Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-07 nr. 1694

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1694 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 27 mei 2020

De vaste commissie voor Financiën heeft op 13 mei 2020 enkele vragen en opmerkingen aan de Minister van Financiën voorgelegd over de brief van 8 mei 2020 inzake de geannoteerde agenda van de extra ingeplande vergadering van de Eurogroep (21 501-07, nr. 1691) en over de brief van 11 mei 2020 inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM over de Pandemic Crisis Support kredietlijn en bijbehorende documentatie (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1693).

De Minister van Financiën heeft deze vragen beantwoord bij brief van 14 mei 2020. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

Adjunct-griffier van de commissie, Schukkink

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s voor Eurogroep en de Raad van Gouverneurs van het ESM d.d. 15 mei 2020.

Het coronavirus heeft Europa zwaar geraakt, zowel qua gezondheid als economisch. Om die crisis te bestrijden moeten we samen de strijd aangaan. Duitsland helpt ons met IC-bedden, landen helpen elkaar met mondkapjes en medicijnen en wij helpen ook andere landen weer. Geen wij-zij-discussie, maar samen tegen corona. Het is dan ook goed dat Nederland zich solidair toont, ondanks dat wijzelf ook zwaar getroffen zijn door de crisis. Helpen doen wij dus solidair, maar zeker ook verstandig, volgens de leden van de VVD-fractie. De leden hebben daarom nog een aantal vragen, opmerkingen en kanttekeningen.

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM over de Pandemic Crisis Support-kredietlijn en de Geannoteerde agenda van de extra ingeplande Eurogroep van 15 mei 2020.

Naar aanleiding van de genoemde punten brengen de leden van de PVV-fractie het volgende naar voren.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s voor Eurogroep en de Raad van Gouverneurs van het ESM d.d. 15 mei 2020.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over de vergadering van de Board of Governors van het ESM en de geannoteerde agenda van de eurogroep, beide op 15 mei 2020. Deze leden verwelkomen het akkoord om te komen tot de Pandemic Crisis Support (PCS) kredietlijn en benadrukken het belang ervan voor een gezamenlijke oplossing uit deze crisis. Deze leden wijzen in dat kader op de eerder door hen instemmend geciteerde ingezonden brief van 5 april jl. van de Duitse Ministers van Financiën en Buitenlandse Zaken in Zuid-Europese kranten waarin zij het stelden met betrekking tot het ESM: «De fondsen moeten niet gepaard gaan met onnodige voorwaarden. [Italië en Spanje] zouden toegestaan moeten worden deze gelden aan te wenden voor alle benodigde uitgaven om het coronavirus te bevechten. We hebben geen trojka, inspecteurs of een hervormingsprogramma nodig. (...) Wat we nodig hebben is snelle en doelgerichte hulp.» Desalniettemin hebben deze leden wel enkele vragen over de kredietlijn.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de aanstaande Eurogroep en de kabinetsbrief over de aanstaande vergadering van de Raad van Gouverneurs van het ESM. Deze leden hebben eerder reeds benoemd maar willen nogmaals opmerken dat zij de houding van het kabinet in Europees verband aangaande het bestrijden van de economische gevolgen van de coronacrisis tot nu toe diplomatiek ronduit ineffectief en economisch kortzichtig vonden. Nederland heeft veel krediet verspeeld bij andere lidstaten en kwam uiteindelijk min of meer alleen te staan, zonder hier proportionele politieke winst voor terug te krijgen. Tegelijkertijd kijken de leden van de GroenLinks-fractie met nieuwsgierigheid uit naar de voorstellen van de Europese Commissie over het Europees herstelfonds in samenhang met het aankomende Meerjarig Financieel Kader. Deze leden hebben enkele vragen over de Nederlandse inzet ten aanzien van het ESM en de Europese schuldenpolitiek.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s voor Eurogroep en de Raad van Gouverneurs van het ESM d.d. 15 mei 2020.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s voor Eurogroep en de Raad van Gouverneurs van het ESM d.d. 15 mei 2020.

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de brieven inzake de vergaderingen van de Eurogroep en de Raad van Gouverneurs van het ESM. Zij hebben daarover enkele vragen.

I – Geannoteerde agenda van de extra ingeplande Eurogroep van 15 mei 2020 (2020Z08258 d.d. 8 mei 2020)

De leden van de VVD-fractie constateren dat op de agenda voor de Eurogroep van 15 mei a.s. een gedachtewisseling over «economische respons op COVID-19» staat. Wat is de bedoeling van de gedachtewisseling? Wanneer wordt er een voorstel voor een aangepast meerjarig financieel kader (MFK) en voorstel voor een herstelfonds verwacht? Wat is het krachtenveld?

Wanneer wordt er een voorstel voor het European instrument for temporary Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE) verwacht, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Voorts vragen deze leden hoe dat voorstel eruitziet en wanneer de Kamer daarover informatie krijgt c.q. wanneer de Kamer het voorstel krijgt voorgelegd. Klopt het dat de einddatum voor dit programma eind 2022 zou zijn? Waarom is hiervoor gekozen? De leden van de VVD-fractie vinden de looptijd van het programma met deze einddatum te lang. Klopt het dat er ook nog de mogelijkheid bestaat om het programma te verlengen met een gekwalificeerde meerderheid? De leden van de VVD-fractie zijn tegen de mogelijkheid om dit programma te kunnen verlengen. De leden van de VVD-fractie zijn in algemene zin van mening dat dit soort besluiten met unanimiteit zou moeten worden genomen, want er zijn financiële consequenties aan verbonden in de vorm van garantstelling.

De leden van de CDA-fractie vragen de Minister om in de gedachtewisseling met de voorzitters van het Single Supervisory Mechanism (SSM) en het Single Resolution Board (SRB) te informeren naar de stand van de liquiditeit en solvabiliteit van de banken. Deze leden vragen de Minister inzichtelijk te maken welke banken nu in de eerste fase van deze crisis al problemen krijgen en waar er precies gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteit in reeds bestaande wetgeving zoals wordt gesteld in de geannoteerde agenda. De leden van de CDA-fractie delen het vooruitzicht van de Minister om inzicht te krijgen in de rol van het SSM en het SRB maar verzoeken de Minister tevens aan te geven welke rol deze toezichthouders de komende maanden dienen te nemen vanuit Nederlands perspectief.

De leden van de CDA-fractie verzoeken de regering ook een toelichting te geven op de tijdelijkheid van SURE. Zij begrijpen dat in de teksten die voorliggen er een mogelijkheid is om het SURE-programma met gekwalificeerde meerderheid te verlengen. De leden van de CDA herinneren het kabinet eraan dat de afspraak echt is dat dit programma tijdelijk is, en wel twee jaar. Kan het kabinet helder aangeven dat dit programma echt tijdelijk is en dat het niet buiten Nederland om verlengd kan worden?

De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wanneer hij de nieuwe voorstellen van de Commissie over het MFK verwacht. De leden vragen dit, omdat er wel wordt gesproken over economisch herstel en de rol die nieuwe MFK-voorstellen daarbij kunnen spelen. Zij willen graag een precies antwoord op de vraag wat de verschillende landen nu vragen, ook voor een recovery fund, en wat Nederland heeft aangegeven als rode lijn.

De leden van de CDA-fractie zijn beducht dat alle staatsschuld van landen, via via, Europees gefinancierd wordt. Zij zouden graag van de regering een overzicht ontvangen van de staatsschuld van Griekenland, Italië en Portugal en voor elk van dat land willen weten hoeveel geld van de staatsschuld gefinancierd is via Europese Fondsen (Europees financieel stabilisatiemechanisme – EFSM, Europees Stabiliteitsmechanisme – ESM, etc.) en hoeveel van de staatsschuld in handen is van het stelsel van Europese centrale banken.

Ten slotte vragen de leden van de CDA-fractie de Minister kort in te gaan op het conflict tussen het Duitse en Europese recht aangaande de rechtsgeldigheid van het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze leden vragen de Minister of hij het standpunt van de voorzitter van de Europese Commissie wel of niet deelt dat het Europese recht altijd prevaleert boven het nationale recht en de uitspraak van het Duitse hoger gerechtshof alleen betrekking heeft op de Duitse Centrale Bank. Mag Duitsland haar eigen Grondwet handhaven of mag de Europese rechter er overheen? En vindt de Nederlandse regering dat de ECB binnen haar mandaat handelt, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Het Hof in Luxemburg lijkt het aan de ECB over te laten om dat zelf te checken. Als dat zo blijft, aan wie is het dan ultiem om te controleren of de ECB zich aan haar mandaat houdt, zo vragen deze leden.

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat berekeningen laten zien dat de noemer (economische groei) in veel Europese landen in 2020 en 2021 een veel substantiëlere bijdrage zal leveren aan verhoging van schuld-/bbp-niveaus dan de teller (financieringstekorten cumulerend in hogere absolute schuldniveaus).1 Deze leden vragen de Minister wat volgens hem de implicaties hiervan zijn voor het te voeren macro-economische beleid in de eurozone tijdens en na de crisis. Vindt de Minister het macro-economisch gezien logisch en verstandig dat lidstaten primair inzetten op en gefaciliteerd worden in het doen van investeringen die evident het groeipotentieel van lidstaten post-crisis verhogen?

Ziet de Minister ook dat het te veel inzetten op het reduceren van de teller via bezuinigingen ten koste kan gaan van het vergroten van de noemer? Hoe beziet de Minister in dit licht de constatering van de Europese Commissie dat de Stabiliteits- en Groeipact (SGP)-regels tot nu toe, juist daar waar het om hervormingen en bezuinigingen ging, een anticyclische werking hebben gehad en schuldniveaus juist verslechterden, zo vragen de leden van de fractie van GroenLinks.

Deze leden vragen de Minister daarnaast in te gaan op de vraag welke economische lessen hij leert uit de effectiviteit van het hervormingsbeleid dat naar aanleiding van de afgelopen eurocrisis opgelegd is aan Griekenland.

De leden van de GroenLinks-fractie wijzen erop dat een asymmetrie is ontstaan in de mate waarin verschillende eurozonelidstaten economisch gezien in staat zijn en de ruimte voelen om extra schulden aan te gaan. Landen als Duitsland en Nederland zijn in staat relatief gezien substantieel meer crisisuitgaven te doen dan landen als Italië en Spanje. Enerzijds laat dit natuurlijk zien dat het voordeliger is met een laag schuldniveau aan een crisis te beginnen dan met een hoog schuldniveau. Anderzijds vraagt de toekomstige weerbaarheid van de eurozone om een situatie waarin lidstaten ondanks hun uiteenlopende economische situaties economisch symmetrisch kunnen herstellen. De leden van de GroenLinks-fractie vragen welke randvoorwaarden de Minister wil inbouwen om te waarborgen dat zijn inzet voor structurele hervormingen niet tot een asymmetrisch herstel van eurozonelidstaten leidt.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de Minister het met de leden van de GroenLinks-fractie eens is dat er een afruil bestaat tussen de mate waarin eurozonelidstaten in gemeenschappelijkheid fiscaal interveniëren en de mate waarin de ECB via het opkopen van staatsobligaties de facto als achtervang van de eurozone moet fungeren. Deze leden vragen bovendien of de Minister het met de leden van de GroenLinks-fractie eens is dat een minimalistische invulling van de PCS-kredietlijn enkel gefocust op directe en indirecte gezondheidskosten eraan bijdraagt dat de ECB een grotere interveniërende rol moet spelen om rust op financiële markten te bewaren. Zij vragen de Minister of hij het met deze leden eens is dat er aan een grotere rol voor de ECB institutionele risico’s verbonden zijn, bijvoorbeeld doordat de handelingsvrijheid van de ECB vanuit juridisch perspectief onder druk komt te staan.

De leden van de SP-fractie danken de regering voor de geannoteerde agenda en vragen de Minister wat nodig is voor herstel van de eurozone en welke middelen hij wel en niet schuwt. Is er een inschatting te maken van wat er nodig is aan nieuw geld, aan leningen en aan giften om in de Europese Unie tot economisch herstel te komen? De leden van de SP-fractie ergeren zich aan de grote bedragen die overal worden rondgestrooid zonder dat duidelijk is wat er nodig is, of zonder dat duidelijk is wat voor financiering het betreft. Kan de Minister begrijpen dat mensen afhaken als er telkens met 1.000 miljard of zelfs meer wordt geschermd om ergens te kunnen komen? Dit betreft overigens niet alleen de bedragen die in het kader van de COVID-19-crisis worden genoemd, maar ook als het gaat om de Green deal. Is het mogelijk om in de Eurogroep aan te geven dat draagvlak voor het inzetten het beleid gebaat is bij eerlijkheid, openheid, transparantie over wat nodig is en niet het overbieden met reddingsbedragen? Kan de Minister hierop reageren?

De leden van de SP-fractie vragen de Minister voorts hoe het verdere verloop zal zijn richting het herstelfonds en de recovery roadmap. Wanneer is besluitvorming verwacht? Welke zaken zijn voor Nederland van belang? Hoe liggen de verhoudingen binnen de Eurogroep en de Europese Raad? Waar staat Nederland alleen, waar kunnen we optrekken met anderen?

De leden van de SP-fractie vragen de Minister ook om een bespiegeling te geven van wat er nodig is om de Eurozone niet in een financiële crisis te doen belanden na de economische klap van alle lockdowns. Wat ziet hij als de beste voorbereiding om een financiële of eurocrisis af te wenden? Hoe ziet de Minister de enorme explosie aan schulden en het herstel nadat de crisis over is?

De leden van de SGP-fractie vragen of er al meer bekend is over de termijn waarop de Europese Commissie met het voorstel zal komen voor een aangepast MFK en het herstelfonds. Is het kabinet voornemens om tijdens de Eurogroep reeds haar positie in dezen kenbaar te maken? Tevens vragen de leden van de SGP-fractie of het kabinet het met deze leden eens is dat ook binnen de huidige opzet van het MFK reeds ruime mogelijkheden bestaan om economisch herstel te ondersteunen, bijvoorbeeld door de inzet van cohesiefondsen.

De leden van de SGP-fractie vragen of tijdens de Eurogroep ook gesproken gaat worden over het SURE-programma voor leningen bij deeltijd-WW. En is het kabinet voornemens om hier kritische kanttekeningen bij te maken, zeker nu blijkt dat dit programma pas eind 2022 afloopt, met een clausule waarmee eenvoudig een verlenging gerealiseerd kan worden? Is het kabinet van plan om tijdens deze Eurogroep de termijn van dit programma ter discussie te stellen, zodat, mocht dit programma doorgang vinden, het programma in ieder geval een meer tijdelijk karakter krijgt?

II – Vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM over de Pandemic Crisis Support kredietlijn van 15 mei 2020 (2020Z08390 d.d. 11 mei 2020)

De leden van de VVD-fractie hebben in de geannoteerde agenda van de extra ingelaste eurogroep van 8 mei jl. bij het agendapunt «ESM-kredietlijn Pandemic Crisis Support» gelezen dat de aard van de bespreking een «gedachtewisseling» is. In de brief van 11 mei jl. voor de vergadering van de Raad van Gouverneurs lezen de leden van de VVD-fractie dat er overeenstemming is bereikt over de kernmerken van de PCS-kredietlijn. Hoe is «overeenstemming bereiken» te rijmen met de omschrijving «gedachtewisseling»? Welke ruimte is er nog om aanpassingen te doen in het voorliggende voorstel? Waarover wordt nog discussie verwacht? Wat is het krachtenveld?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de kredietlijn een omvang van 2% bruto binnenlands product van de lidstaten als uitgangspunt zal hebben. Waarop is het percentage van 2% gebaseerd? Is dat percentage niet te hoog?

De kredietlijn kan ingezet worden ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Dit is redelijk in lijn met de eerdere omschrijving. De leden van de VVD-fractie hadden verwacht dat er nu een nadere invulling zou zijn gekomen van deze omschrijving. Wat valt er precies onder deze omschrijving? Zoals het nu omschreven staat is het volgens de leden van de VVD-fractie een heel ruime en vage omschrijving. Wie bepaalt straks wat er wel en niet onder mag vallen? De leden van de VVD-fractie lezen dat het ook kan gaan om een deel van de totale uitgaven aan gezondheidszorg van de betreffende staat. De leden van de VVD-fractie vinden dat onverstandig; het zou moeten gaan om extra kosten als gevolg van de COVID-19-crisis in het kader van de gezondheidszorg en niet om reguliere begrotingsmiddelen. Is de Minister bereid om dit in de discussie in te brengen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de VVD-fractie willen weten hoe wordt voorkomen dat financiële middelen ingezet worden voor andere doeleinden, dan wel dat er door de leningen ruimte wordt geboden voor al te gekke andere uitgaven. Hoe wordt daar de vinger aan de pols gehouden? De leden van de VVD-fractie zien namelijk ook voorstellen van de Italiaanse regering om inwoners met een jaarinkomen tot 35.000 euro een vakantiebonus van 500 euro te geven, terwijl we in Nederland spreken over het uitstel of inleveren van het vakantiegeld om bedrijven lucht te geven. Maar ook dat reizen naar Sicilië deels gratis gaan worden aangeboden als het gaat om overnachtingen en vlucht door de overheid. Wat vindt de Minister van dit soort uitgaven?

