Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-07 nr. 1526

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1526 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2018

Op 29 januari jl. bent u geïnformeerd1 over de afronding van de derde voortgangsmissie van het ESM-programma voor Griekenland. Daarbij is ook de intentie van het kabinet bekendgemaakt om in de Raad van bewind van het ESM in te stemmen met het verstrekken van een leningdeel van in totaal 6,7 miljard euro.

In de geannoteerde agenda voor de eurogroep van 27 april jl. bent u geïnformeerd over de goedkeuring van dit leningdeel door de Raad van bewind van het ESM op 27 maart jl.2 Eind maart is daardoor 5,7 miljard euro aan Griekenland uitgekeerd. De resterende 1,0 miljard euro zou pas worden uitgekeerd indien er door de instituties was vastgesteld dat de Griekse overheid haar betalingsachterstanden met 1,0 miljard euro had afgebouwd. Een tweede voorwaarde voor deze uitkering was de continue en ononderbroken uitvoering van elektronische veilingen.

De Europese instellingen hebben aan de Raad van bewind van het ESM gerapporteerd dat de betalingsachterstanden van de Griekse overheid voldoende zijn teruggebracht. Daarnaast heeft Griekenland volgens de instellingen voldaan aan de voorwaarde van de continue en ononderbroken uitvoering van elektronische veilingen.

Op basis daarvan heeft de Raad van bewind van het ESM op 14 juni jl. besloten de uitbetaling van de resterende 1,0 miljard euro van het reeds goedgekeurde leningdeel van 6,7 miljard euro goed te keuren.3

Met de uitkering van het laatste deel van de 6,7 miljard euro wordt het totale uitgekeerde bedrag van het ESM aan Griekenland 46,9 miljard euro en de uitstaande vordering van het ESM op Griekenland 44,9 miljard euro.4

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1480

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1507

X Noot
4

Het verschil tussen de uitgekeerde en uitstaande bedragen is te verklaren door de terugbetaling van 2 miljard euro in februari 2017 van het leningdeel dat gebruikt is voor de herkapitalisatie van de banken.