Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-07 nr. 812

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 812 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 juni 2011

In de Eurogroep van 19 juni jl. en in de bijeenkomst van Staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone op 23 juni jl. is gesproken over de situatie in Griekenland. Uw Kamer ontving reeds verslagen van deze beide bijeenkomsten (kamerstuk 21 501-07, nr. 810).

Tijdens hun bijeenkomst op 23 juni herbevestigden Staatshoofden en Regeringsleiders van de eurozone de afspraak uit februari 2009, dat zij datgene zullen doen wat nodig is om de stabiliteit van de eurozone te waarborgen. In dat licht werden eerder het tijdelijke EFSF en het permanente ESM opgericht, en in dat licht moet ook de discussie over Griekenland worden gezien. Landen van de eurozone steunen Griekenland niet uit solidariteit met Griekenland, maar ter waarborging van de stabiliteit van de eurozone als geheel.

Landen van de eurozone erkennen dat Griekenland in het afgelopen jaar aanzienlijke voortgang heeft geboekt met het aanpassingsprogramma. Tegelijkertijd is duidelijk dat additionele inspanningen nodig zijn om te zorgen dat het beleidsprogramma op de rails blijft en om te komen tot duurzame economische hervormingen. Daarom is tussen de Trojka en de Griekse regering een beleidspakket met extra maatregelen overeengekomen.

De Griekse regering moet er nu alles aan doen om het veelomvattend hervormingsprogramma en de belangrijkste wetgeving inzake de begrotingsstrategie en de privatiseringen in de komende dagen te finaliseren en door het parlement aanvaard te krijgen. De situatie in Griekenland kan immers alleen adequaat worden geadresseerd als Griekenland de budgettaire consolidatie volledig implementeert, de geplande privatiseringen in zijn geheel doorvoert en de structurele hervormingen doorzet die noodzakelijk zijn om de economische groei te herstellen.

Dat het aanvullende beleidspakket door het Griekse Parlement wordt aanvaard en daarmee het Griekse programma op de rails blijft, is een belangrijke voorwaarde om over te kunnen gaan tot uitkering van de vijfde tranche van het bestaande leningenprogramma aan Griekenland. Nederland kan uitkering van de volgende tranche steunen als het aanvullende beleidspakket door het Griekse parlement wordt aangenomen en het IMF volledig aan boord is. Bij de volgende tranche wordt 8,7 miljard euro geleverd door de Eurolanden en 3,3 miljard euro door het IMF. De tranche is onderdeel van de leningen die voor Griekenland reeds in de Nederlandse begroting zijn opgenomen.

Ondanks de voortgang die is geboekt en de additionele beleidsmaatregelen die zijn overeengekomen, is duidelijk dat Griekenland niet, zoals eerder was voorzien, in 2012 terug kan naar de markt. De conclusie is daarom dat aanvullende steun noodzakelijk zal zijn om te borgen dat Griekenland aan zijn verplichtingen kan blijven voldoen. In de Eurogroep van 19 juni jl. is hierover wel gesproken, maar heeft geen besluitvorming plaatsgevonden.

In die Eurogroep bijeenkomst heb ik reeds duidelijk gesteld dat er voor Nederland voorwaarden verbonden zijn aan het verstrekken van additionele steun aan Griekenland. Conform motie 800 (21 501-07) van de leden Harbers en Blanksma-van den Heuvel en motie 801 (21 501-07) van het lid Plasterk, heb ik aangegeven dat het daarbij gaat om i) een geloofwaardig en uitermate streng beleidsprogramma, ii) een geloofwaardig, onomkeerbaar en ambitieus privatiseringsprogramma, iii) volledige betrokkenheid van het IMF en iv) een substantiële bijdrage van de private sector.

De Eurogroep besloot dat ten behoeve van een aanvullend programma aan Griekenland een bijdrage van de private sector zal worden nagestreefd. Daarbij wordt aangestuurd op een vrijwillig doorrollen van bestaande private exposure op Griekse staatsschuld zodat gedurende de programmaperiode een substantiële reductie van de vereiste herfinanciering kan worden gerealiseerd. Onder deze voorwaarden voor private sector betrokkenheid beoogt de Eurogroep begin juli de belangrijkste parameters voor een nieuwe financieringsstrategie uit te werken.

Momenteel wordt op verschillende fronten gewerkt aan betrokkenheid van de private sector. Onderzocht wordt hoe die betrokkenheid het beste kan worden ingericht. Daarbij wordt een aantal randvoorwaarden in acht genomen, zoals het voorkomen van een credit event. Daarnaast moet het effect van het doorrollen van de schuld op de positie van de Griekse banken worden ingecalculeerd en zijn de rol en de positie van de ECB van belang. Begin juli zal de stand van zaken worden opgemaakt en zal in meer detail worden gesproken over de algemene benadering, c.q. de wijze waarop de betrokkenheid van de private sector het beste kan worden ingericht om een substantiële bijdrage te realiseren. Dit is voor Nederland een belangrijk moment om inzicht te krijgen in de mate waarin aan alle voorwaarden voor additionele steun kan worden voldaan.

Totdat alle details duidelijk zijn, is nog geen verdere specificatie mogelijk van de omvang van een aanvullend programma, noch van het aandeel daarin van de private sector. Wel staat vast dat aanvullende financiering zou moeten komen uit het EFSF, het tijdelijke crisismechanisme dat tot doel heeft financiering te verstrekken als dat nodig is om de stabiliteit van de eurozone als geheel te waarborgen. Reeds eerder besprak ik met u dat, aangezien dit mechanisme als zodanig door uw Kamer is goedgekeurd, er voor afzonderlijke programma's uit het EFSF geen separate goedkeuring nodig is. Tegelijkertijd gaf ik aan dat ik wel degelijk de steun van uw Kamer zal zoeken waar het gaat om een additioneel steunprogramma aan Griekenland, uiteraard met inachtneming van de voorwaarden die uw Kamer eerder hieraan heeft gesteld. Dat betekent concreet dat Nederland alleen zal instemmen met een aanvullend programma als er behalve van een geloofwaardig en uitermate streng beleidsprogramma met geloofwaardige, onomkeerbare en ambitieuze privatisering, ook sprake is van volledige betrokkenheid van het IMF en een substantiële bijdrage van de private sector.

Voor wat betreft de uitkering van de volgende tranche uit het bestaande leningenprogramma, ben ik voornemens in te stemmen mits ook het IMF aan boord is en het aanvullende beleidspakket door het Griekse parlement is aanvaard.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager