Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-07 nr. 1402

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1402 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2016

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 7 en 8 november te Brussel.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Geannoteerde agenda t.b.v. de Eurogroep en Ecofinraad van 7 en 8 november 2016 te Brussel

Eurogroep

Hoorzitting van de SSM voorzitter

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Op grond van de memorandum van overeenstemming (MoU) tussen de Raad en Europese Centrale Bank (ECB) neemt de voorzitter van het Single Supervisory Mechanism (SSM) twee keer per jaar deel aan de vergadering van de Eurogroep. Tijdens deze gedachtewisseling kunnen relevante aspecten van de activiteiten en het functioneren van het SSM worden besproken. Bij de Eurogroep van 22 april 2016 heeft Danièle Nouy het SSM jaarverslag gepresteerd. Toen benadrukte zij o.m. het belang van harmonisatie van opties en nationale discreties in het bankentoezicht. Dit keer zal Nouy naar verwachting o.m. ingaan op recente ontwikkelingen en enkele structurele uitdagingen waarmee een aantal Europese banken te maken hebben, zoals lage winstgevendheid en slecht presterende leningen. De oplossingen voor eventuele problemen liggen wat Nederland betreft in de eerste plaats bij banken zelf, maar scherp bankentoezicht is daarbij ook van groot belang, bijv. als het gaat om het signaleren van eventuele kapitaaltekorten.

SRB activiteiten

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Single Resolution Board (SRB) zal een presentatie geven over haar werkzaamheden. Op dit moment wordt door de SRB hard gewerkt aan het opstellen van voorlopige afwikkelingsplannen voor de 68 grootste, meest systeemrelevante banken binnen de bankenunie. Deze afwikkelingsplannen bevatten o.m. een uitgebreide bedrijfsanalyse, en gaan in op het bepalen van de kritieke functies en het vaststellen van de te prefereren afwikkelingsstrategie.

Een ander belangrijk onderdeel van het afwikkelingsplan is de instellingspecifieke minimumeis aan het door een bank aan te houden bail-inbare vermogen (de zogenaamde Minimum Requirement for own funds and Eligible Liabilities, MREL-eis). Het streven van de SRB is om voor het einde van 2016 aan deze 68 banken een voorlopige indicatieve – juridisch niet-bindende – MREL-eis te communiceren. Voor Nederland is van belang dat deze MREL eis voldoende hoog wordt vastgesteld zodanig dat altijd voldaan kan worden aan de voorwaarden uit de BRRD dat altijd minimaal 8% bail-in plaats vindt alvorens het resolutiefonds kan bij dragen aan verliesabsorptie en herkapitalisatie van een instelling.

De SRB is tevens verantwoordelijk voor het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds (SRF). Zo is de SRB verantwoordelijk voor het berekenen van de bijdragen die alle banken aan het SRF moeten betalen alsmede voor het beheer van de middelen in het SRF. Eind juni jl. hadden de nationale afwikkelingsautoriteiten in totaal € 6,4 mrd aan 2016-bijdragen van banken overgedragen aan het SRF. Daarmee zit er momenteel € 10,4 mrd in het SRF (de geïnde bijdragen uit 2015 en 2016).

Griekenland

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling.

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De instellingen (EC, ECB, IMF, ESM) zullen de Eurogroep informeren over de voortgang van de tweede review van het Griekse programma. Van 17-28 oktober zijn de instellingen in Athene op missie geweest. De volgende missie is voorlopig gepland voor 14-21 november.

De tweede review bevat net als de eerste review een breed pallet aan maatregelen. Maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid en hervorming van de arbeidsmarkt zullen naar verwachting centraal staan in deze missie. Ook moeten maatregelen worden genomen op het terrein van privatiseringen, de financiële sector, de energiemarkt, openbaar bestuur, wetgeving voor de begrotingsstrategie voor de middellange termijn, zakenklimaat, productmarkten en onderwijs. Het kabinet hecht grote waarde aan een snelle afronding van de tweede review.

