Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-03 nr. 73

21 501-03 Begrotingsraad

Nr. 73 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 november 2013

Met deze brief wil ik uw Kamer informeren over de uitkomsten van de Begrotingsraad over de EU-begroting van 11 november jl. Tijdens deze Begrotingsraad kwam het bemiddelingscomité van Raad, Europees Parlement en Europese Commissie tot overeenstemming over een pakket bestaande uit een aanvullende EU-begroting voor 2013 en de EU-begroting voor 2014.

Aanvullende begroting 2013

Voor 2013 is een aanvullende begroting aangenomen van € 400,5 miljoen aan betalingen voor natuurrampen in Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Roemenië in het kader van het Solidariteitsfonds. Van deze aanvullende begroting wordt € 250 miljoen aan betalingen gefinancierd door herschikkingen in de begroting 2013 en wordt € 150 miljoen doorgeschoven naar 2014. Zoals ik uw Kamer eerder heb bericht1 was de inzet van Nederland en de Raad om deze aanvullende begroting via herschikkingen in de begroting 2013 te financieren. De Commissie en het Europees Parlement wilden deze aanvullende begroting met nieuwe middelen financieren.

EU-begroting 2014

De EU-begroting 2014 is vastgesteld op € 135,5 miljard aan betalingen, € 0,6 miljard lager dan het oorspronkelijke Commissievoorstel. De EU-begroting 2014 daalt voor wat betreft de betalingen met 6,1% ten opzichte van de begroting 2013 (inclusief de aanvullende begrotingen). In vastleggingen komt de EU-begroting 2014 uit op € 142,6 miljard. Dat is 6% lager dan het uiteindelijke niveau van de begroting 2013.

De EU-begroting 2014 is de eerste begroting van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2014–2020. Met dit nieuwe MFK zijn substantieel lagere plafonds (in vastleggingen en betalingen) afgesproken in vergelijking met de vorige MFK-periode. In de onderhandelingen over de EU-begroting 2014 heeft de discussie zich vooral gericht op de vraag of de ruimte tot aan deze plafonds reeds vrijwel volledig wordt ingevuld (positie EP) dan wel of vanuit het oogpunt van prudent begrotingsbeleid er ruimte wordt vrij gehouden onder dit plafond (positie Raad). In de Raadspositie EU-begroting 2014 kwamen de betalingen uit op € 135 miljard. Dit was € 1,1 miljard lager dan het Commissievoorstel, en € 1,4 miljard lager dan het voorstel van het Europees Parlement (zie tabel 1 voor een overzicht van de verschillende posities). Zoals ik uw Kamer heb bericht2 was het doel van Nederland om het akkoord zo dicht mogelijk bij de Raadspositie uit te laten komen. In het uiteindelijke resultaat is die ruimte bij de betalingen € 361 miljoen en bij de vastleggingen € 446 miljoen. In de ogen van Nederland is met name de ruimte bij de betalingen te beperkt om in te kunnen stemmen. Ook Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zweden gaven aan tegen dit akkoord te zijn.

Toch bevat dit akkoord ook een aantal positieve elementen, waar de Nederlandse inzet succesvol aan heeft bijgedragen. Naast de verlaging van de begroting 2014 ten opzichte van de begroting 2013 valt de vastgestelde begroting in betalingen lager uit dan het oorspronkelijke Commissievoorstel. Ook is voorkomen dat voor 2014 het flexibiliteitinstrument werd ingezet om zo extra wensen van het Europees Parlement te financieren bovenop de plafonds. Door dit akkoord zal het Europees Parlement naar verwachting snel instemmen met het MFK en kunnen de diverse uitgavenprogramma’s tijdig worden gestart.

Ik hoop u middels deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Tabel 1: Overzicht posities EU-begroting 2014
 

Commissie-voorstel

Initiële Raadspositie

Initiële positie EP

Uitkomst onderhandelingen

 

Vastleg.

Betal.

Vastleg.

Betal.

Vastleg.

Betal.

Vastleg.

Betal.

1a Concurrentie-kracht

16,4

11,7

16,2

11,3

16,5

11,7

16,5

11,4

1b Cohesiebeleid

47,5

51,1

47,6

50,9

47,6

51,1

47,5

51

2 Landbouw-beleid

59,3

56,5

59,3

56,4

59,3

56,6

59,3

56,5

3 Veiligheid & Burgerschap

2,1

1,7

2,1

1,7

2,2

1,7

2,2

1,7

4 Extern beleid

8,2

6,3

8,2

6,1

8,4

6,3

8,3

6,2

5 Administratie

8,6

8,6

8,4

8,4

8,6

8,6

8,4

8,4

Fondsen buiten het MFK

0,5

0,2

0,5

0,2

0,5

0,4

0,5

0,4

Totaal*

142,6

136,1

142,2

135

143,1

136,4

142,6

135,5

* Totaal kan door afronding afwijken van de optelsom van de categorieën.


X Noot
1

Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 71.

X Noot
2

Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 71.