Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-07 nr. 1439

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1439 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 mei 2017

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 22 en 23 mei te Brussel.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Geannoteerde agenda t.b.v. de Eurogroep en Ecofinraad van 22 en 23 mei 2017 te Brussel

Eurogroep

Griekenland

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de afronding van de tweede voortgangsmissie van het Griekse ESM-programma. Daarnaast zal de Eurogroep spreken over de houdbaarheid van de Griekse overheidsschuld en over de mogelijke maatregelen die genomen zouden kunnen worden om deze te verbeteren.

Afronding tweede voortgangsmissie

De instellingen (EC, ECB, IMF) en Griekenland hebben overeenstemming bereikt over het beleidspakket voor afronding van de tweede voortgangsmissie en voor de rest van het programma en zullen de Eurogroep daarover informeren.

Er zijn aanvullende afspraken gemaakt op het gebied van de arbeidsmarkt en de begroting voor de middellange termijn inclusief afspraken op het gebied van pensioenen en de inkomstenbelasting. Daarnaast is overeenstemming bereikt over aanpassingen in de hervorming van de energiemarkt, naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het bevorderen van concurrentie op de markt voor bruinkool. Ook is overeengekomen wat er nog gedaan moet worden om de in januari opgerichte onafhankelijke belastingdienst (IAPR) en het nieuwe privatiseringsfonds (HCAP) volledig operationeel te maken. Om het afbouwen van de voorraad niet presterende leningen (NPLs) effectiever te bewerkstelligen zal wetgeving ingevoerd en aangepast worden op het vlak van faillissementswetgeving, arbitrage (out-of-court workout) en het creëren van een markt voor niet presterende leningen.

Om de tweede voortgangsmissie af te ronden zal de Griekse regering een groot aantal zogenoemde prior actions uitvoeren. De Griekse regering heeft aangegeven dat zij het grootste deel daarvan voor de Eurogroep van 22 mei af wil ronden. De Europese Commissie zal tijdens de Eurogroep rapporteren over de voorgang. Ook zal het ESM naar verwachting een voorstel doen voor de omvang en vormgeving van de uitkering van het volgende leningdeel. De uitkering van dit leningdeel kan pas gebeuren als uit een definitieve voortgangsrapportage van de Europese Commissie blijkt dat het Griekse programma voldoende op schema ligt en de overeengekomen prior actions uitgevoerd zijn. Dan kan de Raad van gouverneurs van het ESM het aanvullende memorandum van overeenstemming goedkeuren en kan de Raad van bewindvoerders op basis van de voortgangsrapportage de uitkering van een nieuw leningdeel goedkeuren. Voorafgaand aan die besluitvorming wordt de Tweede Kamer conform het informatieprotocol ESM/EFSF-besluiten1 geïnformeerd over de inhoud van de voortgangsrapportage en het aanvullende memorandum van overeenstemming, inclusief de appreciatie van het kabinet.

Het Nederlandse kabinet hecht veel waarde aan een snelle afronding van de tweede voortgangsmissie. Het is daarom positief dat de Griekse autoriteiten met het IMF en de Europese instellingen overeenstemming bereikt hebben over het beleidspakket. Het is dan aan de Griekse regering om zo snel mogelijk alle prior actions af te ronden.

Deelname IMF

Het IMF heeft aangegeven twee belangrijke voorwaarden te zien voor de start van een IMF-programma voor Griekenland. De eerste voorwaarde is het beleidspakket waar nu overeenstemming over is bereikt in de tweede voortgangsmissie. De tweede voorwaarde is een houdbare Griekse schuld. Hierover zal verder gesproken moeten worden in de Eurogroep.

Onlangs heeft het ESM reeds een aantal schuldmaatregelen voor de korte termijn ingevoerd. In mei 2016 heeft de Eurogroep daarnaast aangegeven bereid te zijn om aan het einde van het programma in 2018, op voorwaarde dat het programma volledig geïmplementeerd is en als dan blijkt dat het nodig is, verdere schuldmaatregelen te nemen voor de middellange termijn. Uw Kamer is over zowel de schuldmaatregelen voor de korte termijn als de mogelijke schuldmaatregelen voor de middellange termijn in de geannoteerde agenda voor de Eurogroep van 5 december 2016 nader geïnformeerd2. Om deze mogelijke maatregelen mee te nemen in de schuldhoudbaarheidsanalyse is voor het IMF wellicht specificatie van de afspraken zoals vastgelegd in de verklaring van de Eurogroep van 25 mei 2016 nodig.