Na de implementatie van 15 milestones en het succesvol terugdringen van betalingsachterstanden heeft de raad van bewind van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) op 25 oktober de uitkering van de laatste 2,8 miljard euro van de tweede tranche van het derde Griekse programma goedgekeurd. Daarmee komt het bedrag dat in dit programma aan Griekenland is uitgekeerd op 31,7 miljard euro van maximaal 86 miljard euro. Ook is hiermee de eerste review formeel afgerond. Dit maakt de weg vrij voor de implementatie van de op 24 mei van dit jaar door de Eurogroep aangekondigde schuldmaatregelen voor de korte termijn. Het gaat daarbij om het herprofileren van het aflossingsprofiel van de uitstaande EFSF-leningen uit het tweede Griekse programma, het beperken van het renterisico en het niet door laten gaan van een geplande rentestijging op een deel van de EFSF-leningen. Het ESM is nog bezig met de technische uitwerking van de maatregelen die het renterisico moeten beperken en werkt aan een voorstel voor de timing van de invoering van de maatregelen.

De Structural Reform Support Service (SRSS) zal aan de Eurogroep terugkoppeling geven over de voortgang van de technische assistentie (TA) die aan Griekenland verleend wordt. Coördinatie van TA aan Griekenland verloopt goed. Vanuit de Commissie wordt alles nu gecoördineerd door de SRSS en vanuit de Griekse autoriteiten is de SG voor coördinatie verantwoordelijk. Technische assistentie sluit goed aan bij prioriteiten van MoU/programma. Dit wordt ook steeds gecontroleerd en TA wordt zo nodig aangepast op de prioriteiten van het programma. Het is nog te vroeg om een evaluatie te doen van verleende assistentie.

Cyprus – Eerste post-programma surveillancemissie en algemene stand van zaken

Document: Statement by the staff of the European Commission and the European Central Bank following the first post-programme surveillance mission to Cyprus. http://ec.europa.eu/economy_finance/articles/eu_economic_situation/2016-09-30-statement-cyprus_en.htm

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie en de ECB zullen terugkoppelen over de eerste post-programma sureveillancemissie in Cyprus, die van 26-30 september plaats had. Cyprus verliet in maart 2016 de ESM en IMF programma’s. De belangrijkste bevindingen zijn dat de economische groei hoger is dan verwacht en de begrotingsdoelstellingen worden gehaald, terwijl nog het nodige te doen is op het vlak van het efficiënter maken van de publieke sector en de gezondheidszorg, het moderniseren van de rechtspraak en privatisering en hervorming van de elektriciteitsmarkt. De stabiliteit van de bankensector is sterk verbeterd. Het aantal niet-presterende leningen is afgenomen, banken zijn in staat om meer deposito’s aan te trekken en hun liquiditeitspositie en kapitaalbuffers zijn verbeterd. Daardoor neemt de nieuwe kredietverlening inmiddels weer toe. Cyprus heeft belangrijke stappen gezet in het verbeteren van de faillissementswetgeving om het nog altijd hoge niveau van niet presterende leningen verder omlaag te brengen. Implementatie van de wetten kan echter verstrekt worden. De volgende missie staat gepland voor het voorjaar van 2017.

Verder volgt waarschijnlijk een terugkoppeling over de gesprekken tussen de Republiek Cyprus en de Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC) over hereniging van het eiland. Sinds 2014 voeren de leiders van de Republiek Cyprus en de TRNC onder toezicht van de Verenigde Naties gesprekken over hereniging. Door de parlementsverkiezingen op 22 mei 2016 hebben de onderhandelingen een tijd stilgelegen. Inmiddels zijn de gesprekken weer hervat.

Zesde post-programme surveillance missie Spanje

Document: Er is geen rapport beschikbaar. De persverklaring is te raadplegen via http://ec.europa.eu/economy_finance/articles/eu_economic_situation/2016-10-24_statement_spain_en.htm

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de uitkomsten van de zesde post-programme surveillance missie voor Spanje. Deze missie, waaraan de Europese Commissie, de ECB en het ESM deelnamen, heeft plaatsgevonden van 17 tot en met 19 oktober. Gezien de demissionaire status van de regering was de missie beperkt qua omvang. De missie focuste zich op de financiële sector en werd tevens gebruikt om Spanje te monitoren in het kader van de Macro-Economische Onevenwichtigheden Procedure.

Het doel van post-programme surveillance is het verkleinen van het risico dat een land dat steun heeft ontvangen terugvalt op «oud beleid», wat risico’s voor de financiële stabiliteit met zich mee kan brengen en mogelijk de terugbetaalcapaciteit van een land in gevaar brengt. In de persverklaring na afloop van de missie laten de Commissie en de ECB zich positief uit over de stabiliteit van de bankensector. Wel blijven er uitdagingen bestaan met betrekking tot de winstgevendheid op de middellange termijn.

