21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1810 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN FINANCIËN EN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2022

In reactie op de COVID-19-pandemie hebben de Raad van de Europese Unie (de Raad) en het Europees Parlement de faciliteit voor herstel en veerkracht opgericht (Recovery and Resilience Facility, RRF). Uw Kamer is hierover geïnformeerd in onder andere een brief van 12 januari 2021.1 In de loop van 2021 hebben lidstaten herstelplannen opgesteld. Na de beoordeling van die plannen door de Europese Commissie (Commissie) en de formele goedkeuring middels een uitvoeringsbesluit van de Raad, zijn lidstaten begonnen met de implementatie. Dit heeft geleid tot de eerste verzoeken tot uitbetaling van middelen uit de RRF.2 In een brief van 17 september 2021 heeft het demissionaire kabinet aangegeven dat de Kamer periodiek, namelijk eens per kwartaal, een overzicht zal ontvangen van de definitieve beoordeling van ingediende betaalverzoeken door de Europese Commissie.3 Deze benadering is ingegeven door de wens om de informatievoorziening aan het parlement overzichtelijk te houden. Hierbij ontvangt uw Kamer het eerste overzicht, over het vierde kwartaal van 2021 (bijlage 1)4. In dat kwartaal is alleen het betaalverzoek van Spanje definitief beoordeeld. In het overzicht wordt kort ingegaan op het betaalverzoek, de beoordeling van de Commissie en de bespreking in het Economisch en Financieel Comité (EFC) dat op grond van de RRF-verordening zijn opinie geeft. Daarnaast geeft bijlage 25 de actuele stand van zaken rondom de uitbetaling van subsidies en leningen uit de RRF. Ter introductie vindt u onderstaand een algemene toelichting op het proces rondom de uitbetaling van middelen uit de RRF.

Algemene toelichting bij proces rondom uitbetaling

Sinds de inwerkingtreding van de RRF-verordening in februari 2021 hebben 26 lidstaten (alle lidstaten m.u.v. Nederland) hun herstelplan in het kader van de RRF ingediend.6 Uw Kamer is in een brief van 3 mei 2021 geïnformeerd over het proces rondom deze plannen.7 Van deze herstelplannen zijn er, op grond van de RRF-verordening, 22 beoordeeld door de Commissie en vervolgens goedgekeurd door middel van uitvoeringsbesluiten van de Raad.8 Uw Kamer is hierover middels zes brieven geïnformeerd, op 30 juni, 7 juli, 21 juli, 30 augustus, 30 september en 14 oktober.9 In een uitvoeringsbesluit zijn de hervormingen en investeringen die een lidstaat zal ondernemen vastgelegd, inclusief de bijbehorende mijlpalen en doelen, alsook de financiële bijdrage waarop de lidstaat aanspraak kan maken. In de annex van een uitvoeringsbesluit zijn de betalingstermijnen (instalments) opgenomen, die zijn gespreid over de looptijd van de RRF (2021–2026). Deze betalingstermijnen hebben betrekking op het uitbetalen van subsidies, maar kunnen ook betrekking hebben op het verstrekken van tranches van een lening voor zover die door een lidstaat is aangevraagd.10 Elke betalingstermijn is verbonden aan specifieke mijlpalen en doelen, waarbij is aangegeven welke vorm van bewijs een lidstaat moet leveren om aan te tonen dat deze mijlpalen en doelen zijn gehaald. Het gaat meestal om enkele tientallen mijlpalen en doelen per betalingstermijn. Lidstaten kunnen op grond van de RRF-verordening maximaal twee keer per jaar een verzoek doen tot uitbetaling, tot eind 2026. Het totale aantal betaalverzoeken per jaar is daarmee groot, en heeft betrekking op vele mijlpalen en doelen. De uitvoeringsbesluiten kunnen worden gevonden op de website van de Commissie.11