Lenteraming Europese Commissie

Document: De relevante documenten zijn raad te plegen via

https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-performance-and-forecasts/economic-forecasts/spring-2017-economic-forecast_en

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de lenteraming van de Commissie die op 11 mei jl. is gepubliceerd. De economische groei voor het eurogebied wordt geraamd op 1,7% in 2017 en 1,8% in 2018. De groei voor 2017 is daarmee met 0,1% naar boven bijgesteld ten opzichte van de winterraming (februari 2017). De werkloosheid in de eurozone blijft dalen tot 9,4% in 2017. De tekort- en schuldniveaus nemen in 2017 en 2018 verder af. De Commissie spreekt in de raming over een stevig herstel. Wel wijst de Commissie op persistente kwetsbaarheden als gevolg van de crisis. Er is nog steeds sprake van neerwaartse risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van geopolitieke spanningen. De opwaartse en neerwaartse risico’s zijn wel meer in balans dan ten tijde van de winterraming.

De geraamde bbp-groei voor Nederland van 2,1% in 2017 en 1,8% in 2018 is gelijk aan de CPB-raming in het Centraal Economisch Plan 2017. Private consumptie en investeringen zijn de belangrijkste pijlers onder de groei. Het EMU-saldo van Nederland verbetert volgens de raming van 0,4% in 2016 naar 0,5% in 2017 en 0,8% in 2018. Ook deze cijfers zijn in lijn met de raming van het CPB voor 2017 en 2018. De Commissie raamt een verdere daling van de werkloosheid tot 4,9% dit jaar en 4,4% volgend jaar. Ook de werkgelegenheid groeit sterk, met 1,7% dit jaar en 1,3% volgend jaar.

Het kabinet onderschrijft de belangrijkste bevindingen van de lenteraming. De beleidsmix van structurele hervormingen en begrotingsconsolidatie van de afgelopen jaren werpt vruchten af. Alle lidstaten groeien in 2017. Wel blijven er verschillen bestaan tussen lidstaten. Juist nu de economie aantrekt dienen lidstaten hun economische fundamenten te versterken door begrotingen verder op orde te krijgen en economieën verder te moderniseren.

Inflatieontwikkelingen

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep spreekt elk half jaar over inflatieontwikkelingen. De inflatie in het eurogebied bedroeg in april 1,9% op jaarbasis, tegen 1,5% in maart en 2,0% in februari. De stijging van de inflatie komt deels door een herstel van de energieprijzen. Echter in april nam tevens de kerninflatie, die corrigeert voor volatiele energie- en voedselprijzen, toe naar 1,2% op jaarbasis tegen 0,7% in maart. Nederland zal de presentatie van de Europese Commissie en de Europese Centrale bank aanhoren.

Zevende post-programme surveillance missie Spanje

Document: Er is geen rapport beschikbaar. De persverklaring is te raadplegen via https://ec.europa.eu/info/news/economy-finance/statement-staff-european-commission-and-european-central-bank-following-seventh-post-programme-surveillance-mission-spain_it

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de uitkomsten van de zevende post-programme surveillance missie voor Spanje. Deze missie, waaraan de Europese Commissie, de ECB en het ESM deelnamen, heeft plaatsgevonden van 24 tot en met 26 april. Het doel van post-programme surveillance is het verkleinen van het risico dat een land dat steun heeft ontvangen terugvalt op «oud beleid», wat risico’s voor de financiële stabiliteit met zich mee kan brengen en mogelijk de terugbetaalcapaciteit van een land in gevaar brengt.