De groei van de Spaanse economie blijft boven het gemiddelde van de eurozone liggen. De Commissie en de ECB wijzen wel op de uitdagingen die onder meer zien op de lage productiviteitsgroei en de hoge private en publieke schuldniveaus. Hoewel de werkloosheid het afgelopen jaar snel is teruggelopen blijft deze met 19,5% erg hoog. De persverklaring stelt dan ook dat het noodzakelijk is dat de volgende regering blijft hervormen. De persverklaring bevat geen oordeel over de door Spanje ingediende conceptbegroting en het effectieve actie rapport. Deze stukken worden momenteel bestudeerd door de Commissie.

Nederland onderschrijft de belangrijkste bevindingen uit de persverklaring; er wordt weinig tot geen discussie verwacht. De volgende post-programme surveillance missie naar Spanje zal plaatsvinden in de lente van 2017.

Thematische discussie over groei en banen: insolventie

Document: SSM – Stocktake of national supervisory practices and legal frameworks related to NPLs https://www.bankingsupervision.europa.eu/legalframework/publiccons/pdf/npl/stock_taking.en.pdf

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: NVT

Insolventie wordt voor de derde keer besproken in de Eurogroep. Bij de tweede discussie in april zijn algemene principes geformuleerd gericht op de efficiency van nationale insolventieraamwerken. Deze principes kunnen gebruikt worden door lidstaten voor het verbeteren van hun insolventieraamwerken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan beschikbaarheid van procedures voor tijdige herstructurering, effectieve toegang tot onderpand voor kredietverleners met zekerheden en heldere regels voor grensoverschrijdende insolventie. Ook is in de Eurogroep afgesproken om regelmatig op dit onderwerp terug te keren en de voortgang in lidstaten te bespreken. Ook heeft de eurogroep in april ook het belang van benchmarking onderstreept. Databeperkingen maken het echter moeilijk in deze fase reeds een benchmark te formuleren. De Europese Commissie is een traject gestart om de data over insolventie verder ter verbeteren.

Vanwege de koppeling tussen insolventie en economische groei in het Eurogebied is het onderwerp opnieuw geagendeerd voor de Eurogroep. Hoge niet-presterende leningen (NPL’s) of ineffectieve insolventieprocedures kunnen de toegang tot financiering en kredietgroei en daarmee economische ontwikkeling remmen. Afwikkeling van NPL’s en verbetering van insolventieprocedures is dan ook één van de aanbevelingen voor het eurogebied in 2016. Verbetering van insolventieprocedures als één van de voorstellen binnen de kapitaalmarktunie kan bijdragen aan het verbeteren van financieringscondities en schokabsorptievermogen binnen de muntunie.

In de Eurogroep zal de Europese Commissie een nadere toelichting geven over insolventie op basis van de Doing Business indicatoren van de Wereldbank. Ook wordt er gesproken over de studie van het SSM naar NLP’s in acht verschillende lidstaten. In de studie wordt gekeken naar manieren en/of regels waarop en hoe door banken en toezichthouders met slechte leningen wordt omgegaan. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat insolventieraamwerken in diverse landen een obstakel vormen voor het afwikkelen van slechte leningen. De discussie in de Eurogroep zal zich dit keer naar verwachting richten op de relatie tussen insolventie en het afwikkelen van slechte leningen.

Inflatieontwikkelingen

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep spreekt elk half jaar over inflatieontwikkelingen. De inflatie in het eurogebied bedroeg in september 0,4% op jaarbasis, tegenover 0,2% in augustus en juli. Aan het begin van het jaar was nog sprake van een lichte daling in het prijsniveau. De stabilisatie in energieprijzen draagt in belangrijke mate bij aan de lichte opleving van inflatie in het eurogebied in recente maanden. De kerninflatie, die corrigeert voor energie- en voedselprijzen, is dit jaar weinig veranderd en bedroeg in september 0,8%. Inflatieramingen van verscheidene instellingen (waaronder de Europese Commissie, OESO, ECB, IMF) voorspellen een licht herstel van de inflatie in 2017, naar niveaus van 1–1,5% op jaarbasis. Dit herstel wordt ondersteund door de effecten van stabiliserende energieprijzen, die naar verwachting verder zullen doorwerken in de consumentenprijzen. Ook een lichte versterking van de binnenlandse vraag zal naar verwachten geleidelijk opwaartse druk zetten op het prijsniveau in de eurozone.