De afspraak dat de kredietlijn alleen beschikbaar is voor de duur van de COVID-19-crisis is ingevuld met een einddatum van 31 december 2022. Wat werd/wordt bedoeld met de term «COVID-19-crisis»? In hoeverre gaat het hier om de gezondheidscrisis en de periode dat de gezondheidszorg het niet aankan? Kan de Minister uitsluiten dat hier ook de economische gevolgen en crisis onder vallen? De leden van de VVD-fractie vinden de einddatum van 31 december 2022 veel te ruim en onverstandig. Is de Minister bereid om een kortere termijn in te brengen in de discussie? Zo nee, waarom niet? Is de Minister bereid een knip te maken in de kosten voor de zorg en preventie, en dus voor de directe zorg een kortere termijn in te brengen in de discussie? Zo nee, waarom niet?

De termijn van 31 december 2022 kan ook nog eens worden verlengd met unanimiteit van de Raad van Gouverneurs op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis. Wat wordt verstaan onder dat laatste en waarom is er een mogelijkheid tot een verlenging als de einddatum al zo ver weg ligt?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de kredietlijn op drie verschillende manieren kan worden vormgegeven: via directe overboeking aan de ontvangende lidstaat (lening), via een directe aankoop van obligaties van een lidstaat op de primaire markt of via een «in-kind» uitkering, waarbij de ontvangende lidstaat schuldtitels ontvangt van het ESM, welke later kunnen worden verkocht. Waarom is voor deze drie manieren gekozen? Wat zijn de gevolgen en voor- en nadelen van deze drie manieren?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie op basis van de analyse van de schuldhoudbaarheid concludeert dat de publieke schuld op middellange termijn houdbaar is. Wat zijn daarbij concreet de risico’s die worden genoemd? In hoeverre geldt de schuldhoudbaarheid voor alle lidstaten? Dus ook Italië en Spanje? En bij welke publieke schuld zou deze voor een land niet meer houdbaar kunnen zijn?

De leden van de VVD-fractie vinden de toegangscriteria voor de preventieve kredietlijnen van groot belang. De leden willen weten wat wordt bedoeld met criterium 2 en 3 (respectievelijk naleving van de verplichtingen onder het SGP en naleving van de verplichtingen onder de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP)). In hoeverre wordt hierbij gekeken naar de naleving in het verleden, dan wel de mogelijke naleving in de toekomst? Wie beoordeelt dat? Want de leden van de VVD-fractie hebben geen goede ervaring met de beoordeling daarvan door de Europese Commissie in de afgelopen jaren.

Criterium 5 betreft de solvabiliteit van de banken. Volgens de ECB voldoen alle banken onder zijn toezicht aan de Europese kapitaalsvereisten voor banken, zoals gesteld in de kapitaalvereistenverordening. In hoeverre kan hieruit ook geconcludeerd worden dat er geen problemen zijn bij die banken? In de afgelopen jaren hebben we namelijk gezien dat verschillende banken in Italië en Spanje toch in de problemen zijn gekomen en gered moesten worden door de overheden. Hoe zit het met de banken die onder nationaal toezicht staan? Welke problemen zitten er nog in de Italiaanse en Spaanse banken op dit moment?

De leden van de VVD-fractie lezen dat op dit moment onbekend is of landen een aanvraag zullen indienen. Wat is daarvoor de reden? De leden vinden dit op zijn zachtst gezegd wel opmerkelijk, omdat er door verschillende landen nadrukkelijk om hulp is gevraagd en er lang en heftig is gesproken en onderhandeld over dit instrument.

De leden van de PVV-fractie merken allereerst op dat er op 15 mei a.s. een vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM zal plaatsvinden met als doel het besluit te nemen de Pandemic Crisis Support in principe voor alle lidstaten van de eurozone beschikbaar te stellen. De leden van de PVV-fractie willen weten waarom er gesproken wordt van het «in principe» openstellen van deze PCS-kredietlijn voor alle lidstaten. Zijn er dan ook lidstaten waarvoor deze PCS-kredietlijn niet wordt opengesteld? Deze leden ontvangen graag een toelichting.

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat een verzoek tot het aanvragen van de PCS-kredietlijn mogelijk is tot 31 december 2022. Deze termijn kan met unanimiteit van de Raad van gouverneurs worden verlengd op voorstel van de Managing Director (MD) van het ESM, op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis. Is de Minister het eens met de leden van de PVV-fractie dat de PCS-kredietlijn hierdoor geen tijdelijk karakter meer heeft? Zo neen, waarom niet?

Tevens stellen de leden van de PVV-fractie vast dat Nederland van plan is in te stemmen met een formele einddatum van 31 december 2022. De leden van de PVV-fractie willen weten of Nederland tevens instemt met het gegeven dat deze datum kan worden verlengd.

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat lidstaten onder een PSC eenmaal per maand een bedrag kunnen trekken uit de kredietlijn, met een omvang van maximaal 15% van de gehele kredietlijn. Indien gewenst geacht kan het ESM ermee instemmen om hiervan af te wijken.

De leden van de PVV-fractie willen weten met hoeveel procent dit verhoogd kan worden door het ESM. Betekent dit dat een lidstaat daarmee ook 100% uit de gehele kredietlijn kan trekken als het ESM hiermee instemt? Op basis van welke voorwaarden kan het ESM hiermee instemmen?

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat een door het ESM verstrekte kredietlijn uitsluitend mag worden gebruikt voor kosten voor gezondheidszorg, genezing en preventie, om de lidstaat te helpen effectief te reageren op de COVID-19-pandemie. De leden van de PVV-fractie willen weten hoe gecontroleerd wordt of de PCS-kredietlijn daadwerkelijk hiervoor wordt gebruikt en of lidstaten verantwoording zullen afleggen hierover.

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de kredietlijn kan worden gebruikt voor andere indirecte kosten die gerelateerd zijn aan gezondheidszorg, genezing en preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Kan de Minister voorbeelden geven van dergelijke indirecte kosten?

Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat het voor het kabinet van belang is dat de kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven. De leden van de PVV-fractie willen weten of het kabinet van mening is dat de PCS-kredietlijn ook gebruikt mag worden voor deze indirecte kosten.

Ten slotte willen de leden van de PVV-fractie weten hoeveel het pakket van de Minister Nederland zowel direct als indirect in totaal zal kosten. Kan de Minister dit uitsplitsen in de Nederlandse bijdrage aan de Europese Investeringsbank (EIB), het ESM en SURE (incl. het Nederlands aandeel hierin)? Klopt het dat de Nederlandse bijdrage aan de EU met 50 miljard euro, oftewel 92 procent, zal stijgen als gevolg van het corona recovery fund?2 Zo nee, met hoeveel zal de Nederlandse bijdrage aan de EU dan stijgen?

De leden van de CDA-fractie vragen aangaande de voorwaarden van krediet voor de binnenlandse financiering of deze ook door private organisaties aangevraagd kan worden, weliswaar via de overheden van de lidstaten, en, wanneer dat het geval is, of deze overheden dan garant staan voor de aangevraagde lening. Tevens vragen deze leden of onder indirecte gezondheidszorg eveneens aanpassingen in de publieke ruimte vallen en maatregelen die daar genomen worden vanuit preventief oogpunt.

De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissie oude schuldhoudbaarheidsanalyses uit de kast gehaald heeft. Er is echter een crisis en Eurostat verwacht een enorme val in het bbp dit jaar.

Nederland staat met Nederlands belastinggeld garant voor het ESM. Daarom vragen de leden van de CDA-fractie of de Nederlandse regering de schuld van de eurolanden houdbaar acht. Dit is dus niet een vraag om het standpunt van de Commissie te herhalen (dat kennen we) maar om aan te geven of deze landen in staat zullen zijn de schuld terug te betalen.

Deze leden vragen de Minister aan te geven wat de definitie is waarop de landen de kredieten kunnen krijgen en waarop gecontroleerd en gehandhaafd zal worden. Deze vraag willen zij zeer precies beantwoord zien en wel om een reden. Er zijn landen die relatief weinig getroffen zijn door corona (denk aan Portugal) en echt geen 2% kosten gemaakt hebben voor de zorgkosten in de coronacrisis, maar wel graag in aanmerking lijken te komen voor coronahulp. Deze leden willen graag duidelijk hebben welke regels van toepassing zijn, omdat zij geleerd hebben van het eerste coronapakket dat vooral naar Polen en Hongarije bleek te gaan.

Deze leden vragen de regering ook een toelichting te geven op de voorwaarden voor de leningen: waarom is daarbij afgeweken en lijkt het erop dat deze leningen tegen 0% rente gegeven zullen worden?

Kan het kabinet verder bevestigen dat de leningen ook binnen 10 jaar terugbetaald moeten worden? Wanneer zal de laatste euro van deze leningen moeten zijn terugbetaald, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wat de voorwaarden zijn voor het afwijken van de mogelijkheid om maandelijks 15% van de kredietlijn te trekken en kan de Minister aangeven wat dan een gewenste situatie zou kunnen zijn? PCS-kredietlijnen zullen gescheiden worden van eerdere ESM-programma’s; de leden van de CDA-fractie vragen de Minister een overzicht te geven van de reeds eerder uitgegeven ESM-programma’s.

Het Pandemic Response Plan (PRP) vormt de basis van de afspraken op het gebied van conditionaliteit tussen de Europese Commissie en de ontvangende lidstaat. De leden vragen de Minister hoe de Commissie deze conditionaliteit monitort en welke middelen er zijn wanneer conditionaliteiten worden geschonden.

De leden van de D66-fractie lezen dat de middelen van de PCS-kredietlijn alleen aangewend kunnen worden voor de «directe en indirecte kosten als gevolg van de coronacrisis die betrekking hebben op gezondheidszorg, genezing en preventie» zoals ook in de eerdere Eurogroepconclusies te lezen was. Deze leden merken echter op dat over de precieze reikwijdte van deze afspraak verschillende interpretaties lijken te bestaan, aangezien de Minister van Financiën na afloop van het Eurogroepoverleg van 9 april jl. meldde dat «de kosten van het sluiten van winkels of voor inkomensondersteuning hier niet uit kunnen worden betaald.»3. Tegelijkertijd lezen de leden van voornoemde fractie in de Griekse krant Ekathimerini de uitspraak van de Franse Minister van Financiën Lemaire dat «de consequenties van de lockdown duidelijk onder het bereik van de kredietlijn vallen».4 Kan het kabinet deze leden helpen door hier duidelijkheid in te scheppen? Voorts constateren deze leden dat de voorwaarde waar de middelen aan besteed mogen worden volgens eurocommissaris Dombrovskis «ruim geïnterpreteerd» zal worden.5 Kan het kabinet tevens reflecteren op de uitspraak van de Minister-President in het debat over de ontwikkelingen van het coronavirus d.d. 22 april 2020 dat de middelen uit het ESM alleen gebruikt kunnen worden voor bestrijding van de directe gezondheidskosten, terwijl in de voorliggende stukken ook expliciet gerefereerd wordt aan het gebruik van de middelen voor indirecte kosten en preventieve kosten die verband houden met de coronacrisis? Kan het kabinet specifiek aangeven of economische kosten die direct gerelateerd zijn aan de lockdown – bijvoorbeeld inkomensondersteuning voor mensen die werkzaam zijn in door de overheid gesloten economische sectoren – wel of niet vallen onder de definitie van «indirecte preventieve kosten» en of zijn visie daarop wordt gedragen door alle ESM-landen?

Daarnaast vragen de leden van voornoemde fractie of de kredietlijn zich beperkt tot coronagerelateerde uitgaven vanaf het moment van aanvraag of dat ook uitgaven vanaf het uitbreken van de coronacrisis toelaatbaar zijn.

De leden van de D66-fractie lezen het kabinetsstandpunt dat de PCS-kredietlijn beperkt blijft tot de duur van de coronacrisis. Kan het kabinet aangeven hoe formeel bepaald zal worden wat de duur van deze crisis is, en op welk moment het kabinet vindt dat deze crisis als afgelopen kan worden beschouwd, mede gelet op de mogelijke langdurige economische gevolgen van het coronavirus maar ook de gezondheidskosten voor revaliderende patiënten nog lang merkbaar zullen zijn?

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat de PCS-kredietlijn als onderdeel van de Enhanced Conditions Credit Line (ECCL) enkel ingezet kan worden voor financiering van kosten die direct dan wel indirect gerelateerd zijn aan de gezondheidszorg, genezing en preventie. Zij merken tegelijkertijd op dat veruit het grootste deel van de kosten die lidstaten maken niet direct dan wel indirect gerelateerd zijn aan gezondheidszorg, genezing en preventie, maar juist economisch van aard zijn (bijv. via steun inkomens burgers en bedrijven). Zij vragen de Minister of hij kan toelichten waarom de PCS-kredietlijn niet veel breder is ingestoken omdat de grootste financieringsbehoefte zich zal vormen rond kosten die nu niet via de PCS-kredietlijn gefinancierd zullen worden. Zij vragen de Minister daarbij in te gaan op het macro-economische gewicht dat gegenereerd wordt met een enkel op directe en indirecte gezondheidszorgkosten gerichte kredietlijn.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen de Minister waarom hij heeft ingezet op een financieringstermijn van 10 jaar binnen de PCS-kredietlijn, en niet op een langere financieringsperiode zoals bij sommige reeds bestaande ECCL-faciliteiten. Is juist in deze crisis geen behoefte aan langere looptijden, zodat lidstaten meer financiële ruimte hebben om te investeren en zo uit de crisis te groeien, zo vragen deze leden.

De leden van de GroenLinks-fractie constateren bovendien dat er een politiek stigma heerst op gebruikmaking van het ESM, juist in die EU-lidstaten waarvoor steun vanuit het ESM, gezien de rente die ze betalen op kapitaalmarkten, economisch voordelig zou kunnen uitpakken. De leden van de GroenLinks-fractie vragen de Minister wat hij ervan vindt dat er een politiek stigma heerst op, en er in sommige landen veel weerstand is tegen gebruikmaking van het ESM. Zij vragen de Minister te beschouwen wat leden van de Eurogroep zouden kunnen doen om de bestaande stigma’s rondom het ESM te reduceren.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de kredietlijn waartoe besloten is en vragen de Minister of dit een onderhandelingsresultaat is of dat er nog veranderingen worden verwacht. Is het mogelijk om te onderbouwen waarom er gekozen is voor een verandering van het ESM-instrumentarium, zo vragen deze leden.

De leden van de SP-fractie stellen vast dat er zeer verschillende interpretaties zijn van eurolanden over wat kosten zijn die gerelateerd zijn aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Zij vragen de Minister of dit niet een semantische discussie is en of niet gewoon gesteld kan worden dat de 2% van het bbp per land gewoon aangewend kan worden voor alles gerelateerd aan de COVID-19-uitbraak. Is de Minister het met de leden van de SP-fractie eens dat dit veel gedoe en geruzie zal voorkomen?

De leden van de SP-fractie vinden het een wijs besluit om geen trojkabeleid in te zetten rond deze kredietlijn en zien ook dat er geen sprake is van schuldendeling mits landen hun leningen terugbetalen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of ook de Minister het Karlsruhe-arrest met interesse heeft gelezen. Welke gevolgen zou het arrest wat de Minister betreft moeten hebben? Graag een analyse en reflectie. Immers, de ECB is onderworpen aan het nationale constitutionele recht.

Hoe wordt de onafhankelijke controle op de effectiviteit en doelmatigheid van de besteding van de ESM-kredieten vormgegeven? Let de Minister erop dat deze controle daadwerkelijk plaatsvindt? Hoe wordt getoetst of de kredieten ook echt ten goede komen aan de «ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis»?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen verder hoe er wordt geborgd dat de kredietlijnen bij de landen terechtkomen die deze het hardst nodig hebben. Dit is nog relevanter als een land als Italië aanvankelijk al aangaf hier geen gebruik van te willen maken. Welk beroep verwacht de Minister dat er wordt gedaan op deze pot van 240 miljard? Welke lidstaten zullen er naar verwachting wel/geen gebruik van maken?

Kan de Minister tot slot ingaan op de termijn tot 31 december 2022? Waarop is deze gegrond en is er bijvoorbeeld verlenging mogelijk?

De leden van de SGP-fractie vragen waarom de kredietlijn beschikbaar is tot 31 december 2022. Waarom is niet gekozen voor een eerdere datum van afloop, zeker nu de kredietlijn vrij eenvoudig verlengd kan worden en de duur van de coronacrisis onzeker is. Was dit ook de einddatum die Nederland voor ogen had in de onderhandelingen?

De leden van de SGP-fractie zijn positief over het feit dat het kabinet het van belang vindt dat de kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19-uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. Volgens het kabinet voorzien het PRP en de bijbehorende tabel hierin. Maar in de bijbehorende tabel worden ook «indirecte kosten» en «kosten voor preventie» genoemd. Herkent het kabinet de signalen dat deze categorieën ruim geïnterpreteerd worden? En dat bijvoorbeeld ook de kosten van de lockdown hieronder geschaard worden? Is het kabinet van mening dat de kosten van de lockdown en soortgelijke kosten nadrukkelijk niet onder preventiekosten of onder andere categorieën kunnen vallen?

Is het kabinet voornemens om bij aanvragen waarbij ook kosten gerelateerd aan de lockdown, of soortgelijke kosten, zijn opgenomen onder bijvoorbeeld preventiekosten tegen te stemmen in de Raad van Bestuur van het ESM, zo vragen de leden van de SGP-fractie.

Hoe wordt het gebruik van de kredietlijn gemonitord, zo vragen de leden van de SGP-fractie. En is het kabinet van mening dat juist door het loslaten van hervormingsvoorwaarden extra monitoring en extra rapportageverlichtingen nodig zijn om te waarborgen dat de gelden op de juiste manier ingezet worden? Wat was de inzet van het kabinet in de discussie rondom monitoring van het gebruik van de kredietlijn, en is hier nog verscherping in mogelijk? Wat zou volgens het kabinet de meerwaarde zijn van extra surveillance?

