private sector involvement – PSI) wat Nederland betreft een voorwaarde is voor een aanvullend programma voor Griekenland. De private sector moet bijdragen aan een verdere aanpak van de Griekse problematiek. Gesprekken met de financiële sector en andere experts (o.a. van het IMF en de ECB) hebben uitgewezen dat het heel lastig is om PSI te bereiken die tegelijkertijd significant en vrijwillig is, en waarmee ook een rating event (d.w.z., een verlaging van de kredietwaardigheid van de Griekse overheid door de kredietbeoordelaars) voorkomen kan worden. Aanvankelijk kreeg de EWG (Eurogroup Working Group: een hoogambtelijk voorportaal van de Eurogroep waarin de Thesauriers-Generaal van de Eurolanden zitting hebben) de opdracht PSI opties te verkennen die zouden zorgen voor substantiële vrijwillige PSI die geen rating event zouden opleveren. In de laatste Eurogroep is echter een breder mandaat gegeven aan de werkgroep; dit is geheel in lijn met de Nederlandse visie. Zo zal ook gekeken worden naar mogelijkheden die wel leiden tot een rating event.

In de landen van het eurogebied hebben de afgelopen weken besprekingen met private partijen plaatsgevonden. Ook in Nederland hebben besprekingen plaatsgevonden, ondanks de beperkte exposure van Nederlandse banken. Daarnaast is heel intensief contact geweest met het IIF (Institute of International Finance, waarin grote internationale financiële instellingen vertegenwoordigd zijn). Dat biedt de mogelijkheid om de discussies te stroomlijnen en beter te ordenen.

De onderhandelingen zijn op dit moment nog gaande. Tijdens het AO van donderdag 21 juli zal ik de laatste stand van zaken delen met de Kamer, waarbij marktgevoeligheid voor mij altijd een aandachtspunt is.

Rating event/ credit event/ besmettingsgevaar

Er is een aantal vragen gesteld over rating- en credit events. Om tot substantiële PSI te komen lijkt een rating event onvermijdelijk. Wat Nederland betreft zijn de risico’s die verbonden zijn met een rating event beheersbaar. Bovendien zien we dat de Griekse rating, ook los van PSI, de afgelopen maanden is verslechterd. Ook zonder PSI is het dus zeer wel mogelijk dat er een verdere downgrade van Griekenland zal plaatsvinden.

De ECB waarschuwt tegen de consequenties van een verdere downgrade van Griekenland, en wijst op het risico van besmetting. Nederland hecht zeer aan het oordeel van de ECB, en erkent dat flankerende maatregelen nodig kunnen zijn om het gevaar van besmetting tegen te gaan. Zo zal kapitaalsteun voor Griekse banken, die grote exposure hebben op Griekse staatsobligaties, nodig zijn bij een verdere verslechtering van de waarde van deze activa. In het oorspronkelijke steunprogramma voor Griekenland zat hiervoor reeds een buffer ingebouwd, maar mogelijk zijn hiervoor aanvullende middelen nodig. Het is echter goed mogelijk dat deze kapitaalsteun, ook zonder PSI, noodzakelijk zou zijn om de banken te ondersteunen. In een aanvullend pakket voor Griekenland zou een deel van de lening geoormerkt kunnen worden voor kapitaalsteun aan de banken.

De recente Europese stresstest heeft meer duidelijkheid gebracht over de exposure van individuele Europese banken op Griekse obligaties. De totale exposure van de deelnemende banken op de Griekse schuld is zo’n 90mrd. De stress test heeft uitgewezen dat de Nederlandse financiële instellingen die aan de test deelnamen een gezamenlijke exposure op Griekse staatsobligaties hadden van zo’n 1,2 miljard euro.

Rol ECB

De ECB heeft een onderpandbeleid vastgesteld en past deze toe voor de acceptatie van onderpand. Volgens het Verdrag mag de ECB alleen krediet verstrekken tegen adequaat onderpand en aan instellingen die solvent zijn (volgens het zogenaamde financial soundness criterium). Indien de ECB Griekse staatsobligaties niet langer zou kunnen accepteren, dan veroorzaakt dit een acuut liquiditeitsprobleem bij diverse Griekse banken. Dat zou schadelijk zijn voor de stabiliteit van de financiële sector in Griekenland en vervolgens voor het Eurogebied. Daarom is het essentieel dat de eurolanden samen met de ECB komen tot een oplossing voor dit probleem. De ECB wordt dan ook nauw betrokken bij alle onderhandelingen over PSI.

