Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-07 nr. 813

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 813 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2011

Zaterdagavond 2 juli heeft er een telefonische conferentie van de Eurogroep ministers plaatsgevonden. De telefonische afspraak kwam in plaats van de fysieke Eurogroep bijeenkomst die gepland stond voor 3 juli. In deze brief informeer ik u over de belangrijkste uitkomsten.

Ministers bespraken de situatie in Griekenland, de bevindingen van de meest recente missies van de Trojka (Commissie, ECB en IMF) en het nalevingsrapport dat recent beschikbaar kwam1. Zoals reeds eerder besproken en aan uw Kamer gemeld, zouden de eurolanden tot vrijgave van de vijfde tranche uit het bestaande leningenprogramma kunnen overgaan nadat het Griekse parlement het aanvullende beleidspakket zou hebben aanvaard en de Trojka zou hebben vastgesteld dat binnen het programma voldoende voortgang is geboekt. Voorwaarde was verder dat ook het IMF in juli tot uitkering van deze tranche zou overgaan.

Op woensdag 29 en donderdag 30 juni is door het Griekse parlement het aanvullende beleidspakket aanvaard. Ministers namen met tevredenheid kennis van de adoptie door het Griekse parlement van essentiële wetten op gebied van de begroting en de privatisering. Mede vanwege het aannemen door het Griekse parlement van het aanvullend beleidspakket, oordeelt de Trojka dat er bovendien voldoende voortgang is geboekt om uitkering van de vijfde tranche door de eurolanden en het IMF te rechtvaardigen. Op mijn verzoek is dat oordeel in de bijeenkomst van 2 juli nog eens expliciet door alle partijen van de Trojka bevestigd.1

Vierde nalevingsrapport

In het nalevingsrapport van de Commissie wordt uitgebreid ingegaan op de situatie in Griekenland. Het rapport is gebaseerd op de uitkomsten van twee recente missies van de Trojka naar Athene. De recessie in Griekenland blijkt dieper dan verwacht. De krimp in 2010 kwam zodoende niet uit op 4% BBP, maar op 4,5% BBP. In 2011 is een krimp voorzien van 3,8%. Voorafgaand aan de economische crisis bouwde Griekenland grote onevenwichtigheden op. Deze worden nu afgebouwd. Vastgesteld is dat de kwantitatieve budgettaire doelen voor het eerste kwartaal van 2011 zijn gehaald. Wel is duidelijk geworden dat zonder correctieve actie de budgettaire doelstelling voor het jaar 2011 zou worden gemist. Daarom is nu voor 2011 een pakket maatregelen voorzien dat optelt tot bijna 3% BBP. Tevens werd een budgettaire strategie voor de middellange termijn aangenomen met maatregelen tot 10% BBP tot en met 2014; en ruim 11% BBP tot en met 2015. Belangrijke speerpunten in het middellange termijn plan zijn o.a. het verkleinen en efficiënter maken van het ambtenarenapparaat en het stroomlijnen van de sociale uitkeringen. Concreet betekent dit onder meer een verdere daling van de loonuitgaven in de publieke sector en het terugdringen van het aantal ambtenaren met 20% tussen 2010 en 2015. De operationele uitgaven worden gereduceerd evenals de uitgaven op het gebied van defensie, sociale zekerheid en zorg. Aan de inkomstenkant zijn verdere belastingverhogingen voorzien evenals het invoeren van enkele nieuwe belastingen en het afschaffen van verschillende vrijstellingen.

Het nalevingsrapport constateert dat er belangrijke vorderingen gemaakt zijn op het gebied van privatiseringen. Zo zijn de belangrijkste te privatiseren activa geïnventariseerd en is een concreet tijdspad voor de privatisering opgesteld. De governance wordt zo geregeld dat het proces onomkeerbaar is en los staat van de politiek. Wetgeving hiertoe is aangenomen. Het programma voorziet in kwantitatieve doelen voor de cumulatieve opbrengsten. Deze zullen elk kwartaal gemonitord worden.

De situatie in de Griekse financiële sector blijft fragiel. Ter versterking van de financiële sector zal de kapitaalratio van de Griekse banken moeten worden versterkt. In het uiterste geval is hiervoor het stabiliteitsfonds voor de Griekse bancaire sector beschikbaar dat onder het bestaande programma werd ingericht.

Met aanvaarding door het Griekse parlement van dit omvangrijke pakket, komt het nu aan op een rigoureuze en volledige implementatie. De Trojka wees nadrukkelijk op het belang hiervan, temeer daar aan een gebrekkige implementatie grote risico's verbonden zijn. Implementatie zal dan ook nauwlettend worden gevolgd. Om de robuustheid van het programma te vergroten, zijn maatregelen waarvan de opbrengst ex-ante moeilijk te kwantificeren is bij de tekortramingen voor 2011–2013 buiten beschouwing gelaten. Voor de Griekse administratie is het implementeren van al deze maatregelen zonder precedent. De Trojka zal daarom technische assistentie opzetten. Lidstaten zijn gevraagd hieraan bij te dragen. De mogelijkheden hiertoe zullen de komende periode verder in kaart worden gebracht. Nederland heeft, zoals ik u meldde in een eerdere brief (kamerstuk 21 501-07, nr. 808) aangegeven bereid te zijn technische assistentie te verlenen. Hierbij kan gedacht worden aan het leveren van expertise op het gebied van belastinginning.

Uitkomst Eurogroep

In mijn brief van 28 juni jl. (kamerstuk 21 501-07, nr. 812) meldde ik uw Kamer reeds dat tot uitkering van de vijfde tranche kon worden overgegaan als aan de voorwaarden daartoe is voldaan. Zoals verwacht, heeft de Eurogroep zaterdag bevestigd dat dit inmiddels het geval is en dat daarom in juli de vijfde tranche van het bestaande leningenprogramma wordt vrijgegeven en uitgekeerd samen met het IMF. Zoals bekend gaat het om een totaalbedrag van 12 miljard euro, waarbij 8,7 miljard euro komt van de landen van de eurozone en 3,3 miljard euro van het IMF.

Voorts is gesproken over een aanvullend programma, zonder dat sprake was van besluitvorming. Aanvullende financiering is nodig omdat Griekenland medio 2012 niet terug kan naar de markt. De Eurogroep kwam reeds eerder overeen dat ten behoeve van een aanvullend programma ook een bijdrage van de private sector zal worden nagestreefd zodat een substantiële reductie van de jaarlijks vereiste herfinanciering kan worden gerealiseerd. De rol en betrokkenheid van de private sector worden in de komende tijd verder uitgewerkt.

Ik heb ook in deze bijeenkomst wederom duidelijk gesteld dat er voor Nederland voorwaarden verbonden zijn aan een aanvullend programma voor Griekenland. Nederland kan alleen instemmen met een aanvullend programma als er behalve van een geloofwaardig en uitermate streng beleidsprogramma met geloofwaardige, onomkeerbare en ambitieuze privatisering, ook sprake is van volledige betrokkenheid van het IMF en een substantiële bijdrage van de private sector.

De komende tijd zal moeten worden gewerkt aan de modaliteiten van een aanvullend programma met inachtneming van de voorwaarden die aan een dergelijk programma zijn gesteld. Zoals ik reeds meermaals heb aangegeven, zal voordat er een definitief besluit wordt genomen over een aanvullend programma voor Griekenland, de Kamer expliciet de gelegenheid worden gegeven om zich hierover uit te spreken.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager


X Noot
1

http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/occasional_paper/2011/pdf/ocp82_en.pdf

X Noot
1

Zie Statement bij de Eurogroup, ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.