21 501-04 Ontwikkelingsraad

Nr. 293 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 mei 2026

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 18 mei 2026.

De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING VAN 18 MEI 2026

Introductie

Op 18 mei a.s. vindt de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking (RBZ-OS) plaats in Brussel. Tijdens de Raad zal, in aanwezigheid van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Kaja Kallas, en de Commissaris voor Internationale Partnerschappen, Jozef Síkela, worden gesproken over de toekomst van het EU extern beleid binnen het nieuwe EU Meerjarig Financieel Kader (MFK), in het licht van geopolitieke ontwikkelingen, de rol van Global Gateway in EU-buitenlandbeleid en de impact van de oorlog in Iran voor ontwikkelingssamenwerking wereldwijd.

De toekomst van EU extern beleid in het licht geopolitieke ontwikkelingen

De Raad zal naar verwachting van gedachten wisselen over de toekomst van het EU externe beleid binnen het nieuwe EU MFK, in het kader van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. De discussie zal zich richten op de vraag in hoeverre het voorgestelde Global Europe instrument1 de EU in staat stelt haar positie in de wereld te versterken en effectiever op te treden in een veranderende internationale context.

Zoals ook benadrukt in de beleidsbrief Buitenlandse Zaken 20262 zet Nederland in op het versterken van het externe beleid van de Europese Unie, omdat een krachtige en eensgezinde EU noodzakelijk is om Nederlandse belangen en waarden te beschermen, strategische afhankelijkheden te verminderen en effectief op te treden in een veranderende geopolitieke context.

Nederland onderschrijft de doelstelling dat het Global Europe-instrument moet bijdragen aan het versterken van de geopolitieke invloed van de EU. Om dit te bereiken moeten de middelen meer strategisch worden ingezet, worden gekoppeld aan de materiele en immateriële belangen van de EU en zijn partners en gericht zijn op het versterken van het bredere multilaterale stelsel. Daarbij is het van belang dat middelen gericht worden ingezet op prioritaire regio’s, in het bijzonder in en nabij Europa en Sub-Sahara Afrika. Tevens vindt Nederland het belangrijk dat het instrument bijdraagt aan het EU-concurrentievermogen, economische weerbaarheid en het verminderen van strategische afhankelijkheden. Ook blijft Nederland inzetten op robuuste humanitaire hulp vanuit de EU.

De Global Gateway-strategie, die private investeringen, ontwikkelingssamenwerking en diplomatie moet combineren, kan bijdragen aan een aantrekkelijk aanbod voor partnerlanden. Het voldoet aan de vraag van veel partners om duurzame economische investeringen, en kan zo bijdragen aan een verdere versterking van de relatie tussen hen en de EU, en daarmee de positie van de EU als waardengemeenschap in de wereld versterken, waarin autocratische krachten hun macht proberen uit te breiden. In het bijzonder voor de minst ontwikkelde landen en fragiele contexten is daarnaast ook ander instrumentarium van belang. Dit alles past binnen de inzet op brede partnerschappen, gebaseerd op wederzijdse belangen, en waarin politieke dialoog, handel en ontwikkelingssamenwerking geïntegreerd samen komen. Hierbij is het ook van belang dat de EU een aantrekkelijke samenwerkingspartner is op immaterieel vlak, gebaseerd op de Europese waarden. Het Global Europe-instrument dient deze brede inzet te ondersteunen.

Nederland pleit daarnaast voor voldoende flexibiliteit binnen het instrument en voor versterking van de strategische aansturing, zodat sneller en doelgerichter kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en onvoorziene omstandigheden.