Bijlage – Assessment of public debt sustainability and COVID-related financing needs of euro area Member States

De leden van de VVD-fractie lezen in deze bijlage over Nederland dat »Based on the Commission 2020 spring forecast, the COVID crisis is expected to produce a large economic impact, with a close to 7% drop in GDP in 2020 followed by a rebound of 5% in 2021. The fiscal deficit is foreseen at 6¼% of GDP in 2020 and at 3½% of GDP in 2021. In that context, the Dutch government debt should increase from less than 50% of GDP in 2019 to close to 60% of GDP by 2021.» Dit lijkt af te wijken van de cijfers in de Voorjaarsnota. Wat zijn de verschillen? En hoe zijn de verschillende te verklaren?

Bijlage – Proposal from the Managing Director for financial assistance in the form of a Pandemic Crisis Support

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het besluit van de Eurogroep op 8 mei jl. om als voorwaarde te stellen dat de gemiddelde looptijd van het krediet vanuit de PCS maximaal tien jaar is. Waarom is er niet gekozen voor de mogelijkheid van een langere gemiddelde looptijd indien dat voordelig is voor de financiële houdbaarheid van de overheidsfinanciën van het betreffende land? Deze leden willen daarnaast graag weten van het kabinet of het mogelijk is om af te wijken van de stelregel dat de kredietlijn slechts twee keer met zes maanden verlengd kan worden, indien het geleende bedrag nog geen 2% van het bbp bedraagt en de coronacrisis op dat moment alsnog een grote impact heeft op de overheidsfinanciën van het betreffende land. Zo nee, waarom niet?

De leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de inzet van de middelen uit het ESM. Wat verstaat het kabinet onder «prevention-related costs due to the COVID-19 crisis»? Is het kabinet van mening dat dit alleen aan gezondheid gerelateerde kosten mogen zijn? Tevens vragen de leden van de SGP-fractie hoe het kabinet gaat borgen dat de ruime formulering die in het voorstel genoemd is, niet misbruikt gaat worden voor niet-gezondheidgerelateerde uitgaven.

De leden van de SGP-fractie lezen dat het doel van het Pandemic Response Plan is «to safeguard the financial stability of the euro area and its Member States». Hoe duidt het kabinet dit doel van «financiële stabiliteit»? Is het kabinet van mening dat dergelijke formuleringen ook gebruikt kunnen worden om ESM-gelden breder in te zetten dan alleen voor gezondheidgerelateerde uitgaven?

Bijlage – Pandemic Response Plan

De leden van de GroenLinks-fractie constateren dat het onvolledig geoperationaliseerd is welke precieze financieringsdoeleinden beschouwd zullen worden als vallend onder directe en indirecte kosten in het kader van gezondheidszorg, genezing en medische preventie, en welke niet. Dit wordt in bijvoorbeeld tabel van het Pandemic Response Plan niet nader gespecificeerd. Is de Minister het met eurocommissaris Dombrovskis eens dat deze kosten breed geïnterpreteerd moeten worden? Wat zijn hiervan de implicaties? Vallen de maatschappelijke kosten als gevolg van het instellen van een intelligente lockdown wat de Minister betreft onder deze directe en indirecte kosten? Ziet de Minister het ook als noodzakelijk dan wel wenselijk om nader te specificeren welke kosten wel en niet gefinancierd kunnen worden via de PCS-kredietlijn?

II Reactie van de Minister

Ik heb met belangstelling kennis genomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD, PVV, CDA, D66, GroenLinks, SP, ChristenUnie, en SGP inzake de geannoteerde agenda van de extra ingeplande vergadering van de Eurogroep van 15 mei 20206 en inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM van 15 mei 20207. Bij de volgorde van de beantwoording is de volgorde van de inbreng van het schriftelijk overleg aangehouden.

Geannoteerde agenda van de extra ingeplande Eurogroep van 15 mei 2020

De leden van de VVD-fractie constateren dat op de agenda voor de Eurogroep van 15 mei a.s. een gedachtewisseling over «economische respons op COVID-19» staat. Wat is de bedoeling van de gedachtewisseling? Wanneer wordt er een voorstel voor een aangepast meerjarig financieel kader (MFK) en voorstel voor een herstelfonds verwacht? Wat is het krachtenveld?

Sinds maart 2020 heeft de Eurogroep meermaals gesproken over de economische implicaties van de COVID-19 uitbraak en beperkende maatregelen. Ook zijn in (inclusief) Eurogroepverband verscheidene noodmaatregelen overeengekomen. Nu in een aanzienlijk aantal landen de eerste beperkende maatregelen geleidelijk opgeheven worden, is het van belang dat ook gekeken wordt naar economisch herstel. Tegen die achtergrond zal de Eurogroep op 15 mei naar verwachting van gedachte wisselen over de laatste economische vooruitzichten en de economische beleidsresponse zowel op nationaal als op Europees niveau.

De onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor 2021–2027 lopen op dit moment nog. Naar verwachting presenteert de Europese Commissie eind mei een nieuw voorstel. De Europese Commissie heeft toegezegd om bij dit voorstel van een aangepast MFK ook een voorstel voor een herstelfonds te presenteren. Voorafgaand aan dit voorstel voeren zij een analyse uit om meer duidelijkheid te krijgen over de economische gevolgen van COVID-19 in de lidstaten, regio’s en sectoren. Over de vormgeving en financiering van dit fonds verschillen de lidstaten van mening. Een aantal lidstaten pleit ervoor het herstelfonds te financieren met leningen om zo giften te kunnen verstrekken. Een ander deel acht lening-gefinancierde giften niet wenselijk. Nederland zal hierbij gezamenlijk blijven optrekken met gelijkgestemde lidstaten.

Voor het kabinet is het van belang dat de inzet van herstelmiddelen ertoe moet leiden dat het concurrentievermogen van alle lidstaten convergeert naar een hoger niveau, dat deze inzet bijdraagt aan de groene en digitale transities en dat het ter ondersteuning hiervan van belang is de interne markt verder te vervolmaken.

Wanneer het nieuwe Commissievoorstel voor het MFK, en het daaraan gerelateerde herstelfonds, is verschenen, zal het kabinet de Kamer een appreciatie toesturen.

Wanneer wordt er een voorstel voor het European instrument for temporary Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE) verwacht, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Voorts vragen deze leden hoe dat voorstel eruitziet en wanneer de Kamer daarover informatie krijgt c.q. wanneer de Kamer het voorstel krijgt voorgelegd. Klopt het dat de einddatum voor dit programma eind 2022 zou zijn? Waarom is hiervoor gekozen? De leden van de VVD-fractie vinden de looptijd van het programma met deze einddatum te lang. Klopt het dat er ook nog de mogelijkheid bestaat om het programma te verlengen met een gekwalificeerde meerderheid? De leden van de VVD-fractie zijn tegen de mogelijkheid om dit programma te kunnen verlengen. De leden van de VVD-fractie zijn in algemene zin van mening dat dit soort besluiten met unanimiteit zou moeten worden genomen, want er zijn financiële consequenties aan verbonden in de vorm van garantstelling.

Op 2 april jl. heeft de Europese Commissie een voorstel voor een verordening inzake een nieuw instrument voor tijdelijke steun om de risico´s op werkloosheid als gevolg van de COVID-19 uitbraak te verzachten gepubliceerd (SURE).8 Op 6 april jl. heeft het kabinet uw Kamermiddels een brief bericht over de kabinetspositie aangaande dit voorstel.9 Het kabinet heeft daarbij onder meer benadrukt dat het instrument tijdelijk zou moeten zijn, niet alleen betrekking zou mogen hebben op uitgaven aan werktijdverkorting maar ook op bijvoorbeeld zorg, en dat, alvorens door de Europese Commissie verzochte aanvullende garanties zouden worden ingeroepen, beschikbare ruimte tussen de plafonds voor het MFK en de plafonds zoals vastgelegd in het Eigenmiddelenbesluit zou moeten worden ingezet. Op 9 april jl. heeft de Eurogroep steun gegeven aan het oprichten van een dergelijk instrument en afspraken gemaakt over enkele aanpassingen van het oorspronkelijke SURE-voorstel, waaronder verdere verankering van de tijdelijkheid. Deze afspraken doen recht aan de Nederlandse inzet. U bent hierover geïnformeerd via het verslag van de Eurogroep van 7 en 9 april jl.10 Op dit moment wordt over de aanpassingen onderhandeld in de relevante werkgroepen.

Het kabinet vindt het belangrijk dat de afspraak van de Eurogroep over het tijdelijke karakter van SURE goed wordt uitgewerkt. Wat het kabinet betreft moet dat gebeuren via het invoegen van een specifieke einddatum, die in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie niet is opgenomen. Vanwege de grote onzekerheid over de duur van de uitbraak van COVID-19 en de economische gevolgen daarvan, vindt het kabinet het belangrijker dat er een niet al te ver in de toekomst liggende einddatum wordt opgenomen, dan dat de datum zo vroeg mogelijk is, met als risico dat de crisis dan nog niet is afgelopen. Het kabinet kan zodoende instemmen met een einddatum van 31 december 2022, waarmee de duur, afhankelijk van de precieze datum van inwerkingtreding van SURE, ca. 2,5 jaar zal beslaan.

SURE wordt opgericht met als rechtsbasis artikel 122 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Voor deze rechtsgrondslag worden besluiten bij gekwalificeerde meerderheid genomen. In de praktijk betekent dit dat het niet te vermijden is dat de uiteindelijke SURE-verordening, en daarmee ook de afgesproken einddatum, met gekwalificeerde meerderheid kan worden aangepast. Om daarom extra waarborgen in te bouwen dat een dergelijke verlenging niet zomaar buiten instemming van Nederland om zal gebeuren, zet het kabinet er daarom op in de beoogde einddatum ook in de aanpalende garantieovereenkomst op te nemen. Voor leningen die onder SURE worden gecommitteerd na de oorspronkelijke einddatum kunnen de garanties van de lidstaten dan niet worden ingeroepen. Ook mogen de garanties niet worden ingeroepen voor leningen gecommitteerd op basis van een gedurende de rit alsnog gewijzigde verordening. In beide gevallen moet dan eerst de bilaterale garantieovereenkomst, waarover Nederland wel zelfstandig kan beslissen, worden aangepast. Het kabinet verwacht dat deze wens kan worden geaccommodeerd. Hiermee zal wat het kabinet betreft de tijdelijkheid van het instrument voldoende verankerd zijn.

De verwachting is niet dat de verordening en de aanpalende garantieovereenkomst nog een keer zullen worden besproken op de Ecofinraad of Eurogroep. Indien de aangepaste verordening en de garantieovereenkomst voldoen aan de bovengeschetste inzet is het kabinet voornemens in te stemmen met de verordening.

De leden van de CDA-fractie vragen de Minister om in de gedachtewisseling met de voorzitters van het Single Supervisory Mechanism (SSM) en het Single Resolution Board (SRB) te informeren naar de stand van de liquiditeit en solvabiliteit van de banken. Deze leden vragen de Minister inzichtelijk te maken welke banken nu in de eerste fase van deze crisis al problemen krijgen en waar er precies gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteit in reeds bestaande wetgeving zoals wordt gesteld in de geannoteerde agenda. De leden van de CDA-fractie delen het vooruitzicht van de Minister om inzicht te krijgen in de rol van het SSM en het SRB maar verzoeken de Minister tevens aan te geven welke rol deze toezichthouders de komende maanden dienen te nemen vanuit Nederlands perspectief.

Nederland is met nationale toezichthouders (DNB en AFM) in continue dialoog over de stand van zaken bij banken. Ook wordt in Brusselse werkgroepen regelmatig met het SSM en de SRB gesproken over waar zij risico’s zien in de financiële sector en hoe deze het beste aangepakt kunnen worden. Het is onduidelijk of het gesprek tijdens de Ecofinraad doorgang zal vinden, mocht het gesprek doorgang vinden, dan zal dit het onderwerp van gesprek zijn.

De verslechterende economische omstandigheden zijn ook van invloed op de bancaire sector. Inmiddels laten de cijfers van banken zien dat winsten zijn teruggelopen of verlies werd gemaakt in het voorbije kwartaal. Banken moeten immers aanvullende voorzieningen aanleggen om tegenvallers op te vangen. Sommige Europese banken hadden al voor COVID-19 te maken met structurele uitdagingen, waaronder lage winstgevendheid en hoge aantallen probleemleningen. Juist zij zijn nu kwetsbaar.

In het algemeen geldt dat de Nederlandse bankensector er relatief goed voorstaat en op dit moment daardoor een faciliterende rol kan spelen om de reële economie te ondersteunen, bijvoorbeeld door uitstel van betaling te verlenen aan klanten in moeilijkheden. Overheden nemen maatregelen om problemen in de reële economie zo veel als mogelijk te mitigeren, daarmee wordt ook voorkomen dat verliezen al te veel neerslaan bij de financiële sector.

Toezichthouders hebben maatregelen getroffen om banken hierin te faciliteren. Bij het betrachten van flexibiliteit in reeds bestaande wetgeving kan onder meer gedacht worden aan de beslissing van het SSM om operationele lasten voor banken te beperken, om Europese regelgeving die banken meer ruimte geeft om kapitaal efficiënt te alloceren, het besluit van DNB om de systeembuffers tijdelijk te verlagen en het besluit van de SRB om banken meer tijd te verlenen om bail-inbare schuld op te halen. Ook het verruimde ECB-instrumentarium stimuleert de kredietverlening. Zo zijn onderpandvereisten versoepeld zodat banken gemakkelijker bij de ECB kunnen aankloppen. Dat draagt eraan bij dat banken op dit moment voldoende toegang hebben tot financiering.

Financiële instellingen zijn eerst zelf aan zet om eventuele problemen als gevolg van COVID-19 op te vangen. Toezichthouders zoals het SSM monitoren de situatie continue als onderdeel van doorlopend toezicht en kijken daarbij zowel naar solvabiliteit als liquiditeit. Daarbij is nu ook aanvullende aandacht voor risico’s als gevolg van COVID-19. Het SSM kan ook actie ondernemen indien nodig. Zo kan het SSM bijvoorbeeld extra voorzieningen vereisen op slechte leningen, of de bank vragen extra kapitaal op te halen. Mochten grote banken in zwaarder weer komen dan kan de SRB er voor zorgen dat kritieke functies bij een bank overeind blijven. Hiervoor heeft de SRB vooraf plannen opgesteld, en hebben banken buffers opgebouwd om verliezen zoveel als mogelijk privaat te kunnen opvangen. Wel geldt dat de SRB bij uitvoering van resolutie goed weet wat eventuele risico’s zijn voor het (het vertrouwen in) de stabiliteit van het financieel stelsel of de reële economie. Het in resolutie brengen van een bank kan immers bredere negatieve uitstralingseffecten hebben. In extremere scenario’s bestaan er daarom ook nog altijd mogelijkheden voor overheden om orde op zaken te stellen.

De leden van de CDA-fractie verzoeken de regering ook een toelichting te geven op de tijdelijkheid van SURE. Zij begrijpen dat in de teksten die voorliggen er een mogelijkheid is om het SURE-programma met gekwalificeerde meerderheid te verlengen. De leden van de CDA herinneren het kabinet eraan dat de afspraak echt is dat dit programma tijdelijk is, en wel twee jaar. Kan het kabinet helder aangeven dat dit programma echt tijdelijk is en dat het niet buiten Nederland om verlengd kan worden?

In de Eurogroep van 7 en 9 april jl. zijn afspraken gemaakt om het SURE-voorstel een tijdelijk karakter te geven, conform de Nederlandse inzet zoals uiteengezet in de kamerbrief van 6 april jl. over SURE.11 Mede ten behoeve van het implementeren van deze afspraak wordt momenteel onderhandeld in de relevante werkgroepen over aanpassingen in de door de Europese Commissie voorgestelde verordening.

Zoals reeds aangegeven in de beantwoording van dit schriftelijk overleg vindt het kabinet het belangrijk dat de afspraak van de Eurogroep van 7 en 9 april jl. over het tijdelijke karakter van SURE goed wordt uitgewerkt. Wat het kabinet betreft moet dat gebeuren via het invoegen van een specifieke einddatum, die in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie niet is opgenomen. Vanwege de grote onzekerheid over de duur van de uitbraak van COVID-19 en de economische gevolgen daarvan vindt het kabinet het belangrijker dat er een niet al te ver in de toekomst liggende einddatum wordt opgenomen, dan dat de datum zo vroeg mogelijk is, met als risico dat de crisis dan nog niet is afgelopen. Het kabinet kan zodoende instemmen met een einddatum van 31 december 2022, waarmee de duur, afhankelijk van de precieze datum van inwerkintreding van SURE, ca. 2,5 jaar zal beslaan.

SURE wordt opgericht met als rechtsbasis artikel 122 van het VWEU. Voor deze rechtsgrondslag worden besluiten bij gekwalificeerde meerderheid genomen. In de praktijk betekent dit dat het niet te vermijden is dat de uiteindelijke SURE-verordening, en daarmee ook de afgesproken einddatum, met gekwalificeerde meerderheid kan worden aangepast. Om daarom extra waarborgen in te bouwen dat een dergelijke verlenging niet zomaar buiten instemming van Nederland om zal gebeuren, zet het kabinet er daarom op in de beoogde einddatum ook in de aanpalende garantieovereenkomst op te nemen. Voor leningen die onder SURE worden gecommitteerd na de oorspronkelijke einddatum kunnen de garanties van de lidstaten dan niet worden ingeroepen. Ook mogen de garanties niet worden ingeroepen voor leningen gecommitteerd op basis van een gedurende de rit alsnog gewijzigde verordening. In beide gevallen moet dan eerst de bilaterale garantieovereenkomst, waarover Nederland wel zelfstandig kan beslissen, worden aangepast. Het kabinet verwacht dat deze wens kan worden geaccommodeerd. Hiermee zal wat het kabinet betreft de tijdelijkheid van het instrument voldoende verankerd zijn.

