Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-03 nr. 122

21 501-03 Begrotingsraad

Nr. 122 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juli 2018

Op 11 juli jongstleden hebben de Europese lidstaten een compromis bereikt over de positie van de Raad ten aanzien van het Commissievoorstel voor de Europese begroting voor 2019. De Begrotingsraad die is geagendeerd voor 24 juli aanstaande komt daarmee te vervallen. In deze brief informeer ik uw Kamer over dit Raadscompromis, de onderhandelingen en de gevolgen voor de Nederlandse afdrachten. Ik informeer uw Kamer ook over de vijfde aanvullende begroting voor het begrotingsjaar 2018.

Gelijktijdig aan de verzending van deze brief, verzend ik de antwoorden op het schriftelijke overleg met uw Kamer naar aanleiding van de Kamerbrief over het Commissievoorstel voor de Europese begroting voor 2019 en de Nederlandse inzet.1

Het bereikte Raadscompromis is voldoende in lijn met de Nederlandse uitgangspunten voor de onderhandelingen; ik ben zodoende voornemens om in te stemmen met dit compromis.

Raadscompromis Europese begroting 2019

Op 23 mei jongstleden presenteerde Europese Commissie het voorstel voor de Europese begroting voor 2019. De Europese Commissie presenteerde een begroting met een omvang van 165,6 miljard euro aan vastleggingen en 148,7 miljard aan betalingen.2 In het Raadscompromis zijn vastleggingen opgenomen met een totaal van 164,1 miljard euro en betalingen met een totaal van 148,2 miljard euro. Ten opzichte van het voorstel van de Europese Commissie hebben de lidstaten in de Raad de vastleggingenmarge met 1,2 miljard euro en de betalingenmarge met 0,5 miljard euro vergroot. Ook is het gebruik van speciale instrumenten onder het vastleggingenplafond verminderd. Het Raadscompromis blijft binnen de respectievelijke plafonds van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Zie bijlage 1 voor een overzicht van het voorstel van de Europese Commissie en het Raadscompromis.

Tijdens de begrotingsonderhandelingen werkte Nederland samen met gelijkgestemde lidstaten. Conform de Nederlandse onderhandelingsinzet heeft Nederland samen met deze lidstaten ingezet op het vergroten van de marges onder de MFK-plafonds (zie de eerder benoemde Kamerbrief over het begrotingsvoorstel van de Europese Commissie (Kamerstuk 21 501-03, nr. 119)). Deze marges bieden de mogelijkheid om tijdens de implementatie van de begroting budgettair te kunnen reageren op onvoorziene omstandigheden; naar mening van Nederland en de gelijkgestemde lidstaten hield de Europese Commissie in het begrotingsvoorstel in onvoldoende mate rekening met mogelijke onvoorziene omstandigheden. De gerealiseerde besparingen zijn verdeeld over de afzonderlijke begrotingscategorieën, om zoveel als mogelijk rekening te houden met de prioriteiten voor begrotingsjaar 2019.

Nederland zette tijdens de begrotingsonderhandelingen ook in op tijdige implementatie van het structuur- en cohesiebeleid. Het Raadscompromis weerspiegelt deze inzet met in omvang beperkte besparingen ten opzichte van het voorstel van de Europese Commissie. Desondanks resteert een aanzienlijke marge onder het betalingenplafond in 2019. In de Kamerbrief over het begrotingsvoorstel van de Europese Commissie heb ik uw Kamer reeds geïnformeerd over de noodzaak tot aanpassing van de raming van de Nederlandse afdrachten als gevolg van de omvang van deze marge. Ik informeer uw Kamer bij Miljoenennota 2019 (ontwerpbegroting van Buitenlandse Zaken voor 2019) over deze aanpassing.

Vijfde aanvullende begroting voor 2018

De Europese Commissie presenteerde de vijfde aanvullende begroting op 10 juli 2018. In de vijfde aanvullende begroting stelt de Europese Commissie voor om 70 miljoen euro in vastleggingen (35 miljoen euro in betalingen) gereserveerd voor pre-toetredingssteun voor Turkije niet uit te keren. Bij het vaststellen van de Europese begroting voor 2018 zijn de Raad en het Europees parlement overeengekomen dit bedrag in een reserve te plaatsen en uitkering conditioneel te maken aan voldoende meetbare voortgang op het gebied van rechtsstatelijkheid, democratie, mensenrechten en persvrijheid in Turkije. Hierover is uw Kamer geïnformeerd in het verslag van de Ecofin Begrotingsraad in 2017.3 In het jaarrapport over Turkije, dat de Commissie 17 april jl. presenteerde, werd geconcludeerd dat de voortgang niet voldoende is om over te gaan tot uitkering van de reserve.4 Zodoende wordt de uitkering van het budget in reserve geannuleerd.

De Europese Commissie stelt voor om van de vrijvallende middelen 28 miljoen euro in te zetten voor de North Africa window van het EU Trust Fund for Africa (EUTF), in het kader van projecten gerelateerd aan de Centraal Mediterrane route. De Europese Commissie stelt ook voor om 42 miljoen euro toe te kennen aan het EU Regional Trust Fund in Response to the Syrian Crisis. Als laatste stelt de Europese Commissie voor om de vrijvallende 35 miljoen euro in betalingen toe te voegen aan het budget voor Humanitaire Hulp. Omdat de vrijvallende middelen (zowel in betalingen als in vastleggingen) worden ingezet voor andere doeleinden, heeft deze aanvullende begroting geen gevolgen voor de totale omvang van de Europese begroting voor 2018. Daarmee blijft de raming van de Nederlandse afdrachten ongewijzigd.