Op grond van de goedgekeurde uitvoeringsbesluiten is in 2021 voorfinanciering verstrekt aan lidstaten ter grootte van maximaal 13% van de aan hen toegekende financiële bijdrage. Deze voorfinanciering zal gespreid over de looptijd in mindering worden gebracht op de betalingstermijnen. De verdere uitbetaling van middelen vindt plaats nadat een lidstaat mijlpalen en doelen heeft gehaald zoals vastgesteld in de annex van een uitvoeringsbesluit. De Commissie beoordeelt na een verzoek tot uitbetaling van een lidstaat of de mijlpalen en doelen uit het herstelplan zijn bereikt. Wanneer de Commissie tot een voorlopige positieve beoordeling komt vraagt zij het EFC om een opinie over de bereikte mijlpalen en doelen. Het EFC is een hoogambtelijk voorportaal van de Ecofinraad. Het EFC moet bij het vaststellen van haar opinie streven naar consensus. Ook Nederland moet zich daarbij dus een mening vormen over de voorlopige beoordeling van de Commissie. Zoals aangegeven in de brief van 17 september 2021 zal het kabinet zich daarbij voornamelijk richten op de belangrijkste hervormingsmaatregelen uit de uitvoeringsbesluiten, zoals weergegeven in de kabinetsappreciaties van deze voorstellen.

Mochten een of meer lidstaten van oordeel zijn dat er ernstige afwijkingen zijn wat betreft een bevredigende verwezenlijking van de betrokken mijlpalen en doelen, dan kunnen zij de noodremprocedure inzetten. Als de noodremprocedure wordt ingezet zal de voorzitter van de Europese Raad verzocht worden om de kwestie op de agenda van de Europese Raad te zetten. De Commissie zal niet tot uitbetaling overgaan zolang de eerstvolgende Europese Raad de kwestie niet uitputtend heeft besproken. Zoals aangegeven in de brief van 17 september 2021 zal het kabinet uw Kamer onverwijld informeren indien Nederland of een andere lidstaat noodzaak ziet tot het starten van de noodremprocedure.

De Commissie moet voor haar definitieve beoordeling rekening houden met de opinie van het EFC. Indien de uiteindelijke beoordeling door de Commissie positief is, zal de Commissie een besluit nemen tot uitbetaling van middelen via de zogenoemde onderzoeksprocedure van de comitologie. In het uitvoeringsbesluit van de Commissie ter autorisatie van de uitbetaling worden, naast het bedrag, alle relevante mijlpalen en doelen kort benoemd en aangegeven op welke wijze een lidstaat bewijs heeft geleverd voor de invulling daarvan.

Naast een volledige betaling van een betalingstermijn, is ook een gedeeltelijk betaling mogelijk. Als de Commissie in haar beoordeling vaststelt dat niet alle mijlpalen en doelen op een bevredigende wijze zijn verwezenlijkt, wordt de betaling van de subsidie of leningtranche geheel of gedeeltelijk opgeschort. Die opschorting wordt alleen opgeheven indien de lidstaat de maatregelen heeft genomen die nodig zijn om te waarborgen dat de mijlpalen en streefdoelen alsnog op bevredigende wijze worden gerealiseerd. Als een lidstaat na zes maanden nog geen maatregelen heeft genomen, dan wordt het betreffende bedrag in mindering gebracht op de totale subsidie of lening die een lidstaat uiteindelijk ontvangt.

Vervolg

Uw Kamer zal na afloop van het eerste kwartaal van 2022 opnieuw een overzicht ontvangen van de definitieve beoordeling van ingediende betaalverzoeken door de Europese Commissie in dat kwartaal, en van de actuele stand van zaken rondom de uitbetaling van subsidies en leningen uit de RRF.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1737.

X Noot
2

Op het moment van schrijven hebben Spanje, Frankrijk, Griekenland en Italië betaalverzoeken ingediend. De betaalverzoeken van Frankrijk, Griekenland en Italië worden behandeld in het eerste kwartaal van 2022.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1781.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
6

In verband met de verkiezingen en het formatieproces zal Nederland zijn herstelplan in 2022 indienen. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in onder andere een brief van 1 november 2021, Kamerstuk 21 501-07, nr. 1790.

X Noot
7

Kamerstuk 21 501-07 nr. 1753.

X Noot
8

De herstelplannen van Bulgarije, Zweden, Polen en Hongarije wachten nog op beoordeling door de Europese Commissie.

X Noot
9

Kamerstuk 21 501-07, nrs. 1766, 1769, 1772, 1773, 1786 en 1788.

X Noot
10

Op het moment van schrijven hebben alleen Cyprus, Griekenland, Italië, Portugal, Roemenië en Slovenië een lening aangevraagd uit de RRF.

Naar boven