De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wanneer hij de nieuwe voorstellen van de Commissie over het MFK verwacht. De leden vragen dit, omdat er wel wordt gesproken over economisch herstel en de rol die nieuwe MFK-voorstellen daarbij kunnen spelen. Zij willen graag een precies antwoord op de vraag wat de verschillende landen nu vragen, ook voor een recovery fund, en wat Nederland heeft aangegeven als rode lijn.

De Europese Commissie zal naar verwachting eind mei een aangepast voorstel voor het MFK en het daaraan gerelateerde herstelfonds publiceren. De exacte datum is nog onbekend. Wanneer de nieuwe voorstellen zijn verschenen, zal het kabinet de Kamer een appreciatie toesturen.

Afhankelijk van de inhoud van deze voorstellen, zal het kabinet bezien of, en zo ja, op welke aspecten een aanpassing van de Nederlandse onderhandelingsinzet voor het volgende MFK nodig is.

Met betrekking tot het herstelfonds is het voor Nederland van belang dat de inzet van herstelmiddelen ertoe moet leiden dat het concurrentievermogen van alle lidstaten convergeert naar een hoger niveau, dat deze inzet bijdraagt aan de groene en digitale transities en dat het ter ondersteuning hiervan van belang is de interne markt verder te vervolmaken. Verder hecht het kabinet eraan dat eventuele aanvullende financiering volgt op een impactanalyse van de Europese Commissie en dat investeringen gericht zijn op de hardst geraakte sectoren en gebieden. Daarbij dienen lidstaten hervormingen te ondernemen om hun veerkracht en groeivermogen te vergroten om aanspraak te kunnen maken op middelen. De leden van de Europese Raad hebben op 23 april geconcludeerd dat die grondige impactanalyse van de Europese Commissie er komt. Over hoe dit fonds zou moeten worden gefinancierd en vormgegeven, verschillen de verschillende lidstaten nog van mening. Een aantal lidstaten pleit ervoor het herstelfonds te financieren met leningen om zo giften te kunnen verstrekken. Een ander deel acht lening-gefinancierde giften niet wenselijk. Nederland zal hierop gezamenlijk blijven optrekken met gelijkgestemde lidstaten.

De leden van de CDA-fractie zijn beducht dat alle staatsschuld van landen, via via, Europees gefinancierd wordt. Zij zouden graag van de regering een overzicht ontvangen van de staatsschuld van Griekenland, Italië en Portugal en voor elk van dat land willen weten hoeveel geld van de staatsschuld gefinancierd is via Europese Fondsen (Europees financieel stabilisatiemechanisme – EFSM, Europees Stabiliteitsmechanisme – ESM, etc.) en hoeveel van de staatsschuld in handen is van het stelsel van Europese centrale banken.

Volgens de meest recente cijfers van Eurostat bedraagt de staatschuld van Italië, Griekenland en Portugal in het laatste kwartaal van 2019 respectievelijk EUR 2.410 mld., EUR 331 mld. en EUR 250 mld.12 Er is op dit moment geen sprake van uitstaande leningen aan Italië via Europese fondsen. De uitstaande leningen aan Griekenland zijn drievoudig: EUR 53,9 mld. staat uit via de Greek Loan Facility, EUR 130,9 mld. via het Europees Financieel Stabiliteitsmechanisme (EFSM) en EUR 59,9 mld. via het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Aan Portugal staat nog EUR 24 mld. uit via de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) en EUR 24,3 mld. via het EFSM.

De ECB publiceert maandelijks een overzicht van de aankopen die door het Eurosysteem binnen het Asset Purchase Programme (APP) zijn gedaan.13 Eén van de vier onderdelen van het APP is het Public Sector Purchase Programme (PSPP) waarbinnen door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen worden gekocht, met name staatsobligaties. Volgens het overzicht van de ECB bedragen de totale aankopen die zijn gedaan binnen het PSPP voor Italië EUR 393,38 mld. en voor Portugal EUR 42,65 mld.14 Griekse staatsobligaties komen niet in aanmerking voor het PSPP. De ECB koopt sinds 26 maart 2020 ook obligaties binnen het Pandemic Emergency Purchase Progamme (PEPP). Het PEPP is ingesteld in respons op de COVID-19 uitbraak en de totale omvang van het PEPP bedraagt EUR 750 mld. Volgens de ECB heeft het Eurosysteem tussen 26 maart 2020 en 8 mei 2020 voor EUR 152,91 mld. aan aankopen gedaan binnen het PEPP.15 De verdeling van deze aankopen tussen de verschillende activacategorieën die aanmerking komen voor het PEPP, waaronder staatsobligaties van Italië, Griekenland en Portugal, is door de ECB nog niet bekend gemaakt. ECB-president Lagarde heeft tijdens de persconferentie van 30 april 2020 aangeven dat deze data op een tweemaandelijkse basis zal worden gepubliceerd. De publicatie van deze data volgt waarschijnlijk in de eerste week van juni. Tot slot heeft het Eurosysteem tussen 2010 en 2012 Italiaanse, Griekse en Portugese staatsobligaties gekocht onder het Securities Markets Programme (SMP). Per 31 december 2019 bestaan de SMP-holdings van het Eurosysteem nog uit EUR 27,1 mld. voor Italië, EUR 3,2 mld. voor Griekenland en EUR 3,9 mld. voor Portugal.16 Deze holdings lopen sinds 2012 af.

Ten slotte vragen de leden van de CDA-fractie de Minister kort in te gaan op het conflict tussen het Duitse en Europese recht aangaande de rechtsgeldigheid van het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze leden vragen de Minister of hij het standpunt van de voorzitter van de Europese Commissie wel of niet deelt dat het Europese recht altijd prevaleert boven het nationale recht en de uitspraak van het Duitse hoger gerechtshof alleen betrekking heeft op de Duitse Centrale Bank. Mag Duitsland haar eigen Grondwet handhaven of mag de Europese rechter er overheen? En vindt de Nederlandse regering dat de ECB binnen haar mandaat handelt, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Het Hof in Luxemburg lijkt het aan de ECB over te laten om dat zelf te checken. Als dat zo blijft, aan wie is het dan ultiem om te controleren of de ECB zich aan haar mandaat houdt, zo vragen deze leden.

Tijdens de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer op 6 mei jl. is verzocht om een reactie te zenden op de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht (BVerfG) over het Public Sector Purchase Programme (PSPP) van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze reactie heb ik reeds naar uw Kamer gestuurd. Gelet op het feit dat het hier een rechterlijke uitspraak betreft, dat het een uitspraak betreft van een nationaal hof in een andere lidstaat van de Europese Unie, en dat de nationale zaak ziet op het handelen van onafhankelijke EU-instellingen, heb ik het niet passend geacht om inhoudelijk te reageren op deze uitspraak. Daarom heb ik in de Kamerbief de uitspraak enkel beschreven in samenvattende vorm.

Naar aanleiding van uw vraag betreffende het persbericht van de voorzitter van de Europese Commissie op 11 mei jl., benadrukt het kabinet in algemene zin het belang van de naleving van de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU). De Unie is een rechtsgemeenschap gebaseerd op de Unieverdragen en op grond van het attributiebeginsel mag de Unie dan ook enkel handelen binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten in de Verdragen zijn toegedeeld (art. 5(2) VEU). Dat geldt ook voor de ECB en voor het Hof van Justitie van de Europese Unie, onafhankelijke instellingen van de EU (art. 13(2) VEU). Hieruit vloeit voort dat zowel de EU-instellingen als de lidstaten de verplichtingen die voortvloeien uit de Verdragen dienen te respecteren. Het Europese Hof van Justitie is bevoegd om het Verdrag te interpreteren en te bepalen of de instrumenten die de ECB hanteert binnen het mandaat vallen. Het is dan ook niet aan het kabinet om precies uiteen te zetten wanneer de ECB binnen het mandaat handelt.17

Een uitspraak van het BVerfG is bindend voor de Duitse regering, het Duitse parlement (Bundestag) en de Duitse nationale centrale bank (Bundesbank). De nationale uitspraak is niet bindend voor de ECB en ook niet voor regeringen, parlementen en nationale centrale banken van andere Eurolanden.

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat berekeningen laten zien dat de noemer (economische groei) in veel Europese landen in 2020 en 2021 een veel substantiëlere bijdrage zal leveren aan verhoging van schuld-/bbp-niveaus dan de teller (financieringstekorten cumulerend in hogere absolute schuldniveaus).18 Deze leden vragen de Minister wat volgens hem de implicaties hiervan zijn voor het te voeren macro-economische beleid in de eurozone tijdens en na de crisis. Vindt de Minister het macro-economisch gezien logisch en verstandig dat lidstaten primair inzetten op en gefaciliteerd worden in het doen van investeringen die evident het groeipotentieel van lidstaten post-crisis verhogen?

Het macro-economisch beleid in de Eurozone dient primair gericht te zijn op het stimuleren van groei en het waarborgen van stabiliteit. Prudent begrotingsbeleid en structurele hervormingen kunnen het groeipotentieel verhogen en de veerkracht van de economie vergroten. Tijdens een crisis kan – afhankelijk van het type crisis – begrotingsbeleid een belangrijke rol spelen. Bij een vraagschok dient macro-economisch beleid met name gericht te zijn op stabilisatie. Nu er sprake is van een gecombineerde vraag- en aanbodschok, ligt het voor de hand dat lidstaten expansief begrotingsbeleid voeren. Hier worden lidstaten ook in gefaciliteerd door de toepassing van de algemene ontsnappingsclausule van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) dat Nederland volledig heeft ondersteund. Het doen van investeringen die evident leiden tot een hoger groeipotentieel acht ik in algemene zin verstandig, mits hier voldoende budgettaire ruimte voor is met oog op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en mits dit binnen de regels van het SGP valt.

Ziet de Minister ook dat het te veel inzetten op het reduceren van de teller via bezuinigingen ten koste kan gaan van het vergroten van de noemer? Hoe beziet de Minister in dit licht de constatering van de Europese Commissie dat de Stabiliteits- en Groeipact (SGP)-regels tot nu toe, juist daar waar het om hervormingen en bezuinigingen ging, een anticyclische werking hebben gehad en schuldniveaus juist verslechterden, zo vragen de leden van de fractie van GroenLinks.

Potentiële groei wordt primair aangedreven door investeringen en niet door lopende uitgaven. In algemene zin hoeven bezuinigingen niet per se te leiden tot een verlaging van de potentiële groei. Zo kunnen bezuinigingen toezien op een verlaging van de lopende uitgaven terwijl investeringen op peil blijven. Volledige naleving van het Stabiliteits-en Groeipact (SGP) leidt per definitie tot anticyclisch begrotingsbeleid en een schuldquote die tendeert naar 60% bbp. Verslechtering van schuldniveaus en procyclisch beleid is het resultaat van onvoldoende naleving van het SGP. Daarbij geldt dat in deze situatie, zoals in de vorige vraag beschreven van een gecombineerde vraag- en aanbodschok expansief begrotingsbeleid voor de hand ligt en Nederland daarom volledig heeft ondersteund dat de algemene ontspanningsclausule van het SGP is toegepast.

Deze leden vragen de Minister daarnaast in te gaan op de vraag welke economische lessen hij leert uit de effectiviteit van het hervormingsbeleid dat naar aanleiding van de afgelopen eurocrisis opgelegd is aan Griekenland.

Griekenland is financieel en economisch sterker de crisis uitgekomen, evenals de andere voormalig programmalanden. Dit is in grote mate te danken aan de macro-economische hervormingen die Griekenland heeft doorgevoerd onder de verschillende lening-programma’s.19 Dergelijke hervormingen zijn cruciaal voor het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het verbeteren van het nationaal begrotingsraamwerk en het generen van duurzame economische groei op de middellange termijn.

Zoals ik de Kamer eerder heb geïnformeerd loopt er momenteel een evaluatie over de financiële steun aan Griekenland die is verleend door het EFSF en het ESM.20 Na het verschijnen van deze evaluatie zal ik van deze gelegenheid gebruik maken om de Kamer nader te informeren over de geleerde lessen.

De leden van de GroenLinks-fractie wijzen erop dat een asymmetrie is ontstaan in de mate waarin verschillende eurozonelidstaten economisch gezien in staat zijn en de ruimte voelen om extra schulden aan te gaan. Landen als Duitsland en Nederland zijn in staat relatief gezien substantieel meer crisisuitgaven te doen dan landen als Italië en Spanje. Enerzijds laat dit natuurlijk zien dat het voordeliger is met een laag schuldniveau aan een crisis te beginnen dan met een hoog schuldniveau. Anderzijds vraagt de toekomstige weerbaarheid van de eurozone om een situatie waarin lidstaten ondanks hun uiteenlopende economische situaties economisch symmetrisch kunnen herstellen. De leden van de GroenLinks-fractie vragen welke randvoorwaarden de Minister wil inbouwen om te waarborgen dat zijn inzet voor structurele hervormingen niet tot een asymmetrisch herstel van eurozonelidstaten leidt.

Het doorvoeren van structurele hervormingen draagt bij aan de weerbaarheid en het groeipotentieel van een economie. Ik zie geen reden waarom dergelijke hervormingen zouden leiden tot asymmetrisch herstel.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de Minister het met de leden van de GroenLinks-fractie eens is dat er een afruil bestaat tussen de mate waarin eurozonelidstaten in gemeenschappelijkheid fiscaal interveniëren en de mate waarin de ECB via het opkopen van staatsobligaties de facto als achtervang van de eurozone moet fungeren. Deze leden vragen bovendien of de Minister het met de leden van de GroenLinks-fractie eens is dat een minimalistische invulling van de PCS-kredietlijn enkel gefocust op directe en indirecte gezondheidskosten eraan bijdraagt dat de ECB een grotere interveniërende rol moet spelen om rust op financiële markten te bewaren. Zij vragen de Minister of hij het met deze leden eens is dat er aan een grotere rol voor de ECB institutionele risico’s verbonden zijn, bijvoorbeeld doordat de handelingsvrijheid van de ECB vanuit juridisch perspectief onder druk komt te staan.

De ECB heeft verschillende maatregelen genomen om de economische gevolgen van COVID-19 te mitigeren. De ECB richt zich daarbij op het verruimen van de financiële omstandigheden in de eurozone als geheel en poogt hiermee de economische activiteit te stimuleren. Dit doet de ECB onder andere door overheids- en bedrijfsobligaties op te kopen. Daarnaast verstrekt de ECB ook extra liquiditeit aan banken om de kredietverlening te stimuleren. De voorwaarden waartegen banken liquiditeit aan kunnen trekken bij de ECB worden aantrekkelijker naarmate banken meer uitlenen aan bedrijven en consumenten. Het is aan de ECB om onafhankelijk te beslissen over de meest doeltreffende en doelmatige benadering om aan haar mandaat van prijsstabiliteit te voldoen.

Daarnaast spelen nationale overheden binnen de eurozone ook een belangrijke rol in het bestrijden van de negatieve economische gevolgen van COVID-19. Landen hebben binnen de eurozone op 16 maart afgesproken om alle noodzakelijke instrumenten te gebruiken om de negatieve gevolgen van COVID-19 te beperken. Nationale overheden in de eurozone hebben gerichte maatregelen genomen om de reële economie te ondersteunen, zoals het uitstellen van belastingen en het verstrekken van kredietgaranties. Sommige van deze maatregelen ondersteunen het beleid van de ECB. Zo vergroten kredietgaranties de kans dat banken de extra liquiditeit van de ECB doorzetten naar bedrijven in deze onzekere periode.

Er is in die zin geen sprake van een afruil tussen het beleid van de overheden en de ECB om de negatieve effecten van COVID-19 te mitigeren. Beide actoren nemen gepaste maatregelen binnen hun eigen bevoegdheden. Op terreinen kunnen deze maatregelen elkaar versterken.

Het ECB bepaalt in onafhankelijkheid welke beleidsmaatregelen ze neemt om haar mandaat van prijsstabiliteit te bewerkstelligen. Door middel van zogenaamde Outright Monetary Transactions (OMT) kan het Eurosysteem gericht staatsobligaties aankopen met een looptijd van 1 tot 3 jaar op de secundaire markt. Volgens de ECB is een noodzakelijke voorwaarde voor OMT een strikte en doeltreffende voorwaardelijkheid gekoppeld aan een passend EFSF/ESM-programma. Dergelijke programma’s kunnen de vorm aannemen van een volledig EFSF/ESM macro-economisch aanpassingsprogramma of een op voorzorg gericht programma (kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden – «Enhanced Conditions Credit Line»), op voorwaarde dat zij de mogelijkheid bieden tot EFSF/ESM-aankopen op de primaire markt. De ECB beslist in onafhankelijkheid of zij door middel van OMT obligaties aankoopt. Het is daarom op voorhand niet duidelijk welke invloed de invulling van een ESM-instrument heeft op de beslissing van de ECB om het OMT toe te passen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 16 juni 2015 een uitspraak gedaan over het OMT en heeft daarbij aangegeven dat OMT binnen het mandaat van de ECB valt en niet strijdig is met het verbod op monetaire financiering.