In de persverklaring na afloop van de missie laten de Commissie en de ECB zich positief uit over de economische groei in 2016. De groei van de Spaanse economie blijft boven het gemiddelde van de eurozone liggen. Wel zijn er nog uitdagingen die o.a. zien op verdere schuldafbouw, lage productiviteitsgroei en een dalende maar nog steeds hoge werkloosheid. De Commissie en de ECB stellen dat duurzame groei op de lange termijn vereist dat de economie verder wordt hervormd. In de persverklaring wordt tevens gesteld dat de kwaliteit van de activa van banken is verbeterd. Het aantal niet-presterende leningen neemt af maar het niveau is nog steeds hoog. Om de winstgevendheid op peil te houden moeten sommige kredietverleners hun bedrijfsmodel verder aanpassen.

Nederland onderschrijft de belangrijkste bevindingen uit de persverklaring; er wordt weinig tot geen discussie verwacht. De volgende post-programme surveillance missie naar Spanje zal plaatsvinden in het najaar.

Ecofinraad

Agendaonderwerp Richtlijn fiscale geschilbeslechting ter voorkoming van dubbele belasting

Document: volgt

Aard bespreking: akkoord over het richtlijnvoorstel

Besluitvormingsprocedure: unanimiteit

Toelichting:

De Raad wordt gevraagd akkoord te gaan met de Richtlijn fiscale geschilbeslechting ter voorkoming van dubbele belasting3.

In grensoverschrijdende gevallen is het mogelijk dat twee landen menen een heffingsrecht te hebben op dezelfde inkomensbron (zoals loon, winst, dividendbetaling etc.). Hierdoor wordt de belastingplichtige geconfronteerd met dubbele belastingheffing. Daarnaast kan een belastingplichtige worden geconfronteerd met belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van een bilateraal belastingverdrag. Om toch een oplossing te bieden voor dit soort situaties zijn in de bilaterale belastingverdragen en in het Europese Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (hierna: EU Arbitrageverdrag) bepalingen opgenomen die landen de mogelijkheid bieden om een onderlinge overlegprocedure te voeren, met als doel om dubbele of onterechte heffing weg te nemen. Deze overlegprocedures kennen echter geen resultaatsverplichting wat kan betekenen dat een belastingplichtige met dubbele of onterechte belastingheffing blijft zitten als de betrokken landen er niet uit komen.

Deze richtlijn biedt belastingplichtige de zekerheid dat, mochten de lidstaten er na 2,5 jaar niet uitkomen, dan het vraagstuk wordt voorgelegd aan een Arbitrage Comité waar onafhankelijke experts een uitspraak doen over de kwestie. Op deze manier heeft de belastingplichtige zekerheid op een uitkomst binnen een bepaalde periode.

Het kabinet steunt dit voorstel omdat hiermee een zekerheid aan belastingplichtigen kan worden gegeven dat dubbele belasting wordt weggenomen. Deze richtlijn past ook in de internationale discussie die onlangs tijdens de laatste informele Ecofin Raad is gevoerd over «tax certainty» waarbij verplichte arbitrage als een antwoord wordt gezien op de groeiende zorg over de impact van de anti BEPS maatregelen op grensoverschrijdende handel en investeringen. Nu er stappen zijn gezet op het gebied van de aanpak van agressieve belastingontwijking en het uitwisselen van fiscale informatie stelt de G20 dat het belangrijk is om de economische nevenschade voor bonafide internationale handel en investeringen zoveel mogelijk te beperken. Hierbij wordt gedacht aan het verlenen van zekerheid dat ontstane dubbele belasting voor een belastingbetaler daadwerkelijk door de betrokken landen wordt weggenomen.

Niet alle lidstaten zijn positief over dit voorstel. Zo vreest een kleine groep van lidstaten dat dit voorstel leidt tot (te) veel arbitragezaken. Deze lidstaten proberen de toegang voor bijvoorbeeld kleine bedragen uit te sluiten van arbitrage. Hierover zijn de onderhandelingen nog gaande.

Gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCTB)

Document: COM(2016) 685 (richtlijnvoorstel)

Aard bespreking: oriënterende gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: unanimiteit

Toelichting:

Het Maltezer voorzitterschap wil een oriënterende gedachtewisseling houden over het richtlijnvoorstel voor een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting («CCTB»). Sinds de publicatie van dit richtlijnvoorstel in oktober 2016 is dit richtlijnvoorstel in enkele Raadswerkgroepvergaderingen besproken. Hierbij is met name gekeken naar drie onderdelen van het richtlijnvoorstel:

  • een aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk

  • een aftrek of bijtelling die afhankelijk is van de toe- of afname van het eigen vermogen

  • een beperkte grensoverschrijdende verliesverrekening binnen de EU

Het CCTB-voorstel zou een eerste stap moeten zijn op weg naar een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB). Hiervoor heeft de Commissie een apart richtlijnvoorstel ingediend. Over beide voorstellen heeft het kabinet, alsmede de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, een negatief subsidiariteitsoordeel gegeven.4 Dit oordeel rechtvaardigt een kritische opstelling van Nederland ten aanzien van de voorstellen.

Nederland onderschrijft de wenselijkheid van het stimuleren van speur- en ontwikkelingswerk (S&O), maar vindt de door de Commissie voorgestelde belastingaftrek voor uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk te beperkt. Nederland is voorstander van het Nederlandse systeem waarbij de hele S&O-levenscyclus wordt gestimuleerd. Nederland vindt het belangrijk dat lidstaten ook winsten die voortvloeien uit innovatieve activiteiten onder een innovatieboxregime kunnen belasten, mits dit voldoet aan internationale afspraken om winstverschuiving tegen te gaan (nexus-benadering). Daarnaast kent het Nederlandse systeem een afdrachtvermindering in de loonbelasting, waardoor ook speur- en ontwikkelingswerk wordt gestimuleerd dat nog niet winstgevend is. De Commissie heeft aangegeven dat innovatieboxen naast de CCTB kunnen blijven bestaan, mits deze als tariefmaatregel zijn vormgegeven.

Nederland onderschrijft de gedachte om eigen en vreemd vermogen meer gelijk te behandelen. De door de Commissie in het CCTB-voorstel voorgestelde regeling is naar de mening van het kabinet echter teveel afhankelijk van de mutatie van het eigen vermogen. Zij heeft daardoor een procyclisch karakter, d.w.z. dat een aftrek wordt gegeven bij toename van het eigen vermogen en een bijtelling bij afname ervan. Van een toename van het eigen vermogen zal vooral sprake zijn in economisch gunstige tijden, terwijl een afname van het eigen vermogen zich eerder in economisch slechtere tijden zal voordoen. Een extra bijtelling in het laatste geval is dan onwenselijk. De mutatie van het eigen vermogen ligt niet altijd binnen de invloedsfeer van de onderneming.

Het CCTB-voorstel voorziet vooruitlopend op volledige consolidatie in het CCCTB-voorstel in een beperkte mogelijkheid van verliesoverdracht. Nederland is er beducht voor dat het richtlijnvoorstel ertoe kan leiden dat verliezen uit andere lidstaten – mogelijk op kunstmatige wijze – in Nederland in aanmerking moeten worden genomen. Daarnaast is toezicht en controle op grensoverschrijdende verliesoverdracht moeilijk en zijn de effecten voor de belastingopbrengst ongewis.

Voor alle drie hiervoor besproken onderdelen van het CCTB-voorstel geldt dat niet goed kan worden ingeschat wat de gevolgen hiervan zijn voor de belastinginkomsten van de lidstaten. De Commissie heeft in haar impact assessment gekeken naar de gevolgen van het richtlijnvoorstel in zijn geheel, maar geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen. Daarbij heeft de Commissie aangegeven dat mogelijk verlies aan belastinginkomsten door de lidstaten moet worden gecompenseerd door verhoging van het tarief. Daarbij gaat zij eraan voorbij dat verhoging van het tarief significante gedragseffecten tot gevolg kan hebben, doordat dit nadelig is voor de fiscale concurrentiepositie van een lidstaat. Veel lidstaten hebben hun zorg uitgesproken over de onduidelijkheid over de gevolgen van deze onderdelen voor hun belastinginkomsten.