Ecofinraad

Belastingpakket voor een eerlijk, concurrerend en stabiel belastingsysteem

Documenten:

Aard bespreking: Presentatie van de Commissie

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie (hierna: de Commissie) zal een presentatie geven over het belastingpakket dat op dinsdag 25 oktober door de Commissie is gepresenteerd. Dit pakket bestaat uit de volgende richtlijn voorstellen:

  • een richtlijnvoorstel voor geschilbeslechting bij dubbele belasting,

  • een richtlijnvoorstel voor hybride mismatches met derde landen («ATAD2») – Dit is een aanvulling op de eerder dit jaar vastgestelde Richtlijn anti-belastingontwijking (ATAD),

  • een richtlijnvoorstel voor een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting («CCTB»), en

  • een richtlijnvoorstel voor een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting («CCCTB»).

Nederland onderschrijft de doelen die met de nieuwe Commissievoorstellen worden beoogd, namelijk versterking van de interne markt en het bedrijfsklimaat binnen de Europese Unie en de aanpak van belastingontwijking. Onder het Nederlandse voorzitterschap in de eerste helft van dit jaar zijn belangrijke stappen gezet bij de aanpak van belastingontwijking. Deze voorstellen bouwen hierop voort. Zoals gebruikelijk moeten de voorstellen eerst worden bestudeerd en wordt het standpunt van het kabinet zo spoedig mogelijk gedeeld met het parlement.

Financiële transactie belasting

Document: Nog niet verspreid

Aard bespreking: State of play

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Op de Ecofinraad van 8 november staat de stand van zaken van de versterkte samenwerking voor een financiële transactie belasting (FTT) op de agenda.

In februari 2013 heeft de Commissie een richtlijnvoorstel voor versterkte samenwerking gepubliceerd op het gebied van de FTT. De (toen nog) 11 participerende lidstaten hebben sindsdien geprobeerd om tot een oplossing te komen. De participerende lidstaten waren, onder meer, verdeeld over de reikwijdte van de FTT. Zo wenste de ene groep lidstaten een beperkte FTT met zo min mogelijk weerslag op de economie terwijl de andere groep inzette op een uitgebreide FTT om zoveel mogelijk inkomsten te genereren. Deze impasse lijkt te zijn doorbroken. Onlangs hebben de (nu) 10 aan de FTT participerende lidstaten aangegeven dat er een basisovereenstemming is gevonden waarop verder kan worden doorgebouwd naar een volledige richtlijn. Er is dus geen sprake is van een uiteindelijk akkoord. De FTT groep zal gedurende de Ecofinraad hun basisovereenkomst aan de rest van de lidstaten presenteren.

Tijdens de opstelling van deze Geannoteerde Agenda was er (nog) geen inhoudelijk document over de afspraken gepubliceerd. Mocht de FTT groep uiteindelijk akkoord gaan met een FTT richtlijn dan zal het kabinet, zoals eerder aan de Kamer is toegezegd, een appreciatie daarover naar de Kamer sturen.

Nederland heeft zich niet aangesloten bij de versterkte samenwerking voor een FTT. Het regeerakkoord stelt dat Nederland zich aansluit bij een versterkte samenwerking voor een heffing op de financiële sector, indien aan drie voorwaarden wordt voldaan:

  • 1. De Nederlandse pensioenfondsen blijven gevrijwaard van een financiële sector belasting;

  • 2. Er is geen disproportionele samenloop met de huidige bankenbelasting, en;

  • 3. De inkomsten vloeien terug naar de lidstaten.

Statistiek

Document: Raadsconclusies, Extranet nr. 13702/16

Aard bespreking: aanname raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: consensus

Toelichting:

Jaarlijks in het najaar spreekt de Ecofinraad over de ontwikkelingen op het terrein van de statistiek in de Europese Unie. Hierover worden raadsconclusies opgesteld.

