21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

FY VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 23 januari 2024

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft kennisgenomen van de brief2 van 30 november 2023, waarmee de Minister van Buitenlandse Zaken het verslag van de Raad Algemene Zaken van 15 november 2023 heeft aangeboden. De leden van de Volt-fractie hadden naar aanleiding van deze brief nog een aantal vragen.

Naar aanleiding hiervan is op 21 december 2023 een brief gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De Minister heeft op 19 januari 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 21 december 2023

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft met belangstelling kennisgenomen van de brief3 van 30 november 2023, waarmee de Minister van Buitenlandse Zaken het verslag van de Raad Algemene Zaken (hierna: RAZ) van 15 november 2023 heeft aangeboden. De leden van de Volt-fractie hebben naar aanleiding van deze brief nog een aantal vragen.

De Volt-fractieleden hebben met belangstelling kennisgenomen van de discussie over de Kiesakte in de RAZ van 15 november 2023. Zij betreuren de Nederlandse positie in de RAZ en begrijpen dat deze uit een motie4 van de Tweede Kamer voortvloeit. Volgens hen doet dit afbreuk aan de door de Nederlandse regering nagestreefde legitimiteit van de EU.

Er wordt een oproep gedaan om de Kiesakte uit 2018 eerst in werking te laten treden. Kunt u aangeven waarom deze nog niet in werking is getreden? Wanneer denkt u dat deze in werking zal treden?

Het is bemoedigend dat de RAZ bereid is over de toegankelijkheid van stemlocaties voor mindervalide stemgerechtigden te praten. Bent u bereid om bij een volgende RAZ in te brengen dat de (digitale) toegankelijkheid voor stemmers in andere lidstaten en stemmers buiten de EU moet worden verbeterd? Waarom wel of waarom niet?

Wilt u de discussie openen over de voorwaarden waar partijen aan moeten voldoen om op de kieslijst te komen? Zou u willen inbrengen dat ook niet-ingezetenen in de lidstaat op een nationale kieslijst kunnen worden gezet, zoals dat bijvoorbeeld in België mogelijk is, om zo ook een gelijker speelveld te creëren binnen de EU? Is de Nederlandse regering zelf bereid dit in overweging te nemen voor het Nederlandse stelsel?

Op welke wijze heeft u het door Nederland ingenomen standpunt geconsulteerd? Zijn hierbij ngo’s en decentrale overheden betrokken?

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 januari 2024

Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden van de Volt-fractie over de Europese Kiesakte naar aanleiding van het verslag van de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 15 november 2023.5 De schriftelijke vragen zijn ingezonden op 21 december 2023 met kenmerk 174395u.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge

174395u

Schriftelijke vragen van de Volt-fractie over de Europese Kiesakte naar aanleiding van het verslag van de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 15 november 2023 (ingezonden op 21 december 2023)

Vraag 1

De leden van de Volt-fractie vragen waarom het voorstel tot wijziging van de Europese Kiesakte uit 2018 nog niet in werking is getreden. Tevens vragen zij wanneer deze voorgestelde wijziging in werking zal treden.

Antwoord vraag 1

De Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse verkiezingen (hierna: Kiesakte) dateert van 1976 (Trb. 1976, 175) en is enkele keren op onderdelen gewijzigd. In juli 2018 besloot de Raad tot een wijziging van de Kiesakte. De aanpassing is in november 2018 ter stilzwijgende (verdrags)goedkeuring aan beide Kamers voorgelegd. In december 2018 werd de aanpassing geratificeerd voor Nederland (Trb. 2018, 157). Deze aanpassing is echter (nog) niet in werking getreden, aangezien de vereiste parlementaire goedkeuring in vier lidstaten (Duitsland, Spanje, Roemenië en Cyprus) niet is afgerond.6 Het is op dit moment onduidelijk of en wanneer deze lidstaten de gewijzigde Akte uit 2018 zullen ratificeren. De gewijzigde Akte treedt in werking op de eerste dag na ontvangst van de laatste kennisgeving dat de procedures ter goedkeuring van de Akte zijn voltooid. Zelfs als voorgestelde wijziging op korte termijn zou worden goedgekeurd in de vier resterende lidstaten is het de vraag of de Kiesakte in werking zal treden voor de komende verkiezingen, gelet op de tijd die nodig is voor alle lidstaten om eventuele wetgevende handelingen te verrichten.