De rol van Global Gateway in EU-buitenlandbeleid

De Raad zal ook apart spreken over de rol van de Global Gateway-strategie in het EU-buitenlandbeleid. Nederland zet er actief op in om de Global Gateway-strategie een succes te maken. Zoals geschreven in de beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026, vindt Nederland het belangrijk om bilateraal en samen met de Europese partners te werken aan investeringen in de toekomst, met groene economische partnerschappen gericht op weerbare handelsketens en het stimuleren van lokale economieën. Met sterke economische partnerschappen, die met oog voor mens en milieu zorgen voor waardetoevoeging in het mondiale Zuiden, kan Europa ook tegenwicht bieden aan de economische invloed van andere grote blokken. Nederland ziet de Global Gateway-strategie als een manier om invulling te geven aan geïntegreerd buitenlandbeleid. Het bouwt voort op de hulp-en-handel agenda, met als doel het creëren van ontwikkelingsimpact en groter Nederlands verdienvermogen voor nu en in de toekomst. De zogenaamde Dutch Diamond jaagt dit aan: bedrijven, financiële instellingen, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties bundelen daarbij hun expertise op gebieden als klimaatadaptatie, watermanagement, voedselzekerheid, biodiversiteit, energie, transport, financiering en gezondheid.

Nederland werkt zelf aan voorstellen die in lijn zijn met de Global Gateway-investeringsprioriteiten en die overeenkomen met de belangen van partnerlanden en die van de EU. Twee projecten op agrologistiek, in de Northern corridor in Oost-Afrika en in de Lobito corridor in Angola, hebben in december 2025 cofinanciering van de EU gekregen via delegated cooperation, naast de Nederlandse inzet en financiering. Invest International is voor Nederland de centrale organisatie in deze projecten en werkt aan de projectontwikkeling, financiering en implementatie. Nederland zal tijdens de Raad onder meer de noodzaak onderstrepen van een gecoördineerde aanpak door de Europese Commissie en lidstaten. Stappen moeten nog worden gezet in de verdere uitwerking van de strategie en de implementatie daarvan. Het is daarbij onder meer van belang dat EU-instrumenten goed aansluiten bij de behoeften van partnerlanden en de werkwijze van de private sector en andere actoren, die de strategie uiteindelijk voor een groot deel zullen moeten implementeren.

Oorlog in Iran en gevolgen wereldwijd

De Raad zal stilstaan bij de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor de regio en voor bredere wereldwijde toeleveringsketens. Nederland zal uitdragen dat alle partijen zich moeten blijven richten op diplomatieke onderhandelingen ten behoeve van een snel en duurzaam einde aan de oorlog, en dat het essentieel is dat het staakt-het-vuren tot die tijd standhoudt. Daarnaast zal Nederland stilstaan bij de consequenties van de sluiting van de Straat van Hormuz, die ook ver buiten de regio worden gevoeld.

Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de directe en indirecte impact van de sluiting van de Straat van Hormuz, in het bijzonder de gevolgen van de stijging van energie- en voedselprijzen. Op verschillende plekken in de wereld nemen de humanitaire noden toe. In Gaza, waar de voedselzekerheidssituatie zeer fragiel is, zijn de voedselprijzen bijvoorbeeld al gestegen. Ook elders in de wereld is de situatie zorgwekkend. In landen waar de voedselzekerheidssituatie al kwetsbaar is, of die sterk afhankelijk zijn van voedselimporten, kunnen de huidige ontwikkelingen leiden tot ernstige voedseltekorten. In dit kader volgt Nederland de ontwikkelingen in de Hoorn van Afrika nauwgezet, en in het bijzonder in Soedan, waar recent hongersnood is vastgesteld in delen van Darfoer en Kordofan. Een verdere verslechtering van toegang tot voedsel kan de situatie in het hele land doen escaleren en ook in andere delen van de regio kan dit leiden tot verdere fragiliteit. Een ander zorgpunt is dat humanitaire organisaties melden dat hun budgetten onder druk komen te staan door sterk gestegen operationele kosten, waardoor wereldwijd minder mensen kunnen worden geholpen.

Nederland is voornemens bij de Raad uit te dragen dat de EU een leidende rol op zich moet nemen in de ondersteuning van (humanitaire) initiatieven gericht op vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, en op het mitigeren van humanitaire consequenties in de regio en elders als gevolg van het conflict. Daarom zal Nederland tijdens de Raad andermaal steun uitspreken voor de VN-inzet om doorvoer van essentiële goederen zoals kunstmest te faciliteren. Doortastend en eensgezind diplomatiek optreden van de EU en haar lidstaten kan helpen om dit initiatief verder te brengen. Nederland onderzoekt bovendien hoe het dit VN-initiatief – en eventuele andere initiatieven ter bevordering van de doorvaart van kunstmest en andere essentiële goederen – ook eigenstandig kan ondersteunen. Het kabinet informeerde uw Kamer reeds op 10 april en 1 mei dat Nederland nauw betrokken blijft bij internationale inspanningen om vrije doorvaart door de Straat van Hormuz te waarborgen en een militaire bijdrage in dit kader eveneens onderzoekt.