In lijn met de motie Roemer/Segers, pleit Nederland in Brussel al geruime tijd voor opschorting pretoetredingssteun voor Turkije.5 Het kabinet kan de vijfde aanvullende begroting dan ook steunen.

Proces

De lidstaten hebben overeenstemming bereikt over het Raadscompromis voor de Europese begroting voor 2019. De eerder benoemde Begrotingsraad geagendeerd voor 24 juli komt daarmee te vervallen. Doorgaans bereiken de lidstaten voorafgaand aan deze Begrotingsraad een Raadscompromis. De Begrotingsraad – die wordt geagendeerd om op politiek niveau te onderhandelen over een Raadscompromis – komt daarmee evengoed doorgaans te vervallen.

Instemming van de Raad zal plaatsvinden via een schriftelijke procedure, welke tot 4 september 2018 loopt. Naar verwachting zullen alle lidstaten instemmen met het Raadscompromis. Na het vaststellen van het Raadscompromis door Raad heeft het Europees parlement vervolgens 42 dagen de tijd om amendementen in te dienen. Als deze amendementen door de Raad binnen 10 dagen worden geaccepteerd is sprake van een begrotingsakkoord. In de regel is dat niet het geval en start de zogenoemde conciliatieperiode tussen de Raad en het Europees parlement. De conciliatieperiode duurt 21 dagen en wordt afgesloten met een Begrotingsraad (doorgaans in november). Meestal slagen het Europees parlement en de Raad er aan het eind van deze periode in om een akkoord te bereiken.

Ik informeer uw Kamer t.z.t. over de onderhandelingen met het Europees parlement over de Europese begroting 2019.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Bijlage: Overzicht Commissievoorstel en Raadscompromis

Tabel 1: Commissievoorstel en Raadscompromis Europese begroting 2019 (miljoen euro)
   

Commissievoorstel

Raadscompromis

Verschil

   

vastlegging

betalingen

vastlegging

betalingen

vastlegging

betalingen

 

1a concurrentiekracht

22.860,0

20.467,2

22.066,0

20.422,2

– 794,0

– 45,0

 

1b cohesie

57.113,4

47.050,8

57.073,4

47.033,6

-40,0

– 17,2

 

2 landbouw

59.999,1

57.790,4

59.689,1

57.462,3

– 310,0

– 328,1

 

3 veiligheid

3.728,5

3.486,4

3.693,4

3.482,4

– 35,1

– 4,0

 

4 extern beleid

11.384,2

9.508,4

11.077,9

9.462,8

– 306,3

– 45,6

 

5 administratie

9.956,9

9.960,9

9.890,9

9.894,9

– 66,0

– 66,0

A

totaal MFK headings

165.042,1

148.264,1

163.490,7

147.758,1

– 1.551,4

– 506,0

B

speciale instrumenten binnen headings1

2.061,2

899,7

1.679,8

899,7

– 381,4

0,0

C

overige speciale instrumenten buiten headings2

577,2

411,5

577,2

411,5

0,0

0,0

D

totaal excl. Speciale instrumenten (A–B)

162.980,9

 

161.810,9

 

– 1.170,0

 

E

Totaal incl. speciale instrumenten (A+C)

165.619,4

148.675,5

164.067,9

148.169,6

– 1.551,5

– 505,9

 

Marge vastleggingen (F–D)3

1.142,1

 

2.312,1

 

1.170,0

0,0

 

Marge betalingen (F–E)3

 

18.033,5

 

18.539,4

0,0

505,9

F

Totaal MFK-plafond

164.123,0

166.709,0

164.123,0

166.709,0

   
X Noot
1

Betreft hier: het flexibiliteitsinstrument + Global Margin for Commitments – de contingency margin.

X Noot
2

Betreft hier: Noodhulpreserve, Solidariteitsfonds en Globaliseringsfonds. Deze overige instrumenten vallen buiten de MFK vastleggingenplafonds. Andere speciale instrumenten, zoals het flexibiliteitsinstrument, worden gebruikt om extra middelen toe te voegen aan een specifieke MFK-heading. Deze instrumenten zijn daarom al meegenomen in het totaal MFK-headings.

X Noot
3

Op basis van de Nederlandse positie dat speciale instrumenten binnen de headings niet worden meegerekend onder het vastleggingenplafond, maar wel onder het betalingenplafond.

Bijlage: Overzicht van aanvullende begrotingen in 2018

Overzicht van aanvullende begrotingen in 2017 (miljoen euro)

Omschrijving

Vastlegging

Betaling

Inkomsten

DAB1 – Solidariteitsfonds

97,6

97,6

DAB2 – surplus

556

DAB3 – FRIT

500,0

DAB4 – Solidariteitsfonds

34,0

34,0

DAB5 – IPA Turkije


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-03, nrs. 119 en 121.

X Noot
2

De vastlegging betreft de wettelijke (of contractuele) verplichting, de betaling betreft de kasuitgave volgend uit de verplichting.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-03, nr. 115.

X Noot
5

Kamerstukken 32 824 en 29 279, nr. 158