De leden van de SP-fractie danken de regering voor de geannoteerde agenda en vragen de Minister wat nodig is voor herstel van de eurozone en welke middelen hij wel en niet schuwt. Is er een inschatting te maken van wat er nodig is aan nieuw geld, aan leningen en aan giften om in de Europese Unie tot economisch herstel te komen? De leden van de SP-fractie ergeren zich aan de grote bedragen die overal worden rondgestrooid zonder dat duidelijk is wat er nodig is, of zonder dat duidelijk is wat voor financiering het betreft. Kan de Minister begrijpen dat mensen afhaken als er telkens met 1000 miljard of zelfs meer wordt geschermd om ergens te kunnen komen? Dit betreft overigens niet alleen de bedragen die in het kader van de COVID-19-crisis worden genoemd, maar ook als het gaat om de Green deal. Is het mogelijk om in de Eurogroep aan te geven dat draagvlak voor het inzetten het beleid gebaat is bij eerlijkheid, openheid, transparantie over wat nodig is en niet het overbieden met reddingsbedragen? Kan de Minister hierop reageren?

De COVID-19 crisis is een uitzonderlijke crisis die vraagt om uitzonderlijke maatregelen. Nederland heeft zodoende ook op 17 maart jl. een groot pakket aan maatregelen aangekondigd om de economische gevolgen van COVID-19 te mitigeren en economische groei en werkgelegenheid te ondersteunen. Hierover is de Kamer geïnformeerd middels de Kamerbrief Noodpakket banen en economie.21 Ook zijn op Europees niveau afspraken gemaakt om de economische gevolgen van de COVID-19 uitbraak te adresseren. Zo zijn tijdens de Eurogroep van 7 en 9 april jl. verschillende Europese beleidsmaatregelen overeengekomen.22 Het kabinet is tevreden over dit overeengekomen pakket aan maatregelen. Ze vormen een goede balans tussen wat solidair en verstandig is, complementeren de genomen nationale maatregelen en zijn conform de inzet van het kabinet.

De leden van de Europese Raad hebben tijdens de videoconferentie op 23 april jl. het tijdens de Eurogroep van 7 en 9 april overeengekomen pakket aan maatregelen verwelkomd.23 De leden van de Europese Raad hebben toen eveneens de recovery roadmap van de voorzitters van de Europese Commissie en de Europese Raad verwelkomd. Er was daarnaast overeenstemming dat er gewerkt moet worden aan het opzetten van een herstelfonds. Hierover hebben de leden van de Europese Raad geconcludeerd dat er eerst een grondige impactanalyse nodig is om meer duidelijkheid te hebben over de economische gevolgen van COVID-19 in de lidstaten en regio’s.24 De Europese Commissie zal deze analyse uitvoeren en vervolgens een voorstel doen voor een aangepast Meerjarig Financieel Kader (MFK) met daarbij een voorstel voor een herstelfonds.

Het kabinet hecht eraan dat eventuele aanvullende financiering volgt op een impactanalyse van de Europese Commissie en dat maatregelen gericht zijn op de hardst geraakte sectoren en gebieden. Daarbij dienen lidstaten hervormingen te ondernemen om hun veerkracht en groeivermogen te vergroten om aanspraak te kunnen maken op middelen. De leden van de Europese Raad hebben op 23 april jl. geconcludeerd dat die grondige impactanalyse van de Europese Commissie er komt.

Voor Nederland is het belangrijk dat er in dit kader vooral wordt gekeken naar mogelijkheden om de Europese economie veerkrachtiger en weerbaarder te maken op de middellange termijn, rekening houdend met de transities op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. Verder is het volgens het kabinet evident dat eerlijkheid, openheid en transparantie belangrijke elementen zijn binnen Europese besluitvorming. Wanneer het nieuwe Commissievoorstel voor het MFK en het daaraan gerelateerde herstelfonds is verschenen, zal het kabinet het parlement een appreciatie toesturen.

De leden van de SP-fractie vragen de Minister voorts hoe het verdere verloop zal zijn richting het herstelfonds en de recovery roadmap. Wanneer is besluitvorming verwacht? Welke zaken zijn voor Nederland van belang? Hoe liggen de verhoudingen binnen de Eurogroep en de Europese Raad? Waar staat Nederland alleen, waar kunnen we optrekken met anderen?

De Europese Commissie zal naar verwachting eind mei een aangepast voorstel voor het MFK en het daaraan gerelateerde herstelfonds publiceren. De exacte datum is nog onbekend. Wanneer de nieuwe voorstellen zijn verschenen, zal het kabinet uw Kamer een appreciatie toesturen. Over het moment van verdere besluitvorming is op dit moment nog niets bekend.

Met betrekking tot het herstelfonds is het voor het kabinet van belang dat de inzet van herstelmiddelen ertoe moet leiden dat het concurrentievermogen van alle lidstaten convergeert naar een hoger niveau, dat deze inzet bijdraagt aan de groene en digitale transities en dat het ter ondersteuning hiervan van belang is de interne markt verder te vervolmaken. Veel lidstaten delen deze inzet. Verder hecht het kabinet eraan dat eventuele aanvullende financiering volgt op een impactanalyse van de Europese Commissie en dat maatregelen gericht zijn op de hardst geraakte sectoren en gebieden. Daarbij dienen lidstaten hervormingen te ondernemen om hun veerkracht en groeivermogen te vergroten om aanspraak te kunnen maken op middelen. De leden van de Europese Raad hebben op 23 april jl. geconcludeerd dat die grondige impactanalyse van de Europese Commissie er komt. Over hoe dit fonds zou moeten worden gefinancierd en vormgegeven, verschillen de verschillende lidstaten nog van mening. Een aantal lidstaten pleit ervoor het herstelfonds te financieren met leningen om zo giften te kunnen verstrekken. Een ander deelacht lening-gefinancierde giften niet wenselijk. Nederland zal hierop gezamenlijk blijven optrekken met gelijkgestemde lidstaten.

De leden van de SP-fractie vragen de Minister ook om een bespiegeling te geven van wat er nodig is om de Eurozone niet in een financiële crisis te doen belanden na de economische klap van alle lockdowns. Wat ziet hij als de beste voorbereiding om een financiële of eurocrisis af te wenden? Hoe ziet de Minister de enorme explosie aan schulden en het herstel nadat de crisis over is?

De COVID-19 crisis zal ook grote economische gevolgen hebben. Om deze gevolgen op te vangen zijn verschillende maatregelen genomen zowel op Europees als op nationaal niveau. Dat zal leiden tot een verhoging van schuldquotes in alle Europese lidstaten. Deze zullen op termijn weer afgebouwd moeten worden om buffers op te bouwen. Daarnaast is het van belang dat lidstaten structurele hervormingen doorvoeren die economieën veerkrachtiger maken en het groeipotentieel vergroten.

De leden van de SGP-fractie vragen of er al meer bekend is over de termijn waarop de Europese Commissie met het voorstel zal komen voor een aangepast MFK en het herstelfonds. Is het kabinet voornemens om tijdens de Eurogroep reeds haar positie in dezen kenbaar te maken? Tevens vragen de leden van de SGP-fractie of het kabinet het met deze leden eens is dat ook binnen de huidige opzet van het MFK reeds ruime mogelijkheden bestaan om economisch herstel te ondersteunen, bijvoorbeeld door de inzet van cohesiefondsen.

De onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader voor 2021–2027 lopen op dit moment nog. Naar verwachting presenteert de Europese Commissie eind mei een nieuw voorstel. Wanneer het nieuwe Commissievoorstel voor het MFK, en het daaraan gerelateerde herstelfonds, is verschenen, zal het kabinet de Kamer een appreciatie toesturen.

Zoals reeds aangegeven in de beantwoording van dit schriftelijk overleg is het voor Nederland van belang met betrekking tot het herstelfonds dat de inzet van herstelmiddelen ertoe moet leiden dat het concurrentievermogen van alle lidstaten convergeert naar een hoger niveau, dat deze inzet bijdraagt aan de groene en digitale transities en dat het ter ondersteuning hiervan van belang is de interne markt verder te vervolmaken. Veel lidstaten delen deze inzet. Verder hecht Nederland eraan dat eventuele aanvullende financiering volgt op een impactanalyse van de Europese Commissie en dat maatregelen gericht zijn op de hardst geraakte sectoren en gebieden. Daarbij dienen lidstaten hervormingen te ondernemen om hun veerkracht en groeivermogen te vergroten om aanspraak te kunnen maken op middelen. De leden van de Europese Raad hebben op 23 april jl. geconcludeerd dat die grondige impactanalyse van de Europese Commissie er komt. Over hoe dit fonds zou moeten worden gefinancierd en vormgegeven, verschillen de verschillende lidstaten nog van mening. Een aantal lidstaten pleit ervoor het herstelfonds te financieren met leningen om zo giften te kunnen verstrekken. Een ander deelacht lening-gefinancierde giften niet wenselijk. Nederland zal hierop gezamenlijk blijven optrekken met gelijkgestemde lidstaten.

Het kabinet ziet binnen de huidige opzet van het MFK mogelijkheden om economisch herstel van Europa te financieren, bijvoorbeeld middels herprioritering. Daarom hecht het kabinet ook zeer aan de door de Europese Commissie toegezegde impactanalyse om de noodzaak van aanvullende middelen te bepalen.

De leden van de SGP-fractie vragen of tijdens de Eurogroep ook gesproken gaat worden over het SURE-programma voor leningen bij deeltijd-WW. En is het kabinet voornemens om hier kritische kanttekeningen bij te maken, zeker nu blijkt dat dit programma pas eind 2022 afloopt, met een clausule waarmee eenvoudig een verlenging gerealiseerd kan worden? Is het kabinet van plan om tijdens deze Eurogroep de termijn van dit programma ter discussie te stellen, zodat, mocht dit programma doorgang vinden, het programma in ieder geval een meer tijdelijk karakter krijgt?

Komende Eurogroep zal naar verwachting niet worden gesproken over SURE. De Eurogroep heeft op 9 april jl. afgesproken dat SURE een tijdelijk instrument zal zijn. U bent hierover geïnformeerd via het verslag van de Eurogroep van 9 april jl.25 Mede ten behoeve van het implementeren van deze afspraak wordt momenteel onderhandeld in de relevante werkgroepen over aanpassingen in de door de Europese Commissie voorgestelde verordening.

Wat het kabinet betreft moet de tijdelijkheid worden verankerd via het invoegen van een specifieke einddatum, die in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie niet is opgenomen. Vanwege de grote onzekerheid over de duur van de uitbraak van COVID-19 en de economische gevolgen daarvan, vindt het kabinet het belangrijker dat er een niet al te ver in de toekomst liggende einddatum wordt opgenomen, dan dat de datum zo vroeg mogelijk is, met als risico dat de crisis dan nog niet is afgelopen. Het kabinet kan zodoende instemmen met een einddatum van 31 december 2022, waarmee de duur, afhankelijk van de precieze datum van inwerkintreding van SURE, ca. 2,5 jaar zal beslaan. Indien het uitgewerkte voorstel voldoet aan deze inzet is Nederland voornemens met de verordening in te stemmen.

Vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM over de Pandemic Crisis Support kredietlijn van 15 mei 2020

De leden van de VVD-fractie hebben in de geannoteerde agenda van de extra ingelaste eurogroep van 8 mei jl. bij het agendapunt «ESM-kredietlijn Pandemic Crisis Support» gelezen dat de aard van de bespreking een «gedachtewisseling» is. In de brief van 11 mei jl. voor de vergadering van de Raad van Gouverneurs lezen de leden van de VVD-fractie dat er overeenstemming is bereikt over de kernmerken van de PCS-kredietlijn. Hoe is «overeenstemming bereiken» te rijmen met de omschrijving «gedachtewisseling»? Welke ruimte is er nog om aanpassingen te doen in het voorliggende voorstel? Waarover wordt nog discussie verwacht? Wat is het krachtenveld?

In de geannoteerde agenda van de Eurogroep van 8 mei jl.26 is aangegeven dat gesproken zal worden over de gedetailleerde kenmerken van de ESM-kredietlijn en dat als bij deze Eurogroep overeenstemming wordt bereikt over de kenmerken van de kredietlijn, een vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM zal plaatsvinden om de Pandemic Crisis Support-kredietlijn in principe voor alle lidstaten beschikbaar te stellen. Zoals vermeld in het verslag van de Eurogroep van 8 mei jl., zijn de Ministers van Financiën van de eurolanden in de Eurogroep tot overeenstemming gekomen over de kenmerken van de Pandemic Crisis Support-kredietlijn.27 Deze overeenstemming is conform de inzet van het kabinet en is in lijn met de belangrijke randvoorwaarden die staan weergegeven in de geannoteerde agenda voor deze Eurogroep van 8 mei. De verwachting is dat hetgeen dat in de Eurogroep is overeengekomen, onder voorbehoud van nationale procedures, zonder wijzigingen zal worden aangenomen in de Raad van gouverneurs van het ESM.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de kredietlijn een omvang van 2% bruto binnenlands product van de lidstaten als uitgangspunt zal hebben. Waarop is het percentage van 2% gebaseerd? Is dat percentage niet te hoog?

Het percentage van 2% van het bruto binnenlands product van de lidstaten is gebaseerd op de verwachte kosten die lidstaten zullen maken aan directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Dit percentage is ook opgenomen in het rapport van de Eurogroep van 7 en 9 april jl.28 en van de Eurogroep van 8 mei jl. Het kabinet is van mening dat dit een realistische inschatting is van de kosten die lidstaten zullen maken aan directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis percentage betreft.

De kredietlijn kan ingezet worden ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Dit is redelijk in lijn met de eerdere omschrijving. De leden van de VVD-fractie hadden verwacht dat er nu een nadere invulling zou zijn gekomen van deze omschrijving. Wat valt er precies onder deze omschrijving? Zoals het nu omschreven staat is het volgens de leden van de VVD-fractie een heel ruime en vage omschrijving. Wie bepaalt straks wat er wel en niet onder mag vallen? De leden van de VVD-fractie lezen dat het ook kan gaan om een deel van de totale uitgaven aan gezondheidszorg van de betreffende staat. De leden van de VVD-fractie vinden dat onverstandig; het zou moeten gaan om extra kosten als gevolg van de COVID-19-crisis in het kader van de gezondheidszorg en niet om reguliere begrotingsmiddelen. Is de Minister bereid om dit in de discussie in te brengen? Zo nee, waarom niet?

Zoals aangegeven in mijn brief van maandag 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM is het voor het kabinet van belang dat de PCS-kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. In de Eurogroep heeft Nederland dit consequent uitgedragen en aangegeven dat economische steunmaatregelen niet vallen onder de reikwijdte van de PCS-kredietlijn. Bij een eventuele aanvraag dient gespecifieerd te worden welke kosten een lidstaat wenst te financieren met de PCS-kredietlijn. Dit zorgt voor transparantie met betrekking uitgaven die met deze kredietlijn gepaard gaan en voorkomt dat uitgaven gefinancierd worden die niet binnen de reikwijdte van de PCS-kredietlijn passen. Bij de Eurogroep van 7 en 9 april jl. en de Eurogroep van 8 mei jl. is overeengekomen dat als voorwaarde voor gebruik van de PCS-kredietlijn landen zich eraan committeren om deze te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. Indien de gedefinieerde kosten die worden opgegeven bij een aanvraag voor een individuele PCS- kredietlijn niet in overeenstemming zijn met het bereikte akkoord, kan Nederland niet instemmen met het toekennen van een PCS-kredietlijn.

De leden van de VVD-fractie willen weten hoe wordt voorkomen dat financiële middelen ingezet worden voor andere doeleinden, dan wel dat er door de leningen ruimte wordt geboden voor al te gekke andere uitgaven. Hoe wordt daar de vinger aan de pols gehouden? De leden van de VVD-fractie zien namelijk ook voorstellen van de Italiaanse regering om inwoners met een jaarinkomen tot 35.000 euro een vakantiebonus van 500 euro te geven, terwijl we in Nederland spreken over het uitstel of inleveren van het vakantiegeld om bedrijven lucht te geven. Maar ook dat reizen naar Sicilië deels gratis gaan worden aangeboden als het gaat om overnachtingen en vlucht door de overheid. Wat vindt de Minister van dit soort uitgaven?

De kredietlijn kan alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak. Het Pandemic Response Plan (PRP) en bijbehorende tabel ter controle van de daadwerkelijke uitgavenplannen voorzien hierin. Bij de Eurogroep van 7 en 9 april jl. en de Eurogroep van 8 mei jl. is overeengekomen dat als voorwaarde voor gebruik van de PCS-kredietlijn landen zich eraan committeren om deze te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. Het bekostigen van andere maatregelen (zoals een vakantiebonus), vallen dus niet onder deze PCS-kredietlijn.

De afspraak dat de kredietlijn alleen beschikbaar is voor de duur van de COVID-19-crisis is ingevuld met een einddatum van 31 december 2022. Wat werd/wordt bedoeld met de term «COVID-19-crisis»? In hoeverre gaat het hier om de gezondheidscrisis en de periode dat de gezondheidszorg het niet aankan? Kan de Minister uitsluiten dat hier ook de economische gevolgen en crisis onder vallen? De leden van de VVD-fractie vinden de einddatum van 31 december 2022 veel te ruim en onverstandig. Is de Minister bereid om een kortere termijn in te brengen in de discussie? Zo nee, waarom niet? Is de Minister bereid een knip te maken in de kosten voor de zorg en preventie, en dus voor de directe zorg een kortere termijn in te brengen in de discussie? Zo nee, waarom niet?