Ook om andere redenen staan veel andere lidstaten kritisch tegenover het CCTB-voorstel en de genoemde onderdelen. Zo vinden sommige lidstaten dat de maatregelen misbruik in de hand werken. Zij wijzen op het belang van goede antimisbruikmaatregelen. Ook pleiten sommige lidstaten voor meer flexibiliteit binnen het voorstel, mede om in te kunnen springen op nieuwe constructies waardoor belasting kan worden ontweken, en wijzen lidstaten erop dat een geharmoniseerde heffingsgrondslag weliswaar verschillen tussen belastingstelsels binnen de EU wegneemt, maar dat een geharmoniseerde grondslag, waarmee vanwege de benodigde unanimiteit bij wijziging moeilijk op actuele ontwikkelingen kan worden ingesprongen, ten koste kan gaan van de mondiale concurrentiepositie van EU-lidstaten.

Kapitaalverkeer

Document:

  • Annual EFC Report to the Commission and the Council on the Movement of Capital and the Freedom of Payments (ecfin.cef.cpe(2017)472017)

  • Verslag van de Europese Commissie inzake het versnellen van de kapitaalmarktunie: aanpakken van nationale belemmeringen voor kapitaalstromen (COM 2017 (147))

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Raad zal spreken over het jaarlijkse rapport van het Economisch en Financieel Comité (EFC) over vrij verkeer van kapitaal en het verslag van de Europese Commissie inzake het «versnellen van de kapitaalmarktunie: aanpakken van nationale belemmeringen voor kapitaalstromen».

Het EFC stelt uit hoofde van art. 134 (2) van het werkingsverdrag jaarlijks een rapport op over het kapitaalverkeer binnen de Europese Unie, wat na aanname in het EFC aan zowel de Raad als het Europees parlement wordt gestuurd. Het EFC-rapport geeft aan dat het investeringsklimaat en de consistente neergang van zowel in als uitgaande foreign direct investment (FDI) zorgelijk is. Daarnaast constateert men dat grensoverschrijdende investeringen in de Europese Unie (EU) nog steeds lager liggen dan voor de crisis. Het rapport benadrukt dan ook de urgentie om het investeringsplan voor Europa uit te voeren. Voor het goed functioneren van de Europese kapitaalmarkt is het van belang dat barrières worden weggenomen die het vrije verkeer van kapitaal belemmeren. Het rapport somt een aantal maatregelen op die recent zijn ondernomen om vrij verkeer van kapitaal te bevorderen en gaat nader in op de genomen stappen in het kader van de bankenunie. Het rapport is opgesteld en aangenomen door het EFC, waardoor brede steun in de Raad te verwachten is. Nederland heeft ingestemd met het rapport in het EFC.

Het verslag van de Europese Commissie inzake het aanpakken van nationale belemmeringen voor kapitaalstromen schetst de belangrijkste nationale belemmeringen voor het vrij verkeer van kapitaal en welke acties ondernomen kunnen worden om deze barrières te verminderen. Door middel van een kabinetsreactie is de Kamer uitgebreid geïnformeerd over de inhoud van dit verslag.

Macro-economische onevenwichtighedenprocedure: diepteonderzoeken

Document: De diepteonderzoeken zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-economic-governance-monitoring-prevention-correction/macroeconomic-imbalance-procedure/depth-reviews_en#2017-country-reports-including-idrs

Aard bespreking: Aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Consensus

Toelichting:

Op 22 februari werden de landenrapporten met daarin de diepteonderzoeken in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) gepubliceerd. De diepteonderzoeken zullen door de Ecofin Raad besproken worden en de Ecofin Raad zal algemene conclusies hierover aannemen. De Commissie heeft geoordeeld dat Frankrijk, Kroatië, Italië, Bulgarije, Cyprus en Portugal kampen met «buitensporige onevenwichtigheden, die vragen om doortastende beleidsactie en specifieke monitoring». Voor Cyprus, Italië en Portugal heeft de Commissie aangekondigd dat in mei, op basis van hun Nationaal Hervormingsprogramma, de beoordeling opnieuw tegen het licht wordt gehouden.

Nederland heeft het oordeel «onevenwichtigheden» gekregen. De Commissie ziet voor Nederland nog risico’s m.b.t. de hoge private schuld en het lopenderekeningoverschot. Het kabinet herkent de analyse van de Commissie dat het overschot op de lopende rekening voornamelijk volgt uit structurele kenmerken van de Nederlandse economie. Daarnaast benadrukt het kabinet dat er in de afgelopen jaren verschillende structurele hervormingen zijn doorgevoerd op de woningmarkt, zowel voor het huur- als het koopsegment. Dit leidt tot een meer evenwichtige en stabiele woningmarkt met meer mobiliteit, minder risico’s voor huishoudens en financiële bedrijven en lagere belastinguitgaven.