Bij de statistieken voor de procedure bij buitensporige tekorten zijn ontwikkelingen te melden bij de dossiers PPS, harmonisatie van de revisiemomenten van de nationale rekeningen en verwerking van jurisprudentie en aanvullende regels van Eurostat in onder meer de EMU-cijfers. Nederland ondersteunt deze ontwikkelingen van harte. Recent is een gids verschenen over de statistische aspecten van PPS bij de berekening van de EMU-cijfers. Deze gids geeft de relevante stakeholders meer helderheid over deze aspecten. Voorst werken Eurostat en de statistische bureaus aan een verdere harmonisatie in Europees verband van de tijdstippen van revisies van de nationale rekeningen. Het gaat dan onder meer om de revisies van het bruto nationaal inkomen (bni) relevant voor de afdracht van de eigen middelen. Nationale processen – zoals de besluitvorming over de rijksbegroting en rapportages over de overheidsfinanciën van lidstaten aan de Europese Commissie – vergen voldoende implementatietijd voor additionele regels en jurisprudentie van Eurostat relevant voor de EMU-cijfers. Daarbij wordt mogelijke verbetering van de governance van statistische processen meegenomen.

Modernisering van het Europese statistische systeem vergt voortdurend investeringen en onderhoud van de infrastructuur van de statistiek. In dit verband is vermeldenswaardig dat voor modernisering van de Europese bedrijven statistieken en landbouwstatistieken wetgevingsvoorstellen verwacht mogen worden.

Bij de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) en bij de benodigde statistische informatie in de EMU is in het verleden afgesproken een kwaliteitslag te maken bij vooral het tijdig beschikbaar komen van de benodigde data relevant voor MEOP en EMU. Op beide terreinen is (wederom) vooruitgang te melden. Nederland steunt de Raadsconclusies die voorliggen.

Presentatie Jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de EU begroting 2015

Document: «Jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de uitvoering van de EU begroting 2015» http://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/annualreports-2015/annualreports-2015-NL.pdf

Aard bespreking: Presentatie

Besluitvormingsprocedure: De Europese Rekenkamer presenteert het Jaarverslag over de EU begroting 2015. Er wordt geen beslissing genomen tijdens deze Ecofin Raad. De Ecofin van februari 2017 beslist over het Dechargeadvies van de Raad met gekwalificeerde meerderheid. Vervolgens beslist het Europees parlement of zij overgaat tot het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie.

Toelichting:

De Europese Rekenkamer geeft over het jaar 2015 wederom geen goedkeurende verklaring af (Déclaration d’Assurance) over de EU-begroting. Voor Nederland is het Jaarverslag van de Europese Rekenkamer een belangrijk element in de standpuntbepaling ten aanzien van Decharge van de EU begroting, meer specifiek de Raadsaanbevelingen die de Ecofin zal aannemen in februari. Het kabinet kijkt bij de beoordeling naar meerdere zaken: is het aantal fouten toegenomen of afgenomen? Welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag? Wat is het financieel belang dat hiermee gemoeid is? Is er verbetering zichtbaar in de beheers- en verantwoordingssystemen?

Het gemiddelde foutenpercentage van de EU begroting 2015 schat de ERK op 3,8%. De fouten bij de uitgaven zijn zogenoemde «kwantificeerbare materiële fouten», zoals het niet voldoen aan aanbestedingsregels, ontoereikende bewijsstukken of het declareren van niet-subsidiabele kosten/projecten, en onjuiste landbouwarealen. Het foutpercentage zou volgens de ERK onder de 2% uitgekomen zijn als de Commissie en de lidstaten alle beschikbare informatie hadden gebruikt om fouten tijdig te signaleren en te corrigeren. Deze conclusie komt overigens jaarlijks terug in het jaarverslag. Niettemin is over de gehele linie sprake van een lichte daling van de foutenpercentages. Bij Cohesie- en Structuurfondsen daalde het foutenpercentage van 5,7% naar 5,2% en voor Concurrentievermogen (research en innovatie) van 5,6% naar 4,4%. De oorzaak van deze daling is deels gelegen in een lager percentage aanbestedingsfouten; de ERK constateert dat de naleving van aanbestedingsregels aanzienlijk is verbeterd. De begrotingscategorie landbouw laat een verbetering zien van 3,6% naar 2,9%, grotendeels veroorzaakt door het niet langer meerekenen van zogenoemde cross compliance fouten. Plattelandsontwikkeling kent een foutenpercentage van 5,3%. Dit is weliswaar een daling ten opzichte van de 6,2% van vorig jaar, maar nog altijd het hoogste foutenpercentage van alle uitgaven. Voor de ontvangsten van de EU-begroting c.q. de afdrachten van de lidstaten stelt de ERK het foutenpercentage op 0,0%.