Nederland zal bovendien het onverminderde belang van meer inzet voor de humanitaire en ontheemdingscrises in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon onderstrepen. Het is essentieel dat de EU en haar lidstaten de ontwikkelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon nauwlettend in de gaten houden, ook wanneer de situatie elders in de regio escaleert.

Motie Becker-Bouali: overzichtsrapportage EU-OS

Conform de motie Becker-Bouali3, die de regering verzoekt te rapporteren over de externe EU-financieringsinstrumenten, krijgt de Kamer jaarlijks een overzicht van gerapporteerde uitgaven van EU-ontwikkelingssamenwerking.

Jaarlijks rapporteert de Development Assistance Committee van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Development Assistance Committee (OESO-DAC) over officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA). De meest recente ODA resultaten zijn in april 2026 gepubliceerd en gaan over 2025.4 Uit het rapport blijkt dat de totale ODA gerapporteerd door de 32 DAC-landen in 2025 149 miljard euro bedroeg.5 Daarmee is de totale ODA met 23 procent gedaald ten opzichte van 2024. In 2025 waren de EU (EU-instellingen en lidstaten samen) verantwoordelijk voor 48% van de wereldwijde ODA. Binnen de EU-DAC is Nederland de vierde grootste donor.

In 2025 rekende Nederland EUR 924 miljoen euro van de BNI-afdrachten toe aan ODA. Dit is een inschatting van de ODA-inzet die met Nederlandse middelen wordt gefinancierd.

In december 2025 publiceerde OESO-DAC tevens de Development Cooperation Peer Review: European Union 2025. De DAC voert iedere vijf tot zes jaar evaluaties uit van de individuele DAC-leden, de zogenaamde peer reviews. In 2025 heeft de DAC een evaluatie van de EU uitgevoerd die voornamelijk ziet op verslagjaar 2023/2024.

Deze evaluatie gaat in op de vraag hoe de EU, met de nieuwe focus op wederzijdse belangen en investeringen in infrastructuur via de Global Gateway-strategie, kan blijven bijdragen aan de bestrijding van armoede en ongelijkheid. In de evaluatie worden onder andere aanbevelingen gedaan over de Global Gateway-strategie en het Europese Fonds voor Duurzame ontwikkeling plus (EFSD+), EU-aanwezigheid in de minst ontwikkelde landen en fragiele contexten, het EU-instrumentarium, en de Team Europe-aanpak (de samenwerkingen tussen instellingen, lidstaten en andere Europese actoren). Als sterke punten onderscheidt de DAC de duurzaamheid en betrouwbaarheid van de EU als partner op het gebied van vrede en armoede- en ongelijkheidsbestrijding, de potentie van Global Gateway om bij te dragen aan armoedebestrijding en het creëren van werkgelegenheid, de samenwerkingen tussen de instellingen, lidstaten, andere Europese actoren (de Team Europe-aanpak), en de verscheidenheid van het EU-instrumentarium (dat onder meer bestaat uit begrotingssteun, macro-financiële bijstand, giften, etcetera). De DAC doet aanbevelingen om voor de minst ontwikkelde landen of fragiele contexten de toegang tot concessionele financiering, dus giften of leningen met zachte voorwaarden, te verzekeren. Daarnaast raadt de OESO-DAC aan om armoede- en ongelijkheidsbestrijding voorop te stellen in Global Gateway-investeringen, en Global Gateway beter te laten aansluiten bij fragiele contexten en initiatieven op het gebied van sociale ontwikkeling.

Nederland onderschrijft in grote lijnen de bevindingen van de DAC en zet zich in de MFK-onderhandelingen in voor een effectiever en strategischer Global Europe-instrument. Bij teruglopende ODA is het zaak om de beschikbare middelen complementair en katalytisch in te zetten.