Vraag 2

De leden van de Volt-fractie vinden het bemoedigend dat de Raad Algemene Zaken bereid is om over de toegankelijkheid van stemlocaties voor mindervalide stemgerechtigden te praten. Zij vragen of ik bereid ben bij een volgende RAZ in te brengen dat de (digitale) toegankelijkheid voor stemmers in andere lidstaten en stemmers buiten de EU moet worden verbeterd. En waarom wel of niet.

Antwoord vraag 2

Het aangenomen initiatiefvoorstel van het Europees Parlement betreffende de herziening van de Kiesakte vormt, samen met het kabinetsstandpunt7 en de uitkomsten van het debat met de Tweede Kamer daarover, voor het kabinet de leidraad voor de lopende Raadsonderhandelingen. In het initiatiefvoorstel van het Europees Parlement zijn ook voorstellen opgenomen om de toegankelijkheid van de Europees Parlementsverkiezingen voor kiezers binnen en buiten de EU te vergroten. Zo wil het Europees Parlement voorschrijven dat de lidstaten bij Europees Parlementsverkiezingen waarborgen dat kiezers per post kunnen stemmen (artikel 8 van het initiatiefvoorstel). De Nederlandse Kieswet maakt briefstemmen bij verkiezingen alleen mogelijk voor kiezers die in het buitenland wonen, of daar tijdelijk verblijven. Voor een bredere verankering van briefstemmen in de Kieswet is een zorgvuldige inhoudelijke discussie over de verschillende waarborgen in het verkiezingsproces nodig, waarbij de risico’s goed moeten worden afgewogen tegen de mogelijke voordelen. Het kabinet heeft geen voornemens om briefstemmen in Nederland permanent te introduceren. Daarbij is het kabinet van opvatting dat de wijze waarop gestemd kan worden bij verkiezingen in Nederland zoveel mogelijk gelijk zou moeten zijn, en zou dit mede om die reden dan ook op het niveau van de lidstaten geregeld moeten blijven. In het initiatiefvoorstel van het Europees Parlement zijn geen voorstellen gedaan rond digitale toegankelijkheid. Dit aspect maakt dan ook geen onderdeel uit van de Raadsonderhandelingen.

Vraag 3

De leden van de Volt-fractie vragen of ik de discussie wil openen over de voorwaarden waar partijen aan moeten voldoen om op de kieslijst te komen. Zij vragen of ik wil inbrengen dat ook niet-ingezetenen in de lidstaat op een kieslijst kunnen worden gezet, zoals bijvoorbeeld in België mogelijk is, om zo een gelijker speelveld te creëren binnen de EU. De leden vragen of het kabinet zelf bereid is dit in overweging te nemen voor het Nederlandse stelsel.