De termijn van 31 december 2022 kan ook nog eens worden verlengd met unanimiteit van de Raad van Gouverneurs op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis. Wat wordt verstaan onder dat laatste en waarom is er een mogelijkheid tot een verlenging als de einddatum al zo ver weg ligt?

Voor het kabinet is van belang dat de PCS-kredietlijn alleen beschikbaar is voor de duur van de COVID-19 crisis. Het gaat hierbij om de gezondheidscrisis, niet de duur van de economische gevolgen. Omdat de duur van de COVID-19 crisis voor de nabije toekomst met grote onzekerheid is omgeven, kan Nederland instemmen met een formele einddatum van 31 december 2022. Een eventuele verlenging is enkel mogelijk op basis van unanimiteit van de Raad van gouverneurs van het ESM op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis. Daarbij kan worden gedacht aan medische data over de aanwezigheid van het virus.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de kredietlijn op drie verschillende manieren kan worden vormgegeven: via directe overboeking aan de ontvangende lidstaat (lening), via een directe aankoop van obligaties van een lidstaat op de primaire markt of via een «in-kind» uitkering, waarbij de ontvangende lidstaat schuldtitels ontvangt van het ESM, welke later kunnen worden verkocht. Waarom is voor deze drie manieren gekozen? Wat zijn de gevolgen en voor- en nadelen van deze drie manieren?

Deze drie manieren om financiële steun van het ESM te krijgen beslaan het hele spectrum aan financieringsmogelijkheden die het ESM biedt. Het is uiteindelijk aan landen zelf om een afweging te maken welke vorm van financiering het meest aantrekkelijk is gezien de algehele financieringsstrategie voor de staatsschuld van het betreffende land.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie op basis van de analyse van de schuldhoudbaarheid concludeert dat de publieke schuld op middellange termijn houdbaar is. Wat zijn daarbij concreet de risico’s die worden genoemd? In hoeverre geldt de schuldhoudbaarheid voor alle lidstaten? Dus ook Italië en Spanje? En bij welke publieke schuld zou deze voor een land niet meer houdbaar kunnen zijn?

De Europese Commissie geeft aan dat, vanwege de ongekende aard van de crisis en de onduidelijkheid over de toekomst, de schuldhoudbaarheidsanalyses gedaan zijn onder grotere onzekerheid dan gebruikelijk bij schuldhoudbaarheidsanalyses. Specifiek benoemt de Europese Commissie daarbij de mogelijkheid dat het economisch herstel langzamer op gang zal komen en langer zal duren dan verwacht, en de mogelijkheid van slechter dan verwachte financiële condities. Ook geeft de Europese Commissie aan dat landen in grote mate garanties aan hun bedrijfsleven hebben afgegeven, hetgeen overheidsfinanciën extra kwetsbaar kan maken. Tegelijkertijd kunnen nationale en Europese herstelplannen bijdragen aan een sneller herstel dan verwacht, aldus de Europese Commissie.

De Europese Commissie beoordeelt de schuld voor alle eurozonelanden als houdbaar op de middellange termijn, niettegenstaande bovengenoemde risico’s. De Europese Commissie benoemt daarbij ook diverse factoren die het voor landen mogelijk maken hogere schulden te hebben zonder direct in de problemen te komen, zoals relatief lange looptijden voor bestaande overheidsschuld, historisch lage inleenrentes, de sterke externe posities van een aantal landen en het feit dat de schuld in de meeste landen voor een relatief groot aandeel in handen is van de eigen bevolking. De analyse van de Europese Commissie geeft niet aan wanneer de schuld niet meer houdbaar zal zijn. Een dergelijk oordeel is doorgaans ook niet gebruikelijk bij schuldhoudbaarheidsanalyses.

De leden van de VVD-fractie vinden de toegangscriteria voor de preventieve kredietlijnen van groot belang. De leden willen weten wat wordt bedoeld met criterium 2 en 3 (respectievelijk naleving van de verplichtingen onder het SGP en naleving van de verplichtingen onder de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP)). In hoeverre wordt hierbij gekeken naar de naleving in het verleden, dan wel de mogelijke naleving in de toekomst? Wie beoordeelt dat? Want de leden van de VVD-fractie hebben geen goede ervaring met de beoordeling daarvan door de Europese Commissie in de afgelopen jaren.

Het ESM richtsnoer voor preventieve kredietlijnen29 (artikel 2) stelt dat, om te beoordelen of een land in aanmerking kan komen voor een preventieve kredietlijn, een globale analyse nodig is op basis van zes criteria waaronder onder meer het voldoen aan de verplichtingen onder het stabiliteits- en groeipact (SGP) en het voldoen aan de verplichtingen onder de macro-economische onevenwichtigheden procedure (MEOP). Ten aanzien van het SGP stelt het richtsnoer dat het hebben van een buitensporige tekortprocedure geen belemmering hoeft te vormen voor het verkrijgen van de preventieve kredietlijn zolang een lidstaat zich houdt aan de in kader van deze procedure verkregen in aanbevelingen. Ten aanzien van de MEOP stelt het richtsnoer dat het hebben van een buitensporige onevenwichtighedenprocedure geen belemmering hoeft te vormen voor het verkrijgen van de preventieve kredietlijn zolang een lidstaat zich aan de aanbevelingen voortvloeiende uit die procedure houdt. Momenteel zijn er geen landen in een buitensporige tekortprocedure of een buitensporige onevenwichtighedenprocedure. Daarmee veronderstelt de Europese Commissie dat alle landen aan de verplichtingen voortvloeiende uit SGP en MEOP voldoen.

Het kabinet is, mede in het licht van de door u aangekaarte punten ten aanzien van de uitdagingen aan de naleving, van mening dat de twee criteria erg ruim gedefinieerd zijn, waardoor landen er in het kader van het verkrijgen van een preventieve kredietlijn van het ESM te makkelijk aan voldoen. Voor het aangepaste ESM verdrag heeft het kabinet daarom gedurende de onderhandelingen in 2018 en 2019 afgedwongen dat de twee criteria zullen worden aangescherpt. Een uitgebreid overzicht van de kenmerken van deze aanscherpingen kunt u teruglezen in de verslagen van de Eurogroep en Ecofinraad van 3 en 4 december 201830 alsook van 13 en 14 juni 2019.31 Het kabinet is echter ook van mening dat toegang tot de PCS-kredietlijn niet kan worden beoordeeld op basis van de nieuwe nog niet aangenomen regels.

Criterium 5 betreft de solvabiliteit van de banken. Volgens de ECB voldoen alle banken onder zijn toezicht aan de Europese kapitaalsvereisten voor banken, zoals gesteld in de kapitaalvereistenverordening. In hoeverre kan hieruit ook geconcludeerd worden dat er geen problemen zijn bij die banken? In de afgelopen jaren hebben we namelijk gezien dat verschillende banken in Italië en Spanje toch in de problemen zijn gekomen en gered moesten worden door de overheden. Hoe zit het met de banken die onder nationaal toezicht staan? Welke problemen zitten er nog in de Italiaanse en Spaanse banken op dit moment?

Het richtsnoer van het ESM voor preventieve kredietlijnen stelt dat, om te beoordelen of een land in aanmerking kan komen voor een preventieve kredietlijn, een globale analyse nodig is van of in het land wel of geen sprake is van problemen met de solvabiliteit van banken zodanig dat dit een bedreiging kan zijn voor de financiële stabiliteit in de eurozone. Het is aan de Europese Commissie, in samenwerking met de ECB, om invulling te geven aan een dergelijke analyse. Deze moet onder een zekere tijdsdruk worden gedaan. De Europese Commissie en de ECB hebben het daarbij in deze context niet nodig geacht een uitgebreid overzicht te geven van alle uitdagingen waarmee de bankensector, inclusief banken die niet onder toezicht van de ECB staan, in deze landen geconfronteerd wordt.

Het is zo dat sommige Europese banken structurele uitdagingen kennen (al voor COVID-19) waaronder lage winstgevendheid en hoge aantallen niet-presterende leningen. Zo had de Italiaanse bankensectorlange tijd een verhoogd percentage NPL’s. De afgelopen jaren is dit percentage gedaald. Naast de maatregelen die de EU en individuele overheden hiertoe hebben genomen, hangt het aantal NPL’s ook sterk samen met de economische omstandigheden in een land.

Hoewel Europese overheden maatregelen nemen om economische neergang nu zoveel als mogelijk te mitigeren, ligt het in de rede dat NPL-niveaus in alle Europese landen de komende tijd weer zullen oplopen. COVID-19 zal de Europese economie immers hard raken. Het is daarvoor in de eerste plaats van belang dat banken tijdig en voldoende voorzien als leningen NPL worden. Daarmee zijn ze in staat om eventuele verliezen op te vangen. Zoals ik in beantwoording op vragen van het CDA schreef, is het van belang dat toezichthouders hier oog voor hebben en ingrijpen als dat nodig is. Indien omstandigheden sterk verslechteren hebben resolutieautoriteiten mogelijkheden om kritieke functies te waarborgen.

De leden van de VVD-fractie lezen dat op dit moment onbekend is of landen een aanvraag zullen indienen. Wat is daarvoor de reden? De leden vinden dit op zijn zachtst gezegd wel opmerkelijk, omdat er door verschillende landen nadrukkelijk om hulp is gevraagd en er lang en heftig is gesproken en onderhandeld over dit instrument.

Op 15 mei 2020 ligt het besluit voor in de Raad van gouverneurs van het ESM om de PCS-kredietlijn in principe voor alle lidstaten van de eurozone beschikbaar te stellen. Na het besluit door de Raad van gouverneurs van het ESM kunnen landen, om gebruik te kunnen maken van de PCS-kredietlijn, op individuele basis een concrete aanvraag indienen. Het zal pas nadat lidstaten een aanvraag hebben ingediend duidelijk worden welke lidstaten gebruik gaan maken van de PCS-kredietlijn.

De leden van de PVV-fractie merken allereerst op dat er op 15 mei a.s. een vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM zal plaatsvinden met als doel het besluit te nemen de Pandemic Crisis Support in principe voor alle lidstaten van de eurozone beschikbaar te stellen. De leden van de PVV-fractie willen weten waarom er gesproken wordt van het «in principe» openstellen van deze PCS-kredietlijn voor alle lidstaten. Zijn er dan ook lidstaten waarvoor deze PCS-kredietlijn niet wordt opengesteld? Deze leden ontvangen graag een toelichting.

Na een besluit door de Raad van gouverneurs van het ESM ten aanzien van de PCS-kredietlijn zullen landen om gebruik te kunnen maken van een kredietlijn, op individuele basis een concrete aanvraag moeten indienen. De PCS-kredietlijn zal pas worden toegekend na een daadwerkelijke aanvraag van een lidstaat en het volgen van de aanvraagprocedure, conform artikel 13 van het ESM Verdrag. Na het finaliseren van de vereiste documenten en na instemming van de Raad van gouverneurs van het ESM, komt de PCS-kredietlijn beschikbaar voor een lidstaat. Er zijn geen lidstaten van het ESM uitgesloten van dit akkoord.

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat een verzoek tot het aanvragen van de PCS-kredietlijn mogelijk is tot 31 december 2022. Deze termijn kan met unanimiteit van de Raad van gouverneurs worden verlengd op voorstel van de Managing Director (MD) van het ESM, op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis. Is de Minister het eens met de leden van de PVV-fractie dat de PCS-kredietlijn hierdoor geen tijdelijk karakter meer heeft? Zo neen, waarom niet?

Tevens stellen de leden van de PVV-fractie vast dat Nederland van plan is in te stemmen met een formele einddatum van 31 december 2022. De leden van de PVV-fractie willen weten of Nederland tevens instemt met het gegeven dat deze datum kan worden verlengd.

Zoals aangegeven in de brief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het Europees Stabiliteitsmechanise (ESM), zal de PCS-kredietlijn na 31 december 2022 niet meer beschikbaar zijn. Gezien het onzekere verloop van de COVID-19 crisis en het gebruik van de PCS-kredietlijn is de mogelijkheid voorzien om de beschikbaarheid van de PCS-kredietlijn met unanimiteit te verlengen. De Raad van gouverneurs van het ESM zal zich tegen die tijd mocht dat aan de orde zijn op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis hierover moeten beraadslagen.

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat lidstaten onder een PSC eenmaal per maand een bedrag kunnen trekken uit de kredietlijn, met een omvang van maximaal 15% van de gehele kredietlijn. Indien gewenst geacht kan het ESM ermee instemmen om hiervan af te wijken.

De leden van de PVV-fractie willen weten met hoeveel procent dit verhoogd kan worden door het ESM. Betekent dit dat een lidstaat daarmee ook 100% uit de gehele kredietlijn kan trekken als het ESM hiermee instemt? Op basis van welke voorwaarden kan het ESM hiermee instemmen?

In de leningsvoorwaarden zal worden opgenomen dat het mogelijk is om af te wijken van het maximum van 15% van de PCS-kredietlijn op maandbasis. Indien mogelijk op basis van de liquiditeitspositie van het ESM in een bepaalde maand, kan het ESM in overleg met de ontvangende lidstaat besluiten om in die maand een hoger bedrag uit te keren. Dit zullen naar verwachting beperkte afwijkingen zijn, ook gelet op de planning van het ESM ten aanzien van de uitgifte van schuld, welke rekening houdt met het basisscenario van maximaal 15%.

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat een door het ESM verstrekte kredietlijn uitsluitend mag worden gebruikt voor kosten voor gezondheidszorg, genezing en preventie, om de lidstaat te helpen effectief te reageren op de COVID-19-pandemie. De leden van de PVV-fractie willen weten hoe gecontroleerd wordt of de PCS-kredietlijn daadwerkelijk hiervoor wordt gebruikt en of lidstaten verantwoording zullen afleggen hierover.

Indien een land dat een PCS-kredietlijn is toegekend voor de eerste maal een bedrag daaruit trekt, zal de Europese Commissie een vorm van verscherpt toezicht activeren.32 Op basis van dit verscherpt toezicht zal er op kwartaalbasis een rapport worden opgesteld door de Europese Commissie. De focus van de monitoring en rapportage zal liggen op de daadwerkelijke gebruik van de PCS-kredietlijn om gezondheid gerelateerde kosten te dekken. Dit waarborgt transparantie en verantwoording ten aanzien van de gemaakte kosten onder de PCS-kredietlijn.

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de kredietlijn kan worden gebruikt voor andere indirecte kosten die gerelateerd zijn aan gezondheidszorg, genezing en preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Kan de Minister voorbeelden geven van dergelijke indirecte kosten?

Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat het voor het kabinet van belang is dat de kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven. De leden van de PVV-fractie willen weten of het kabinet van mening is dat de PCS-kredietlijn ook gebruikt mag worden voor deze indirecte kosten.

Het kabinet kan zich vinden in de huidige omschrijving van kosten die gefinancierd kunnen worden onder een PCS-kredietlijn. Zoals ook overeengekomen bij de Eurogroep van 8 mei jl. is een voorwaarde voor gebruik van de PCS-kredietlijn dat landen zich eraan committeren om deze te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. Gezien de brede impact van de COVID-19 crisis op de gezondheidszorg en de verschillen daartussen in de lidstaten, geeft de huidige definitie ruimte om ook indirecte gezondheid gerelateerde kosten te definiëren die zijn ontstaan als een gevolg van de COVID-19 crisis. Wat het kabinet betreft zijn indirecte kosten in ieder geval geen economische steunmaatregelen.

Ten slotte willen de leden van de PVV-fractie weten hoeveel het pakket van de Minister Nederland zowel direct als indirect in totaal zal kosten. Kan de Minister dit uitsplitsen in de Nederlandse bijdrage aan de Europese Investeringsbank (EIB), het ESM en SURE (incl. het Nederlands aandeel hierin)? Klopt het dat de Nederlandse bijdrage aan de EU met 50 miljard euro, oftewel 92 procent, zal stijgen als gevolg van het corona recovery fund?33 Zo nee, met hoeveel zal de Nederlandse bijdrage aan de EU dan stijgen?

Het verstrekken van leningen door het ESM heeft geen direct effect op de Nederlandse begroting. Alle ESM-leden, waaronder Nederland, dragen volgens de kapitaalsleutel van het ESM bij aan het gestorte en het oproepbaar kapitaal. Het Nederlandse aandeel in het gestorte en oproepbaar kapitaal zijn reeds opgenomen in de begroting. Het pakket is voor wat betreft SURE en de EIB nog niet volledig uitgewerkt. De Kamer zal in meer detail worden geïnformeerd over de budgettaire implicaties zodra de onderhandelingen hierover zijn afgerond.

De leden van de CDA-fractie vragen aangaande de voorwaarden van krediet voor de binnenlandse financiering of deze ook door private organisaties aangevraagd kan worden, weliswaar via de overheden van de lidstaten, en, wanneer dat het geval is, of deze overheden dan garant staan voor de aangevraagde lening. Tevens vragen deze leden of onder indirecte gezondheidszorg eveneens aanpassingen in de publieke ruimte vallen en maatregelen die daar genomen worden vanuit preventief oogpunt.

De PCS-kredietlijn is niet bestemd voor private organisaties. Het gaat om de ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis door de overheid. Aanpassingen in de publieke ruimte vanuit preventief oogpunt kunnen in principe onder de reikwijdte van de kredietlijn vallen, zolang deze geen economische steunmaatregelen betreffen. Bij een eventuele aanvraag dient een lidstaat informatie aan te leveren waarvoor het de PCS-kredietlijn wenst te gebruiken. Dit dient gedetailleerd te worden weergegeven in een tabel die als bijlage bij het Pandemic Response Plan (PRP) is toegevoegd. Dit zorgt voor transparantie met betrekking uitgaven die met deze kredietlijn gepaard gaan en voorkomt dat uitgaven gefinancierd worden die niet binnen de reikwijdte van de PCS-kredietlijn passen.