In normale omstandigheden stelt de ECB een ondergrens voor de acceptatie van onderpand die gebaseerd is op de laagste rating van een van de vier kredietbeoordelaars. Op dit moment heeft de ECB echter geen harde ondergrens gesteld aan de credit rating van onderpand dat is uitgegeven of gegarandeerd door de Griekse overheid. De ECB bepaalt haar onderpandbeleid volstrekt onafhankelijk van de politiek. De ECB heeft echter gezegd dat, wanneer Griekse staatsobligaties worden gedowngrade naar (selective) default, zij opnieuw moet overwegen of deze geaccepteerd kunnen worden als onderpand in de liquiditeitsoperaties van de ECB. De ECB kijkt in de acceptatie van onderpand altijd naar de rating van landen door kredietbeoordelaars.

De ECB heeft via het onderpand dat zij ontvangt voor haar liquiditeitsverstrekking aan de Griekse een grote exposure op Grieks schuldpapier. Indien de ECB dit papier niet langer zou accepteren, zouden de Griekse banken snel in een liquiditeitscrisis belanden. Dat zou heel schadelijk zijn voor de stabiliteit van de financiële sector in Griekenland en vervolgens in het Eurogebied. Daarom is het essentieel dat de eurolanden samen met de ECB komen tot een oplossing voor dit probleem. De ECB wordt dan ook nauw betrokken bij alle onderhandelingen over PSI, om te verzekeren dat de ECB de uitkomst van deze onderhandelingen kan ondersteunen.

De ECB maakt niet bekend van welke landen zij via het Securities and Markets Programme (SMP) staatsobligaties koopt. Zij maakt uitsluitend bekend hoeveel zij via het SMP in totaal aan staatsobligaties heeft gekocht. Volgens de laatste informatie die de ECB hierover verstrekt heeft, is dat op dit moment 74 miljard euro.

Griekse schuldhoudbaarheid

Het IMF oordeelt in zijn meest recente rapportage over Griekenland dat de schuldhoudbaarheid «on a knife’s edge» is, en dat deze strikt afhankelijk is van een volledige en tijdige implementatie van het beleidsprogramma van consolidatiemaatregelen, groeiversterkende structurele hervormingen en privatiseringen. Ook zal herstel van markttoegang tegen houdbare voorwaarden op de middellange termijn nodig zijn. Het volledige voortgangsrapport van het IMF over Griekenland is te vinden op www.imf.org/external/pubs/ft/scr/2011/cr11175.pdf.

Mocht het zo zijn dat in de toekomst er problemen ontstaan met de terugbetaling van de bilaterale leningen, dan loopt dit via de Club van Parijs. Ik zond de Kamer eerder een brief over de werking en principes van de Club van Parijs en de bijdrage die CvP levert aan het dichten van het financieringsgat van een land in betalingsmoeilijkheden.

Het comparability of treatment principe is één van de fundamenten onder de Club van Parijs. Dit principe houdt in dat aan een herstructurering in de Club van Parijs de voorwaarde wordt gesteld dat de debiteur de overige crediteuren niet gunstiger mag behandelen dan de crediteuren van de Club van Parijs. Hiermee wordt voorkomen dat, in de context van een schuldherstructurering, de bijdrage van de officiële sector groter is dan de bijdrage van de private sector. Het comparability of treatment principe werkt echter niet twee kanten op, in de zin dat de Club van Parijs automatisch een met de private sector overeengekomen herstructurering zou volgen. Het ontbreken van reverse comparability of treatment kan zowel betekenen dat de bijdrage van de private sector groter kan zijn dan de bijdrage van de Club van Parijs als dat de private sector wel herstructureert en de Club van Parijs niet.

Het ontbreken van reverse comparability of treatment wordt door alle leden van de Club van Parijs, waarbij het IMF observer is, onderschreven.

Andere programmalanden

Er was in de vragen ook aandacht voor de situatie in de andere programmalanden (Ierland en Portugal). Een recente missie van de Trojka naar Dublin heeft geconstateerd dat Ierland op schema ligt om aan de eisen in het Ierse programma te voldoen. De nieuw aangetreden Portugese regering heeft aangekondigd het beleidsprogramma te willen «frontloaden» en te willen kijken hoe Portugal nog meer kan doen dan gevraagd wordt.

Ik verwacht niet dat een eventuele downgrade voor een van beide landen gevolgen zal hebben voor de implementatie van de beleidsprogramma’s in deze landen. Beide landen zijn momenteel sowieso afhankelijk van het EFSF voor herfinanciering van hun schuld. Bij Ierland en Portugal geldt ook dat het nakomen van afspraken uit het programma een absolute voorwaarde is voor voortzetting van steun. Ook het IMF zal de voortgang streng in de gaten houden; blijvende betrokkenheid van het IMF is voor ons ook een voorwaarde voor financiering vanuit het EFSF. Mocht Ierland of Portugal alsnog extra steun aanvragen, dan zullen daar vanzelfsprekend nieuwe eisen tegenover staan.