Het gemiddelde foutenpercentage van 3,8% is weliswaar lager dan de 4,4% van vorig jaar maar ligt binnen de statistische onzekerheid. Indien rekening gehouden wordt met de upper and lower limit (het statistische interval) van de schatting van de Europese Rekenkamer wijken de foutenpercentages van opeenvolgende EU-begrotingen sinds 2010 niet significant van elkaar af. Meer specifiek beweegt het foutenpercentage zich tussen 2010 en 2015 tussen de 3,7% en 4,5%. Het kabinet is van mening dat meer transparantie, meer (geografisch) inzicht in onderliggende problemen en vereenvoudiging van regelgeving kunnen bijdragen aan een verbetering van de besteding van EU-middelen. Nederland steunt daarom in grote lijnen het Commissievoorstel inzake het Financieel Reglement (zie BNC-fiche met Kamerstuk 22 112, nr. 2227).

Implementatie bankenunie

Agenda: Implementatie Bankenunie

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Ecofin Raad zal spreken over de stand van zaken met betrekking tot de nationale implementatie van diverse elementen van de Bankenunie. Ten aanzien van de implementatie van de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) en de Deposit Guarantee Scheme Directive (DGSD) hebben bijna alle lidstaten deze geïmplementeerd. Volgens het meest recente overzicht (27 september 2016) heeft alleen België de BRRD en de DGSD nog niet volledig geïmplementeerd. Tijdens de Ecofin Raad van 11 oktober jl. gaf België aan te verwachten dat de BRRD eind oktober definitief geïmplementeerd zou zijn en dat gestreefd werd naar volledige implementatie van de DGSD in november.

Een aantal lidstaten (Cyprus, GRIE, IER, SLK, SPA) dient de leenoverkomst ten behoeve van brugfinanciering aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds nog te ondertekenen. Nederland heeft de implementatie van zowel de BRRD als de DGSD in november 2015 volledig afgerond. Ook de leenovereenkomst is in Nederland afgerond en ondertekend.

Criteria en proces die leiden tot het opstellen van een gemeenschappelijke lijst van niet coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Aanname raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

De Raad zal Raadsconclusies aannemen over de criteria en het proces ten aanzien van het opstellen van een gemeenschappelijke lijst van niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen. Tijdens de Ecofin Raad van mei jl. zijn de lidstaten overeengekomen dat er uiterlijk in 2017 een gemeenschappelijke lijst van niet-coöperatieve jurisdicties zal worden opgesteld. Naar aanleiding van deze conclusie hebben de lidstaten, ondersteund door de Commissie, op basis van economische en juridische criteria gewerkt aan een long list van risicojurisdicties. De door de Ecofin Raad vast te stellen Raadsconclusies zullen ingaan op welke juridische criteria worden gebruikt. Deze zien in grote lijnen op de mate van fiscale transparantie, schadelijke belastingconcurrentie en de participatie van deze jurisdicties aan het internationale proces om grondslaguitholling en winstverschuiving tegen te gaan.

Begin 2017 zal de Commissie een dialoog met de genoemde risicojurisdicties opstarten om extra informatie te verkrijgen en, waar nodig, om hen te bewegen tot aanpassing van hun belastingsystemen. Afhankelijk van de uitkomst beoordeelt de Commissie in samenspraak met de lidstaten of een jurisdictie uiteindelijk eind 2017 op de lijst komt of niet. Verder zal er in 2017 gesproken worden over defensieve maatregelen. Deze maatregelen kunnen worden genomen op het belastinggebied maar hoeven zich daar niet tot te beperken. Eind 2017 zal dit proces afgerond zijn.

Nederland steunt het opstellen van een gemeenschappelijke lijst, omdat hiermee een belangrijk signaal gegeven wordt aan derde landen buiten de EU dat een wereldwijde minimumstandaard op het gebied van belastingen en belastingtransparantie moet worden toegepast. Het kabinet geeft hiermee invulling aan de motie-Groot1. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met andere internationale initiatieven, zoals die van de OESO, die waarbij ook criteria ter beoordeling van jurisdicties zijn geformuleerd. Ook dienen de criteria helder te zijn zodat het duidelijk is waarom een jurisdictie op de lijst staat en dat het ook duidelijk is wat een jurisdictie moet doen om weer van de lijst af te komen.


X Noot
1

Kamerstuk 22 112, nr. 2093