De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissie oude schuldhoudbaarheidsanalyses uit de kast gehaald heeft. Er is echter een crisis en Eurostat verwacht een enorme val in het bbp dit jaar.

Nederland staat met Nederlands belastinggeld garant voor het ESM. Daarom vragen de leden van de CDA-fractie of de Nederlandse regering de schuld van de eurolanden houdbaar acht. Dit is dus niet een vraag om het standpunt van de Commissie te herhalen (dat kennen we) maar om aan te geven of deze landen in staat zullen zijn de schuld terug te betalen.

De Commissie is bij haar schuldhoudbaarheidsanalyses uitgegaan van de meest recente voorspellingen uit de Lente raming van 6 mei jl. Schuldhoudbaarheidsanalyses zijn complexe analyses waarbij het lastig is een zwart-wit antwoord te formuleren op de houdbaarheid van de publieke schulden van een land. Een inschatting van de bereidheid van een overheid om, desnoods met aanzienlijke bezuinigingen, uiteindelijk aan zijn schulden te voldoen is zodoende ook een onderdeel van een dergelijke analyse. Daarbij is het niet alleen van belang in welke richting de schuld zich op termijn lijkt te ontwikkelen, maar ook of, in geval van stijgende schulden, nog een geloofwaardig aanpassingspad denkbaar is waarbij de schuld beheersbaar blijft. Zolang een dergelijk potentieel pad bestaat zijn schulden niet onhoudbaar.

Gegeven bovengenoemde uitdagingen aan schuldhoudbaarheidsanalyses acht het kabinet de analyses van de Europese Commissie voldoende onderbouwd. Gezien de grote onzekerheden de komende tijd zoals aangegeven door de Europese Commissie verwacht het kabinet wel dat de schuldhoudbaarheidsanalyse periodiek (bijvoorbeeld ten tijde van de halfjaarlijkse hoofdramingen van de Europese Commissie) zal worden herzien.

Deze leden vragen de Minister aan te geven wat de definitie is waarop de landen de kredieten kunnen krijgen en waarop gecontroleerd en gehandhaafd zal worden. Deze vraag willen zij zeer precies beantwoord zien en wel om een reden. Er zijn landen die relatief weinig getroffen zijn door corona (denk aan Portugal) en echt geen 2% kosten gemaakt hebben voor de zorgkosten in de coronacrisis, maar wel graag in aanmerking lijken te komen voor coronahulp. Deze leden willen graag duidelijk hebben welke regels van toepassing zijn, omdat zij geleerd hebben van het eerste coronapakket dat vooral naar Polen en Hongarije bleek te gaan.

De PCS-kredietlijn dient ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. De PCS-kredietlijn is alleen beschikbaar voor Eurozone lidstaten. Voor het kabinet is van belang dat de PCS-kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. Het PRP en bijbehorende tabel waarin de kosten zullen worden weergegeven voorzien in een controle voorafgaand aan de toekenning van een kredietlijn, waarbij een omvang van 2% bbp het uitgangspunt is. Indien een land dat een PCS-kredietlijn is toegekend voor de eerste maal een bedrag daaruit trekt, zal de Europese Commissie een vorm van verscherpt toezicht activeren.34 Op basis van dit verscherpt toezicht zal er op kwartaalbasis een rapport worden opgesteld door de Europese Commissie. De focus van de monitoring en rapportage zal liggen op de daadwerkelijke gebruik van de PCS-kredietlijn om gezondheid gerelateerde kosten te dekken. Dit waarborgt transparantie en verantwoording ten aanzien van de gemaakte kosten onder de PCS-kredietlijn.

Deze leden vragen de regering ook een toelichting te geven op de voorwaarden voor de leningen: waarom is daarbij afgeweken en lijkt het erop dat deze leningen tegen 0% rente gegeven zullen worden?

Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van Gouverneurs van het ESM35 kunnen wat het kabinet betreft de kosten voor de kredietlijn lager worden vastgesteld dan in het huidige richtsnoer voor prijsbeleid is voorgeschreven, om rekenschap te geven van de uitzonderlijke situatie waarin een beroep wordt gedaan op het ESM. Ten aanzien van een aantal componenten van de beprijzing zullen de tarieven lager liggen dan voor een reguliere preventieve kredietlijn. De marge op de leningen onder de PCS-kredietlijn zal 10 basispunten op jaarbasis bedragen, tegenover 35 basispunten bij een reguliere preventieve kredietlijn. Daarnaast zal er een service vergoeding van 25 basispunten worden gerekend op de omvang van de uitkeringen onder de kredietlijn, tegenover 50 basispunten onder een reguliere preventieve kredietlijn. Verder zijn de standaardtarieven van toepassing. Met de voorgestelde beprijzing van de PCS-kredietlijn kunnen de financieringskosten voor het ESM worden gedekt.

Kan het kabinet verder bevestigen dat de leningen ook binnen 10 jaar terugbetaald moeten worden? Wanneer zal de laatste euro van deze leningen moeten zijn terugbetaald, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

De structurering ten aanzien van de looptijden van leningen onder een specifieke PCS-kredietlijn zal bij het toekennen van kredietlijnen specifiek uitgewerkt worden. Hierbij zal worden afgesproken dat de maximale gemiddelde looptijd van de lening 10 jaar is. Gezien het onbekend is wanneer lidstaten geld trekken uit een mogelijke kredietlijn en wat de exacte looptijden daarvan zullen zijn, kan er niet met duidelijkheid worden gezegd wanneer de mogelijke leningen volledig terugbetaald dienen te zijn.

De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wat de voorwaarden zijn voor het afwijken van de mogelijkheid om maandelijks 15% van de kredietlijn te trekken en kan de Minister aangeven wat dan een gewenste situatie zou kunnen zijn? PCS-kredietlijnen zullen gescheiden worden van eerdere ESM-programma’s; de leden van de CDA-fractie vragen de Minister een overzicht te geven van de reeds eerder uitgegeven ESM-programma’s.

Zoals reeds aangegeven in de beantwoording van dit schriftelijk overleg zal in de leningsvoorwaarden worden opgenomen dat er afgeweken kan worden van het maximum van 15% van de PCS-kredietlijn op maandbasis. Indien mogelijk op basis van de liquiditeitspositie van het ESM in een bepaalde maand, kan het ESM in overleg met de ontvangende lidstaat besluiten om een hogere bedrag uit te keren. Dit zullen naar verwachting maar beperkte afwijkingen zijn, ook gelet op de planning van het ESM ten aanzien van de uitgifte van schuld, welke rekening houdt met het basisscenario van maximaal 15%. Het ESM zal de financiering van de PCS-kredietlijn scheiden van de financiering van voorgaande programma’s. Op deze manier zullen de kosten voor het financieren van mogelijke PCS-kredietlijnen niet worden vermengd met de inleenkosten van eerdere ESM-programma’s. Eerder programma’s van het ESM betreffen programma’s in Griekenland, Spanje en Cyprus.36

Het Pandemic Response Plan (PRP) vormt de basis van de afspraken op het gebied van conditionaliteit tussen de Europese Commissie en de ontvangende lidstaat. De leden vragen de Minister hoe de Commissie deze conditionaliteit monitort en welke middelen er zijn wanneer conditionaliteiten worden geschonden.

Indien een land dat een PCS-kredietlijn is toegekend voor de eerste maal een bedrag daaruit trekt, zal de Europese Commissie een vorm van verscherpt toezicht activeren.37 Op basis van dit verscherpt toezicht zal er op kwartaalbasis een rapport worden opgesteld door de Europese Commissie. De focus van de monitoring en rapportage zal liggen op de daadwerkelijke gebruik van de PCS-kredietlijn om gezondheid gerelateerde kosten te dekken. Dit waarborgt transparantie en verantwoording ten aanzien van de gemaakte kosten onder de PCS-kredietlijn.

De leden van de D66-fractie lezen dat de middelen van de PCS-kredietlijn alleen aangewend kunnen worden voor de «directe en indirecte kosten als gevolg van de coronacrisis die betrekking hebben op gezondheidszorg, genezing en preventie» zoals ook in de eerdere Eurogroepconclusies te lezen was. Deze leden merken echter op dat over de precieze reikwijdte van deze afspraak verschillende interpretaties lijken te bestaan, aangezien de Minister van Financiën na afloop van het Eurogroepoverleg van 9 april jl. meldde dat «de kosten van het sluiten van winkels of voor inkomensondersteuning hier niet uit kunnen worden betaald.»38. Tegelijkertijd lezen de leden van voornoemde fractie in de Griekse krant Ekathimerini de uitspraak van de Franse Minister van Financiën Lemaire dat «de consequenties van de lockdown duidelijk onder het bereik van de kredietlijn vallen».39 Kan het kabinet deze leden helpen door hier duidelijkheid in te scheppen? Voorts constateren deze leden dat de voorwaarde waar de middelen aan besteed mogen worden volgens eurocommissaris Dombrovskis «ruim geïnterpreteerd» zal worden.40 Kan het kabinet tevens reflecteren op de uitspraak van de Minister-President in het debat over de ontwikkelingen van het coronavirus d.d. 22 april 2020 dat de middelen uit het ESM alleen gebruikt kunnen worden voor bestrijding van de directe gezondheidskosten, terwijl in de voorliggende stukken ook expliciet gerefereerd wordt aan het gebruik van de middelen voor indirecte kosten en preventieve kosten die verband houden met de coronacrisis? Kan het kabinet specifiek aangeven of economische kosten die direct gerelateerd zijn aan de lockdown – bijvoorbeeld inkomensondersteuning voor mensen die werkzaam zijn in door de overheid gesloten economische sectoren – wel of niet vallen onder de definitie van «indirecte preventieve kosten» en of zijn visie daarop wordt gedragen door alle ESM-landen?

Zoals toegelicht in mijn brief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM is het voor het kabinet van belang dat de PCS-kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. In de Eurogroep heeft Nederland dit consequent uitgedragen en aangegeven dat economische steunmaatregelen niet vallen onder de reikwijdte van de PCS-kredietlijn. In de Eurogroep van 7 en 9 april jl. en de Eurogroep van 8 mei jl. is overeengekomen dat als voorwaarde voor gebruik van de PCS-kredietlijn landen zich eraan committeren om deze te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis.

Bij een eventuele aanvraag dient gespecifieerd te worden welke kosten een lidstaat wenst te financieren met de PCS-kredietlijn. Dit zorgt voor transparantie met betrekking tot de uitgaven die met deze kredietlijn gepaard gaan en voorkomt dat uitgaven gefinancierd worden die niet binnen de reikwijdte van de PCS-kredietlijn passen.

Daarnaast vragen de leden van voornoemde fractie of de kredietlijn zich beperkt tot coronagerelateerde uitgaven vanaf het moment van aanvraag of dat ook uitgaven vanaf het uitbreken van de coronacrisis toelaatbaar zijn.

Zoals opgenomen in het conceptvoorstel van de Managing Director (MD) van het ESM over de financiële voorwaarden voor de kredietlijn mogen lidstaten gemaakte kosten definiëren vanaf februari 2020.

De leden van de D66-fractie lezen het kabinetsstandpunt dat de PCS-kredietlijn beperkt blijft tot de duur van de coronacrisis. Kan het kabinet aangeven hoe formeel bepaald zal worden wat de duur van deze crisis is, en op welk moment het kabinet vindt dat deze crisis als afgelopen kan worden beschouwd, mede gelet op de mogelijke langdurige economische gevolgen van het coronavirus maar ook de gezondheidskosten voor revaliderende patiënten nog lang merkbaar zullen zijn?

Zoals aangegeven in de brief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM, zal de PCS-kredietlijn na 31 december 2022 niet meer beschikbaar zijn. Gezien het onzekere verloop van de COVID-19 crisis en het gebruik van de PCS-kredietlijn is de mogelijkheid voorzien om de beschikbaarheid van de PCS-kredietlijn met unanimiteit te verlengen. De Raad van gouverneurs van het ESM zal zich tegen die tijd op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis hierover beraadslagen. Daarbij kan worden gedacht aan medische data over de aanwezigheid van het virus.

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat de PCS-kredietlijn als onderdeel van de Enhanced Conditions Credit Line (ECCL) enkel ingezet kan worden voor financiering van kosten die direct dan wel indirect gerelateerd zijn aan de gezondheidszorg, genezing en preventie. Zij merken tegelijkertijd op dat veruit het grootste deel van de kosten die lidstaten maken niet direct dan wel indirect gerelateerd zijn aan gezondheidszorg, genezing en preventie, maar juist economisch van aard zijn (bijv. via steun inkomens burgers en bedrijven). Zij vragen de Minister of hij kan toelichten waarom de PCS-kredietlijn niet veel breder is ingestoken omdat de grootste financieringsbehoefte zich zal vormen rond kosten die nu niet via de PCS-kredietlijn gefinancierd zullen worden. Zij vragen de Minister daarbij in te gaan op het macro-economische gewicht dat gegenereerd wordt met een enkel op directe en indirecte gezondheidszorgkosten gerichte kredietlijn.

De kredietlijn dient alleen ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis en niet voor economische steunmaatregelen. Ook is de omvang van de kredietlijn (2% bruto binnenlands product van de lidstaat als uitgangspunt) specifiek gericht op de gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 crisis. De overige instrumenten van het ESM blijven beschikbaar indien een land in financieel-economische problemen raakt, waarbij dan voorwaarden op het vlak van financieel-economische beleid gelden. Het belang van deze beleidsvoorwaarden heeft Nederland steeds benadrukt en is ook steeds de Nederlandse inzet, omdat het ervoor zorgt dat lidstaten sterker uit een financieel-economische crisis komen.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen de Minister waarom hij heeft ingezet op een financieringstermijn van 10 jaar binnen de PCS-kredietlijn, en niet op een langere financieringsperiode zoals bij sommige reeds bestaande ECCL-faciliteiten. Is juist in deze crisis geen behoefte aan langere looptijden, zodat lidstaten meer financiële ruimte hebben om te investeren en zo uit de crisis te groeien, zo vragen deze leden.

Er is niet eerder gebruik gemaakt van de reguliere preventieve ECCL-faciliteit. De bestaande ESM leningen kennen een langere looptijd dan 10 jaar, maar de lidstaten die in aanmerking komen voor de PCS-kredietlijn zijn economisch gezonde landen en zouden zodoende in staat moeten zijn om de lening binnen afzienbare tijd terug te betalen. Dit is gereflecteerd in de voorziene maximale gemiddelde looptijd. Overigens zijn de kosten voor de kredietlijn lager vastgesteld dan in het huidige richtsnoer voor prijsbeleid is voorgeschreven, om rekenschap te geven van de uitzonderlijke situatie waarin een beroep wordt gedaan op het ESM. Ten aanzien van een aantal componenten van de beprijzing zullen de tarieven lager liggen dan voor een reguliere preventieve kredietlijn.

De leden van de GroenLinks-fractie constateren bovendien dat er een politiek stigma heerst op gebruikmaking van het ESM, juist in die EU-lidstaten waarvoor steun vanuit het ESM, gezien de rente die ze betalen op kapitaalmarkten, economisch voordelig zou kunnen uitpakken. De leden van de GroenLinks-fractie vragen de Minister wat hij ervan vindt dat er een politiek stigma heerst op, en er in sommige landen veel weerstand is tegen gebruikmaking van het ESM. Zij vragen de Minister te beschouwen wat leden van de Eurogroep zouden kunnen doen om de bestaande stigma’s rondom het ESM te reduceren.

In de Eurogroep is de PCS-kredietlijn overeengekomen als een van de maatregelen om de economische gevolgen van de COVID-19 crisis te mitigeren. Het is aan lidstaten zelf om te overwegen of een PCS-kredietlijn van toegevoegde waarde is voor het betreffende land.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de kredietlijn waartoe besloten is en vragen de Minister of dit een onderhandelingsresultaat is of dat er nog veranderingen worden verwacht. Is het mogelijk om te onderbouwen waarom er gekozen is voor een verandering van het ESM-instrumentarium, zo vragen deze leden.

Zoals aangegeven in mijn brief van maandag 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM zal de kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden (Enhanced Conditions Credit Line, ECCL) van het ESM tijdelijk beschikbaar worden gesteld gericht op de COVID-19 uitbraak, op basis van gestandaardiseerde voorwaarden en voorlopige beoordelingen, voor lidstaten die daar gebruik van willen maken. Het betreft geen formele wijziging van het ESM instrumentarium. Tijdens de Eurogroep van 8 mei jl. is overeenstemming bereikt over de kenmerken van de ESM-kredietlijn, de zogeheten Pandemic Crisis Support (PCS-)kredietlijn. Op basis van deze overeenstemming zal 15 mei a.s. een vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM plaatsvinden met als doel het besluit te nemen de PCS-kredietlijn in principe voor alle lidstaten van de eurozone beschikbaar te stellen. Onder voorbehoud van nationale procedures worden er geen wijzigingen verwacht van hetgeen dat tijdens de Eurogroep van 8 mei jl. is overeengekomen.

De leden van de SP-fractie stellen vast dat er zeer verschillende interpretaties zijn van eurolanden over wat kosten zijn die gerelateerd zijn aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis. Zij vragen de Minister of dit niet een semantische discussie is en of niet gewoon gesteld kan worden dat de 2% van het bbp per land gewoon aangewend kan worden voor alles gerelateerd aan de COVID-19-uitbraak. Is de Minister het met de leden van de SP-fractie eens dat dit veel gedoe en geruzie zal voorkomen?