Terugkoppeling G20 en IMF voorjaarsvergadering

Documenten: n.v.t.

Aard bespreking: terugkoppeling

Belsuitvormingsprocedure: n.v.t.

Tijdens de Ecofinraad zullen de Europese Commissie, de ECB en de voorzitter van de Ecofin een terugkoppeling geven van de G20 vergadering van ministers van Financiën en centrale bank gouverneurs en de IMF voorjaarsvergadering op 20 t/m 22 april in Washington DC.

De inzet van de EU in de G20 is vooraf vastgesteld middels een Terms of Reference. De voornaamste thema’s die bij de G20 vergadering in Washington aan bod zijn gekomen zijn de mondiale economische situatie, het initiatief van Duitsland om via zogenaamde «Compacts» private investeringen in Afrikaanse landen aan te jagen, versterking van de internationale financiële architectuur en financiële regulering.

De inzet van de EU in het International Monetary and Financial Committee (IMFC) van het IMF, dat bij de voorjaarsvergadering bij elkaar is gekomen, is vooraf vastgelegd in het IMFC statement van de EU. De conclusies van het IMFC stonden deze keer in het teken van de economische situatie en de belangrijkste beleidsuitdagingen voor de leden van het IMFC. In het bijzonder was er aandacht voor globalisering, handel en inclusieve groei.

Verzekeringsverdrag EU-VS

Documenten:

  • Council decision on the signing, on behalf of the Union, and provisional application of the Bilateral Agreement between the European Union and the United States of America on prudential measures regarding insurance and reinsurance;

  • Council decision on the conclusion of the Bilateral Agreement between the European Union and the United States of America on prudential measures regarding insurance and reinsurance

Aard bespreking: aanname Raadsbesluit als hamerpunt

Besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid.

Toelichting:

Naar verwachting zal de Raad instemmen met dit conceptraadsbesluit.,. De overeenkomst EU-VS5 beoogt bestaande handelsbelemmeringen voor (her)verzekeraars te verminderen. Zo eist de VS bijvoorbeeld momenteel onderpand van herverzekeraars met de zetel in de Unie die in de VS willen herverzekeren en eisen sommige lidstaten de oprichting van een bijkantoor van herverzekeraars met zetel in de VS die in die lidstaten willen opereren. Door deze overeenkomst is dit straks niet meer nodig, wat leidt tot lagere kosten voor afnemers.

Nederland is voornemens in te stemmen met het voorstel. Het kabinet hecht groot belang aan de ondertekening en de voorlopige toepassing van enkele artikelen van de overeenkomst. Dit vergroot namelijk de druk op de VS om de overeenkomst in werking te doen treden. De overeenkomst verbetert de situatie voor zowel (her)verzekeraars met zetel in Nederland als (her)verzekeraars met zetel in de VS. Tijdens de besprekingen is niet gebleken dat er lidstaten tegen zijn. Ook zijn er tot dusverre geen signalen dat er bij het Europees parlement bezwaren zouden leven.

EIB Raad van gouverneurs

Voorafgaand aan de Ecofinraad zal op dinsdag 23 mei de jaarlijkse vergadering van de Raad van gouverneurs (RvG) van de Europese Investeringsbank (EIB) plaatsvinden. Op de agenda staat een verklaring van de president van de EIB over de resultaten en de jaarcijfers 2016. Daarnaast staan de bespreking van de jaarrapportage van de Audit Committee en het voorzitterschap en gedeeltelijke reguliere herbenoeming van de Audit Committee geagendeerd. Aansluitend vindt een discussie plaats met de gouverneurs over hoe de EIB functioneert, zowel in financiële zin als operationeel. Tenslotte wordt tijdens de vergadering het voorzitterschap van de RvG overgedragen door Polen aan Portugal. Nederland is tevreden over de jaarcijfers 2016.