Het feit dat nu gesproken wordt over een aanvullend programma voor Griekenland kan zorgen voor moral hazard richting de andere programmalanden. Het is voor Ierland en Portugal volstrekt duidelijk dat de programma’s die deze landen hebben, en de beleidscondities die daarop van toepassing zijn, volledig van kracht blijven. Moral hazard wordt dus beperkt door streng de hand te houden aan de voorwaarden van deze programma’s. Daarbij ben ik van mening dat de situatie zoals die zich nu in Griekenland ontvouwt, met de grote maatschappelijke onrust en de schade die is ontstaan voor de internationale reputatie van dat land, geen aantrekkelijk vooruitzicht is voor andere landen. Ik verwacht dan ook dat zij zich maximaal richten op een rigoureuze implementatie van de beleidscondities.

Overige vragen

In de afgelopen dagen liepen de rentespreads voor Italië op. Daardoor is er meer druk gekomen op Italie om duidelijkheid te verschaffen over zijn tekortreductieplannen. De Italiaanse regering heeft maatregelen aangenomen ter hoogte van € 48 miljard om in 2014 begrotingsevenwicht te bereiken. De 60% BBP schuldnorm blijft vooralsnog buiten bereik, maar de maatregelen zouden moeten leiden tot een dalende lijn in de schuldquote. De snelheid waarmee dit maatregelenpakket vorige week werd gepasseerd in de Italiaanse senaat en het Italiaanse parlement toont aan dat Italië de huidige marktdruk serieus neemt. Dit pakket maatregelen, gekoppeld aan het relatief lage begrotingstekort en lage handelstekort, zorgen ervoor dat Italië van een andere orde is dan de huidige programmalanden. Ook is de bancaire sector in Italië gezonder, zoals recent bleek uit de stress test. De sterke marktreactie is vooral het gevolg van de onzekerheid die momenteel heerst over de aanpak van de Griekse schuldencrisis. Dit neemt echter niet weg dat Italië meer zou kunnen doen om onder de aandacht van financiële markten uit te komen. Hier zullen we bij de Eurotop ook op aandringen.

De Italiaanse schuld bedroeg eind 2010 ongeveer € 1 800 miljard, ofwel 119,0% van het bruto binnenlands product (BBP) bij een begrotingstekort van 4,2% BBP. De groei bedroeg 1,3% in 2010. Voor 2011 en 2012 verwacht de Europese Commissie respectievelijk 1,0% en 1,3% groei. Italië ligt op schema om in 2012 te voldoen aan de tekortnorm uit het Stabiliteits- en Groeipact. De ratings voor Italië bij de voornaamste kredietbeoordelaars is momenteel A+ (Standard % Poor’s), AA- (Fitch) en Aa2 (Moody’s). Uit de stresstest van EBA van afgelopen week is gebleken dat de Nederlandse banken die deelnamen aan de stress test (ABN, ING, Rabobank en SNS) een gezamenlijke blootstelling van € 8,2 miljard hebben op Italië.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), voorzitter, Omtzigt, P.H. (CDA), Irrgang, E. (SP), Knops, R.W. (CDA), Neppérus, H. (VVD), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Spekman, J.L. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Heijnen, P.M.M. (PvdA), ondervoorzitter, Bashir, F. (SP), Sap, J.C.M. (GL), Harbers, M.G.J. (VVD), Plasterk, R.H.A. (PvdA), Groot, V.A. (PvdA), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Braakhuis, B.A.M. (GL), Vliet, R.A. van (PVV), Dijkgraaf, E. (SGP), Verhoeven, K. (D66), Koolmees, W. (D66), Huizing, M.E. (VVD) en Schouten, C.J. (CU).

Plv. leden: Broeke, J.H. ten (VVD) Werf, M.C.I. van der (CDA), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Hijum, Y.J. van (CDA), Leegte, R.W. (VVD), Haverkamp, M.C. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Bouwmeester, L.T. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Veen, E. van der (PvdA), Vacature, (SP), Grashoff, H.J. (GL), Schaart, A.H.M. (VVD), Vermeij, R.A. (PvdA), Smeets, P.E. (PvdA), Beertema, H.J. (PVV), Gent, W. van (GL), Jong, L.W.E. de (PVV), Staaij, C.G. van der (SGP), Koşer Kaya, F. (D66), Pechtold, A. (D66), Ziengs, E. (VVD) en Slob, A. (CU).

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.