Zoals toegelicht in mijn brief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM, is het voor het kabinet van belang dat de PCS-kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. Indien de lidstaten financiering vanuit het ESM wensen in te zetten voor macro-economische steun, dienen er macro-economische conditionaliteiten te worden gesteld. De overige instrumenten van het ESM blijven beschikbaar indien een land in financieel-economische problemen raakt, waarbij dan voorwaarden op het vlak van financieel-economische beleid gelden. Het belang van deze beleidsvoorwaarden heeft Nederland steeds benadrukt en is ook steeds de Nederlandse inzet, omdat het ervoor zorgt dat lidstaten sterker uit een financieel-economische crisis komen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of ook de Minister het Karlsruhe-arrest met interesse heeft gelezen. Welke gevolgen zou het arrest wat de Minister betreft moeten hebben? Graag een analyse en reflectie. Immers, de ECB is onderworpen aan het nationale constitutionele recht.

Tijdens de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer op 6 mei jl. is verzocht om een reactie te zenden op de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht over het Public Sector Purchase Programme (PSPP) van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze reactie heb ik reeds naar uw Kamer gestuurd. Gelet op het feit dat het hier een rechterlijke uitspraak betreft, dat het een uitspraak betreft van een nationaal hof in een andere lidstaat van de Europese Unie, en dat de nationale zaak ziet op het handelen van onafhankelijke EU-instellingen, heb ik het niet passend geacht uitspraken te doen over welke gevolgen het arrest zou moeten hebben. Daarom heb ik in de Kamerbief de uitspraak enkel beschreven in samenvattende vorm.

Hoe wordt de onafhankelijke controle op de effectiviteit en doelmatigheid van de besteding van de ESM-kredieten vormgegeven? Let de Minister erop dat deze controle daadwerkelijk plaatsvindt? Hoe wordt getoetst of de kredieten ook echt ten goede komen aan de «ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19-crisis»?

Indien een land dat een PCS-kredietlijn is toegekend voor de eerste maal een bedrag daaruit trekt, zal de Europese Commissie een vorm van verscherpt toezicht activeren.41 Op basis van dit verscherpt toezicht zal er op kwartaalbasis een rapport worden opgesteld door de Europese Commissie. De focus van de monitoring en rapportage zal liggen op de daadwerkelijke gebruik van de PCS-kredietlijn om gezondheid gerelateerde kosten te dekken. Dit waarborgt transparantie en verantwoording ten aanzien van de gemaakte kosten onder de PCS-kredietlijn.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen verder hoe er wordt geborgd dat de kredietlijnen bij de landen terechtkomen die deze het hardst nodig hebben. Dit is nog relevanter als een land als Italië aanvankelijk al aangaf hier geen gebruik van te willen maken. Welk beroep verwacht de Minister dat er wordt gedaan op deze pot van 240 miljard? Welke lidstaten zullen er naar verwachting wel/geen gebruik van maken?

Op 15 mei 2020 ligt het besluit voor in de Raad van gouverneurs van het ESM om de PCS-kredietlijn in principe voor alle lidstaten van de eurozone beschikbaar te stellen. Na het besluit door de Raad van gouverneurs van het ESM zullen landen om gebruik te kunnen maken van een kredietlijn op individuele basis een concrete aanvraag moeten indienen. Lidstaten hebben zelf de keuze om een aanvraag in te dienen. Het zal pas nadat lidstaten een aanvraag hebben ingediend duidelijk worden welke lidstaten gebruik gaan maken van de PCS-kredietlijn

Kan de Minister tot slot ingaan op de termijn tot 31 december 2022? Waarop is deze gegrond en is er bijvoorbeeld verlenging mogelijk?

Voor het kabinet is van belang dat de kredietlijn alleen beschikbaar is voor de duur van de COVID-19 crisis. Omdat de duur van de COVID-19 crisis voor de nabije toekomst met grote onzekerheid is omgeven, kan Nederland instemmen met een formele einddatum van 31 december 2022. Een verlenging is mogelijk, maar alleen op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis en op basis van unanimiteit van de Raad van gouverneurs ESM.

De leden van de SGP-fractie vragen waarom de kredietlijn beschikbaar is tot 31 december 2022. Waarom is niet gekozen voor een eerdere datum van afloop, zeker nu de kredietlijn vrij eenvoudig verlengd kan worden en de duur van de coronacrisis onzeker is. Was dit ook de einddatum die Nederland voor ogen had in de onderhandelingen?

Zoals aangegeven in de brief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM, zal de PCS-kredietlijn na 31 december 2022 niet meer beschikbaar zijn. Gezien het onzekere verloop van de COVID-19 crisis en het gebruik van de PCS-kredietlijn is de mogelijkheid voorzien om de beschikbaarheid van de PCS-kredietlijn met unanimiteit te verlengen. De Raad van gouverneurs van het ESM zal zich tegen die tijd op basis van objectief bewijs over het verloop van de crisis hierover beraadslagen. Daarbij kan worden gedacht aan medische data over de aanwezigheid van het virus.

De leden van de SGP-fractie zijn positief over het feit dat het kabinet het van belang vindt dat de kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19-uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. Volgens het kabinet voorzien het PRP en de bijbehorende tabel hierin. Maar in de bijbehorende tabel worden ook «indirecte kosten» en «kosten voor preventie» genoemd. Herkent het kabinet de signalen dat deze categorieën ruim geïnterpreteerd worden? En dat bijvoorbeeld ook de kosten van de lockdown hieronder geschaard worden? Is het kabinet van mening dat de kosten van de lockdown en soortgelijke kosten nadrukkelijk niet onder preventiekosten of onder andere categorieën kunnen vallen?

Zoals aangegeven in mijn brief van maandag 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM is het voor het kabinet van belang dat de PCS-kredietlijn alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak, en niet voor economische steunmaatregelen. In de Eurogroep heeft Nederland dit consequent uitgedragen en aangegeven dat economische steunmaatregelen niet vallen onder de reikwijdte van de PCS-kredietlijn. Bij een eventuele aanvraag dient gespecifieerd te worden welke kosten een lidstaat wenst te financieren met de PCS-kredietlijn. Dit zorgt voor transparantie met betrekking uitgaven die met deze kredietlijn gepaard gaan en voorkomt dat uitgaven gefinancierd worden die niet binnen de reikwijdte van de PCS-kredietlijn passen

Is het kabinet voornemens om bij aanvragen waarbij ook kosten gerelateerd aan de lockdown, of soortgelijke kosten, zijn opgenomen onder bijvoorbeeld preventiekosten tegen te stemmen in de Raad van Bestuur van het ESM, zo vragen de leden van de SGP-fractie.

Bij de Eurogroep van 7 en 9 april jl. en de Eurogroep van 8 mei jl. is overeengekomen dat als voorwaarde voor gebruik van de PCS-kredietlijn landen zich eraan committeren om deze te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. Indien de gedefinieerde kosten die worden opgegeven bij een aanvraag voor een individuele PCS- kredietlijn niet in overeenstemming zijn met het bereikte akkoord, kan Nederland niet instemmen met het toekennen van een PCS-kredietlijn.

Hoe wordt het gebruik van de kredietlijn gemonitord, zo vragen de leden van de SGP-fractie. En is het kabinet van mening dat juist door het loslaten van hervormingsvoorwaarden extra monitoring en extra rapportageverlichtingen nodig zijn om te waarborgen dat de gelden op de juiste manier ingezet worden? Wat was de inzet van het kabinet in de discussie rondom monitoring van het gebruik van de kredietlijn, en is hier nog verscherping in mogelijk? Wat zou volgens het kabinet de meerwaarde zijn van extra surveillance?

Indien een land dat een PCS-kredietlijn is toegekend voor de eerste maal een bedrag daaruit trekt, zal de Europese Commissie een vorm van verscherpt toezicht activeren.42 Op basis van dit toezicht zal er op kwartaalbasis een rapport worden opgesteld door de Europese Commissie. De focus van de monitoring en rapportage zal liggen op de daadwerkelijke gebruik van de PCS-kredietlijn om gezondheid gerelateerde kosten te dekken. Dit waarborgt transparantie en verantwoording ten aanzien van de gemaakte kosten onder de PCS-kredietlijn. Het kabinet kan zich vinden in de vormgeving van het toezicht voor lidstaten onder een PCS-kredietlijn.

Bijlage – Assessment of public debt sustainability and COVID-related financing needs of euro area Member States

De leden van de VVD-fractie lezen in deze bijlage over Nederland dat «Based on the Commission 2020 spring forecast, the COVID crisis is expected to produce a large economic impact, with a close to 7% drop in GDP in 2020 followed by a rebound of 5% in 2021. The fiscal deficit is foreseen at 6¼% of GDP in 2020 and at 3½% of GDP in 2021. In that context, the Dutch government debt should increase from less than 50% of GDP in 2019 to close to 60% of GDP by 2021.» Dit lijkt af te wijken van de cijfers in de Voorjaarsnota. Wat zijn de verschillen? En hoe zijn de verschillende te verklaren?

Het saldo uit de voorjaarsraming van de Europese Commissie (-6,3 procent bbp) is inderdaad significant beter dan de grove inschatting van het saldo gepresenteerd in de Voorjaarsnota (-11,8 procent bbp). Hierbij dient allereerst opgemerkt te worden dat beide schattingen met veel onzekerheid zijn omgeven. Dit verschil wordt grotendeels verklaard door een belangrijk verschil in methode: de Commissie verwerkt het geraamde belastinguitstel (36 miljard) niet in haar saldoraming voor 2020, terwijl deze inkomstenderving in de grove berekening uit de Voorjaarsnota wel wordt toegerekend aan het saldo van 2020. Dit verklaart een verschil van bijna 5 procentpunt bbp. Uiteindelijk bepaalt Eurostat of belastinguitstel aan het saldo toegerekend dient te worden of niet. Wij volgen nauwlettend de totstandkoming van additionele guidance door Eurostat inzake de budgettaire verwerking. Daarnaast wordt het verschil deels verklaard doordat de Europese Commissie rekent met een 0,8 procentpunt lagere krimp van de Nederlandse economie vergeleken met het IMF-scenario waarmee in de Voorjaarsnota gerekend is. Deze lagere krimp leidt tot een beter saldo.

Bijlage – Proposal from the Managing Director for financial assistance in the form of a Pandemic Crisis Support

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het besluit van de Eurogroep op 8 mei jl. om als voorwaarde te stellen dat de gemiddelde looptijd van het krediet vanuit de PCS maximaal tien jaar is. Waarom is er niet gekozen voor de mogelijkheid van een langere gemiddelde looptijd indien dat voordelig is voor de financiële houdbaarheid van de overheidsfinanciën van het betreffende land? Deze leden willen daarnaast graag weten van het kabinet of het mogelijk is om af te wijken van de stelregel dat de kredietlijn slechts twee keer met zes maanden verlengd kan worden, indien het geleende bedrag nog geen 2% van het bbp bedraagt en de coronacrisis op dat moment alsnog een grote impact heeft op de overheidsfinanciën van het betreffende land. Zo nee, waarom niet?

Het doel van het ESM is het verschaffen van financiële steun ten behoeve van het waarborgen van de financiële stabiliteit van de monetaire unie en haar leden. Het doel is niet overheden onder alle omstandigheden zo aantrekkelijk mogelijke financieringscondities te bieden. De PCS-kredietlijn is een preventieve kredietlijn die is bedoeld voor landen die zich nog op de markt kunnen financieren, maar bij een crisis voor de zekerheid een vangnet willen. Omdat de verwachting is dat een land dat gebruik maakt van een preventieve kredietlijn ook markttoegang blijft houden kan het ook gemakkelijk na het aflopen van een crisis de uit de kredietlijn getrokken middelen weer aflossen. Bij dit model past geen lange looptijd. Het ESM heeft tot nu toe nog nooit een preventieve kredietlijn verschaft aan een land, waardoor er geen eerdere afspraken over looptijden zijn om mee te vergelijken. De preventieve kredietlijnen van het IMF, die voor vergelijkbare situaties zijn bedoeld als die van het ESM en die wel af en toe zijn toegekend, hebben doorgaans ook kortere looptijden dan reguliere IMF macro-economische aanpassingsprogramma´s.

Voor een afwijking van de maximale verlening van de PCS-kredietlijn met twee keer zes maanden is een besluit van de Raad van Bewind van het ESM tot het aanpassen van het richtsnoer voor preventieve kredietlijnen43 waarin deze regel is opgenomen, nodig, onafhankelijk van de specifieke redenen voor de wijziging.

De leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de inzet van de middelen uit het ESM. Wat verstaat het kabinet onder «prevention-related costs due to the COVID-19 crisis»? Is het kabinet van mening dat dit alleen aan gezondheid gerelateerde kosten mogen zijn? Tevens vragen de leden van de SGP-fractie hoe het kabinet gaat borgen dat de ruime formulering die in het voorstel genoemd is, niet misbruikt gaat worden voor niet-gezondheidgerelateerde uitgaven.

De kredietlijn kan alleen kan worden gebruikt voor aan gezondheid gerelateerde uitgaven als een gevolg van de COVID-19 uitbraak. Het Pandemic Response Plan (PRP) en bijbehorende tabel ter controle van de daadwerkelijke uitgavenplannen voorzien hierin. Bij de Eurogroep van 7 en 9 april jl. en de Eurogroep van 8 mei jl. is overeengekomen dat als voorwaarde voor gebruik van de PCS-kredietlijn landen zich eraan committeren om deze te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. Het is aan de lidstaten om bij een eventuele toekomstige aanvraag aan te geven welke gezondheid gerelateerde kosten er zijn gemaakt ten aanzien van preventie. Dit kan per lidstaat verschillen. Het bekostigen van niet-gezondheidgerelateerde maatregelen valt niet onder deze PCS-kredietlijn.

De leden van de SGP-fractie lezen dat het doel van het Pandemic Response Plan is «to safeguard the financial stability of the euro area and its Member States». Hoe duidt het kabinet dit doel van «financiële stabiliteit»? Is het kabinet van mening dat dergelijke formuleringen ook gebruikt kunnen worden om ESM-gelden breder in te zetten dan alleen voor gezondheidgerelateerde uitgaven?

Het doel van het ESM is het verschaffen van financiële steun ten behoeve van het waarborgen van de financiële stabiliteit van de monetaire unie en haar leden. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 11 mei jl. inzake de vergadering van de Raad van Gouverneurs van het ESM vereist Artikel 13.1 van het ESM-verdrag een analyse van de risico’s voor de financiële stabiliteit van de Eurozone of haar leden. De Europese Commissie wijst erop dat de uitbraak van COVID-19 voor aanzienlijke onrust op de financiële markten heeft gezorgd. Hoewel snel is gereageerd door landen en instellingen, blijft er een risico voor de financiële stabiliteit. Gezien de PCS-kredietlijn enkel kan worden ingezet ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis, ziet het kabinet hier geen risico in.

Bijlage – Pandemic Response Plan

De leden van de GroenLinks-fractie constateren dat het onvolledig geoperationaliseerd is welke precieze financieringsdoeleinden beschouwd zullen worden als vallend onder directe en indirecte kosten in het kader van gezondheidszorg, genezing en medische preventie, en welke niet. Dit wordt in bijvoorbeeld tabel van het Pandemic Response Plan niet nader gespecificeerd. Is de Minister het met eurocommissaris Dombrovskis eens dat deze kosten breed geïnterpreteerd moeten worden? Wat zijn hiervan de implicaties? Vallen de maatschappelijke kosten als gevolg van het instellen van een intelligente lockdown wat de Minister betreft onder deze directe en indirecte kosten? Ziet de Minister het ook als noodzakelijk dan wel wenselijk om nader te specificeren welke kosten wel en niet gefinancierd kunnen worden via de PCS-kredietlijn?

De impact en aanpak van de gevolgen van het COVID-19 virus variëren in elk land. Het is bij een aanvraag aan de individuele lidstaat om te specificeren welke gezondheidgerelateerde kosten ze wensen te dekken door middel van een PCS-kredietlijn. Bij de aanvraag committeren landen zich eraan om de PCS-kredietlijn te gebruiken ter ondersteuning van de binnenlandse financiering van directe en indirecte gezondheidszorg, genezing en kosten gerelateerd aan preventie als gevolg van de COVID-19 crisis. Het Pandemic Response Plan (PRP) en bijbehorende tabel ter controle van de daadwerkelijke uitgavenplannen voorzien hierin.


X Noot
1

Zie bijvoorbeeld de berekeningen en bijbehorende figuren van de gerenommeerde econoom Jochen Andritzky. https://twitter.com/JAndritzky/status/1251144840412307457

X Noot
9

Kamerstuk 22 112, nr. 2856.

X Noot
11

Kamerstuk 22 112, nr. 2856.

X Noot
14

Boekwaarde op 30 april 2020.

X Noot
18

Zie bijvoorbeeld de berekeningen en bijbehorende figuren van de gerenommeerde econoom Jochen Andritzky. https://twitter.com/JAndritzky/status/1251144840412307457.

X Noot
19

Greek Loan Facility (GLF), European Financial Stability Facility (EFSF) en Europees Stabiliteitsmecahnisme (ESM).

X Noot
20

Kamerstuk 21 501–07, nr. 1613.

X Noot
30

Kamerstuk 21 507-07, nr. 1560.

X Noot
31

Kamerstuk 21 507-01, nr. 1612.