Antwoord vraag 3

Op grond van artikel 41, eerste lid, onder 1°, van Wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement is het in België mogelijk dat een niet-ingezetene die in een lidstaat van de Europese Unie verblijft en onderdaan is van een andere EU-lidstaat dan België zich kandidaat stelt voor de verkiezing van de Belgische leden van het Europees Parlement. Daar moet overigens wel de kanttekening bij worden gemaakt dat de betreffende kandidaat moet verklaren Nederlandstalig, Franstalig of Duitstalig te zijn (art. 41 lid 1 onder 3°). Dit vereiste is ingevoerd door het amendement-Langendries e.a. (K. 897/005 (1992–1003) p. 93, nr. 118) en lijkt de mogelijkheid voor niet-Belgen om zich kandidaat te stellen voor de verkiezing van de Belgische leden van het Europees Parlement toch enigszins te beperken. Ook de Nederlandse Kieswet staat toe dat niet-ingezetenen op een kandidatenlijst worden geplaatst. Bij de laatstgehouden verkiezing van de voor Nederland te kiezen leden van het Europees Parlement is door verschillende politieke partijen, waaronder Volt, ook gebruik gemaakt van die mogelijkheid (Stcrt. 2019, 22861). Om voor Nederland tot lid van het Europees Parlement toegelaten te kunnen worden moet een niet-Nederlander echter op dat moment wel ingezetene van Nederland zijn, zo staat in artikel Y 4, aanhef en onder b en 1° van de Kieswet. Dat is in lijn met Richtlijn 93/109/EG zoals gewijzigd door Richtlijn 2013/1/EU. Het kabinet heeft geen voornemen om de Kieswet op dit punt aan te passen. Dit aspect maakt daarnaast ook geen onderdeel uit van de Raadsonderhandelingen.

Vraag 4

De leden van de Volt-fractie vragen op welke wijze ik het door Nederland ingenomen standpunt heb geconsulteerd. Zij vragen of hierbij ngo’s en decentrale overheden zijn betrokken.

Antwoord vraag 4

Dit initiatiefvoorstel van het Europees Parlement is bijzonder te noemen omdat het hier gaat om een niet vaak gebruikte wetgevingsprocedure op grond van artikel 223 van het EU-Werkingsverdrag. Voor de totstandkoming van het kabinetsstandpunt is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de reguliere procedure van een BNC-fiche (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen), zij het dat het in dit geval dus niet gaat om een voorstel van de Europese Commissie. Op 17 juni 2022 heeft mijn ambtsvoorganger de Tweede en Eerste Kamer het kabinetsstandpunt over het EP-initiatiefvoorstel gestuurd.8 Op 21 juni 2022 vond in de Tweede Kamer het Commissiedebat Behandelvoorbehoud EU-Kiesakte plaats over het kabinetsstandpunt.9 Op 30 juni 2022 vond in de Tweede Kamer het Tweeminutendebat Behandelvoorbehoud EU-Kiesakte plaats.10 Tijdens dit laatste debat zijn verschillende moties ingediend over het kabinetsstandpunt waarover op 5 juli 2022 is gestemd.11 In de Eerste Kamer heeft geen debat plaatsgevonden over het kabinetsstandpunt. De Eerste Kamer heeft, net als de Tweede Kamer, wel een gemotiveerd advies opgesteld met daarin het oordeel over de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid (op grond van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en Protocol 2 bij het Verdrag van Lissabon betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel; de zogenaamde «gelekaartprocedure»). Beide Kamers hebben geoordeeld dat het voorstel niet strookt met het beginsel van subsidiariteit.12 Het kabinetsstandpunt en de uitkomst van het debat met de Tweede Kamer vormen voor het kabinet het uitgangspunt voor de lopende Raadsonderhandelingen. Decentrale overheden en ngo’s zijn niet geconsulteerd bij de totstandkoming van het kabinetsstandpunt.


X Noot
1

Samenstelling:

Lagas (BBB) (voorzitter), Kroon (BBB),Van Langen (BBB), Fiers (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Janssen-Van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Rovers (GroenLinks-PvdA), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66), Van Meenen (D66), Van Hattem (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Kox (SP), Talsma (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL), Kemperman (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I 2023/24, 21 501-02, FT.

X Noot
3

Kamerstukken I 2023/24, 21 501-02, FT.

X Noot
4

Kamerstukken II 2021/22, 36 104, nr. 6.

X Noot
5

Kamerstukken I 2023/24, 21 501-02, FT.

X Noot
7

Kamerstukken II 2021/22, 36 104, nr. 3

X Noot
8

Kamerstukken II 2021/22, 36 104, nr. 3 en Kamerstukken I 2021/22, 36 104, A

X Noot
12

Kamerstukken I 2021/22, 36 104, B en Kamerstukken II 2021/22, 36 104, nr. 5

Naar boven