De jaarlijkse rapportage van de Europese Commissie over het EU externe financieringsinstrumentarium6 biedt verdere inzage in de ODA-uitgaven van de Europese Commissie. Deze rapportage betreft verslagjaar 2024. In 2024 had de Europese Commissie 23,3 miljard euro aan openstaande ODA verplichtingen en werd er voor 20,5 miljard euro aan betalingen gedaan.

In totaal was in 2024 7,7 miljard euro van de ODA betalingen van het EU externe financieringsinstrumentarium bestemd voor Europa, 5,2 miljard euro voor Afrika, 3,2 miljard euro voor Azië, 653 miljoen euro voor Noord- en Zuid-Amerika, en 87 miljoen euro voor Oceanië.

Ook ondersteunde de Commissie en de lidstaten Oekraïne met niet-militaire steun ten behoeve van herstel en met humanitaire hulp. Onder de Oekraïnefaciliteit mobiliseerde de Commissie in 2024 voor 19,6 miljard euro steun. Daarnaast ontving Oekraïne 165 miljoen euro aan humanitaire hulp. Ook in andere landen is de Europese Commissie een grote humanitaire actor: in 116 landen werd humanitaire hulp geboden, ongeveer 27.4 procent van de wereldwijde toegezegde humanitaire hulp.

Toezegging Bamenga: Global Gateway Forum (GGF)

Verder volgt hier een terugkoppeling van het Global Gateway Forum (GGF) dat in oktober 2025 plaatsvond in Brussel, conform de toezegging aan het Kamerlid Bamenga tijdens het Commissiedebat RBZ-OS op 14 mei 2025. Meer dan 150 Europese private sector organisaties waren aanwezig, waaronder een aantal Nederlandse bedrijven. Daarnaast namen aan de top 12 regeringsleiders/staatshoofden uit derde landen deel, voornamelijk uit Afrika. Het Forum bood een gelegenheid voor bedrijven om kansen te verkennen voor deelname aan Global Gateway-projecten. Tijdens het GGF kondigde de Commissie ook de lancering van de Global Gateway Investment Hub aan, een centraal Europees loket waar een EU-bedrijf (of een consortium van EU-bedrijven) projectvoorstellen kan indienen. De Europese Commissie is voornemens de derde editie van het GGF in juni 2027 te organiseren.


X Noot
1

Kamerstuk, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 4159 (Kamerbrief over informatievoorziening over nieuwe Commissievoorstellen: fiche 17 [MFK] Voorstel verordening voor de oprichting van Global Europe).

X Noot
2

Kamerstuk, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 97 (Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026).

X Noot
3

Kamerstuk, vergaderjaar 2018–2019, 21 501–04, nr. 209 (motie Becker-Bouali).

X Noot
5

OESO-DAC rapporteert ODA in Amerikaanse dollars. De gebruikte wisselkoers is 1 euro = 1,17 Amerikaanse dollar.

X Noot
6

2025 annual report on the implementation of the European Union’s external action instruments in 2024 – International Partnerships European Commission, 2025 annual report on the implementation of the European Union’s external action instruments in 2024, https://international-partnerships.ec.europa.eu/publications-library/2025-annual-report-implementation-european-unions-external-action-instruments-2024_en.


X Noot
1

Kamerstuk, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 4159 (Kamerbrief over informatievoorziening over nieuwe Commissievoorstellen: fiche 17 [MFK] Voorstel verordening voor de oprichting van Global Europe).

X Noot
2

Kamerstuk, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 97 (Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026).

X Noot
3

Kamerstuk, vergaderjaar 2018–2019, 21 501–04, nr. 209 (motie Becker-Bouali).

X Noot
5

OESO-DAC rapporteert ODA in Amerikaanse dollars. De gebruikte wisselkoers is 1 euro = 1,17 Amerikaanse dollar.

X Noot
6

2025 annual report on the implementation of the European Union’s external action instruments in 2024 – International Partnerships European Commission, 2025 annual report on the implementation of the European Union’s external action instruments in 2024, https://international-partnerships.ec.europa.eu/publications-library/2025-annual-report-implementation-european-unions-external-action-instruments-2024_en.

Naar boven